Motor info –Koppel en Vermogen

Auteur: Steven                                                                                                   Last update:2-Feb-05

HOME

Inhoud

Samenvatting.. 1

Intro.. 1

Kracht, Arbeid en Tijd.. 1

Koppel. 3

Vermogen.. 5

Vergelijken.. 6

Een-, twee-, drie-, of viercilinder.. 6

Conclusie. 6

Bronnen.. 6

 

Samenvatting

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: een motor levert koppel. Vermogen moet je uitrekenen en is niet meer dan een “zweverige” uitdrukking van geleverde arbeid.

 

Een natuurkundige formule voor het vermogen van een motor:


P = M x 2 x 3.14 x n    en meer dan dat is het niet !

Waarin:

P = motorvermogen in Watt (= 0.001 kW);
M = motorkoppel in Nm
n = motortoerental in omw/seconde

1 pk = 0.74 Kw, 1 Kw = 1.36 pk

 

Als je een motor wilt die hard gaat: kies dan de motor die het lichtst is, en de hoogste koppelpiek heeft bij het hoogste toerental. Dan kun je altijd zelf nog de tandwielverhouding aanpassen.

 

Intro

Bij alle marketing-verhalen van motorverkopers wordt altijd het vermogen en koppel genoemd. In dit verhaal wil ik graag (niet al te theoretisch) uitleggen wat het nu koppel (Nm) en vermogen  (pk) nu precies zijn, en wat je er mee kunt.

Er zijn talloze discussies geweest op allerlei forums over de concepten “Koppel” en “Vermogen”, hoe ze zich tot elkaar verhouden en hoe ze toegepast worden in de automotive-branche. Het is in ieder geval duidelijk dat velen een hele sterke mening hebben. Vaak hebben dit soort discussies meer warmte dan licht gegenereerd. Ik probeer in dit artikel een begrijpbare uitleg te geven over hoe het zit.

 

 

Kracht, Arbeid en Tijd

Als je een gewicht van een kilogrom aan de vloer hebt vastgeschroefd, en je probeert deze op te tillen met een kilogram kracht (of 10 of 50), dan heb je kracht toegepast en energie verbruikt, maar geen arbeid verricht. Oftwel: er is effectief niets gebeurd met het gewicht van een kilogram.

 

Als je dit gewicht losmaakt van de grond, en voert een kracht uit op dat gewicht, genoeg om het een meter van de grond te krijgen, heb je een KilogramMeter arbeid verricht. Als dat een minuut duurt om te bereiken heb je een KilogramMeter per minuut aan arbeid verricht. Als het een seconde duurt om deze taak te verrichten, heb je 60 KilogramMeter per minuut verricht etc..

 

Om deze metingen te vertalen naar de automotive industrie (of je het nu hebt over pk, koppel, Newtonmeters, Watts of wat dan ook), moet je al deze drie variabelen meenemen: arbeid, kracht en tijd.

 

Een tijdje terug heeft een Engelse meneer, genaamd Watt ( die van de stoommachines inderdaad), het een en ander geobserveerd, en concludeerde dat een gemiddeld paard in die tijd een 550 pond zware last, één voet per seconde kon tillen, en daarmee dus arbeid verrichtte van 550voet-pond per seconde. Ofwel: 33000 voet-pond per minuut en dat gedurende een acht-uur durende werkdag. Deze observaties heeft hij gepubliceerd, en bepaalde dat 33000 voet-pond per minuut het equivalent was van een paardekracht. In Nederland meten we niet in voeten en ponden maar in meters en kilogrammen. Zo is 33000 voetpond gelijk aan 4562 Kilogrammeter, of 45620 Newtonmeter.

 

En iedereen zei: “OK…”

 

Ten behoeve van deze discussie, moet ik het hebben over hoe we een roterende kracht van bijvoorbeeld een drijfstang kunnen meten. Daarvoor wordt de rotatie kracht, of torsie kracht uitgedrukt in moment, uitgedrukt in voet-pond of Newton-meter (Nm).

 

Een Newtonmeter is de kracht die nodig is om een kilogram aan het einde van een (massa-loze) stok van één meter horizontaal te houden. Nu is het belangrijk om te begrijpen dat niemand op deze planeet paardekrachten (vermogen) meet op een draaiende motor. Wat we eigenlijk meten met een dynamometer is het koppel in Nm, wat we vervolgens vertalen in geleverde arbeid over een bepaalde tijd: vermogen.

 

Visualiseer weer even dat gewicht van een kilogram op de stok. Als je dat een complete rotatie laat maken tegen een kilogram weerstand, heeft dat gewicht in totaal 6.2832 meter afgelegd (Pi * een cirkel met twee meter diameter), en heb je 6.2832 Kilogrammeter arbeid verricht. Als je het in Newtonmeter wilt uitdrukken, dan vermenigvuldig je dit met 10. Dus 62.832 Newtonmeter arbeid.

 

Goed, nog even terug naar meneer Watt. Hij stelde dat of 4562 Kilogrammeter per minuut equivalent is aan één paardekracht. Als je een paardekracht heb, en 4562 Kilogrammeter per minuut deelt door de 6.2832 Kilogrammeter arbeid per omwenteling die je levert, krijg je in totaal 726 omwentelingen per minuut. Als je die kilo maar met de helft van de snelheid rond zou draaien, dus met 363 toeren per minuut, dan heb je het equivalent van een halve pk, etc..

 

Dusss… de formule voor het uitrekenen van paardekrachten naar een koppel-meting:

                                                                                                                                                           

 

Paardekracht =  (Koppel  x   toeren per minuut ) / 726

                                                                                                                                                                       

 

Nu is helaas een paardekracht zoals die beschreven is door meneer Watt niet helemaal hetzelfde zoals die later bepaald is in het metrisch stelsel… we moeten ook altijd iets anders hebben dan de Engelsen.  1.0 pk(550) = 1.01387 pk (metrisch). En zo zijn er nog wat meer, licht afwijkende aanduidingen van pk (water, electrisch). Maar goed, dat doet aan het verhaal niets af. Dit wordt allemaal omzeild door de hele formule te vertalen in SI-eenheden. De formule is dan:

 

P = M x 2 x 3.14 x n    en meer dan dat is het niet !

 

P = motorvermogen in Watt (= 0.001 kW);
M = motorkoppel in Nm
n = motortoerental in omw/seconde

 

Koppel

Goed, wat hebben we daar aan in motor-land?

 

Ten eerste, vanuit een motorrijders– oogpunt  is koppel hetgeen dat telt. Koppel heerst.

Op elke motor, in elke versnelling, zal het voertuig accelereren met een snelheidstoename die precies bij de koppel-curve van dat voertuig past (rekening houdend met luchtweerstand en wrijving van het wegdek). Je kunt het ook zo zeggen: een voertuig zal het snelste accelereren bij de koppel-piek en minder hard erna. Koppel is datgene wat een motorrijder voelt dat aan zijn armen trekt (of de kracht waarmee een automobilist in zijn stoel gedrukt wordt). Vermogen of pk’s is niet meer dan een zweverige meting in deze context. PK’s kun je niet “voelen”.  100 Newtonmeter zou je net zou hard laten accelereren bij 2000 toeren als dat het zou doen bij 4000 toeren in dezelfde versnelling, maar volgens de formule zou je twee keer zoveel vermogen nodig hebben om dit te doen. Daarom is vermogen niet echt zinvol om over te praten voor een motorrijder. Alleen bij 762 toeren per minuut waar het koppel en vermogen “hetzelfde” zijn.

 

In tegenstelling tot een koppel-curve, stijgen de pk’s snel met toenemende toerentallen. Zeker wanneer het koppel ook toeneemt. Pk’s nemen toe tot ver voorbij de koppel-piek en blijft stijgen als de snelheid van de motor toeneemt, sneller dan het toerental stijgt, totdat de koppelcurve echt snel begint af te nemen (sneller dan de toerentallen stijgen). Zoals gezegd: vermogen heeft niets met het gevoel van de bestuurder te maken.

 

Geloof je het allemaal niet?

 

Prima. Ga met je motor rijden in de tweede versnelling omstreeks de koppel-piek, en geef even flink gas. Voel je het getrek aan je armen? Ga nu zo snel rijden, dat de toerenteller het gebied aangeeft waar je je piekvermogen hebt, en geef weer gas. De motor zal minder aan je armen trekken.

 

Dan kunnen we nu door. ;-)

 

Hoe kom je aan koppel?

Dat is in principe vrij simpel: de kracht die op je krukas komt wordt gemaakt door de kracht van de explosie in je motor. Dus het koppel wordt bepaald door hoe hard de explosie in je motor de zuiger in het rond schopt. Deze kracht is een resultaat van de hoeveelheid gas in je cilinder en het oppervlak van de cilinder.

 

Een grote cilinder met veel oppervlak zal daarom meer koppel leveren dan zo’n zelfde cilinder met een klein oppervlak.

 

Dus hoe meer gas je in je cilinder kan krijgen, hoe beter het is. Nou heeft lucht (en het lucht/benzine mengsel dus ook ) een vervelende eigenschap. Geloof het of niet, maar lucht is “zwaar”. Er is dus moeite voor nodig om dit in beweging te krijgen. Je kunt je dit het beste voorstellen wanneer je door een klein gaatje een ruimte moet vullen met lucht en vervolgens weer leeg moet pompen. Denk aan een fietspomp. Hoe sneller dit moet gebeuren, hoe meer de lucht gaat tegenwerken. Omdat het moeite kost de lucht via de inlaatkleppen aan te zuigen en de inlaatkleppen niet de hele tijd openstaan, kan de cilinder niet onder alle omstandigheden volledig gevuld worden. Deze vulling, die men de vullingsgraad noemt, hangt af van het toerental. Kortom over het verloop van het toerenbereik varieert de vullingsgraad. De volgende figuur laat een mogelijk verloop van een vullingsgraad bij verschillende toerentallen zien.

 

Een juiste ontsteking en een hoeveelheid brandstof zorgen ervoor dat de motor kan draaien. Vroeger nam men het niet zo nauw met die hoeveelheid brandstof. Later is men er achter gekomen dat er een ideale verhouding bestaat tussen de hoeveelheid brandstof en de hoeveelheid lucht om tot een zo goed en een zo schoon mogelijke verbranding te komen. Dit noemt men het stoichriometrisch mengsel. 14.7 kilogram lucht op 1 kilogram benzine. Dit is echter niet de verhouding waarbij de krachtigste verbranding kan plaatsvinden. Dan is er iets meer brandstof nodig. Maar dat terzijde, het gaat hier om het principe. Het is dus belangrijk te weten hoeveel lucht er in de cilinder zal bevinden wanneer er brandstof bij moet. Vroeger in de tijd van de carburateurs waren de ingenieurs die de carburateur ontwierpen ware kunstenaars. Met behulp van diverse soorten en maten sproeiers wisten ze onder de meeste omstandigheden voldoende brandstof toe te voegen. Dit werkte vanuit het onderdrukprincipe die de brandstof als het ware mee zoog de cilinder in. Deze onderdruk werd gegenereerd door de venturi van de carburateur. Later bedacht men mechanische injectie en tegenwoordig gaat het met elektromagnetische injectoren. welke elektronisch worden aangestuurd, een stuk eenvoudiger. Kortom er zijn allerlei methoden bedacht om brandstof te doseren.

 

Wanneer er uiteindelijk voldoende brandstof in verhouding tot de lucht in de cilinder is aangezogen, gaat de inlaatklep dicht. De zuiger komt omhoog en comprimeert zo het mengsel. Nu is het de kunst om op het juiste moment het mengsel te ontsteken, zodat de kracht van de explosie de zuiger een zo goed mogelijke beweging terug kan geven. Je kunt je voorstellen dat dit moment afhankelijk is van de hoeveelheid mengsel en de snelheid van de zuiger. In het verleden heeft men hier constructies voor bedacht, welke gebruik maakten van het toerental (centrifugaal vervroeging) van de motor en de onderdruk in het inlaatsysteem. Dit wordt eigenlijk in grote lijnen nog steeds gedaan. Echter wederom elektronisch.

 

En nu komt het. Een hoeveelheid lucht samen met een hoeveelheid brandstof welke wordt ontstoken, zorgt voor een hoeveelheid energie. Slechts een percentage van deze energie wordt omgezet in een beweging van de zuiger/drijfstang/krukas, de rest van de energie wordt omgezet in warmte. De energie die uiteindelijk nuttig voor de beweging overblijft noemt men het rendement. Dit rendement blijkt voor alle benzinemotoren vrijwel gelijk te zijn. Je zag net al dat de vullingsgraad over het toerental varieert. Dus de maximaal vrij te komen energie varieert over het toerental gebied. Dus de kracht van de explosie, dus de kracht op de zuiger, dus het koppel varieert over het toerengebied.

 

De kracht die vrijkomt bij de verbranding en omgezet wordt via de zuiger/drijfstang in een beweging van de krukas noemt men het koppel (denk aan kracht maal arm). En zie hier, het ontstaan van de koppelkromme. Kortom, de koppelkromme geeft niets anders aan dan het verloop van de vullingsgraad. Echter dit koppel wordt slechts 1 maal per twee omwentelingen (4-takt) per cilinder geleverd. Hoe vaker je per tijdseenheid (bijvoorbeeld per minuut) over dit koppel kan beschikken hoe krachtiger de motor. Dus hoe hoger de toeren, hoe vaker het koppel per tijdseenheid. Zoals al eerder gesteld: dit noemen we het vermogen van de motor; koppel per tijdseenheid. Kortom als je de vullingsgraad van de motor vermenigvuldigt met het toerental dan krijg je "het vermogen".

Text Box: Figuur 1: Het verloop van de vullingsgraad = verloop van koppel, dit vermenigvuldigen en je hebt vermogen

Vermogen

Ok, als koppel zo belangrijk is, waarom houden we ons dan bezing met vermogen en pk’s? Omdat het beter is om koppel bij hoge toerentallen te hebben dan bij lage toerentallen, omdat je daar voordeel kan halen uit je “gearing” (tandwielverhoudingen).

 

Als extreem voorbeeld, verlaat ik even motorland en wil ik een waterrad beschrijven. Je hebt een groot, massief wiel ven een paar honderd jaar oud, dat traag en lui om een as draait die verbonden is met een molensteen die meel maalt. Zo’n wiel maakt kennelijk 3600 (!)  Newtonmeter aan koppel. Zo’n wiel doet ongeveer 12tpm (toeren per minuut). Als je dit wiel zou verbinden aan de krukas van een motorfiets zou je van nul naar 12tpm in een oogwenk schieten terwijl het waterrad er helemaal niets van zou merken.

 

Aan de andere kant: 12 tpm van de krukas is misschien nog niet eens 1km/u. Om de motor sneller laten gaan, moet je versnellingen gaan toepassen. Dus om het 60 km/u te laten gaan, moet je de tandwiel verhoudingen zo maken, dat er nog maar (3600/60=) 60 Newtonmeter aan het achterwiel zou overblijven. Dit is niet alleen relatief klein, maar ook nog eens minder dan de gemiddelde moderne motorfiets.

Als we dezelde formule nog eens gebruiken

 

3600 Nm (=360 Kilogrammeter) bij 12 tpm, dan is het vermogen:

 

P = 360  * 12 / 726 = ….

 

6pk ….   Oeps.

 

Terwijl iedereen het ermee eens is dat het waterrad belachelijk veel kracht heeft, is zijn vermogen (om arbeid gedurende tijd te verrichten) dus maar belachelijk klein.

 

Om het plaatje even compleet te maken. Stel, ik heb een GSXR750 uit 2004. Deze heeft 86Nm bij 11000 toeren ongeveer. Stel, ik hang het motorblok van mijn GSXR750 aan de as van het waterrad.  De kans dat dit motorblok 3600Nm gaat leveren is welk heel erg klein. Zelfs niet met een turbo en lachgasinstallatie gemonteerd. Om de molen toch aan het draaien te krijgen met 12tpm, kan ik de tandwielverhouding zo aanpassen, dat als de motor met 11000 toeren draait: de as van de molen met 12toeren draait. Ofwel een verhouding van 11000:12 = 916:1.

 

Dit levert dan een koppel van 916 x 86 = 78833Nm op (!) Daar kan je het hele molenhuisje mee om z’n as laten draaien…

 

Da’s nog eens trekkracht.

 

Vergelijken

Nu is het altijd een beetje moeilijk onderling vergelijken met motoren. Stel: je hebt twee motoren, beide met dezelfde koppel-piek, zeg 80Nm. Dan kan de ene motor nog steeds veel sneller zijn en aanvoelen dan de ander omdat  de een een veel bredere koppel-piek-curve heeft dan de ander. Daarnaast kan het ook zo zijn dat, en dit is veel belangrijker zoals hiervoor met het waterrad beschreven, de een het piekkoppel bij een veel hoger toerental heeft dan de ander. Door een betere tandwielverhouding, dan de eerste dus veel harder.

 

Een-, twee-, drie-, of viercilinder

Geouwehoer of je nu een een-, twee-, drie-, of viercilinder moet hebben heeft in principe niets te maken met koppel en vermogen. Een tweecilinder van 1000cc heeft veel grotere cilinders dan een viercilinder van 1000cc. Daardoor heeft de tweecilinder bij een vergelijkbare motoropbouw een hogere koppelpiek. Bovendien kunnen de cilinders goe gevuld worden door grotere (of meer) kleppen Helaas hebben grote cilinders als nadeel dat ze geen hoge toeren kunnen draaien. Viercilinders wel, en leveren dus een lagere koppel-piek bij een hoger toerental.

 

Conclusie

Dus onthoud: het beter is om koppel bij hoge toerentallen te hebben dan bij lage toerentallen, omdat je daar voordeel kan halen uit je “gearing” (tandwielverhoudingen). Logischerwijs levert een motor dan ook meer vermogen. Dus wat voor motor kies je als je hard wilt? Die motor die het lichtst is, en de hoogste koppelpiek heeft bij het hoogste toerental. Dan kun je altijd zelf nog de tandwielverhouding aanpassen.

 

 

Bronnen

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1