 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
| "Het edelhert" |
|
|
|
 |
|
|
Algemene informatie |
|
|
Op de hele wereld komen meer dan vijftig verschillende soorten herten voor. In ons land leven drie soorten herten: edelherten, damherten en ree�n. Edelherten en damherten leven voornamelijk in bosrijke gebieden. In Nederland is de Veluwe het grootste leefgebied voor deze herten en in Belgi� leven ze vooral in de Ardennen en de Hoge Venen. Ree�n leven voornamelijk in bosranden die aan weilanden grenzen. Ze komen verspreid over heel Nederland en Belgi� voor. Tegenwoordig worden steeds meer edelherten als boerderijhert gehouden. |
|
|
Edelherten zijn de grootste zoogdieren die in Nederland en Belgi� in het wild leven. Volwassen edelherten dragen een vrij groot gewei dat uitloopt in ronde stangen. Damherten zijn iets kleiner dan edelherten. Het gewei van damherten loopt uit in brede, plattte platen, die 'schoffels' worden genoemd. Ree�n zijn de kleinste hertachtigen. Alleen mannetjes dragen een gewei, dat uitloopt in spitse stangetjes. Bij edelherten en damherten wordt het mannetje hert genoemd, en het vrouwtje hinde. Bij reeen het het mannetje bok en het vrouwtje geit. De jongen van alle herten zijn kalfjes en een groep herten is een roedel. |
|
|
 |
|
|
|
|
Bronsttijd |
|
|
|
|
|
Herten zijn vrij schuwe dieren. Meestal komen ze alleen in de schemering uit hun schuilplaats. Maar als de herfst begint, wordt dat anders. Dan begint de paartijd, die bij herten de bronsttijd heet. |
|
|
De mannetjes onder de edelherten laten dan een luide liefdesroep horen. Ze lokken hiermee de hindes en laten de andere mannetjes weten dat ze niet te dicht in hun buurt moeten komen. Tijdens de bronstperiode bakenen de herten hun gebied af door een geurende vloeistof aan het struikgewas te smeren. Deze vloeistof komt uit een klier onder hun ogen. |
|
|
|
 |
|
|
|
|
Als het nodig is, gebruiken herten hun gewei om andere herten uit hun gebied te verjagen. Soms wordt bij zo'n gevecht ��n van de vechtersbazen gedood, maar meestal slaat de verliezer op tijd op de vlucht. Als de geweien van de vechtersbazen in elkeer verstrikt raken, komen beide herten om van de honger. Maar dat komt gelukkig bijna nooit voor. |
|
|
|
|
|
Planteneters |
|
|
|
Herten zijn planteneters. Edelherten en damherten eten graag kruidachtige planten, grassen, bladeren, bessen en jonge scheuten van bomen. In de herfst en winter doen ze zich ook tegoed aan eikels, kastanjes, beukennootjes, paddestoelen, boomschors, knollen, wortels en verschillende gewassen. Herten kauwen hun voedsel niet ��n, maar twee keer. Herten zijn dus herkauwers, net zoals bijvoorbeeld koeien. |
|
Kalfjes |
|
|
In mei of juni worden de kalveren geboren. De meeste edelherten en damherten brengen ��n kalfje ter wereld. Slechts af en toe wordt een tweeling of een drieling geboren. Ree�n zetten vaker een tweeling op de wereld. Als er niet genoeg voedsel is, zorgen ze er zelf voor dat er maar ��n of zelfs geen kalfjes geboren worden. Als het tijdstip van de geboorte aangebroken is, trekt de hinde zich terug uit haar roedel. Ze zoekt een veilige plek op om haar jong ter wereld te brengen. Na de geboorte van het kalfje wist de moeder alle sporen uit. |
|
|
|
 |
|
|
|
Het kalfje zelf valt in het struikgewas nauwelijks op dankzij de schutkleur van zijn vacht. In het begin staat het kalfje nog een beetje bibberig op zijn benen, maar binnen het uur heeft het al bij de moeder gedronken. De eerste dagen ligt het kalf veel alleen, beweegloos in het gras. Pas als het kalf na een paar dagen sterk genoeg is om echt te vluchten, loopt het met de moeder mee tussen de rest van de roedel. |
|
|
|
|
Gewei |
|
|
 |
|
|
|
|
Herten worden zonder gewei geboren. Maar al in het eerste levensjaar ontstaat een klein geweitje dat zich ieder jaar verder ontwikkelt. Het is een misverstand dat je aan het aantal vertakkingen van het gewei kan zien hoe oud een hert is. Tijdens de eerste levensjaren van een hert neemt het aantal vertakkingen weliswaar steeds toe, maar op hoge leeftijd wordt dat aantal juist weer kleiner. Bovendien heeft het aantal vertakkingen ook te maken met het klimaat, met de aanwezige hoeveelheid voedsel en met de hoeveelheid rust die een hert krijgt. |
|
|
|
|
|
|
Ieder jaar in de periode tussen januari en april werpen edelherten en damherten hun gewei af. Een reebok verliest zijn gewei al veel vroeger in de winter. De afgevallen geweien zijn een lekkernij voor andere bosdieren, zoals muizen, eekhoorntjes, dassen, vossen en wilde zwijnen. Kort nadat het gewei is afgevallen, verschijnen er twee zachte knobbels op de kop van het hert. Deze knobbels zijn het begin van een nieuw gewei. Na ongeveer honderd dagen is het nieuwe gewei uitgegroeid tot volle grootte. Het gewei groeit soms wel 6 centimeter per dag. |
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
Terug naar |
|
|
|
 |
|
|
|
Beginscherm |
|