Voorbereiding op tekorten
Met het oog op de huidige sterke prijsstijgingen wil ik in dit artikel stilstaan bij de mogelijkheid van tekorten aan brandstof en voedsel in Nederland en wat de mogelijkheden zijn, zowel ter voorbereiding als wanneer het eenmaal zover is. Dit kan des te belangrijker zijn, omdat we er niet op zijn voorbereid; anders dan mensen in ontwikkelingslanden hebben wij sinds de Tweede Wereldoorlog geen situatie van daadwerkelijke tekorten aan fundamentele zaken meer gekend. De huidige situatie in de wereld maakt het echter mogelijk dat we opnieuw een periode van schaarste zullen meemaken en het is verstandig nu alvast te kijken wat we als samenleving kunnen doen om door deze periode heen te komen.
Aanzet
Het eerste wat we waarschijnlijk zullen merken is dat luxe-artikelen, vooral als ze van ver komen, zo duur worden dat de meeste mensen ze niet meer kunnen betalen. Ook de gewone artikelen zullen duurder worden en de lonen en uitkeringen zullen deze stijging niet kunnen bijhouden. Het gevolg is dat de meeste mensen zich bij hun uitgaven zullen beperken tot de fundamentele zaken: voedsel, woonlasten, energielasten. Zaken als vakanties, een eigen auto, uitjes en luxe-goederen als drank, tabak, koffie en chocola zullen niet meer worden aangeschaft.
Deze versobering zal ook weerslag op de economie hebben. Mensen die werkzaam zijn in sectoren die voorzien in niet-fundamentele zaken zullen veelal hun baan verliezen, hetgeen de kosten voor bijstand zal doen stijgen, wat weer opgebracht moet worden door diegenen die nog wel werk hebben.
Ik wil er hier op wijzen dat een mogelijke versobering van de bijstand dit proces nog zal doen versnellen; mensen in de bijstand zullen dan nog minder kunnen kopen, waardoor de economie nog verder zal krimpen.
In deze fase, bij een afname van de hoeveelheid gevraagde arbeid, is het verstandig het werk zoveel mogelijk te verdelen onder zoveel mogelijk mensen door middel van arbeidstijdverkorting. Niet alleen beperkt dit de vraag naar bijstand, het vermindert ook de sociale onrust die toch al groot zal zijn door het achteruitgaan van de koopkracht. Met arbeidstijdverkorting zou nu al een begin gemaakt kunnen worden bij overheidsinstanties.
Eerste tekorten
Een van de eerste zaken waaraan een daadwerkelijk tekort zou kunnen komen is brandstof, oftewel benzine en diesel. Als dit zich voordoet zal de noodzaak tot rantsoenering zich voordoen, waarbij de noodzakelijke sectoren als eerste brandstof krijgen en de niet-essentiele zaken geen of minder brandstof. Prive-autoverkeer, voor zover dan nog aanwezig, zal als eerste te maken krijgen met rantsoenering; men kan hierbij denken aan een vast aantal liters benzine per maand per persoon. In een later stadium kan prive-autovervoer helemaal verboden worden, om brandstof te sparen. Ook niet-essentieel vliegverkeer kan verboden worden. De nog aanwezige brandstof moet in de eerste plaats gaan naar transport van voedsel (vrachtwagens) en naar landbouwproduktie (tractoren, oogsmachines).
In eerste instantie zal het openbaar vervoer het wegvallen van het prive-autovervoer op moeten vangen; het is dan ook verstandig om nu al te investeren in uitbreiding en kwaliteitsverbetering hiervan, zodat het in staat zal zijn meer mensen te gaan vervoeren. Hierbij zijn vooral die vormen van openbaar vervoer van belang die niet afhankelijk zijn van benzine of diesel, zoals trein, tram en metro; de benodigde electriciteit hiervoor kan ook op duurzame wijze worden opgewekt, als de toevoer van brandstof stagneert.
Het op duurzame wijze opwekken van energie zal in ieder geval, nu al, zoveel mogelijk gestimuleerd moeten worden; hoe meer capaciteit daarvan aanwezig is op het moment dat de brandstoftoevoer stagneert, hoe kleiner de impact op de samenleving. Niet voor alle toepassingen van benzine en diesel zijn al alternatieven, maar die kunnen wel snel worden gemaakt als de nood aan de man is; bijvoorbeeld electrische auto's zijn al in ontwikkeling.
In een later stadium zal wellicht ook het openbaar vervoer wegvallen en zullen mensen beperkt zijn tot vervoer te voet of met de fiets. Dit zal vooral problematisch zijn voor mensen in de voorsteden, die ver van werk en voorzieningen wonen; gedacht kan worden om in deze fase mensen zoveel mogelijk te laten wonen in grote steden, waar ze dichter bij de noodzakelijke voorzieningen zijn en de distributie van voedsel vergemakkelijkt wordt. Uiteraard moeten er ook mensen op het platteland blijven voor de voedselvoorziening, waarover de volgende paragraaf gaat.
Voedselvoorziening
Op dit moment is Nederland voor een groot deel van de voedselvoorziening afhankelijk van import; deze toevoer van voedsel zou echter mettertijd kunnen verminderen of geheel stagneren en dan zullen we voor een groter deel afhankelijk zijn van wat we zelf kunnen verbouwen.
Een groot deel van de beschikbare landbouwgrond is nu weiland voor vee; echter de productie van vlees en zuivel (eiwitten) is veel ongunstiger qua grond- en energieverbruik dan de teelt van plantaardige alternatieven, zoals bonen. Bovendien moet vee bijgevoerd worden met granen, die in geval van tekorten nodig zullen zijn om mensen te voeden.
In geval van ernstige voedseltekorten kan de veestapel niet of in mindere mate in stand worden gehouden; (een deel van) de dieren zullen dan geslacht moeten worden en het vlees ingevroren of gedroogd, zodat het als aanvullende eiwitbron kan dienstdoen.
Het zou verstandig zijn om nu al zowel de productie als consumptie van dierlijke producten terug te brengen; te denken valt aan het ontmoedigen van het eten van vlees en zuivel door voorlichting en (belasting)maatregelen die het voor boeren gunstig maken om over te stappen op het telen van plantaardige producten. Als de veestapel al enigzins is teruggebracht en mensen meer gewend zijn aan een vegetarisch dieet, zal het gemakkelijker zijn om om te schakelen wanneer de noodzaak ons daartoe dwingt.
De teelt van voedsel zal zich vooral moeten toeleggen op gewassen die een hoge energie-waarde of veel eiwitten hebben: tarwe, aardappelen, bonen en daarnaast groente en fruit voor de vitaminen en mineralen.
Een probleem met de voedselteelt is dat het op dit moment erg afhankelijk is van olie, zowel als brandstof voor de landbouwmachines als voor de productie van kunstmest. Indien de aanvoer van olie helemaal zou stagneren moeten hier alternatieven voor komen.
Als het gebruik van landbouwmachines minder of helemaal niet meer mogelijk is, zullen de benodigde processen als ploegen, zaaien en oogsten met de hand moeten gebeuren. Dit betekent dat er meer arbeidskracht op het platteland aanwezig zal moeten zijn; omdat de tekorten al eerder hebben geleid tot grotere werkeloosheid, zullen de benodigde mensen in principe wel beschikbaar zijn. Zij moeten dan wel op het platteland ondergebracht worden, om dicht bij het werk te zijn, en voor hen zal dan behuizing moeten komen, meer dan nu buiten de steden aanwezig is. Zo mogelijk kan noodbehuizing of in de zomer tenten worden ingezet.
Voor de bemesting van de landbouwgrond kan bij afwezigheid van kunstmest en dierlijke mest (omdat de veestapel geheel of gedeeltelijk is geslacht) menselijke faeces worden gebruikt. Dit kan worden gedaan door de rioolwaterzuiveringsinstallaties aan te passen om de inhoud van het riool in mest om te zetten. Dit wordt al hier en daar proefsgewijs gedaan, met goede resultaten. Het zou verstandig zijn om deze proeven verder uit te breiden en ook bij grote steden de inhoud van het riool te gaan hergebruiken, zodat de installaties er al zijn als we ze nodig hebben. Als de rioolinstallaties niet meer werken, moet de faeces handmatig worden ingezameld en samen met groente- en fruitafval tot compost worden gemaakt en naar de landbouwgebieden worden gebracht.
Een aanvullende voedselbron kan vis zijn, uit zee of uit de rivieren; probleem bij de visvangst is dat de visserschepen gemotoriseerd zijn en bij afwezigheid van brandstof niet kunnen worden ingezet. Een mogelijkheid is hier om zeilschepen, die nu als hobby in stand worden gehouden, voor de visvangst in te zetten.
Ook kan aan mensen worden gevraagd in hun tuin of op hun balkon kleinschalig extra voedsel te verbouwen; hiertoe kan zaaigoed worden uitgedeeld en gebruiksaanwijzingen voor het telen.
Verdeling
Gedurende de periode van tekorten kan voedsel niet op de gebruikelijke manier via de vrije markt geproduceerd en verhandeld worden, aangezien dit een evenredige verdeling naar behoefte in de weg staat. Daarom zal de landelijke overheid aanwijzingen moeten geven aan de boeren welke gewassen het meest noodzakelijk zijn en dus geteeld moeten worden, en daarnaast zorg dragen voor de distributie onder de bevolking. Hierbij ligt een stelsel waarbij voedsel op de bon is het meest voor de hand; iedere persoon krijgt een vastgestelde hoeveelheid voedsel per dag of week.
De verdeling op lokaal niveau kan het beste door de gemeentelijke overheden worden geregeld, waarbij de landelijke overheid voedsel toekent aan de gemeenten op basis van het aantal inwoners.
Nutsvoorzieningen
Voorzieningen als stromend water, gas en electriciteit zullen zo lang mogelijk in stand moeten worden gehouden om te zorgen dat mensen nog kunnen koken en hun huis verwarmen. Het zou verstandig zijn extra te kijken naar de installaties die zorg dragen voor het onder druk houden van de water- en gasleidingen en te zorgen voor voldoende (zo mogelijk duurzame) energievoorraden om deze aan het werk te houden.
Als het onmogelijk wordt om deze voorzieningen nog in stand te houden zal er een alternatief bedacht moeten worden voor het koken; een mogelijkheid is dat er in de buurten gaarkeukens worden opgericht waar mensen (ook weer met een bonnenstelsel) hun avondmaaltijd kunnen eten. Voor overdag kan brood gegeten worden, waarvoor koken niet noodzakelijk is.
Als er geen water meer in de huizen geleverd kan worden, kan de overheid tankwagens met drinkwater in de buurten laten rondrijden, waarbij iedere persoon per dag een vastgestelde hoeveelheid water krijgt.
Medische zorg
Vanwege de problemen met transport moeten medische voorzieningen (artsenpraktijken, ziekenhuizen) zoveel mogelijk binnen loopafstand aanwezig zijn. Het is verstandig om nu alvast te kijken naar de verdeling van medische zorg en in de toekomst vooral in te zetten op meer kleine zorgcentra in plaats van enkele grote.
Economie
De ervaring leert dat in tijden van tekorten vaak grote inflatie optreedt; te vrezen is dan ook dat veel mensen niet genoeg geld zullen hebben om voor hun noodzakelijke levensbehoeften te betalen. Dit kan opgevangen worden door het bonstelsel voor voedsel (en eventueel water); het kan indien nodig uitgebreid worden met het gratis beschikbaar maken van medische zorg en een moratorium op huisuitzettingen, zodat mensen die hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen, toch onderdak blijven houden.
Ook kan gedacht worden aan het afschaffen van het monetaire systeem (het geld uit de circulatie nemen) en iedere persoon van overheidswege het noodzakelijke verschaffen, waarbij degenen die werkzaam zijn bijvoorbeeld extra voedselbonnen krijgen.
Communicatie
Indien de telecommunicatie-netwerken door gebrek aan energie of onderhoud uitvallen, zullen hiervoor alternatieven moeten worden gevonden. Voor communicatie van lokale besturen met de bevolking kan gedacht worden aan aanplakbiljetten op openbare plaatsen. Voor de communicatie tussen landelijke en lokale overheden kan een systeem van koeriers worden opgezet.
Waterhuishouding
Aangezien het westen van Nederland grotendeels onder de zeespiegel ligt, is het belangrijk zo lang mogelijk de pompinstallaties van de polders gaande te houden. Als dit niet meer mogelijk is, zal het westen onder water lopen en wordt het noodzakelijk de mensen die nog niet weg zijn te evacueren. De rivierdijken liggen wel boven de zeespiegel, dus het transport naar het hogerliggende oosten en zuiden van Nederland kan daarover plaatsvinden.
Reageren op dit artikel? Mail naar: hjtieman@hotmail.com
terug naar index