*** Leeswaarschuwing: delen van dit verhaal kunnen triggerend zijn***



Opgenomen



Wakker donker angst.
Waar ben ik? In de inrichting. Je bent opgenomen.
Hoe laat is het? Erik had geen klok op zijn kamer. Om acht uur kwam een verpleegkundige iedereen wekken, maar het was nog niet zo laat, er kwam nog geen licht door de groene gordijnen.
Je hebt het mooi voor elkaar jongen, siste het stemmenkoor van Duisternis spottend. In de inrichting, waar je hoort. En forget it dat je er ooit uitkomt. Je kunt net zo goed meteen je polsen doorsnijden, dan hebben we het gehad.
Erik gaf geen antwoord. Discusseren met Duisternis was zinloos.
Ik wil naar huis, zei Angst vanuit een andere plek in de innerlijke ruimte. Ik ben bang hier. Er zijn teveel mensen.
Het spijt me Angst, zei Erik. Het kan niet. We kunnen niet voor onszelf zorgen. Je hebt gezien hoe het ging.
Gekte lachte en keek omhoog naar zijn wrede, ironische goden. Ja, we hebben het zeker gezien. Maar ja, werkelijkheid was nooit je sterkste kant, nietwaar? En hij luisterde in verukking naar het hoge gezang van de onzichtbare engelen.
Erik bleef liggen en hoopte op stilte. Maar de anderen in hem bleven rusteloos en rumoerig. Geen rust voor de bozen, dacht hij bitter en wanhopig. Het was een uitdrukking die hij ooit, in een vorig leven, had gelezen.
Dan maar roken. Hij dwong zich om op te staan en trok zijn kleren aan. Hij liep zijn kamer uit en ging naar de wc om te plassen. Daarna waste hij zijn handen.
Door de lange gang, half verlicht door de tl-verlichting op de nachtstand, om en om een tl-balk aan en uit.
Langs de keuken, die nog dicht was, het was nog geen zeven uur en hij kon nog geen koffie nemen.
Het was nog te vroeg voor de dagdienst en er was maar een verpleegkundige, waarschijnlijk in het kantoortje. De rest kwam rond half acht. Erik liep snel en zonder te kijken door de gang langs het kantoortje, hij wilde nu niemand zien.
De huiskamer, leeg en stil. Erik deed de lichten aan. Het was er koud, de bovenramen stonden open. Hij dacht erover ze dicht te doen, maar Duisternis gromde verboden, en hij liet het idee haastig varen.
De stoel van groen, gescheurd plastic. Erik huiverde even toen hij dacht aan mogelijk vuil op de bekleding en de leuningen, maar hij negeerde het en ging zitten. Hij draaide een shaggie en stak hem op, legde het pakje shag en de aansteker op de leuning van de stoel.
Op de achtergrond klonken de vage geluiden van het gebouw en de straat buiten. Hij keek naar de grote ramen die uitzagen op het pleintje achter de inrichting.
Erik zag zijn uitgeademde rook patronen vormen, vreemd en betekenisvol, in het schijnsel van de lampen. Er wordt me iets verteld, dacht hij, maar ik begrijp niet wat. Ik moet beter kijken, dan zal het duidelijk worden.
Angst en Duisternis begonnen samen te krijsen, ditmaal zonder woorden, en Erik verkrampte en kneep zijn ogen dicht.
Hij haalde bevend adem en nam nog een trek van zijn shaggie.

Toen de keuken openging, haalde Erik koffie en draaide nog een shaggie. Meer mensen kwamen de huiskamer binnen, een voor een, en gingen zitten. Sommigen zeiden goedemorgen, anderen niet. Verpleegkundigen van de dagdienst kwamen de afdeling binnenlopen en verdwenen in het kantoortje. Het was tijd voor de overdracht en dan waren ze niet bereikbaar, behalve voor noodgevallen. Erik keek naar de klok die boven de deuropening van de huiskamer hing. Het was even over half acht. Ontbijten kon tot acht uur, maar bijna niemand ontbeet. Als het goed was, had de verpleegkundige van de nachtdienst de ontbijtspullen klaargezet, maar sommigen deden dat niet en dan moest je het zelf pakken uit de keuken. Erik hoopte dat hij het niet zelf hoefde te pakken, want dat betekende meer dingen aanraken en Duisternis vond dat niet goed. Zo min mogelijk aanraken was een van de noodzaken.
De ontbijtspullen stonden er, in de tweede huiskamer, waar niet gerookt mocht worden en waar dus nooit iemand zat, behalve voor maaltijden en ochtendoverleg.
Erik ging zitten en keek of er bruin brood was. Het was er, nog zes sneetjes en een heel witbrood. Bijna niemand at wit, dus er bleef altijd over. Hij smeerde twee boterhammen met boter en pakte twee voorgesneden plakjes kaas uit de verpakking. Zodra hij de kaas aanraakte, zei Duisternis besmet, zoals hij altijd zei, en Erik dacht, straks handen wassen.
Hij at de dubbele boterham met kaas, moeizaam kauwend en slikkend vanwege de besmetting door het voedsel tegen zijn lippen en de binnenkant van zijn mond. Eten was een van de noodzaken en Gekte zou losbreken als hij het een keer niet zou doen, maar het was elke keer weer een kwelling.
Hij pakte weer twee boterhammen. Er was pindakaas, honing en hagelslag en hij vroeg zich af, moet ik vandaag pindakaas met honing of pindakaas met hagelslag nemen?
Duisternis lachte wreed. Tja, dat is een dilemma he, zei hij. Als je honing neemt, raak je besmet en dan zal ik je doodmaken. En als je hagelslag neemt, is dat slecht voor je tanden en dan zal ik je doodmaken. Maar je moet een van de twee nemen, anders zal ik je doodmaken.
Angst begon te beven en Erik dacht wanhopig, dat kan toch niet, je moet me zeggen wat ik moet doen.
Ik doe wat ik wil, zei Duisternis. Als ik je wil laten sterven, dan is er niets wat jij kunt doen om me tegen te houden.
Ik wil niet sterven.
Wil je dan leven? Noem je dit leven, jouw leven? Je kunt beter dood zijn.
Ik ben bang.
Lafaard. Verlos de wereld van je walgelijke aanwezigheid. Ga naar de achterste badkamer. Sla daar de spiegel stuk. Niemand hoort het daar, het is ver van het kantoortje. Neem een van de scherven, doe de deur op slot, snij je polsen door en sterf.
Dat durf ik niet.
Je doet wat ik zeg! Nu! Doe het nu!
Erik dook in elkaar voor het gebrul en greep krampachtig naar de hagelslag. Die dan maar. Niet denken, niet denken, boterhammen smeren en opeten.
Klaar. Hij stond op en liep de kamer uit. Het was nu drukker op de gang, mensen liepen heen en weer. Erik liep naar de wc om zijn handen te wassen.
In de wc vermeed hij het om in de spiegel boven de wastafel te kijken. Hij waste zijn handen en wreef zijn vinger over zijn tanden en lippen om de besmetting door het voedsel te verwijderen. Met twee vingers draaide hij de kraan weer dicht, om deze zo min mogelijk aan te raken. Hij pakte drie papieren handdoekjes uit de houder en veegde zijn handen droog. Daarna pakte hij twee papieren handdoekjes en veegde zijn mond droog. Voorzichtig, anders moet het nog een keer.
Terug naar de huiskamer om te roken. Het was nu druk in de huiskamer en Angst kreunde bij het zien van zoveel mensen, maar Erik negeerde het en liep naar een stoel die vrij was.
Een paar stoelen verder zat Nouraya, ze was al helemaal klaar en had haar jas aan. Het is woensdag, dacht Erik, ze gaat vandaag naar het ziekenhuis voor haar shocktherapie. Ik moet haar zometeen even succes wensen.
Zijn shaggie was op en hij maakte de peuk uit in de asbak, zoveel mogelijk vermijdend de as aan te raken, maar zoals meestal lukte dat niet helemaal. Zometeen handen wassen, dacht hij en Duisternis lachte. Goed zo jongen, wees maar gehoorzaam. Zoals altijd ben je mijn slaafje.
Erik stond op, liep naar Nouraya en zei, succes vandaag. Ze bedankte hem en hij liep de huiskamer uit, naar de wc om zijn handen te wassen.

Terug op zijn kamer ging Erik zijn tanden poetsen bij de wastafel. Daarna trok hij zijn t-shirt uit om zich te gaan scheren. Hij maakte zijn gezicht nat en smeerde de scheerzeep erop.
Hij hoorde op de gang deuren open en dicht gaan en zette zich schrap. Zijn kamerdeur ging open en Mariette, een verpleegkundige, stak haar hoofd naar binnen. Kom je naar het ochtendoverleg, vroeg ze. Ja, okee, zei Erik, zoals hij altijd zei. Hij ging nooit naar het ochtendoverleg, omdat dat op de tijd was dat hij moest douchen, een van de noodzaken. De verpleegkundigen wisten dat hij nooit kwam, maar ze vroegen het hem elke morgen opnieuw.
Hij scheerde zich en waste daarna zijn gezicht zorgvuldig, zodat alle restjes scheerzeep eraf waren. Daarna droogde hij zijn gezicht af.
Het was nu helemaal licht buiten, een koud winterlicht dat door de hoge ramen naar binnen kwam. Erik keek door de ramen naar de wereld buiten de inrichting, die wereld die nu zo vreemd en veraf was. Zijn wereld was binnen, in de inrichting en in hemzelf. Buiten was een vage nachtmerrie, iets wat hij zich niet wilde herinneren. De drie dagelijkse wandelingen buiten, die noodzaken waren, deed hij altijd zo snel mogelijk, zonder om zich heen te kijken.
Het was tijd om te douchen. Hij trok zijn t-shirt weer aan en pakte schone kleren, handdoeken en een stuk zeep op een washandje, zorgvuldig vermijdend de zeep aan te raken.
In de badkamer keek hij even naar de spiegel. Nee, ga douchen.
In het douchehok, degene waarvan de afvoer niet was verstopt, kleedde hij zich uit. Zijn kleren legde hij op de stoel, de broek onderop, daarbovenop het t-shirt en daarbovenop onderbroek en sokken. De schone kleren legde hij in balans op de rugleuning van de stoel, en de handdoeken daarbovenop. Duisternis gromde tevreden en Gekte zong een liedje.
Het geruis van het water uit de douche klonk onwerkelijk en Erik voelde zich veraf en verdoofd terwijl hij zich inzeepte. Van boven naar beneden, in vaste volgorde, elk lichaamsdeel apart. Dan afspoelen, ook van boven naar beneden. Dan opnieuw inzepen, helemaal. Afspoelen. Naspoelen met koud water, helemaal. Klaar. Volgende stap.
Afdrogen, van boven naar beneden, zorgvuldig, er mag niets nat blijven. Erik ging op de tweede handdoek staan en trok de schone kleren aan, behalve de sokken. Hij pakte de handoek en de zeep met het washandje en de vuile kleren en deed de deur van het douchehok open. Leg alles buiten de deur in de badkamer neer. Til een been op, droog de voet, zet hem neer buiten het douchehok. Andere voet hetzelfde. We staan buiten. Deur dicht. Sokken aan. Ene sok, aan, verschuiven tot hij goed zit, heen en weer, heen en weer, heen en weer, goed. Andere sok hetzelfde. Klaar.
Erik pakte alle spullen op van de vloer en liep door de gang naar zijn kamer. Hij legde de zeep terug op de wastafel, waste zijn handen en droogde ze af.
Hij pakte zijn schoenen en ging op het bed zitten. Duisternis dreigde en Angst schokte. De schoenen waren moeilijk, om ze goed aan te krijgen. Vaak moesten ze meerdere keren aan en uit voordat ze goed zaten en bij elke keer werd het innerlijke lawaai luider.
Vandaag lukte het in drie keer en Erik haalde diep adem toen hij klaar was. Het aankleden was gelukt. Nu naar de huiskamer. Jas meenemen, voor straks.

Onderweg naar de huiskamer gooide Erik de gebruikte handdoeken in een van de wasmanden die op de slaapgang stonden. Hij ging door de deuren die de slaapafdeling scheidden van de dagafdeling. Ze vielen achter hem in het slot. Overdag mocht je na half tien niet meer op de slaapafdeling zijn. Maar de verpleegkundigen hadden hem hier nooit op aangesproken. Ze wisten dat hij veel tijd nodig had.
In de keuken haalde hij koffie uit de koffiemachine, in een papieren bekertje.
De huiskamer was nu rustig, de meeste mensen waren naar therapie. Erik keek naar de klok, het was tien over half elf. Nog een uur en vijfendertig minuten tot het middageten. Angst bewoog even bij de gedachte aan zoveel tijd.
Eerst roken. Erik draaide een shaggie en stak hem op. Hij had 's ochtends geen therapie en 's middags meestal ook niet, alleen drie keer per week sporten. Toen hij hier pas was, had hij creatieve therapie, maar hij flipte erop in dat lokaal te zijn en was gestopt met erheen te gaan. Gesprekken had hij maar af en toe, met zijn arts.
Erik was nu ongeveer twee maanden in de inrichting, nadat hij vorig jaar met kerst en oud en nieuw twee weken in het crisiscentrum was geweest. Hij was zijn huis ontvlucht toen de angst en de dwanghandelingen ondraaglijk werden en het hem niet meer lukte om alleen te zijn. Maar het was hier niet beter geworden. De dagen waren een langgerekte nachtmerrie van noodzakelijke handelingen, de duistere stemmen in zijn hoofd en de intense angst. De artsen en therapeuten schenen machteloos te staan. Het enige wat ze tot nu toe deden, was hem hier in de inrichting laten blijven, zodat hij misschien wat veiliger was. En ze hadden hem ingeschreven voor begeleid wonen.
Erik dacht aan zijn eigen huis, maar Angst vaagde het beeld meteen weg. Niet aan denken. Dat is de plek waar je gek bent geworden. Niet aan denken.
Het was volkomen uitzichtloos. Het verleden was verdwenen in de mist en een toekomst was er niet. He enige wat hem op de been hield waren de noodzaken.
Zijn shaggie was op. Het was tijd voor de ochtendwandeling. Hij liep de gang op en pakte zijn jas van de kapstok. De deur van het kantoortje was open. Binnen zat Anton achter de computer. Erik zei, ik ben even wandelen, en Anton keek op en zei, prima. De verpleegkundigen wilden het altijd weten als je naar buiten ging en ook als je weer terug was. Deze afdeling was niet gesloten, maar ze hielden graag overzicht.
Erik deed de deur van de afdeling open en liep de hal van het gebouw in. Binnenin bewoog het, zoals altijd als hij naar buiten ging. Hij liep de trap af en ging door de rechtervoordeur naar buiten.
Licht en kou. De buitenwereld voelde intens aan en Erik probeerde zich ervoor af te sluiten. Hij dacht aan de route die hij moest lopen, altijd dezelfde, langs de weg rechts van het plein tot aan de stoplichten, dan links, bij de volgende stoplichten weer links en weer terug naar het plein en naar binnen. Het was ongeveer tien minuten lopen.
Onderweg raasden Angst en Duisternis heen en weer en hij zag nauwelijks wat er om hem heen gebeurde. Alleen toen hij langs een puincontainer liep, lette hij op of er geen stofdeeltjes op zijn gezicht kwamen. Anders moest hij straks zijn gezicht weer wassen. Maar dit keer ging het goed.
Hij kwam weer bij het plein aan, liep om het grasveld in het midden heen en ging weer naar binnen, opgelucht dat de wandeling voorbij was. Hij ging de trap op en belde aan bij de afdeling. De deur kon alleen van binnenuit worden geopend, tenzij je een sleutel had, zoals de verpleegkundigen. Het was altijd afwachten tot er iemand kwam, patient of verpleegkundige, die open wilde doen. Erik zag een van de patienten, Martin, om de hoek van de huiskamer kijken en toen naar de deur lopen en open doen. Erik zei, bedankt, en Martin knikte en liep weer weg.
Het was vijf voor half twaalf. Nog vijftig minuten tot het middageten, als het op tijd begon. Dat hing ervan af of de tafel op tijd werd gedekt, wat behoorde tot de corveetaken van de patienten. Soms, als hij het durfde, hielp Erik met het tafeldekken, hoewel dat niet zijn taak was. Zijn taak was planten water geven, wat hij niet deed, omdat Duisternis het had verboden. Maar tafel dekken was moeilijk, omdat hij dan zoveel dingen moest aanraken. Bovendien moest hij vlak voor het middageten twee shaggies roken en een keer plassen, dat waren noodzaken. En als er teveel tegelijkertijd gedaan moest worden, dreigde Gekte de overhand te krijgen.
Er was niets meer te doen tot tien voor twaalf. Erik zat in zijn stoel en wachtte. Om hem heen kwamen mensen binnen, terug van therapie. Er werd gepraat en iemand zette de radio aan.
Met sommige van de patienten had Erik af en toe contact, maar meestal bleef hij op zichzelf, verdiept in de noodzaken en de stemmen van zijn spoken. Duisternis hield er niet van als hij met mensen praatte. Isolatie was een straf en een rechtvaardigheid.
Tien voor twaalf. Erik draaide een shaggie en stak hem op. Een shaggie roken kostte ongeveer tien minuten. Om twaalf uur draaide hij de tweede en rookte hem op. In de gang liepen mensen voorbij met de spullen voor de middagmaaltijd.
Tien over twaalf. Nog vijf minuten om te plassen. Erik liep naar de wc, degene die hij overdag altijd gebruikte, met het voorhokje met de wastafel en de betonnen vloer. Hij ging naar binnen. Hij moest niet plassen, maar het was een noodzaak. Hij deed zijn broek los en perste tot er een klein straaltje urine uit kwam.
Hij dacht dat hij opspetterende druppeltjes urine op zijn gezicht voelde en verkrampte en Duisternis jankte triomfantelijk. Nu moest hij ook zijn gezicht wassen.
Hij deed zijn broek weer vast en ging naar de wastafel. Hij waste zijn handen en zijn gezicht, trok drie papieren handdoekjes uit de houder en droogde zijn handen. Daarna trok hij twee papieren handdoekjes eruit en droogde zijn gezicht.
Opschieten, het middageten begint. Erik liep snel naar de eetkamer, samen met de andere mensen die uit de huiskamer kwamen. Hij ging de eetkamer binnen, waar de tafels gedekt waren, en ging naar zijn gebruikelijke plaats aan de middelste tafel. Er moest gewacht worden met eten tot een verpleegkundige het sein gaf om te beginnen, maar sommige patienten pakten alvast boterhammen. De verpleegkundigen waren vaak laat en vandaag ook. Erik voelde Angst in zich bewegen. Hij moest zes boterhammen eten, drie dubbele, en er was maar tijd tot kwart voor een, dan was het middageten voorbij.
Hans van de verpleging kwam binnen en zei, eet smakelijk allemaal. Iedereen begon zijn boterhammen te smeren en te eten. Erik schonk melk in en pakte brood en kaas voor de eerste twee boterhammen.

Om kwart voor een zei Hans, prettige middag allemaal, en iedereen stond op en zette op weg naar buiten zijn bord op de etenskar. Erik haastte zich. Om een uur had hij sport, en hij moest nog koffie drinken, roken, plassen en gymspullen pakken. En soms kwamen er nog noodzaken bij, dat was niet altijd te voorspellen.
Door de gang naar de keuken. Koffie pakken, terug naar de huiskamer. Een plek zoeken, temidden van de drukte. Shaggie draaien, roken en koffie drinken. Snelle, haastige trekjes nemen. Klaar. Zeven voor een. Nu plassen.
Hij kon weer niet, maar perste er een paar druppels uit en waste zijn handen en gezicht.
De deuren naar de slaap afdeling waren tussen de middag een uurtje open. Erik liep snel naar zijn kamer, die helemaal achterin de slaapafdeling was, kamer 101. Hij pakte zijn gymspullen uit de kast. Het waren alleen sokken en gymschoenen, voor de rest hield hij tijdens het sporten zijn gewone kleding aan. Hij haastte zich weer terug naar de dagafdeling.
Anna, de sportbegeleidster, stond in de gang te wachten. Ze was een aardige, hartelijke vrouw en Erik voelde zich enigzins op zijn gemak bij haar. Ze gingen met nog twee patienten, Mike en Theo, naar buiten en liepen naar de tramhalte. De sportzaal was in de stad, ongeveer een kwartier reizen met de tram.
De tram kwam er nog niet aan en Erik draaide een shaggie en stak hem op. Hij rookte en wisselde opmerkingen uit met Anna. In de tram was het druk en ze moesten blijven staan. Na vier haltes stapten ze uit en liepen naar een andere halte, waar ze wachtten op de volgende tram. Erik keek voorzichtig om zich heen. Hij voelde zich ongemakkelijk nu hij zover van de inrichting was. Maar met andere mensen erbij was het gemakkelijker dan wanneer hij alleen was. Zijn spoken waren nu rustiger, zelfs Duisternis hield zich koest.
De tram kwam en ze stapten in. Er was plaats om te zitten en Erik zat naast een onbekende. Na zes haltes stapten ze uit en staken de weg over. Het was een paar minuten lopen naar de sporthal.
Ze kwamen aan bij de sporthal, die deel uitmaakte van een buurthuis, en gingen naar binnen. Er stonden een paar mensen in de hal en Erik herkende ze van vorige keren, al kende hij hun namen niet. Zijn groepje sportte samen met hen. Zij waren ook met een begeleidster. Waar ze vandaan kwamen, een andere inrichting of iets anders, wist hij niet.
De zaal werd nog gebruikt door een groep kinderen, en ze wachtten op de bankjes in de hal. Erik deed niet mee met het gesprek, hij luisterde alleen en keek om zich heen. Angst was weer meer op de voorgrond en hij vroeg zich af hoe hij door de middag heen moest komen en wanneer hij de volgende keer moest plassen, tijdens het sporten of daarna.
De kinderen kwamen de zaal uit en verpreidden zich door de hal. Erik en de anderen stonden op en liepen de zaal in en naar de kleedkamers.
In de kleedkamer trok Erik zijn sokken en schoenen uit, en hij trok zijn sportsokken en gymschoenen aan. De meeste mensen in de kleedkamer kleedden zich helemaal om, in sportbroeken en sportshirts, iets wat Erik ook wel wilde, maar niet durfde. Duisternis verbood hem naar een winkel te gaan voor sportkleding. Hij had eenmaal geprobeerd om een geleende joggingbroek te dragen, maar Angst was heftig tekeer gegaan en Erik had zijn spijkerbroek weer aangetrokken.
Hij liep de zaal binnen, waar al enkele mensen aan het voetballen waren. Hij ging op het veld staan en wachtte af tot er een bal zijn richting uit zou komen. Even later kwamen de begeleidsters het veld op en iedereen ging zitten op de bank die langs de lengte van het veld liep. De begeleidsters zeiden, we gaan eerst een paar rondjes lopen als warming-up.
Nadat iedereen drie rondjes om het veld had gehold, werden er netten opgehangen om te gaan volleyballen. De mensen werden in teams verdeeld en de wedstrijden begonnen.
Erik probeerde zich op het spel te concentreren, maar dat lukte niet erg. Hij bleef zich voortdurend bewust van zichzelf en de anderen in de zaal. Hij was waakzaam en angstig voor mogelijke bedreigingen, ook al wist hij niet wat die bedreigingen dan waren.
Je moet dood, zei Duisternis tegen hem. Je kunt nu wel meedoen met dit spel en net doen alsof je ook een mens bent, maar dat ben je niet. Je bent een monster, een gedrocht, en het is je plicht om jezelf dood te maken.
Angst begon te huilen en Erik dacht, moet ik nu gaan plassen of straks.

Toen de volleybalwedstrijden waren afgelopen, gingen ze voetballen en daarna was het voorbij en ging iedereen weer naar de kleedkamer. Erik trok zijn gewone sokken en schoenen weer aan, stopte zijn gymspullen in zijn tasje en liep naar de hal om op Anna en de anderen te wachten.
Tijdens de rit terug in de tram zei Duisternis, iedereen haat jou. En ze hebben gelijk, want je bent walgelijk. Waarom maak je er geen eind aan?
Erik probeerde hem te negeren, maar Duisternis hield aan. Je bestaan is zinloos en uitzichtloos. Doe het nu maar.
Ik kan niet.
Je kunt het best. Probeer maar.
Ik durf niet. Ik ben bang.
Lafaard. Ellendig wezen. Gen wonder dat iedereen je haat en veracht.
Dat weet ik. Maar toch durf ik niet.
Je bent hopeloos. Wacht maar. Ik zal je leven tot zo'n hel maken, dat je er om zult smeken te mogen sterven.
Je doet maar. Het kan me niet schelen. Ik ben al in de hel.

Toen ze terugkwamen in de inrichting was het tien voor vier. Erik dacht, nog een uur en veertig minuten tot het avondeten. Het was rustig in de huiskamer. Erik ging zitten roken. Om half vijf ging de slaapafdeling weer open, dan kon hij zijn jas en gymspullen naar zijn kamer brengen en zijn bed opmaken.
Hij keek naar de andere mensen in de huiskamer. Iemand zat de krant te lezen, anderen zaten net als hij te roken en weer anderen deden niets. Een man die Paul heette, liep heen en weer door de kamer, soms liep hij de gang op en dan kwam hij weer terug om opnieuw heen en weer te lopen.
Gekte schoof met zijn waarneming en de wereld leek onwerkelijk en bevroren, alsof het eeuwig nu zou blijven. Angst jammerde zachtjes en Erik dacht haastig aan wat hij nog moest doen voor het avondeten.
Lisa, een van de verpleegkundigen, kwam de huiskamer binnen en ging naast iemand zitten. Ze begonnen op zachte toon een gesprek.
Erik keek naar de stoelen die langs de lange raamkant van de kamer stonden, naar de korte kant van de kamer voor hem, waar een plantenbak en een tv stonden, naar de lange gangkant rechts van hem, waar ook weer stoelen en de stereo-installatie stonden en waar de deur was. Hij wist dat achter hem twee tafels tegen de andere korte muur stonden. Deze kamer was zo vertrouwd, zoals de hele afdeling dat voor hem was. Hij kon zich niet voorstellen dat die ooit anders was geweest, of zou veranderen.
Het was half vijf. Erik liep de gang op, naar de slaapafdeling. De deur van de slaapafdeling was nog op slot en Angst kwam opzetten. Hij had maar een half uur om zijn bed op te maken, want om vijf uur en tien over vijf moest hij roken, daarna plassen en vijf minuten speling hebben voordat om half zes het avondeten begon. Het waren allemaal noodzaken en Duisternis grauwde al bij het idee dat ze niet gedaan zouden kunnen worden.
Erik liep terug naar de dagafdeling, naar het kantoortje waarvan de deur nu dicht was. Hij zag door het glas van de deur dat er mensen binnen waren, maar aarzelde om aan te kloppen.
Ja, wat ga je nu doen he, gromde Duisternis. Ze zullen je vervelend vinden als je gaat vragen of de slaapafdeling open mag.
Weet je wat, giegelde Gekte, laat de boel de boel en maak je bed gewoon niet op... misschien is het wel leuk.
Angst krijsde hard en Erik snakte naar adem van de schok en klopte op de deur. Hij zag dat Constant, een van de verpleegkundigen, opkeek en deed de deur half open. Eh hai, mag de deur van de slaapafdeling open, vroeg Erik. Constant keek op de klok en stond op. Hij liep zwijgend mee met Erik naar de slaapafdeling en deed de deur van het slot. Bedankt, zei Erik en Constant knikte en liep weg.
Erik liep naar zijn slaapkamer. Hij had nog vijfentwintig minuten om zijn bed op te maken en als er geen noodzaken bijkwamen ging het waarschijnlijk wel lukken, dacht hij.
Hij legde de gymspullen terug in de kast en hing zijn jas op. Daarna trok hij de lakens en de deken van het bed en maakte het op. Aan de kast bij het hoofdeinde van zijn bed hing zijn sjaal aan een kleerhanger. Hij trok hem zes keer recht. Duisternis zei, die gaat vannacht op je hoofd vallen. Erik trok hem nog drie keer recht en controleerde vier keer of de hanger stevig hing.
Hij keek naar de kast en aarzelde. In de binnenzak van zijn jas zat een nieuwe aansteker. Als de jas in de kast hing, moest de aansteker rechtop in de binnenzak zitten, anders zou hij misschien ontvlammen en brand veroorzaken. Iedereen in de inrichting zou sterven en het zou Erik's schuld zijn.
Ik heb nu geen tijd, dacht Erik. Ik controleer het later wel. Maar Duisternis siste en Angst begon te huilen en Erik deed de kast open en voelde in de binnenzak van zijn jas. De aansteker zat er rechtop in. maar toen hij zijn hand terugtrok, speelde Angst hoog op en zei, hij is omgevallen, je moet het nog een keer controleren. Erik controleerde het nog een keer. Angst. Nog een keer. Nog een keer. Nog een keer, steeds sneller. Hij had geen tijd meer, geen tijd meer...
Erik rukte zich los van de noodzaak, deed de kast dicht en strompelde naar de deur van zijn kamer. Duisternis brulde. Erik rukte de deur open en liep de gang op. Hij keek naar de klok aan het eind van de gang, waar de dagafdeling begon. Hij wist dat hij van hier niet kon zien hoe laat het was, maar hield zijn blik op de klok gericht terwijl hij door de gang liep. Halverwege kon hij zien dat het vijf voor vijf was en hij voelde zich opgelucht.
In de huiskamer ging hij weer zitten en wachtte tot het een minuut voor vijf was, voordat hij een shaggie draaide en opstak. Hij rookte hem op, draaide een nieuwe en rookte die ook op. Het was nu achttien minuten over vijf. Hij wachtte twee minuten en ging plassen.
Bij het plassen spatte er weer urine op zijn gezicht. Is dat wel echt zo, dacht Erik verward, of verbeeld ik het me. Gekte borrelde in hem op en Duisternis spreidde zich over hem uit. Durf dat eens te denken! Probeer maar eens om je gezicht niet te wassen en kijk wat er gebeurt!
Erik huiverde en maakte zijn broek dicht. De noodzaak klemde zich als een bankschroef om hem heen en hij liep als een robot naar de wastafel, waste zijn handen en gezicht, maakte met drie handdoekjes zijn handen droog en met twee handdoekjes zijn gezicht. Er zaten nog maar weinig handdoekjes in de houder en Angst kreunde, ze raken op en er zijn er niet genoeg meer en misschien vullen ze ze niet bij...
Erik liep de wc uit en ging weer naar de huiskamer, waar hij ging zitten. Het was vijf voor half zes. Mensen kwamen binnen en gingen zitten wachten op het avondeten.
Om vijf over half zes hoorde Erik het geluid van de etenskar die door de gang werd geduwd. Hij wachtte totdat hij Constant met de kar langs de deuropening van de huiskamer zag lopen, stond op en liep de gang in. Constant liep met de kar naar de eetkamer en stopte voor de deur. De mensen van de afdeling liepen langs hem heen naar binnen en gingen zitten aan de tafels, die gedekt waren met bestek, bekertjes en kannen water. Erik ging op zijn vaste plek zitten. Constant liep heen en weer met de etensbladen, die warm waren gemaakt in de etenskar, en bracht ze naar degenen voor wie ze bestemd waren.
Toen iedereen van een etensblad was voorzien, zei Constant, eet smakelijk, en de mensen tilden de deksel van het etensblad, schonken water in en begonnen te eten.
Er was soep in een klein kommetje en een hoofdschotel van aardappelen, groente en vlees of een vegetarische schnitzel. Erik en nog een paar mensen aten vegetarisch, maar de meeste mensen hadden vlees. Er was ook een toetje in een plastic bakje met een deksel erop.
Toen de meesten hun eten op hadden, deelde Constant de toetjes uit die over waren. Erik wilde graag nog een toetje, maar durfde dat niet te zeggen. Het was verboden door Duisternis. Het deed hem pijn niet te kunnen zeggen wat hij wilde, maar de moed ontbrak hem tegen Duisternis op te staan.
Iedereen was klaar en Constant zei, prettige avond, en de mensen stonden op met hun lege etensblad en liepen de deur uit. De etensbladen werden teruggezet in de etenskar, die nog voor de deur stond.
Erik ging zijn handen en mond wassen en daarna liep hij naar de keuken om koffie te halen. Met de koffie ging hij naar de huiskamer en ging zitten roken. Iemand had de tv aangezet, er was een serie die Erik vaker had gezien, over een advocaat bij het leger.
De avonden duurden altijd het langst. Erik ging pas laat slapen, tussen elf en twaalf uur, eerder was verboden door Duisternis. De meeste mensen op de afdeling gingen eerder slapen, sommigen al om negen uur.
Zijn shaggie was op en het was bijna vijf voor half zeven. Er zaten een stuk of acht mensen in de huiskamer, sommigen keken tv, anderen lazen of zaten te praten of deden niets. Soms deden ze met een aantal mensen een spelletje, meestal mens-erger-je-niet. Erik deed soms mee, maar niet vaak, omdat het zijn schema in gevaar kon brengen.
Hij wachtte en was zich sterk bewust van zichzelf en zijn omgeving. Gekte zoemde zachtjes in zijn oren en een verre Duisternis rommelde. Het licht in de woonkamer leek vreemd. Soms zag hij bewegende lichtplekken op de muren, soms ook letters of woorden. Het joeg hem geen schrik meer aan, het was vertrouwd geworden. Het hoorde bij Gekte.
Het was tien voor zeven, tijd voor koffie. Erik liep weer naar de keuken. De keuken was klein, met links de koffiemachine, daarna het fornuis, dat nooit werd gebruikt, en daarna de grote metalen koelkast. Vaak lieten mensen de koelkast open staan als ze er iets uit hadden gepakt en Erik deed hem dan weer dicht en moest dan zijn handen wassen, omdat hij de deur had aangeraakt. Soms leek het alleen maar alsof hij openstond en dan aarzelde Erik of hij wel of niet moest voelen of hij dicht zat, maar meestal voelde hij dan wel. Toen hij nog thuis woonde, had hij hetzelfde gehad met zijn koelkast, alleen was hij dan ook nog bang dat hij de koelkast verschoof als hij de deur te hard dicht deed, zodat hij hem weer recht moest zetten. Met deze koelkast kon dat niet, die was te groot om te verschuiven.
Tegenover de ingang van de keuken was een muur met een hoog raam en aan de rechterkant was een aanrecht met kastjes en een kleine elektrische oven. In de kastjes stonden borden en kopjes en beleg voor het middageten. De kopjes werden nooit gebruikt, iedereen nam de papieren of plastic bekertjes die naast de koffiemachine in een nis stonden, samen met de suiker en de theezakjes en de plastic roerstaafjes.
In het oventje werden door sommige mensen 's avonds tosti's gemaakt. Erik hield van tosti's, maar durfde ze niet te maken of te eten. Het maakte geen deel uit van het schema om na het avondeten nog iets te eten en Duisternis vond het niet goed.
Erik haalde koffie uit de machine, extra sterk, zoals altijd, en liep ermee terug naar de huiskamer. Hij ging weer op dezelfde plaats zitten en draaide een shaggie.
De koffie was vies, zoals altijd, maar Erik was gewend geraakt aan de smaak. Hij dronk hem zwart zonder suiker.
Voor zijn stoel zat een plakkerige vlek op het linoleum van de vloer, waar ooit een bekertje limonade of iets dergelijks was omgevallen. Erik probeerde zijn schoenen zo neer te zetten dat hij de plek vermeed, maar was bang dat het aan de onderkant van zijn schoenen zou komen en daar blijven zitten. Hij was het liefst ergens anders gaan zitten, maar dit was zijn vaste plaats en hij mocht van Duisternis alleen ergens anders gaan zitten als deze plek al bezet was.
Erik keek naar zijn zwarte leren schoenen, die hij de hele dag droeg, behalve 's ochtends voor het douchen, dan liep hij op zijn sokken. Dat was eigenlijk tegen de regels van de inrichting en Linda, de schoonmaakster, wees hem daar steeds op, maar Erik negeerde dat. De meeste mensen op de afdeling liepen als ze binnen waren op slippers of pantoffels, maar Erik had die niet, en hij mocht ze van Duisternis niet gaan kopen.
Het enige wat hij kocht was shag, vloetjes, aanstekers, zeep en shampoo. Als zijn geld op was, pinde hij geld tijdens een van zijn wandelingen bij een vaste pinautomaat die op zijn route lag. Shag, vloeitjes en aanstekers kocht hij bij een sigarenman op de hoek van het plein dat voor de inrichting lag, en zeep en shampoo bij een drogist die ook op zijn wandelroute lag.
Hij rookte veel en deed ongeveer twee dagen met een pakje shag. De meeste mensen hier rookten en rookten veel. In de huiskamer, de enige plek op de afdeling waar gerookt mocht orden, hing altijd een lucht van oude asbakken en Erik's kleren roken er ook naar. De asbakken in de huiskamer zaten meestal overvol en af en toe gooide iemand de inhoud in een metalen verzamelbak voor as, of gewoon in de vuilnisbak die naast de deuropening stond. Dat laatste maakte Erik altijd bang als hij dat zag gebeuren, vanwege de mogelijkheid van brand door een niet goed gedoofde peuk.
Af en toe kwamen er verpleegkundigen in de huiskamer een sigaret roken, als ze even niets te doen hadden. Een van hen, Francesca, probeerde al tijden met roken te stoppen, maar het lukte haar niet en dan kwam ze toch weer een sigaret roken.
De meeste verpleegkundigen waren aardige mensen en Erik was blij dat ze er waren, ook al was er een grote kloof tussen hem en hen, die van Angst, Duisternis en Gekte. Ze wisten niets van hem en vroegen er ook niet naar, ze zorgden alleen voor hem en soms, als Angst bovenkwam, ging hij naar hen toe en zei onsamenhangende woorden, omdat hij niet wist wat hij wilde zeggen. Meestal ging het om een noodzaak die dreigde te mislukken, zoals pindakaas die op was, terwijl hij die nodig had voor de ochtend- en middagmaaltijd, of als hij niet meer wist wat hij ook weer eerst moest doen volgens zijn schema. Dan praatten ze met hem en probeerden hem gerust te stellen, en soms hielp dat een beetje. Maar ze begrepen niets van wat er met hem aan de hand was. Erik begreep het zelf ook niet, maar het was zijn enige realiteit en alles wat daarbuiten viel was een mistig vermoeden, waar hij niet naar wilde en durfde te kijken.
Erik keek naar de klok, het was bijna kwart voor acht. Om vijf voor acht was het weer tijd voor koffie, daarna plassen, daarna wandelen. Hij moest in totaal nog drie keer plassen vanavond, om tien over acht, om vijf over half elf en vlak voor het slapen gaan. Hoe laat dat was wist hij niet, want daarvoor was hij een tijd bezig op zijn kamer en daar was geen klok.
Koffie. Hij stond op en liep door de gang naar de keuken, langs het kantoortje waarvan de deur nu openstond, zoals meestal als ze niet bezig waren met de overdracht. Hij kwam langs een deur waarachter de lift was, die bijna nooit werd gebruikt, enkel voor het halen van de etenskar uit de koelruimte in de kelder van het gebouw. Meestal deden de verpleegkundigen dat, maar als ze het druk hadden, vroegen ze soms een van de patienten om het te doen.
De gang was breed en aan beide zijden liep een leuning langs de wanden. Op de momenten van Gekte probeerde Erik soms die eruit te trekken, maar toen het een keer bijna lukte, schrok hij daarvan en hield ermee op.
Aan het eind van de gang was aan de rechterkant een therapieruimte en daarnaast een gespreksruimte, eigenlijk een klein hokje met een deur van kleine glazen ruitjes. Er stonden stoelen, een bureau en een computer. Soms gingen verpleegkundigen hier zitten om te werken.
Daarnaast was de keuken en links daarvan begon de gang naar de slaapruimte. De eerste kamer in de slaapgang was een isoleercel, maar die werd gebruikt als gewone slaapkamer. Op deze afdeling werden geen mensen geisoleerd. Als iemand te aggressief was, ging hij naar de gesloten afdeling, aan de overkant van de hal.
Erik haalde koffie uit de machine, die pruttelde en sputterde. Soms ging de koffiemachine stuk en spoot er chocolademelk over de vloer. Dan moest iedereen wachten tot een verpleegkundige hem had open gemaakt en weer gerepareerd.
Hij liep terug naar de huiskamer, ging zitten en draaide een shaggie. Hij stak hem op en keek weer naar de klok. Twee minuten voor acht, alles liep volgens schema.
Duisternis bewoog en fluisterde, je moet naar buiten zometeen. Het is koud en donker. Misschien trap je in de hondenpoep. Erik probeerde hem te negeren, maar voelde zich onrustig bij de gedachte weer naar buiten te moeten. Maar het was een noodzaak, en bovendien had hij met de verpleegkundigen afgesproken dat hij tenminste drie keer per dag naar buiten zou gaan en een stuk lopen. Hij ging altijd 's ochtends, 's middags en 's avonds. Vandaag was hij 's middags naar de sporthal geweest, dat telde hij als lopen.
Zijn shaggie was op. Hij stond op en liep naar de deur, gooide zijn bekertje in de vuilnisbak. Hij liep naar de wc om te plassen. Bij het plassen voelde hij weer druppeltjes urine op zijn gezicht spatten. Duisternis lachte en Angst kromp in elkaar.
Hij waste zijn handen en gezicht en liep toen naar zijn kamer om zijn jas te halen.

Buiten was het koud en Erik huiverde. Hij was zich bewust van zichzelf, van de wereld, van zijn wanhoop. Hij keek naar beneden, naar zijn wollen jas, zijn spijkerbroek met de scheuren in de knieen, zijn zwarte schoenen. Hij dacht, hier loop ik, de gek, de pathetische patient. Het nietswaardige wezen. Duisternis gromde instemmend. Goed zo, je leert het wel.
De avondroute was een andere dan de ochtendroute, ook een rondje, maar dan de andere kant op. Het was stil op straat, af en toe kwam er een auto voorbij, maar Erik zag geen mensen lopen. Hij kwam bij de straat waar hij rechtsaf moest. Een gedeelte van deze straat was opgebroken en Erik was, zoals elke avond, bang voor zand aan zijn schoenen. Hij liep zo voorzichtig mogelijk over de houten planken die er waren neergelegd.
Weer rechtsaf, terug naar de inrichting. Erik dacht, wat als ik niet terug ga, wat als ik gewoon blijf lopen, voor altijd. Gekte giegelde. Ja, laten we dat doen. We blijven doorlopen, de andere dimensie binnen, en verdwijnen uit de wereld van de mensen.
Hij kwam weer bij de inrichting, ging naar binnen en liep de trap op. Hij belde aan bij de afdeling en Karel, een van de patienten, deed open. Erik liep naar het kantoortje en zei, ik ben er weer. Daarna liep hij naar zijn kamer om zijn jas op te hangen. Hij controleerde acht keer of zijn aansteker rechtop in zijn binnenzak zat, terwijl Angst jammerde.
Erik pakte zijn medicijnen uit zijn kast en haalde een pil uit het doosje. Hij had zijn medicijnen in eigen beheer, wat wilde zeggen dat hij eens per week een voorraadje kreeg en er zelf voor moest zorgen ze in te nemen. De meeste mensen op de afdeling kregen hun medicijnen per keer, op vaste tijden in het kantoortje. Waarom voor hem een uitzondering was gemaakt wist hij niet, maar hij vond het wel prettiger zo.
Hij liep met de pil naar de keuken en vulde een bekertje voor de helft met water, nam de pil in en spoelde hem weg. Daarna nam hij koffie in hetzelfde bekertje en liep naar de huiskamer.

Het was bijna tien voor negen. De huiskamer was vol, de meeste mensen keken naar de tv. Erik zag dat zijn eigen stoel bezet was en ging zitten op een van de stoelen die langs de raamkant stonden, naast een vrouw die Raja heette en met wie hij wel eens praatte.
Hij draaide een shaggie, rookte en dronk koffie. Bij deze stoel stond geen tafel en de kleine glazen asbak stond op de leuning van de stoel, dicht bij hem. Erik was onrustig door de gedachte dat er asdeeltjes in de lucht zweefden, die in zijn ogen zouden komen en daar ontstekingen zouden veroorzaken. Maar hij wilde de asbak niet aanraken om hem te verplaatsen, want dan zou hij zijn handen weer moeten wassen en er waren nog maar weinig papieren handdoekjes.
Om negen uur liepen de meeste mensen naar het kantoortje voor hun avondmedicatie. Sommigen liepen meteen door naar hun kamer om te gaan slapen, anderen kwamen weer terug naar de huiskamer.
Erik wachtte. Af en toe keek hij naar de tv, maar meestal naar de muur voor hem. Er hingen tekeningen aan die muur, van patienten die op deze afdeling waren of waren geweest. De meeste tekeningen waren chaotisch, kinderlijk en kleurig.
Om kwart over negen draaide hij weer een shaggie, ditmaal zonder koffie erbij. De volgende koffie was om tien voor tien. Erik was de enige die zo laat nog koffie dronk, de anderen namen limonade of vruchtensap of warme chocolademelk.
Meer mensen gingen slapen en de huiskamer werd steeds leger. Gewoonlijk was het een vast ploegje wat laat opbleef. Het was niet verplicht om te gaan slapen en de huiskamer bleef de hele nacht open, alleen de keuken ging om twaalf uur op slot.
Om tien voor tien stond Erik op en ging koffie halen. Hij voelde zich steeds onwerkelijker worden, zoals altijd gebeurde 's avonds. Hij vroeg zich af of hij een verpleegkundige om een gesprek zou vragen, maar Duisternis gromde en hij liet het idee gaan. Bovendien wist hij niet wat hij zou kunnen zeggen. Gekte lachte. Ja, ga ze maar eens vertellen wat je voelt en meemaakt. Onbegonnen werk.
Toen hij met zijn koffie terug liep naar de huiskamer, ging de telefoon in de gang. Erik liep erheen en nam op. Een man vroeg naar Lisa, een van de patienten. Erik zei, een momentje, liep naar de deur van de huiskamer en zei, Lisa, telefoon voor je. Lisa stond op, liep naar de telefoon en begon een gesprek. Erik zag dat zijn stoel weer vrij was en ging er op zitten.
Even voor half elf hoorde Erik dat de deur van de afdeling werd opengemaakt. De verpleegkundige voor de nachtdienst. Erik vroeg zich af wie het vandaag was. Toen de verpleegkundige langs de deuropening liep, zag Erik dat het Remco was, die hij niet zo aardig vond. Maar dat gaf niet, want hij hoefde niet met hem te praten, tenzij er iets mis ging.
Erik stond weer op en ging plassen. Daarna ging hij naar de keuken voor water. Dat was altijd het laatste wat hij dronk op een dag, om de koffie weg te spoelen. Hij dronk een half bekertje water in de keuken en nam een bekertje vol mee naar de huiskamer. Hij draaide een shaggie en rookte. Er waren nog drie mensen in de huiskamer, Martin, Dolf en Erik. Erik voelde zich gespannen. Zometeen zou hij gaan slapen en hij zag op tegen de voorbereidingen van het naar bed gaan. En hij moest zijn bekertje weggooien en soms raakte zijn hand dan de vuilnisbak aan en dan moest hij zijn handen weer wassen.
Hij rookte nog een shaggie, de laatste van die dag. Toen het shaggie op was, wachtte hij nog een paar minuten, stond op en zei, welterusten. De andere twee zeiden welterusten, en Erik liep naar de deur, gooide zijn bekertje in de vuilnisbak en liep de deur uit. Duisternis siste, je hebt de vuilnisbak aangeraakt! Ga je handen wassen! Erik wist dat het niet waar was, hij had de vuilnisbak niet aangeraakt bij het weggooien. Maar Angst kronkelde en jammerde en Erik liep naar de wc en waste krampachtig zijn handen.
Hij liep door de stille gang naar de slaapafdeling. Aan het begin van de slaapgang, aan een klein gangetje links, was de linnenkamer, waar handdoeken en lakens en dekens lagen. Erik ging er naar binnen, deed het licht aan en pakte twee handdoeken voor de volgende dag. Hij deed het licht weer uit en controleerde door aan de schakelaar te voelen of die helemaal op uit stond. Hij was altijd bang dat de schakelaar halverwege zou blijven hangen, dat er kortsluiting en brand zou komen en dat iedereen door zijn schuld zou omkomen. Na zes keer controleren, rukte hij zich los en liep de kamer uit.
Door de gang, naar zijn kamer. Hij had zijn kamer voor zichzelf, als een van de weinigen. De meeste mensen sliepen met twee of drie op een kamer. Erik was er blij mee, het idee van een kamergenoot joeg hem angst aan.
Hij deed de deur van zijn kamer open, liep naar binnen en deed het licht aan. Hij legde de schone handdoeken op het burootje, dat bij een van de ramen stond.
Eerst de verwarming uit. Hij draaide aan de thermostaatknop van de radiator totdat die op uit stond. Hij bleef de knop vasthouden en ernaar kijken en voelen of hij echt op uit stond. Hij liet hem los en Angst schoot door hem heen en hij greep de knop weer vast. Hij probeerde hem weer los te laten, maar dat lukte niet, hij bleef ernaar kijken en voelen of hij uit was.
Na een paar minuten liet hij de knop tenslotte los en begon aan het dichtdoen van de gordijnen. Die moesten precies goed dichtzitten, zodat er geen kieren waren waar het licht door kon. Hij deed het ene gordijn dicht en weer open en weer dicht en na negentien keer open en dicht doen zat hij goed. Het andere gordijn. Na drieentwintig keer zat hij goed dicht.
Erik poetste zijn tanden en daarna waste hij zijn gezicht om de spatjes tandpasta te verwijderen. Daarna ging hij op zijn bed zitten en trok hij zijn schoenen uit. Hij zette ze onder het burootje, maar ze stonden niet goed recht en hij verschoof ze in een poging ze precies recht te krijgen. Duisternis raasde heen en weer in de innerlijke ruimte.
Tenslotte stonden de schoenen recht en Erik stond op en maakte zijn zakken leeg. Portemonee, sleutels van zijn huis, shag, aansteker. Hij legde alles op de verste linkerhoek van het burootje.
Hij liep de kamer uit om te gaan plassen. Een paar deuren verderop was een wc achter een deur met een matglazen ruit. Het raampje van deze wc stond altijd open en er kwam koude lucht naar binnen. Erik plaste en waste zijn handen. De wasbak bij deze wc had alleen koud water, maar nu gaf dat niet, en deze keer hoefde hij zijn gezicht ook niet te wassen.
Hij liep weer terug naar zijn kamer. Bijna klaar voor vandaag. Op zijn kamer kleedde hij zich uit en legde zijn broek, t-shirt en trui opgevouwen op het burootje en zijn sokken en onderbroek over de leuningen van de stoel. Erik schoof de sokken heen en weer tot ze goed hingen.
Hij sloeg de deken en het laken van zijn bed terug. Daarna liep hij naar de deur waar de lichtschakelaar zat. Hij deed het licht uit en drukte op de schakelaar om te voelen of hij echt uit was. Omdat het nu donker was in de kamer en hij de schakelaar niet kon zien, voelde hij zich onzeker of de schakelaar helemaal uit stond. Hij drukte er weer op en begon te tellen. Een keer drukken, twee keer, drie keer... bij twintig hield hij op en begon opnieuw te tellen bij een. Na acht reeksen van twintig hield hij op. Angst protesteerde, maar Erik negeerde hem.
Nu de deur. Hij deed hem op een kier open en weer dicht en voelde aan de deurkruk of de deur goed dicht was. Hij liet de kruk los en greep hem weer vast en voelde opnieuw. Daarna deed hij hem weer open en weer dicht en voelde opnieuw. Na elke keer open en dicht voelde hij vijf keer en dan deed hij de deur opnieuw open en dicht en voelde weer. Na twaalf reeksen open en dicht hield hij hem dicht en drukte vierenveertig keer tegen de deur. Angst schreeuwde, want Erik wist dat de nachtverpleegkundige zometeen bij iedereen kwam kijken en dan zou hij zien dat Erik aan het controleren was, wat niemand mocht weten.
Erik deed de deur nog vijftien keer open en dicht, duwde twintig keer tegen de deur en rukte zich toen los van de noodzaak. Hij liep snel naar zijn bed, stapte erin en trok het laken en de deken over zich heen.

Donker, stilte. Af en toe streek er even licht van de koplampen van een passerende auto over de gordijnen, daarna was het weer donker.
Erik lag op zijn rug met zijn ogen open en hij voelde de wanhoop door hem heen kruipen en hem in bezit nemen. Zoals hij elke avond deed, smeekte hij God, in wie hij niet geloofde, dat hij deze nacht zou mogen sterven en dat hij niet weer een nieuwe dag zou hoeven mee te maken. Maar Duisternis lachte en zei, er is niemand die naar jouw gebeden luistert. Ik ben je enige god. En je zult niet sterven, je zult blijven leven tot het einde, want dat is je terechte straf. En je leven zal zijn zoals het nu is, voor altijd. Elke dag zal een hel zijn. Daar zal ik voor zorgen.
Erik geloofde hem. Hij bleef stil liggen en wachtte tot de slaap zou komen.



Reageren op dit verhaal? Mail naar: hjtieman@hotmail.com


terug naar index
Hosted by www.Geocities.ws

1