HET ONTSTAAN VAN DE SOCIALISTICHE PARTIJ IN TERNAT, SINT-KATHERINA-LOMBEEK EN WAMBEEK

VAN HUYGENS TOT LEEMPOELS

De strijd van de BWP voor het algemeen stemrecht en sociale hervormingen

De Vlaamsche propagandaclub houdt in 1892 een meeting bij Sneppe in Ternat

De Parlementsverkiezingen van 1894

Julien Huygens landbouwkandidaat voor de BWP in 1896

Sint-Katherina-Lombeek in Le Peuple van 16 oktober 1897

Ternat in Le Peuple van 25 oktober 1897

"Wambeek-lez-Ternath" in Le Peuple van 17 januari 1898

1898: Bij Anselmus De Neef aan het station van Ternat

Bij Gustaaf De Graeve op den Essene-hoek

Concurrentie van de daensisten

Taalproblemen in de Brusselse federatie

Frans Leempoels komt naar Ternat wonen

De Gazet van Brussel

 

 

VOOR DE EERSTE WERELDOORLOG

De strijd van de BWP voor het algemeen stemrecht en sociale hervormingen

In 1877 werd - naar Duits sociaal-democratisch model - in Vlaanderen één der eerste socialistische partijen in Europa opgericht: de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij. De jonge partij had kernen in Gent, Antwerpen en Mechelen. De Brusselse Socialisten onder leiding van Dokter César De Paepe (1) en de jonge marmerbewerker Louis Bertrand (2) stichtten de Parti Socialiste Brabançon. Drie jaar later fusioneerden deze twee groepen tot de Belgische Socialistische Partij, die op haar beurt in 1885 opging in de Belgische Werkliedenpartij, na de aansluiting van Waalse arbeidersverenigingen.

De BWP oriënteerde zich op de strijd voor algemeen stemrecht (3) , om langs de verovering van een meerderheid in het parlement sociale hervormingen te kunnen realiseren.

 

De voornaamste eisen van de socialisten waren: de schoolplicht, de scheiding van kerk en staat, de gelijkheid voor het gerecht en de rechtspersoonlijkheid van de vakbonden. In het economische en sociale luik werd de arbeidsreglementering aangepakt. De BWP eiste de afschaffing van kinderarbeid (4) , de beperking van vrouwenarbeid (5) , werktijdverkorting (6), invoering van een wekelijkse rustdag, gezondheidscontrole in de ondernemingen en een reglementering voor arbeidsongevallen.

"De BWP hoopt hervormingen te verwerven en voor alles, de sleutel van alle hervormingen: het algemeen stemrecht, zonder gebruik te maken van geweld," stelde Louis Bertrand Het voornaamste wapen om dat algemeen stemrecht te verkrijgen was de algemene staking of de dreiging ermee. In 1890 zwoeren 100.000 betogers in Sint-Gillis dat zij tot het bittere einde zouden strijden voor hun politieke rechten. In 1891 legden 100.000 mijnwerkers de steenkoolindustrie stil en op 11 april 1893 brak de algemene staking uit. Onder druk van de algemene staking konden de grondwetgevende kamers niet anders dan het kiesstelsel hervormen. Uit angst de macht te verliezen verwierpen zij weliswaar het algemeen enkelvoudig stemrecht maar voerden zij toch het algemeen meervoudig stemrecht (7) in. Die hervorming bracht het aantal enkelvoudige stemmen op 853.000 en het aantal meervoudige op 1.240.000. De socialistische leiders – die hun kansen om verkozen te worden zagen stijgen – bliezen de staking af. Een jaar later, in 1894, haalde de BWP 346.000 stemmen bij de parlementsverkiezingen en stuurde 28 verkozenen naar het parlement (8).

 

 

De Vlaamsche propagandaclub houdt in 1892 een meeting bij Sneppe in Ternat

Op zondag 21 februari 1892 organiseerde de "Vlaamsche Propagandaklub" van de Brusselse Federatie van de BWP voor het eerst een meeting in Ternat. Ze vond plaats in de zaal Concordia, "bij Sneppen, op den Dries", lezen we in de Vooruit (9) van 25 februari 1892. Sprekers waren Massin, Van Wilder (vooruitstrever) en Droesbeke (vooruitstrever).

De zaal Concordia was eigenlijk gelegen in het begin van de huidige Molenstraat (ter hoogte van restaurant ’t Molentje en volgende percelen) op enkele meters van de Dries (nu Marktplein). Deze straat maakte vroeger deel uit van de Steenweg Opalfens (volgens Lascabanne) en later de Brusselse Steenweg (bevolkingsregister 1900) of Chaussée de Bruxelles (prentbriefkaarten ca 1909).

De zaal was eigendom van Jan Sneppe, een vederbereider die in de huidige Reukenstraat een werkplaats had waar panachen, de vederbosjes voor het wipschieten vervaardigd werden (Ternat had een bloeiende handboogschuttervereniging de Sint-Sebastiaansgilde, daterend uit de middeleeuwen, afgeschaft onder de Franse bezetting en heropgericht in 1828).

Jan Sneppe huwde met Caroline d'Allecourt (°St-Gillis 23/8/1863), een onderwijzeres die les gaf in de gemeenteschool. Vanaf 1886 wonen ze in de Brusselsesteenweg nummer 6.

Dochter Lena Sneppe huwt omstreeks 1900 Raymond Wathelet, een socialist uit Jette, die in 1932 één van de kandidaten is van de socialistische lijst, getrokken door Frans Leempoels, die deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen.

In 1828 was een J.B. Sneppe, lid van de gemeenteraad (Th. Poodt, Gesch v Ternath, pg 290)

De propagandaclub was in oorsprong opgericht als de politieke afdeling van de socialistische Vlamingen in de hoofdstad. Al vlug deed men er echter ook een beroep op om in de directe omgeving van Brussel "het goede woord te verspreiden", aldus de Vooruit van 14.01.1886.

Vermits de propagandaclub te beperkt was in zijn mogelijkheden moest hij de Gentse socialisten om bijstand vragen (Vooruit 18.12.1891). Op een vergadering van de Brusselse Federatie in 1893 werd beslist dat er dringend een meer permanente vorm van propaganda moest komen in de Vlaamse rand rond Brussel. Daarvoor moesten er meer Vlaamse sprekers komen. Er werd een Vlaamsche Sprekersschool opgericht waar de propagandisten in spe les kregen over het partij- en landbouwprogramma van Louis Bertrand. De propaganda werd gesystematiseerd. De werkersbonden van de voorsteden van Brussel (o.m. Anderlecht en Molenbeek werden ingeschakeld om elke zondag de socialistische pers te gaan verspreiden op het platteland. Met de verkiezingen van 1894 in het verschiet ondernamen de Brusselse militanten, onder druk van de nieuwe kieswet (in 1893 was het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd), nu ook steeds meer propagandatochten in de kantons Lennik, Asse en Wolvertem.

Jan Volders van de Brusselse Federatie knoopte onderhandelingen aan met de "Ligue du Suffrage universel" die de linkervleugel van de progressisten groepeerde en het algemeen stemrecht propageerde. Op een meeting met Volders liet de liga echter haar principiële opstelling vallen. Ze ging de hele Brusselse liberale lijst steunen, zonder van de doctrinaire kandidaten te eisen dat zij zich zouden inzetten voor het algemeen stemrecht. De socialisten steunden uit tactische overwegingen toch ook de liberale lijst om te voorkomen dat de katholieken in de kamer een tweederde meerderheid zouden halen en aldus hun mening zonder enige tegenstand zouden kunnen doordrukken bij de grondwetsherziening.

 

 

Bij de parlementsverkiezingen van 1894 haalde de BWP 346.000 stemmen en stuurde 28 verkozenen naar het parlement

In augustus 1894 organiseert de Werkersbond van Molenbeek een meeting "bij de weduwe Sneppe, dicht bij de Kerk van Ternat", zo melden "De Landbouwer", een weekblad van de BWP voor de landbouwers, en "Le Peuple".

Bij Sneppe, Herberg en Feestzaal, rechts vooraan

In september van datzelfde jaar vond er ook een meeting plaats aan de Kerk van Sint-Katherina-Lombeek. Sprekers daar waren Van Veghelen en Edmond Van Beveren (10)

Bij de parlementsverkiezingen in 1894 kende de BWP een eerste doorbraak, vooral in Wallonië en Brussel. Te Brussel gingen de liberalen met een verenigde lijst (van doctrinairen en progressisten) de strijd aan en behaalden 61.000 stemmen. De socialisten slaagden erin op eigen kracht 40.000 stemmen te vergaren. Bij de tweede stemronde besloten de socialisten alle liberalen te steunen tegen de klerikalen. De rechtse liberale kiezers waren echter zo geschrokken van de electorale aardverschuiving dat zij de val van de katholieke regering verhinderden door op de katholieke lijst hun stem uit te brengen.

In de Brusselse "Association Libérale" waren de politici onder leiding van E. Feron gekant tegen het opnieuw openen van de strijd voor het algemeen stemrecht, dit tot groot ongenoegen van de radicale linkervleugel. In het zicht van de parlementsverkiezingen scheurde deze radicale vleugel (met haar weekblad La Justice) zich af en verbond zich met de BWP. De radicalen waren ook ontstemd over het akkoord tussen progressisten en doctrinairen. De overkomst van de radicalen versterkte de BWP met een aantal briljante advocaten (G. Grimard, E. Brunet, M. Hallet, L. Furnémont, H. La Fontaine) en opvallende figuren zoals de Antwerpse arts M. Terwagne en de Brusselse journalist R. Rens.

De Gentse socialistenleider Edward Anseele (1856-1938) werd in 1894 te Luik tot volksvertegenwoordiger verkozen, meteen de eerste Vlaamse socialist in de Kamer.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen bleef de "doorbraak' in Vlaanderen beperkt tot Gent, waar de socialisten in 1895 (11) de relatief sterkste fractie van de gemeenteraad vormden.

 

Julien Huygens landbouwkandidaat voor de BWP in 1896

In Sint-Katherina-Lombeek behaalde landbouwer Julien Huygens bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1895 als kandidaat van de BWP op een lokale lijst 200 stemmen.

Julianus Huygens werd geboren te Wambeek op 13 november 1852. Hij was, volgens het register van de burgerlijke stand: de zoon van Egidius Josephus Huygens, pagter, 39 jaar, geboren te Sint-Martens-Lennik en Felicia Van den Hauwe, pagteresse, 40 jaar, geboren te Liedekerke, wonende te Wambeek Wijk C.14.

Op de kadastrale kaart van PC Popp van 1860 komt perceel 14 niet meer voor, wel nog 13 en 15. Het gaat dus om de woning op de hoek van Fossenberg en Molestraatje.

De geboorte wordt de volgende dag genoteerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, schepen Joannes Franciscus Jans. Andere kinderen waren o.a. Barbara (1885) die huwt met Petrus Anckaert uit Pamel en vanaf 1900 een herberg uitbaat aan het Station van Ternat en Benedictus Desiderius (1860) die "pagter" wordt en huwt met Maria Van der Straeten uit Ternat in 1890. "Désiré" woont volgens het bevolkingsregister tot 1896 samen met zijn vrouw en een dienstknecht (tot 1894) in de Loddershoekstraat

Uit de Atlas der Buurtwegen

waarna ze naar Ternat verhuizen. Désiré komt later, als weduwnaar, bij Barbara wonen. .

Egidius Josephus Huygens was van 1847 tot 1878 burgemeester van Wambeek (12) . Hij was een afstammeling van de 17de-eeuwse Noordnederlandse letterkundige-diplomaat Constantijn

en de beroemde natuurkundige Christiaan Huygens.

Julien studeert, volgens kleindochter Jeanne, eerst in Aalst, waar hij in contact komt met Pieter Daens en het Daensisme

en daarna in Gent voor ingenieur-brouwer. Vader Huygens had immers een boerderij-brouwerij in de Dronkenberg(straat), nu een deel van de huidige Dronkenborrestraat in Wambeek-Overdorp, (zie hierboven perceel 276).

In de kadastrale atlas van Van der Maelen, opgemaakt na de Franse Revolutie wordt de brouwerij (perceel 276/b) vermeld als eigendom van Petrus-Vitalis Vandermijnsbrugghe. In de latere versie van Popp in 1850 is er geen sprake meer van een brouwerij.

Waarschijnlijk wou Julien dus de brouwerij heropstarten. De sociaal voelende Julien kreeg het al vlug aan de stok met zijn vader. Herenboeren hadden de gewoonte hun personeel brutaal te behandelen en te slaan. Julien verzette zich daartegen en eiste van zijn vader dat hij het personeel met respect zou behandelen. Julien zat ook samen met de dienstknechten aan tafel. Zijn socialistische ideeën worden hem niet in dank afgenomen en hij wordt later door zijn moeder "onterfd".

Na de dood van Egidius Huygens (hij was burgemeester van 1847 tot 1878 en - later - van zijn vrouw Felicia Van den Hauwe, wordt de hoeve bewoond door de familie De Wolf. Joseph Servranck, die nu in nummer 15 woont werd er in 1928 geboren. Hij denkt dat ook zijn moeder, Catharina De Wolf, dochter van Jef De Wolf, er in 1892 reeds geboren werd.

Dat er vroeger een burgemeester op de hoeve gewoond heeft, wist Joseph Servranckx niet maar dat zou wel kunnen, zegt hij, want waarom liep er anders juist daar tot voor de hoeve een mooie kasseiweg (nu asfalt) terwijl de andere delen van de straat niet gekasseid waren?

Volgens Servranckx was er in de boerderij vroeger een brouwerij met de naam "Ronkenborre". De originele plaatsnaam zou dan ook Ronkenborre (verwijzend naar het ronken van het opborrelende water van de borre of bron) zijn en niet Dronkenborre.

Toen Jeanne De Smedt, kleindochter van Julien H., in 1945 de hoeve bezocht woonde Jef De Wolf er nog en was er inderdaad een grote schouw van een brouwerij. De boerderij werd later afgebroken. Nu staat er de riante villa van een Brusselse patissier.

 

De hoeve aan de Dronkenbergstraat op schilderijen van de Naamse kunstschilder Franz Kegeljan (1847-1921) die geregeld bij vrienden in de Dronkenberg verbleef.

Jules huwt met Catharina De Vuyst uit de Heidestraat in Sint-Katherina-Lombeek (°8/3/1858). Ze krijgen 9 kinderen: Egidius (1881), Anna (1883), Maria Ortencia (1884), Barbara (1887), Victor (1889), Maria Chatharina (1891), Paulina (1894), Joannes (1897) en Bertha (1899).

Ze wonen aanvankelijk op de hoek van Kapelleveld en Ternatstraat (nu begrafenisonderneming Van der Heyden). Julien heeft er een herberg met een zaaltje en is actief partij "L'Union" of "de Eendracht" (in 1863 opgerichte door de uit Brussel afkomstige onderwijzer van de gemeenteschool Jan Lenaerts en Philippe Caudron, burgemeester van 1849 tot 1871). In zijn zaal vinden de vergaderingen van de partij plaats.

Vroegere herberg en zaal van Julien Huygens in het Kapelleveld

In 1868 had de conservatief-katholieke boer en grootgrondbezitter Carolus Claes zich afgescheurd. Hij behaalde met zijn nieuwe partij, annex muziekmaatschappij, "De Ware Vrienden", de overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1872. Claes werd bij KB van 28 augustus 1872 tot burgemeester benoemd en bleef tot een stuk na 1900 aan de macht.

Na de geboorte van Barbara ("Albine", 22/3/1887) verhuist het gezin Huygens naar de Meersstraat, Wijk B, nummer 81 (hoek Meersstraat en Broekstraat). Julien is volgens het bevolkingsregister landbouwer en herbergier.

 

Vroeger herberg en hoeve van Julien Huygens in Meersstraat

Julien werd geïnspireerd door het "christelijk socialisme" van Pieter Daens en het Daensisme. Pieter Daens raadde hem aan geen aparte Daensistische partij op te richten in Brussel-Halle-Vilvoorde maar aansluiting te zoeken met de Brusselse Socialisten. Huygens kwam dan in contact met Elbers en Vandervelde en zou aanwezig geweest zijn bij de oprichting van de BWP in 1885 in "De Zwaan" op de Grote Markt van Brussel

Het parlement werd om de twee jaar voor de helft vernieuwd. In het arrondissement Brussel werden in 1896 door de BWP alle registers opengetrokken om een doorbraak te forceren in de landelijke gemeenten rond Brussel. In de maanden die aan de verkiezingen voorafgingen werden 130 meetings gehouden. Ook de socialisten van Aalst, Geraardsbergen en Ninove kwamen daarbij helpen. De grootste inspanning kwam vanuit Gent, vanwaar 400 propagandisten met 50.000 pamfletten en brochures naar de Brusselse rand werden gestuurd. Zij concentreerden zich op het kanton Asse waar ze, georganiseerd in colonnes, de gemeenten afliepen om brochures en pamfletten uit te delen of hun sprekers bij te staan tijdens de meetings. Op één zondag konden zo 16 gemeenten worden bezocht.

Zowel in Ternat als in Wambeek vonden in juni van dat jaar twee meetings plaats. In Ternat kwamen Vandermeeren (Tongeren), Bekaert en P. De Bruyne (progressist) (13) het woord voeren bij Sneppe. In Wambeek kwamen Anseele, Jacques en de BWP-kandidaat uit Lombeek, Julien Huygens, spreken bij "Van Varenberg".

De BWP trachtte door het plaatsen van landbouwers op hun lijsten kiezers te lokken in de landelijke gemeenten. In 1896 was Julien Huygens de "landbouwkandidaat" van de Brusselse federatie voor de wetgevende verkiezingen. In december 1898 vindt er nog een meeting plaats op zijn erf maar in 1900 sterft Julien Huygens, volgens Le Peuple, "in ellende" als "slachtoffer van de klerikalen". Huygens sterft op 10 februari 1900 in zijn woonst. Hij is dan 47 jaar. Het overlijden wordt gemeld door zijn schoonbroer Petrus De Vuyst, handelaar, en Jean-Baptist Schoonjans, de veldwachter

Ondanks alle inspanningen gaven de verkiezingen van 1896 niet het verhoopte succes.

Een van de oorzaken van het mislukken was de anti-socialistische propaganda via preekstoel, pers en druksels. Met titels als "Op wacht! Het socialisme komt!" of "De kanker van onze eeuw" creëerden ze een vijandbeeld van de socialist die met zijn immorele, anarchistische en collectivististische ideeën een bedreiging vormde voor huisgezin, geloof en eigendom. Op weg naar de betoging voor algemeen stemrecht in 1886 werden de Gentse socialisten aan het station van Dilbeek opgewacht door 7 met geweren gewapende leden van de burgerwacht. In Linkebeek had de katholieke baron zijn personeel en lokale boeren bewapend om hem te beschermen en in Sint-Genesius-Rode hadden zo’n 150 boeren "gewapend met stokken" de hele dag staan wachten op de komst van de "wreede socialisten" (Vooruit, 18.07.1886).

 

 

De opeenvolgende verkiezingen toonden ook aan dat de BWP een stedelijke arbeiderspartij was en dat de propagandatechnieken naar de landbouwers gefaald hadden. Eén van de belangrijkste problemen was de onbekendheid van de stedelijke propagandisten met het platteland. Ze voerden er hetzelfde discours als dat waarmee ze de industriearbeiders probeerden te overtuigen: hun argumenten beperkten zich tot de bekommernissen van de industriearbeiders en het verwoorden van de algemene partijstandpunten zoals het algemeen stemrecht en de militiewet (14) . Op het Congres van de tweede socialistische internationale te Londen stelde de Brusselse federatie, op initiatief van Emile Vandervelde, voor om via enquêtes informatie in te winnen over de landelijke samenleving. Na het congres van Londen begon de Brusselse federatie vragenlijsten te sturen naar verschillende landelijke gemeenten van het arrondissement. De resultaten werden gepubliceerd in Le Peuple tussen 1896 en 1898 in een reeks monografieën.

 

 

Hieronder volgt een vertaling van de bijdrage over Sint-Katherina-Lombeek die verschijnt in Le Peuple in oktober 1897

"De gemeente Sint-Katherina-Lombeek, 612 ha 62 a groot, telt 2236 inwoners, hoofdzakelijk landbouwers. (15)

De wedden van de arbeiders bedragen:

10 à 15 frank per maand voor de dienstboden; 8 à 12 frank per maand voor de dienstmeisjes; 75 centimes tot 1 frank per dag in de zomer en 50 tot 75 centimes in de winter voor de mannelijke dagloners, 45 tot 55 en 40 à 50 centimes voor de vrouwen. (16)

Een groot aantal arbeiders werken in de zomer bij de (grootgrond)bezitters. Hun voedsel bestaat uit roggebrood, spek, aardappelen en bier. Vermelden we terloops dat dit slechts 4 tot 6 frank voor 180 liter kost: 2 centimes per liter! Ze eten geen boter en ook geen eieren."

"In de zomer begint de arbeid ’s morgens om 5 uur en eindigt ‘s avonds om 7 uur. In de periode van het …. en het plukken van de hop wordt er 17 tot 18 uur gewerkt. De vrouwen helpen op het veld en doen het huishouden. De kinderen helpen reeds mee van hun 9 jaar in de landbouw.

De huizen zijn meestal in goede staat maar het meubilair en het beddengoed laten veel te wensen over.

Landbouw. Men verbouwt rogge, tarwe, aardappelen en vooral hop. De boeren maken gebruik van kunstmest. In twee of drie hoeven wordt het graan machinaal gedorst.

De slechte toestand in de landbouw en meerbepaald de te lage prijs van de hop veroorzaakt een vlucht naar industriële beroepen en emigratie naar de stad.

Ik kan u niet inlichten over het budget van een familie omwille van het feit dat de meeste families het allernoodzakelijkste ontberen doordat de hop zo weinig opbrengt. Alle eigenaars van minder dan 3 ha grond bevestigen dat zij niet rond komen.

Eigendom. De verdeling van de grond kan als volgt worden vastgesteld (17) :

10 gronden van minder dan 5 are

5 tot 20 are

20 tot 50 are;

51 are tot 1 ha;

1 tot 5 ha;

5 tot 10 ha;

10 tot 20ha;

20 tot 50 ha.

De eigendommen vertonen de neiging steeds kleiner te worden als gevolg van de jarenlange slechte opbrengst van de landbouwprodukten.(18)

28 are 50ca zijn eigendom van de gemeente. Ze worden verhuurd aan de inwoners voor 28 frank 50."

Kleine eigenaars en boeren. – Er zijn in de omgeving 13 boeren-eigenaars die hun eigen velden bewerken als hoofdberoep. Ze bezitten 6 tot 15 ha. Ik ken 4 grote en 6 kleine boerderijen. De huur (pacht) ligt tussen 120 en 200 frank per ha. De huurcontracten zijn afgesloten voor één, drie of zes jaar. Vele overeenkomsten zijn schriftelijk maar evenveel zijn slechts mondeling overeengekomen.

Ik weet niet of er een schadevergoeding wordt uitbetaald als de huurder de hoeve verlaat.Als gevolg van de moeilijke tijden krijgen de kleine eigenaars en boeren geen krediet van hun leveranciers van mest, landbouwwerktuigen en –machines.

Het hypothecair krediet bestaat voor de gronden met hoge waarde. De interestvoet bedraagt 4 à 41/2 percent. Ik kan het aantal hypotheken niet bepalen maar ik kan bevestigen dat er veel zijn.

Gemeentelijke Zaken – Begroting.

Onderwijs : 5.645 frank;

Weldadigheid : 3.500 frank;

Administratie : 1.335 frank;

Openbare Werken : 3.500 frank;

Wegen : 2.117 frank;

Belastingen : 4.445 frank;

Hondentaks : 150 frank;

De grote boeren betalen over het algemeen ongeveer dubbel zoveel belastingen als de kleine landbouwers.

Weldadigheid. 32 ingeschrevenen. Ze ontvangen brood, brandstof, kruidenierswaren en kledingstukken die ze moeten afhalen in de winkels der beheerders. Ze moeten in het bezit zijn van bonnen die worden afgeleverd door de pastoor. De liefdadigheidsinstellingen worden geleid door de beheerraad van het weldadigheidsbureel, samengesteld uit de pastoor en een handelaar die aan de armen levert.

Wezen worden uitbesteed aan en opgevoed door bepaalde inwoners van de gemeente, vooral arme mensen.

Gemeenteraad. Katholiek. Hij wordt geleid door een burgemeester die …

De rijke eigenaars en de bestuurders van de gemeente eisen passieve gehoorzaamheid van de inwoners anders worden deze het slachtoffer van afpersing en machtsmisbruik (exaction).

Onderwijs. Er is een bewaarschool met 115 kinderen van minder dan 6 jaar, geleid door een onderwijzer en een non. De lokalen zijn in goede staat. Ze hebben een oppervlakte van 3 are.

Er zijn …(on?)voldoende… klassen voor basisonderwijs. Ze tellen 317 leerlingen. De kinderen verlaten de school tussen hun 10 en hun 11 jaar om hun ouders te helpen. Weinig kinderen krijgen helemaal geen onderwijs. Het onderwijs is niet helemaal gratis. …

Er is noch een bibliotheek noch een school voor volwassenen. …

De gemeente telt 85 herbergen (cabarets). …

Enkele inwoners lezen. Verschillende soorten dagbladen worden er verkocht, vooral …

 

Hier volgt een vertaling van de bijdrage over Ternat die verschijnt in Le Peuple van 25 oktober 1897

Arrondissement Brussel, kanton Asse

Bevolking: 2.500 inwoners (19) .

Gemeenteraad. ¾ 9 leden: 5 doctrinairen en 4 katholieken (20) .

Over de landbouw

Wedden. ¾ Dienstboden: 15 frank per maand en eten.

Dienstmeisjes: 12 frank per maand en eten.

Dagloners: In de zomer,1 frank per dag en eten, in de winter 75 centimen en eten.

Vrouwen: In de zomer 75 centimen per dag en eten, in de winter 50 centimen per dag en eten (21) .

Dikwijls verplicht de eigenaar op bepaalde momenten van het jaar zijn huurders om hem te komen helpen en dus hun eigen werk in de steek te laten. De eigenaars verhuren hun velden onder deze voorwaarde.

Sommige landarbeiders worden per maand betaald, andere per dag. Sommige dienstmeisjes laten het geld voor hen bewaren en vragen het wanneer ze iets nodig hebben. Ik denk niet dat men hen interest betaalt. Buiten hun dagelijks werk hebben de arbeiders die op de boerderijen werken soms nog enkele aren grond die zij huren. Maar als gevolg van de crisis in de landbouw halen zij daar meer verlies dan winst uit.

De wedden van de dagloners zijn de laatste 30 jaar niet meer gestegen. Voor deze tijd waren ze 20 percent lager maar de mensen konden toen met 1 frank meer kopen dan nu met 5 frank. De tijden en de (zeden?) zijn veranderd… Men kan dus besluiten dat de wedden 30 jaar geleden relatief hoger lagen dan nu. De arbeiders krijgen ’s morgens als ontbijt 2 of 3 bruine boterhammen, ’s middags …………..dikwijls botermelk) met aardappelen en ………… een boterham met spek; om 4 uur koffie en brood; ’s avonds soep.

Sommige boeren geven bij het oogsten aan de arbeiders de 25 ste hoop als beloning voor hun diensten.

Werktijden. In de zomer van 5 uur tot 7 uur en in de winter van 7 uur tot 4.30 uur. Het werk …vermindert?… nar de winter toe, wanneer het graan gedorst is.

Het werk van de vrouwen en de kinderen. De vrouwen nemen de zorg voor het huishouden op zich, ze zorgen voor de koeien, ze geven eten aan het vee, ze wieden, ze oogsten, ze plukken de hop.

Vanaf 12 jaar helpen de kinderen hun ouders. Sommigen doen ze reeds vanaf hun 10 jaar zwaar landbouwwerk verrichten waardoor ze op hun 17 – 18 jaar mismaakt zijn.

Bevolking. Er zijn 500 mannen, 400 vrouwen en 300 kinderen (? >< 2.500 hierboven?

Meer dan 200 mensen gaan elke dag naar Brussel werken waar ze 3 à 4 keer zo veel verdienen als op het platteland. Er is dan ook een groot contrast tussen de welstand en de vrolijkheid in hun families en de miserie in de 9/10 andere families.

Mechanisering. Men werkt nog niet met behulp van machines. Er is echter sprake van om in de omgeving een melkerij met stoommachine te vestigen. Dat zou, volgens mij, zeer nadelig zijn voor de gemeente omdat het de dagelijkse markt zou vernietigen. Dat zal in geen geval de prijs van de boter doen verhogen.

Teelten. ¾ De boeren van Ternath verbouwen granen, voedergewassen en vooral hoppe (22) . Ze gebruiken vrij grote hoeveelheden kunstmest.

 

Inkomen werkman. ¾ Een landbouwersgezin met 4 kinderen. Jaarlijks inkomen, 300 maal 1 frank 75 of 525 frank. Slechts weinigen halen enige winst uit hun eigendom. Nemen we echter aan dat dit gezin nog 200 frank extra heeft doordat de vader, ’s avonds, na zijn dagtaak bij de boer, nog zijn eigen veld bewerkt.

Voeding : Voor de kinderen 0,4 frank per dag, voor 4 kinderen maakt dit

dus 1.6 frank x 365 dagen = 584 frank per jaar.

65 dagen aan 0,5 frank= 32,5 frank voor de ouders (werkloosheidsdagen = wanneer ze niet op de boerderij eten)

Totaal : 616,5 frank.

Huur : 75 frank.

Kleding : 25 frank per persoon, dat wil zeggen 150 frank voor de zes gezinsleden.

Verlichting : 5 frank voor petroleum.

Ziekte : Kosten gedragen door het Weldadigheidsbureel. Voor de andere : 25 frank per jaar.

Uitgaven in de herberg : gering, 5 frank per jaar.

Belasting : 10 frank.

Inkomsten : 725 frank; uitgaven 886,5 frank; tekort : 161.5 frank.

Zo groeien hun schulden bij de kleine leveranciers steeds aan want als de huur voor het veld niet betaald wordt gaat de deurwaarder over tot uitzetting. De meeste boeren zijn in hetzelfde geval (23) .

 

  1.  
  2. ¾ Eigendom.

Het is ons onmogelijk precieze inlichtingen te geven over het aantal eigenaars en over de omvang van hun gronden gezien we ons moeten informeren bij een persoon die onze partij slecht gezind is. Hier volgt echter een ruwe schatting :

De helft van de gemeente hoort toe aan een tiental grootgrondbezitters.

1/6 aan boeren die gemiddeld 25 tot 100 are bezitten. Maar bij de meesten is deze eigendom slechts bedrieglijke schijn want er rusten zware lasten op. De laatste twee jaar worden er ook 50 procent meer gronden en boerderijen openbaar verkocht.

De overige 3/8? van de gronden wordt verhuurd.

Het aantal kleine eigenaars vermindert steeds en hun gronden komen in de handen van de grootgrondbezitters.

Er zijn in de omgeving geen braakliggende gronden. De gemeente bezit ongeveer 150 are weiland.

C. ¾ Kleine eigenaars en boeren.

Negen boeren-eigenaars bezitten 4 tot 20 ha grond die ze zelf bewerken.

Er zijn in de omgeving 4 grote en 5 kleine boerderijen.

De kleine boeren geven 45 tot 55 frank voor het huren van 25 are, de grote boeren ongeveer 140 frank per ha. Deze prijzen zijn met 10 procent gestegen. De boeren maken de fout niet met mekaar overeen te komen over de pachtprijzen. Ieder van hen spant zich in om grond te bekomen door hoger te bieden. Een hoeve van de Godshuizen van Brussel (24) werd verhuurd voor 120 frank per ha. Na het vertrek van de huurder, die geen enkele winst maakte, verdeelde het bestuur het goed in percelen van 25 are die aan de boeren werden verhuurd aan 240 frank per ha, het dubbele dus van de oorspronkelijke huur. … eens, de boeren zouden moeten een vereniging oprichten.

 

De huurovereenkomst wordt schriftelijk opgesteld of bestaat slechts bij stilzwijgende overeenkomst.

Uitzonderlijk bekomen de boeren krediet bij de leveranciers van meststoffen (25) en werktuigen. Er levert hier een landbouwingenieur uit Waterloo aan de boeren. De betaling wordt bepaald op 9 maand. Hij heeft zijn vertegenwoordigers die hem alle gewenste inlichtingen bezorgen.

Het hypothécair krediet wordt veel gebruikt. De leningen worden terugbetaald met een interest van 4 à 5 percent. 50 percent van de eigenaars hebben gronden waarop een hypotheek rust.

Er bestaat een vereniging waarvan de leden jaarlijks een bepaalde som storten. Ze heeft als doelstelling om als er een koe sterft aan de eigenaar ¾ terug te betalen van de som die ze hem gekost heeft. Deze vereniging wordt gesubsidieerd door de staat en de provincie (26).

Het is moeilijk om grond te huren van een katholieke eigenaar als deze weet dat je niet van zijn partij bent.

D. ¾ Nijverheid.

Er is geen enkele industriële vestiging in de gemeente (27) .

 

 

 

 

E. ¾ Gemeentezaken.

Weldadigheid. Ongeveer de helft van de werkende bevolking is ingeschreven bij het Weldadigheidsbureau. Ze ontvangen voedsel en soms geld. Het aantal armen blijft gelijk (28) .

 

De bijdrage over "Wambeek-lez-Ternath" verschijnt in Le Peuple van 17 januari 1898

Oppervlakte: ongeveer 1400 ha

Bevolking: 1790 inwoners

Gemeenteraad: 5 katholieken, 4 democraten

  1. – Landbouw
  2. Arbeid in de landbouw: Huispersoneel: 15 frank per maand plus eten

    Dienstmeid: 10 frank per maand plus eten

    Dagloners: 80 centimes in de zomer en 50 in de winter. Voor de vrouwen respectievelijk 70 en 45 centimes

    De wedden worden doorgaans elke maand in speciën uitbetaald. Daarenboven huren de dienstboden, het huispersoneel en de dagloners nog een stukje grond waar ze hun aardappelen verbouwen.

    Hun dagelijks eten bestaat uit : ’s morgens één of meer sneden roggebrood, ’s middags aardappelen en een snede spek, ’s avonds groentesoep met roggebrood.

    De laatste vijf jaar zijn de lonen gestegen met 9 centimes per dag als gevolg van de arbeiders die wegtrekken uit de landbouw om hun boterham te gaan verdienen in de stad.

    Sommige boeren geven bij de oogst elke 25ste hoop aan hun arbeiders. Die hoop bestaat uit 10 schoven.

    Men werkt van 5 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds in de zomer, en van 6 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds in de winter.

    Het werk van de vrouwen bestaat uit het verzorgen en voederen van het vee, het melken van de koeien en naar de markt gaan. De kinderen werken vanaf 12 jaar mee op het veld. Meer en meer mensen die in de landbouw werkten trekken naar de stad om er werk te zoeken in de industrie. Dat is een gevolg van de hoge huurprijzen voor de grond in vergelijking met de opbrengst. Bovendien zijn de daglonen zeer laag.

    Sinds enkele maanden heeft een coöperatieve maatschappij een melkerij met stoommachine gevestigd in het dorp. Iedereen verwacht er goede resultaten van.

    Teelten. - De landbouwers verbouwen hoofdzakelijk hop, tarwe, rogge, bieten, boekweit, klaver. Er wordt veel kunstmest gebruikt.

  3. - Eigendom.
  4. De grondeigenaars van de gemeente bezitten globaal 200 ha grond, als volgt verdeeld:

    30 eigenaars hebben minder dan 5 are

    100 eigenaars hebben tussen 5 en 20 are

    30 eigenaars hebben tussen 20 en 50 are

    20 eigenaars hebben tussen 50 are en 1 ha

    8 eigenaars hebben tussen 1 en 5 ha

    3 eigenaars hebben tussen 5 en 10 ha

    1 eigenaar heeft tussen 10 en 20 ha

    2 eigenaars hebben tussen 20 en 50 ha

    Dat maakt in totaal zo’n 200 eigenaars die het grootste gedeelte van hun grond verhuren. 120 onder hen zijn zelf landbouwers. De plaatselijke brouwerijen maken tot 80 percent winst.

    De gemeente bezit geen enkele eigendom.

    De landbouwers klagen heel erg over de jagers. Zij klagen over het vernielen van hun gewassen. Zij wensen ook dat het wild, dat zich gevoed heeft met de door hun gezaaide gewassen, hen van rechtswege zou toekomen.

  5. - Kleine eigenaars en pachters
  6. Ongeveer 200 boeren – eigenaars bezitten ieder 2 à 3 ha grond, verbouwen zelf hun velden en maken hier hun beroep van.

    De grond wordt verhuurd voor 200 frank per ha. Jammer genoeg brengt hij minder op. De huurovereenkomst, die gewoonlijk geschreven is, wordt afgesloten voor 3, 6 of 9 jaar. Als er op de vervaldag niet betaald wordt laat de eigenaar de opbrengsten van de verhuurde grond verkopen. De rijken nemen hypotheek op de grond aan 5 percent interest.. Er wordt een krediet van een jaar toegekend voor de aankoop van mest maar de verkoper vraagt een belangrijke waarborg.

  7. - Nijverheid
  8. Er is een melkerij en een brouwerij in de gemeente. Alle arbeiders komen uit de gemeente.

    De lonen worden maandelijks uitbetaald: twintig frank per maand plus eten, voor de bedienden van de brouwerij en twee frank per dag plus eten voor de bedienden van de melkerij. ……….;

    De dagelijkse arbeid duurt 12 uur. Daarbuiten verdienen de arbeiders iets bij met een veld dat ze pachten.

  9. - Gemeentezaken.
  10. Weldadigheid. - Twintig gezinnen van gemiddeld 5 personen worden gesteund door het Weldadigheidsbureel. In de winter krujgen zij kleren en kolen. Elk jaar zijn er meer armen. De weldadigheidsdienst is spijtig genoeg slecht georganiseerd.

    Begroting en belastingen. - De belastingen zijn als omgeslagen: ongeveer 10 frank voor de kleine landbouwer, 40 tot 60 frank voor een gegoede boer en 120 frank voor de grootgrondbezitters.

    Ziehier een overzicht van de gemeentelijke begroting:

    Onderwijs, 4000 frank, Wegen, 4.390, Weldadigheid, 2.000 frank, Bestuur, 2.000 frank, Belastingen, 2.000 frank, ….recht, 300 frank, …., 200 frank.

  11. - Levensomstandigheden.
  12. Op 100 geboortes zijn er drie doodgeboren kinderen.

    Voeding. - De voeding bestaat uit brood, aardappelen en varkensvlees

    Huisvesting. - De inwoners huren voor 150 tot 200 frank per jaar kleine huisjes die elk gezin apart bewoond. Bij sommigen laat de netheid te wensen.

  13. - Morele situatie en religie.

Scholen. - Er bestaat een bewaarschool, gehouden door nonnen. Ze telt 50 meisjes en 35 jongens. De lokalen voldoen aan de hygiënische eisen..

De gemeente heeft ook een school die wordt geleid door een onderwijzer van de staat. Bijna 90 leerlingen volgen er les. Ze blijven er tot hun 12 à 14 jaar, waarna ze op de boerderij gaan werken. Het onderwijs is volledig gratis. Slechts heel weinig kinderen genieten helemaal geen onderwijs. Er is geen volwassenenonderwijs en geen gemeentelijke bibliotheek.

Morele en religieuze … . - De dorpelingen lezen Het Nieuws van den Dag, de Patriote, de Etoile Belge, en enkelen de V…

Ze missen nooit de zondagsmis. Maar toch zegt de pastoor zelf dat het geloof achteruit gaat.

Wambeek telt 45 herbergen.

De bedelarij is zeer groot.

1898: Bij Anselmus De Neef aan het station van Ternat

De periode tussen 1897 en 1902 bleef voor de BWP in het teken staan van een doorgedreven propaganda op het platteland. De toenemende propaganda zorgde er ook voor dat de socialisten steeds meer af te rekenen kregen met anti-socialistische reacties. Daarom besloot de Brusselse BWP-federatie meer de klemtoon te leggen op het verspreiden van brochures en pamfletten (Vooruit, 30.03.1898). Hiervoor werd, naast de Brusselse Werkersbonden, nu ook het personeel van de Brusselse coöperatieve het Volkshuis ingezet. Dat gebeurde vooral tijdens de winter, wanneer de boeren niet de ganse dag op het veld waren. Daarnaast wou men de Vlaamsche Propaganda een permanent karakter geven door bijvoorbeeld zangers naar buiten te sturen om er socialistische liederen te zingen.

Op zondag 18 december 1898 organiseert de BWP ook opnieuw een meeting in Ternat. Die vindt deze keer plaats bij Anselmus De Neef aan het station, op de hoek van de Hopstakenkaai en Assestesteenweg. Sprekers zijn Bergmans en Daussi. "De burgemeester, schepenen, gemeenteraadsleden en de pastoor worden uitgenodigd om tegen te spreken".

Celmus De Neef maakte deel uit van het wijkcomité van de Stationswijk, dat o.a. de Statiekermis organiseerde. Celmus was kermisburgemeester.

Eén van de Brusselse socialistische militanten die naar Ternat afzakken is waarschijnlijk de vrijzinnige Frans Leempoels (geboren te Booischot), die, officieel vanaf 26 oktober 1899, een tweede verblijf heeft aan het Station (huidige restaurant T’ Serclaes). Leempoels was "nen echten socialist, zijn kinderen waren niet gedoopt," weet Pelagie Van de Gucht ons te vertellen. Leempoels sluit zich aan bij de witte partij (Euterpe). In een pamflet uit die tijd (gepubliceerd in F. Verdoodt, De Ternatse politiek rond 1900) ondertekend door "Het redactie-Comiteit van Euterpe" lezen we dat "de Heeren Leempoels en L. De Croes, twee Euterpemannen eene wedding (hebben) aangegaan met Dr Poodt, op den uitslag der toekomende verkiezing." Volgens de katholieke partij (zwarten) zijn de witte kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen "schijnkatholieken die binnen veertien dagen (na de gemeenteraadsverkiezingen, nvdr) de voorstanders zullen zijn van Lepage, Huysmans (socialist) en Janson (progressieve liberaal)."

 

Volgens de kieswet van 18/5/1872 werd de gemeenteraad om de drie jaar bij helften vernieuwd. Vanaf 1899 worden de gemeenteraadsverkiezingen om de 4 jaar georganiseerd. Vanaf 1920 wordt het om de zes jaar.

 

 

 

Bij Gustaaf De Graeve op den Essene-hoek

Vooral in de aanloop naar de verkiezingen steeg het aantal meetings exponentieel. Zo werden er tijdens de campagne voor de verkiezingen van 1900 niet minder dan 151 meetings georganiseerd in het arrondissement waarvan 112 op het platteland en 39 in de stad Brussel en haar randgemeenten.

Op 13 mei van dat jaar vond er o.a. voor het eerst een meeting plaats in het Lombeekse gehucht Essene-Winkel (hoek Bosstraat-Meersstraat), bij Gustaaf De Graeve (op 13 mei 1900).

Ferrariskaart (18de eeuw): linksboven Essene-Winckel

Ook in Ternat, "bij Sneppe, aan de Kerk", waren er dat jaar opnieuw twee meetings, in maart (Elbers) en in mei (Van der Meeren).

Bij de wet van 30 december 1899 werd het principe van de evenredige vertegenwoordiging voor de algemene verkiezingen aangenomen. Daardoor deden de eerste rechtstreeks verkozen Vlaamse socialistische volksvertegenwoordigers hun intrede in de Kamer: 2 in Gent-Eeklo, 1 in Antwerpen en 1 in Leuven. De socialistische partij behaalde in 1900 in het Vlaamse landsgedeelte 4,5 % der stemmen, waarbij men rekening moet houden met het voor de socialisten negatieve effect van het meervoudige stemrecht dat partijen met een kleinburgerlijk electoraat begunstigde.

Concurrentie van de Daensisten

In het arrondissement Brussel hadden de socialisten nu ook af te rekenen met de concurrentie van de daensisten. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1899 hadden deze christen-democraten nog samengewerkt met de socialisten in Brussel. Tijdens een toespraak in het Volkshuis had priester Daens toen een wapenstilstand afgesloten met de socialisten (Le Peuple 13.05.1899, 02.07.1899) en er werden enkele gezamenlijke meetings gehouden. De Brusselse Federatie uitte dan ook haar ontgoocheling toen Daens besloot in het arrondissement op te komen voor de parlementsverkiezingen van 1900: "Qu’il le veuille ou non, il ne peut que diviser les forces démocratiques (Le Peuple 18.05.1900). Alhoewel het daensisme nooit een bedreiging vormde voor de Brusselse socialisten was er toch enige ongerustheid over de uitgebreide christen-democratische propaganda in de landelijke kantons. Talrijke meetings in de buitengemeenten maakten dat Daens, nog voor hij zich kandidaat stelde, al een populair figuur was in het arrondissement. Zijn interventies ten voordele van de Pajottenlandse hopboeren en de Brusselse steenkappers zorgden ervoor dat het daensisme bij deze groepen een stevige achterban verwierf. Op het arrondissementeel vlak vielen de scores tegen: men haalde het quorum niet en Daens werd pas in 1902 verkozen. De daensisten behaalden echter een respectabel aantal stemmen in de kantons Asse en Lennik, waar ze de socialisten verdrongen als derde partij. Het waren net die kantons die ook door de socialisten werden geviseerd in hun campagnes op het platteland.

 

 

 

Taalproblemen in de Brusselse federatie

De taal blijft een probleem in de Brusselse federatie. Dat blijkt o.a. uit een open brief in Vooruit van 18 februari 1900 van "Eene groep brusselsche propagandisten die elken Zondag den buiten afloopen" en die erop wijzen dat dit gebied "door en door" Vlaams was en de keuze van Nederlands-onkundige kandidaten voor de verkiezingen enkel in de kaart speelde van de tegenstanders: "En wij zouden daar staan te koekeloeren met onze Vlaamsch-onkundige kandidaten, hoe talentvol ook deze moge zijn". Twee maand later tijdens een meeting in Asse bood Emile Vandervelde zijn excuses aan voor het feit dat hij geen Vlaams sprak: "Le citoyen Vandervelde exprime les regrets de ne pouvoir parler en Flamand. Il est cependant dit-il de famille flamande. Si mes parents ne me l’ont pas appris, c’est parce que, suivant en coin l’exemple des bourgeois, on laissait cette langue pour les ouvriers".

Emile Vandervelde

En Ferdinand Elbers, secretaris van de Brusselse federatie vraagt in 1901: "Gezellen, denkt gij niet dat een vlaamsche volksvertegenwoordiger zich opdringt, in ons arrondissement, die samengesteld is uit 125 gemeenten, waarvan er 112 uitsluitend vlaamsch zijn … wij denken onze plicht te volbrengen door u te melden dat men op den buiten vraagt een vlaamschen volksvertegenwoordiger te benoemen en de Federatie zou heel wijs handelen indien zij in de toekomst een volksvertegenwoordiger koos die de taal der buitenlieden van het arrondissement Brussel schreef en sprak.

Het was deze Elbers die op zondag 11 maart 1900 in Ternat, bij Sneppe, kwam spreken met als thema de verkiezingen.

En op zondag 19 mei 1900 komt Van Der Meeren spreken bij Sneppe.

Frans Leempoels komt naar Ternat wonen

Op 18 december 1900 komt François Louis Leempoels definitief naar Ternat wonen in de Statiestraat (tussen nr 28 bis en nr 29 bis), het huidige Restaurant T’ Serclaes. Het huis werd tot 12 maart 1897 bewoond door de weduwe Steenhuyzen Catherine. (Haar man, Koeck Antoine, een employé des chemins de fer, was al op 13 november 1894 overleden.) Daarna betrok Leempoels het als tweede verblijf (officieel vanaf 26/10/1899).

Leempoels werd geboren te Bo(o)isschot (nu deelgemeente van Heist-op-den-Berg) op 21 januari 1866 en was volgens het bevolkingsregister "candidat huissuir". Hij was op 19 september 1994 te Brussel gehuwd met Toussaint Marie Felicia Claire, geboren te Namur op 31 juli 1871. Het echtpaar woonde achtereenvolgens in Brussel en St-Gillis. Daar worden twee zonen geboren: Raymond op 21 juni 1895 en Albert op 7 augustus 1898. Hun dochter Ludovica Maria Francisca wordt te Ternat geboren op 6 mei 1900, in hun woonst. Enkele maanden later komen zij ook naar Ternat wonen.

In nummer 29 wonen van 25 oktober 1899 tot 20 december 1900 schoonbroer Toussaint Camille, employé, en zijn vrouw Jeanne Grootaert, tailleuse. Vanaf 19 april 1900 komen ook de handelaar Petrus Anckaert en zijn vrouw de herbergierster Barbara Huygens, geboren te Wambeek op 7 februari 1855, en zuster van Julien, alsook Anckaert Alphonsus en Huygens Anna, dochter van Julien, geboren in Sint-Katherina-Lombeek in 1883, in deze woning wonen.

In een beschrijving van de ontwikkeling van de stationswijk van de hand van ere-onderwijzer Alfons Mertens, opgenomen in de Geschiedenis van Ternat van H. Herpelinck lezen we: In 1856 was de eerste lijn van de spoorweg klaar. Na enkele jaren werden er rond het station veel gebouwen opgetrokken. Het huis van Dokter De Croes op de hoek van de Steenstraat en de Brusselstraat (huidige Stationsstraat), verder Schaillée (schilder-uitgever van postkaarten van Ternat), Herberg van Pitje Roesems (een voerder van de Heidestraat in Lombeek die huwde met Anna Huygens) , Drukkerij Gillis.

Verder Firmin Claes en Leempoels, bedienden te Brussel. Leempoels droeg een rode fez (muts) met floche, zegt meester Mertens. Dan Café Girardin, twee internaten rechtegenover het Station (St-Antoine en D’Hauwer, gebouw dat later dancing Laiz’n werd).

De beschrijving van Meester Mertens in het boek van Herpelinck is niet gedateerd en lijkt ook onvolledig. Aan de hand van het bevolkingsregister weten we in ieder geval dat Jean Dominique De Croes, docteur en médecine, op 26 september 1899 in de Steenstraat nummer 29 (hoek met de Statiestraat) kwam wonen en dat Leempoels toen reeds zijn tweede verblijfplaats had in de Statiestraat (tussen 28A en 29 A). Verder woonden daar toen Evenepoel François, winkelier-herbergier, Sterckx, een schilder, August Bellemans, een onderwijzer. Maar Firmin Claes en Schaillée woonden er toen nog niet. De benaming Brusselstraat was toen in ieder geval reeds vervangen door Statiestraat, voor dat gedeelte van de straat.

Leempoels was ook lid van het comité ter verbetering van de Stationswijk dat allerlei feesten organiseerde waaronder de statiekermis.

Leempoels en Claes waren ook lid van de Sint-Sebastiaens handboogschuttersgilde (zie foto in Herpelinck), een middeleeuwse gilde die werd heropgericht in 1828 (zie Th. Poodt, Geschiedenis van Ternath, 1896)

Leempoels sluit zich aan bij Euterpe, muziekmaatschappij en lokale kiesvereniging. In een pamflet naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen (gedeeltelijke vernieuwing gemeenteraad) van 1907 lezen we (zie hierboven) : "Leempoels en De Croes, twee Euterpemannen hadden wedding aangegaan met (Dokter) Poodt (van de Katholieke Gilde, nvdr) op de uitslag van de verkiezingen." Op de meeting van de Katholieke Gilde wordt opgeroepen niet voor de lijst 2 (Euterpe) te stemmen: het zijn geen echte katholieken maar liberalen en te vergelijken met de Franse Combisten. Na de gemeenteraadsverkiezingen zullen zij steun bieden aan Lepage, Huysmans en Janson. Evenepoel wordt ervan beschuldigd de Blauwbloem te hebben gedragen in Brussel.

Voordien werd er door de zwarte en de witte partij steeds een eenheidslijst ingediende voor de gemeenteraadsverkiezingen. Uit de in 1878 opgerichte Muziekmaatschappij De Verbroedering in 1880 de Katholieke Gilde ontstaan die financieel gedomineerd wordt door de graven de Lichtervelde en waarvan Dr Th. Poodt de leidende politieke figuur wordt. Zij bestempelen de witten als "liberalen" en "vrijmetselaars" ook al is de witte partij pluralistisch. Burgemeester Verbrugghen heeft steeds de steun gehad van pastoor Lascabanne. Later zullen Cantillon en Leempoels respectievelijk de liberale partij en de socialistische werkersbond oprichten. Op twee verkiezingen na zullen alle witten echter steeds eendrachtig naar de gemeenteraadsverkiezingen trekken. Het apart opkomen speelde immers in de kaart van de zwarten.

 

 

Omdat de uitgave van De Landbouwer al in 1897 door de BWP was stopgezet verspreidde de Brusselse federatie in 1901 vijf nummers van De Ploeg, een eigen propagandablad voor de landbouwers, in een oplage van 128.000 exemplaren.

Ook in 1901 kwam Ferdinand Elbers samen met Emile Vandervelde (die dus geen Nederlands sprak) opnieuw naar Ternat. Ditmaal bij Theophile Verbrugghen, In de Vijvers van St-Anna, wat verderop in de Molenstraat. Ook in 1910 en 1912 zouden hier nog socialistische meetings plaatsvinden.

Voor de verkiezingen van 1902 sloten Liberalen en Socialisten een electoraal akkoord met het algemeen stemrecht en het verplicht onderwijs als voornaamste streefdoelen. Ze hoopten hiermee de katholieke meerderheid die sinds 1884 onafgebroken aan de macht was, te breken. De arbeiders kwamen opnieuw op straat voor algemeen stemrecht en op 14 april stemde de Algemene Raad van de BWP de algemene staking. De liberalen stapten daarop uit de alliantie.

De wetgevende verkiezingen van 1902 waren ook de aanleiding voor een laatste serieuze poging om door te breken in de landelijke gebieden van het arrondissement Brussel.

In de tweede helft van de jaren ’90 was Camille Huysmans al overgekomen uit Ieper en in 1902 werd Leo Meysmans van Tienen naar Brussel gehaald om er propaganda te voeren en er als Vlaams kandidaat op de lijst van de BWP op te komen voor de kamerverkiezingen. Op kwalitatief gebied drukten ze duidelijk hun stempel: Huysmans kreeg bij de Vlaamse Werkersbonden al vlug de naam "onze Vlaamsche kampioen"

In Lombeek vond in 1902 een meeting plaats bij Eug. De Backer met als thema’s het Algemeen (enkelvoudig) stemrecht en het Militarisme.

De verkiezingen van 1902 betekenden wel een doorbraak van de BWP in de semi-geïndustrialiseerde kantons Vilvoorde en Halle met 19% van de stemmen. In de overige landelijke kantons van het arrondissement haalde de BWP echter slechts 2,3 tot 4 % van de stemmen.

 

 

De Gazet van Brussel

Huysmans en Meysmans namen ook het initiatief om vanaf 1903 de "Gazet van Brussel" uit te geven, een weekblad voor de Vlamingen van het arrondissement. Het was "een Gazet voor alleman met nette prenten en illustraties", die via lokale correspondenten vooral nieuws uit de gemeenten rond Brussel en uit het Vilvoordse bracht. Later komen er af en toe ook berichten uit één van onze drie gemeenten.

UIT WAMBEEK (26 januari 1907)

De flinke fanfaren viert Maandag en Dinsdag haar jaarlijksch feest in de zaal van

onzen vriend Jules Denies.

Tweehonderd mannen en vrouwen in dichte rijen aan tafel gezeten, luisteren

dit feest op. In dit gehucht haalt men er eer van dat de werkende klas zoo goed

hand in hand gaat. Edward De Wit.

UIT TERNATH (30 maart 1907)

Witte en Zwarte: Het is ongelooflijk welke zelfopofferingen de zwarte bende

tegenwoordig doet.

Tweemaal of meer per week doen eenige kopstukken hun avondronde in alle

gehuchten en wijken der gemeente. Geen schooner komediespel kan men uitdenken.

Wanneer zij in eene herberg terecht komen waar de baas en de bazin tehuis zijn,

en waar eenige verbruikers aan tafel zitten, is het pijnlijk om nazien wat al trukken

zij gebruiken om aan het bewind te komen. Terwijl de Witten hoofdrol met den baas speelt,

houdt de Lange en 't Kesterken eene verstandige (!) en indrukwekkende (?) aanspraak tot

de kalanten.

Ondertusschen hebben Balleken en 't Pootje de bazin of dochter heel omwonden door

allerlei beloften !

Noch list, noch geld wordt hier gespaard om het gemikte doel te bereiken - doch, ons

verstandig volk zal zich niet laten beetnemen.

Wij willen de rechtvaardigheid en het werkvolk zal tegen die mannen stemmen die onze

klasse bekampen. Kartache.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (5 december 1908)

Een vraagje: De werklieden onzer gemeente die op den "Avenue de Tervueren" werken

zijn hoogst ontevreden en vragen zich af hoe het komt dat zij reeds vijf tot zes weken

hun dagloon niet meer getrokken hebben. Is het klerikaal bestuur dan niet meer

bekommerd om den verdienden loon te betalen aan zijn werkvolk, meestendeels

huisvaders die vrouw en kinderen te onderhouden hebben ?

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (28 oogst 1909)

Slechte gazetten: Eenige propagandisten hadden de taak op zich genomen eene

uitdeling te doen van ons blad De Bode.

Dit heeft onzen herder in kwade luim gebracht en hij zegt dat de menschen die zulke

bladen lezen verdoemd zullen zijn.

Onnoodig u kwaad te maken, geachte herder, want ondanks u en allen

zullen wij ons blad verspreiden, en de buitenlieden zullen het lezen, daar zij beginnen

te begrijpen dat alleen in hunne ontwikkeling hunne redding ligt.

Die zelfde herder heeft bij den schoolbestuur aangedrongen om de uur fransche les

die in de school gegeven wordt te vervangen door godsdienstles. Hoe dat onze brave

menschen toch zorgen om het volk onder den domper te houden.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 5 februari 1910)

Wij ontvingen den volgenden brief: "Vriend opsteller der Gazet van Brussel"

Met genoegen hebben wij hier vernomen dat gezel Vandervelde, bijgestaan

door eenige vrienden socialisten, voetstappen heeft aangewend teneinde de

taks welke de fransche Kamer op onze vlaamsche arbeiders heeft geheven,

te bestrijden. Wij weten ook dat de socialistische ministers der fransche Kamers

deze taks heeft bestreden en zijn er hun dankbaar voor.

Hoe is 't met het voorstel van gezel Terwagne, aangaande het brouwen der bieren

met malt en hop ? Dit ook is in de belangen der Vlaamsche boeren. Ook, vriend

opsteller, zien wij nu klaar wie den vlaamschen arbeider en boer genegen is, en

gij moogt met de aanstaande kiezing van Mei op onze stemmen rekenen.

Ontvangt, vriend opsteller, met onzen dank, de verzekering onzer verkleefdheid.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 12 maart 1910)

Waar onze derde meeting moest plaats hebben; heeft den notaris Goossens

van Ternath , een gekende liberaal, verboden en aan zijn huurling verbod gegeven

nog openbare vergaderingen in zijne herberg te houden !! Die goeie liberaal !

Wanneer onze tegenstanders denken daarmede onze propaganda tegen te werken,

zijn zij waarlijk mis.

In plaats van eene meeting, hebben wij huisbezoeken ingericht ! Weldra zal alhier

een werkersbond gesticht worden, die zich zal gelasten met de verspreiding van ons

programma in het kanton Assche !

UIT WAMBEEK (Gazet van 26 maart 1910)

Ook opperbest - Hier ook was goede opkomst voor de meeting. Langzamerhand

begint ons volk te begrijpen dat het slechts met de socialisten zijn dat men verbetering

moet verhopen.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 26 maart 1910)

Misnoegdheid - Het volk is misnoegd over hunnen herder, daar hij alle kleine dingen

uitvindt om zijne schapen te tergen.

Zoo heeft hij nu besloten dat het tweede communiefeest op een Donderdag zal plaats

hebben; denkt hij misschien dat het toegelaten is aan alle werklieden om in het midden

der week te verletten, of wil hij dat enkel de rijke hunne kristelijke plichten kunnen

vervullen.

UIT ST. - CATHARINA - LOMBEEK (Gazet van 2 april 1910)

Eene nieuwe eerloosheid - De nieuwe militiewet werd hier, met een zeker genoegen

onthaald.

Zooals vroeger hebben de katholieke meesters de wet zoodanig verprost en de deuren

aan het bedrog en de verklikkkerij geopend, dat nog eens de arme werkmanszoon zal

moeten optrekken om zijn vaderland te verdedigen, terwijl de welhebbende luiaard zijne

uren in vermaak en voldoening te huis zal mogen slijten.

Ziehier onder verschillige gevallen een voorbeeld tot staving van hetgeen ik wil vooruit

brengen:

In een zeker dorp woont een burgemeester die zoo wat een half millioen fortuin bezit

en wiens eenig zoontje dees jaar de wapens moest opnemen.

Dit mocht, dit kon niet zijn, hij de zoon van de burgemeester, een toekomende advokaat,

naar het leger gaan, neen ! dat nooit ! en ziehier de loensche truk die men speelde.

Dit mijnheerke kwam voor de aannemingsraad en onder voorwendsel van een gebrek

aan de oogen, werd hij onbekwaam voor de dienst verklaard ! De toer was gespeeld,

ziet gij klaar, landbouwers !

WETGEVENDE VERKIEZINGEN (Gazet van 9 april 1910)

Meetingen op zondag 10 april

Sint- Catharina - Lombeek

Om 4 1/2 ure, bij Theophile D'Hoe. Sprekers: K. Huysmans en Flips.

idem om 6 ure: bij Frans Van Mollem. Sprekers: L. Bertrand, K. Huysmans, Sanders, Flips.

Ternath

Om 5 ure, bij Theofiel Verbrugghen. Sprekers: L. Bertrand en Sanders.

VERKIEZINGEN VAN KAMER EN SENAAT VAN 2 JUNI 1912 (Gazet van 11 mei 1912)

Meetingen op zondag 12 mei

Sint- Catharina - Lombeek

Om 5 ure, bij Theophile D'Hoe, Heidestraat. Spreker: Elbers.

Ternath

Om 5 1/2 ure, bij Theofiel Verbrugghen, "In St.-Anneken", Brusselsche steenweg.

Sprekers: De Wit en De Vlaemynck.

UITSLAG DER VERKIEZINGEN VOOR HET KANTON ASSCHE

Socialisten: 369. klerikalen: 12.468 liberalen: 3.140

 

Van de Gazet van Brussel werden er in Sint-Katherina-Lombeek in 1909 wekelijks zowat 20 exemplaren verkocht (1060 op een jaar). Lombeek en Asse waren de twee enige gemeenten in de streek waar het weekblad regelmatig verspreid werd.

Huysmans kwam in 1910, samen met Filips, naar Sint-Katherina-Lombeek, bij Theopile D’Hoe op de Heidestraat, voor een meeting naar aanleiding van de verkiezingen. (Theophile D’Hoe baatte toen Café Het Duifken uit, naast Petrus De Vuyst, handelaar en schoonbroer van Julien Huygens. Hij verhuisde later naar het centrum van Lombeek en werd eerste schepen. Naar verluid kon hij geen burgemeester worden omwille van een vroegere veroordeling…?)

 

 

Voor de parlementsverkiezingen van 1912 vormden socialisten en liberalen opnieuw een kartel. Beide groepen kwamen op voor algemeen stemrecht, verplicht onderwijs en enkele sociale hervormingen.

In 1912 sprak Elbers opnieuw bij Théophile D’Hoe in de Heidestraat.

Théophile D'Hoe, tweede van links, werd later schepen in Lombeek voor de Unionisten

In datzelfde jaar spraken ook De Brouckère en Tillmans te Lombeek bij Van Den Branden "aan de Claesplaats" (?).

De verkiezingen leverden winst op voor de katholieke meerderheid die steeg van 6 tot 16 zetels. Sommige liberale kiezers vreesden het bondgenootschap van hun partij met de socialisten en brachten hun stem uit op kandidaten van de katholieke rechterzijde. Er was grote ontgoocheling bij de arbeidersklasse die gerekend had op een klinkende overwinning. De partij overwoog een algemene staking. Na maanden overleg werd massaal gevolg gegeven aan de oproep tot staking, die van 14 tot 24 april 1913 een kalm verloop kende. Een kompromis op parlementair niveau zorgde voor de ontknoping van het conflict. Het duurde echter nog tot na de Eerste Wereldoorlog vooraleer het algemeen stemrecht werd aangenomen.

 

VOETNOTEN

Uit de Brusselse (filosofische) Vrijdenkersbeweging ontstond in 1860 de politieke club "Le Peuple", die zou uitgroeien tot de Belgische afdeling van de Internationale Arbeidersassociatie of Eerste Internationale (met Karl Marx). César De Paepe was de bezieler van de vereniging die vooral bestond uit vakarbeiders en nauw aanleunde bij de linkse liberalen, de progressisten of vooruitstrevers. Le Peuple ging zich toeleggen op de socialistische propaganda.

2 De jonge marmerbewerker Louis Bertrand nam te Brussel de leiding van een aantal beroepsgroepen die zich aaneensloten in een "Chambre du Travail" of Arbeidskamer, een federatie van arbeidersverenigingen, die pleitte voor het invoeren van een aantal sociale wetten zoals de beperking van vrouwen- en kinderarbeid, de afschaffing van het arbeidsboekje, enz. De beroepsgroepen werkten samen met de progressisten om hun programma te verwezenlijken. Een petitie werd georganiseerd en de progressistische liberale kamerleden maakten zich tot spreekbuis van de sociale wetgeving. Doch zelfs een schuchtere poging om de vrouwen- en kinderarbeid in de mijnen aan banden te leggen, werd door de reactionaire volksvertegenwoordiging afgewezen. Volgens Louis Bertrand moest de arbeidersklasse zich ook op politieke basis verenigen in een arbeiderspartij.

3 Vanaf 1830 regeerde in België de industriële en handeldrijvende bourgeoisie door middel van een parlement dat slechts door een beperkt aantal cijnskiezers was verkozen. Volgens het oorspronkelijke artikel 47 van de Grondwet werden de Volksvertegenwoordigers verkozen door burgers die de bij de kieswet bepaalde belasting betaalden, met een maximum van 100 en een minimum van 20 gulden. De kieswet voorzag een belasting van 20 tot 30 gulden op het platteland en 80 gulden te Brussel, Antwerpen en Gent. Het platteland werd dus ruimer vertegenwoordigd dan de steden. In 1831 waren er 46 099 ingeschreven kiezers.

Binnen de liberale kiesverenigingen ijverde de progressistische vleugel voor een uitbreiding van het stemrecht. Toen in 1848 overal in Europa onrust uitbrak en de monarchieën wankelden bleef het in Brussel relatief rustig. De bourgeoisie schaarde zich eensgezind achter Leopold I. De enige toegeving die werd gedaan was het verlagen van het kiescijns tot het grondwettelijk minimum en het afschaffen van het dagbladzegel. Bij de wet van 12 maart 1848 werd het censuscijfer op het grondwettelijk minimum van 20 gulden of 42.32 frank gebracht. Daardoor steeg het aantal kiezers tot 79 187. En op de vooravond van de kieshervorming van 1893 gingen er 137 772 kiezers naar de stemming. De stemming vond plaats in de hoofdplaats van het arrondissement. Daardoor waren er veel onthoudingen (er was geen stemplicht). Partijen namen dikwijls de reiskosten van hun kiezers op zich. De liberalen, die de invloed van de plaatselijke geestelijkheid vreesden waren gekant tegen decentralisatie van de kiesverrichtingen.

De lijst met de meerderheid der stemmen behaalde alle zetels van het arrondissement. Eventueel moest er daarvoor verschillende keren gestemd worden.

4 Gans de 19de eeuw weigerde de burgerij een einde te maken aan de uitbuiting van kinderen. Het duurt tot 1884 voor er een verbod komt om jongens van minder dan 12 jaar en meisjes onder de 14 jaar in de mijnen tewerk te stellen. Vijf jaar later werd dat verbod uitgebreid tot alle industriële arbeid en werd de tienerarbeid gereglementeerd.

5 In 1899 werden nachtwerk en werkdagen van meer dan 12 uur verboden voor meisjes tussen 12 en 21 jaar. Pas in 1911 volgt er een verbod om vrouwen onder de grond en 's nachts te laten werken.

6 De werktijden bedroegen gemiddeld meer dan 12 uur per dag. Onder socialistische druk werden voor 1914 een aantal wetten gestemd die voor bepaalde beroepscategorieën de werktijd verkortte (9 uur voor de mijnwerkers in 1909). Maar het zou nog tot 1921 duren voor de wet op de achturendag werd gestemd.

7 Iedere burger die 25 jaar oud was en een jaar zijn woonplaats in dezelfde gemeente had kreeg één stem. Aanvullende stemmen werden gegeven aan :

-het gezinshoofd van >35 dat een huis bewoonde dat voor meer dan 5 frank kon worden belast;

-eigenaars van vaste goederen met een kadastrale waarde van meer dan 2000 frank of houders van een inschrijving op het boek van de openbare schuld of van een boekje van de spaarkas met ten minste 100 frank rente;

-kiezers met ten minste een diploma van hoger middelbaar onderwijs of die zekere functies hadden uitgeoefend (capacitaire kiezers).

Niemand mocht meer dan drie stemmen cumuleren.

Het aantal kiezers steeg van 137 772 tot 1 370 687. Er waren 853 000 kiezers met één stem, 293 000 met twee stemmen en 223 000 met drie stemmen.

8 Het mechanisme van het meerderheidsstelsel waarbij de derde partij in de tweede ronde steeds afvalt werkte in het nadeel van de liberalen die nog slechts 20 verkozenen hadden terwijl de socialisten 28 volksvertegenwoordigers behaalden. De kracht van de BWP lag in Wallonië. De BWP behaalde in het hele land 341 937 stemmen (16.15 %), waarvan slechts 37 312 (4.52 %) in de Vlaamse arrondissementen, 40 218 (20 %) te Brussel en niet minder dan 264 407 (26.13 %) in Wallonië (inclusief de stemmen van het kartel met de progressisten in Namen en Luik). In vele Vlaamse arrondissementen was de BWP niet eens opgekomen.

9 Het socialistische dagblad Vooruit werd uitgegeven vanaf 1884. De Volksgazet vanaf 1913.

10 Samen met Edward Anseele oprichter van de Gentse coöperatieve Vooruit in 1881 en van de Vlaamse Socialistische partij die later zou opgaan in de Belgische Werkliedenpartij van 1885

11 Bij de wet van 12 september 1895 werd het principe van de evenredige vertegenwoordiging gedeeltelijk op de gemeenteraadsverkiezingen toegepast.

12 In Wambeek ging de kiesstrijd tussen twee groepen: oorspronkelijk de groep van de burgemeester en de groep van Overdorp. In 1932 kwam de partij der vrije mannen in de plaats van die van Overdorp. In 1958 was er slechts één partij en in 1964 stond de KEP of Kristelijke Eenheidspartij, onder leiding van Roger Appelmans, en met de vroegere mannen van Overdorp, tegenover die van de burgemeester.

Burgemeesters van Wambeek waren:

  1. Corneille Appelmans
  2. Jozef Antoine Baudewijns
    1. Carolus Evenepoel
    1. Egidius Josephus Huygens
    1. Johannes-Baptista Sterckx (in 1873 raadslid)
    1. Petrus De Paduwa (in 1873 raadslid)
    1. Egidius Petrus De Troch (in 1873 schepen)
    1. Lodewijk (Louis) De Troch
    1. Theodoor Van der Mauten
    1. Louis De Troch

13 In het arrondissement Brussel was er een kiesakkoord tot stand gekomen tussen progressisten en socialisten. De progressisten wilden het algemeen stemrecht op hun programma plaatsen in ruil voor de helft van de plaatsen op de lijst. Dit terwijl de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen hadden geleerd dat de eigen aanhang van de progressisten slechts één kwart bedroeg van die van de socialisten. Het kartel raakte in de tweede stemronde maar de katholieken zegevierden dankzij de stemmen van veel overgelopen doctrinairen.

14 De katholieke regering wou de militaire uitgaven verhogen en het leger versterken met het oog op een efficiëntere onderdrukking van de arbeidersbeweging. De Kristen-Democraat G. Helleputte, die de sympathie van zijn plattelandskiezers kon gebruiken, maakte van de gelegenheid gebruik om op te komen voor een maandelijkse vergoeding, uit te keren aan de ouders van de dienstplichtige militairen. Deze sociale maatregel kwam vooral ten goede aan de talrijke boerenzonen en was in werkelijkheid bedoeld om het dienst nemen populair te maken. De socialisten spraken spoedig van indirecte steun aan het kleine boerenbezit. Om in het zicht van de parlementverkiezingen van 1896 de gunst van de kiezer te verwerven, besloot de regering om alleen de "gezinsvergoeding" ter stemming te brengen. De BWP sprak zich nu uit voor het voorstel van Helleputte. E. Vandervelde stelde dat de vergoedingen aan de ouders van de militairen evenmin het kapitalistisch regime verstevigden als de loonsverhogingen voor de arbeiders.

De plannen van de regering hingen samen met het aandringen van Leopold II om de dienstplicht te veralgemenen.. De oude rechterzijde die haar kinderen uit de kazerne wilde houden met het stelsel van de loting met vervanging (tegen betaling) was daar tegen. Ze was evenmin bereid een deel van de lastenverzwaring voor haar rekening te nemen. De BWP bleef om principiële redenen uiteraard gekant tegen elke lastenverzwaring en ook het kazernesysteem paste niet in haar visie. Zolang "het socialisme" niet was ingesteld kon er echter ook geen sprake zijn van algemene ontwapening. De voorlopige oplossing lag in de "gewapende natie", dat wil zeggen de wapens in handen van het volk met afschaffing van de kazernes. De Socialistische Jonge Wachten wilden een felle campagne met betogingen voor de gewapende natie. De meeste socialistische parlementsleden beschouwden de algemene dienstplicht al als een wezenlijke verbetering en waren tegen een algemene mobilisatie van arbeiders voor de "gewapende natie".

15 Volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek bedroeg het aantal inwoners in 1895: 2255, 1226 mannen en 1029 vrouwen, en in 1900: 2375, 1302 mannen en 1073 vrouwen.

16 In het boek Sint-Katherina-Lombeek van Frans Cornelis spreekt ook Petrus Van Der Cruys, °1893 op de Meersstraat, van een dagloon van 1 frank. Een brood koste volgens hem toen 20 centiemen. Eieren werden verkocht voor 5 centiemen op de markt om het schamele inkomen aan te vullen. En men kweekte ook nog wat hop en aardbeien om op de markt te verkopen.

17 (Grote boeren en grondeigenaars waren de vroegere burgemeester Philippe Caudron van het Hof ten Berg in de Vianestraat, Moens van het Hof van Lombeek in de Lindenstraat, Jacobus D’Hoe op Schepenijsel en burgemeester Carolus Claes van het Claeshof in de Meersstraat 1. Deze laatste bezat bij zijn overlijden in 1906 bijna 39 ha van Sint-Katherina-Lombeek en nog zo’n 28 ha in de buurgemeenten. Cf. Akte van verdeling notaris Stas, in F. Cornelis, Sint-Katherina-Lombeek)

18 In het boek van Cornelis vertelt P. Van der Cruys ook het verhaal van zijn moeder, die weduwe was en de eindjes niet aan elkaar kon knopen en geregeld ging aankloppen om hulp bij burgemeester Claes, tot wiens partij – De Ware Vrienden of Nieuwe partij - ze behoorden, en dan telkens met twintig frank terug kwam. Claes noteerde die "leningen" allemaal in een boek en na enkele jaren liet Claes aan de weduwe bij de notaris een akte van grondafstand doen van het stukje tuin naast het huis in ruil voor de kwijtschelding van de opgestapelde schulden. Nu moest zij het land huren om het te kunnen bewerken. De kinderen hadden al die tijd gedacht dat hun moeder financieel gesteund werd door hun burgemeester. Zij vernamen de ware toedracht pas toen zoon Louis dacht een huis te bouwen op het stukje grond en van de notaris vernam dat het reeds lang eigendom geworden was van de burgemeester. De kinderen stapten prompt over naar de Oude partij, L’Union of De Eendracht en de erbij horende gelijknamige Fanfare, van pachters Moens en Caudron.

Een gelijkaardig verhaal uit het boek van F. Cornelis is dat van Pie(ter) De Backer, een boerke van de Vianestraat die bij zijn burgemeester een lening vroeg om een stukje grond te kopen. Op de koopdag werd de grond hem inderdaad toegewezen voor een lage prijs omdat de andere boerkes niet opboden tegen hun vriend Pie. Maar toen vroeg Claes aan de notaris om de grond op zijn naam te zetten. En Pie die het geld niet in handen had moest laten begaan en achteraf de grond huren van boer Claes. Niettegenstaande alles bleef de familie in de fanfare en partij van burgemeester Claes.

19 Volgens de volkstelling van 1890 telde Ternat 2.289 zielen en 483 huizen. Volgens het bevolkingsregister telde de gemeente op 31 december 1901, 2757 zielen en stonden er 527 huizen, 207 in het Dorp, 41 in Sempst en Terlinden, 73 in Opalphen, 55 in Neeralphen, 25 in Vitseroel, 108 in Steenstraat en Statie en 18 in Overnellen

20 Doctrinairen waren conservatieve liberalen, progressisten of vooruitstrevers waren liberalen die gewonnen waren voor uitbreiding van het stemrecht en stemmen van sociale wetten. Burgemeester was J.Bt. Em. Verbrugghen, schepenen Th.Poodt en L. Linthout, gemeenteraadsleden P. Vanderheyden, J. De Troch, K. Mes, L. Leuckx en C. Ancolet, gemeentesecretaris Ph. Clement. De gemeenteraadsleden waren verkozen op een eenheidslijst. In 1907 dienen katholieken en Euterpe elk een lijst in. Elke lijst had twee gekozenen en Burgemeester Verbruggen behield zijn meerderheid. Pas in 1912 kon Theofiel Poodt met de katholieke lijst burgemeester worden (zie verder: De socialistische werkersbonden tussen de twee wereldoorlogen.)

21 In 1895 werken in Ternat 999 mensen boven 12 jaar in de landbouw. Het zijn hoofdzakelijk familieleden: 467 mannen en 400 vrouwen. Slechts 91 mannen en 41 vrouwen zijn er werkzaam als vaste dienstboden en dagloners (Lascabanne&D)

22 Gedurende de maand oktober 1899 vertrokken er in het station van Ternat in totaal 5023 reizigers, waarvan 1556 met een werkliedenabonnement, 3206 met een kaartje 3de klas en 261 in 2de klas.

23 Volgens Th.Poodt verbouwt men "beeten, aardappelen, een weinig vlas, koolzaad, vlasdotter (dooier, camiline), tabac, moeskruiden en granen, zooals: rogge, tarwe, haver, gerst, enz.; doch deze vruchten worden in het algemeen opgedaan tot eigen verbruik voor menschen en vee…de voornaamste opbrengst des landbouws is de hopplant…"

24 Th. Poodt schreef nochtans over Ternat: "In het algemeen leeft men er in betrekkelijken welstand; men ontmoet er nergens van die slordige kinderen die met onbeschaamdheid de hand toereiken, noch ouderlingen die der bedelarij een bedrijf maken." Geschiedenis van Ternat 1896

25 "Het Hof ten Berg en de Watermolen ten Berg, aan de kasseide van Ternath-Dorp naar Sint-Ulric-Capelle, werden in 1514 met den erve van den arme der stad Brussel vermengd. Het hof werd, tot last van afbraak, door het bestuur der godshuizen in 1895 verkocht." Brief van het bestuur der Godshuizen van 28 januari 1896 aan Th.Poodt, in de Geschiedenis van Ternat.

26 In 1895 werden volgende handelsmeststoffen verbruikt: 240.700 kg kalk, 625 zwavelzuren ammoniak, 23.835 soda nitraat, 1200 guano, 1700 fosfaat kalk, 590 superfosfaat, 100 ijzerslakken, 500 beenderzwart, 400 potasch, 740 zwavelzuren potasch, 45.673 andere samengestelde handelsvetten.

27 Volgens Th.Poodt worden er door de hogere overheden "oneindig veel kwestiën in het belang van de landbouwer beproefd: inrichting van boerenbonden, verspreiding van landbouwonderwijs, vermindering van lasten, beschermrechten, spaar- en leengilden volgens Raiffeisen, enz." De enige oplossing voor de landbouwcrisis bestaat volgens hem echter in het beperken van de beursspeculatie met graan en een betere verhouding van de goud- en zilvermunt. Daardoor zou niet alleen de prijs van het graan maar ook nadien die van de hop gaan stijgen. Nu betaalt men het graan uit Amerika slechts 11,75 frank terwijl de plaatselijke boeren niet kunnen produceren voor minder dan 18 frank per 100 kilo tarwe.

De prijs van de tarwe bedroeg in 1895 slechts 14 frank tegenover 29 in 1870. De prijs der hop was in 1895 tot een historisch dieptepunt van 22 frank gedaald. In 1898 steeg hij opnieuw tot 129 frank (L&D)

28 Wel zijn er twee bouwerijen met samen 13 personeelsleden en vele ambachtelijke bedrijfjes: 3 wind- en watermolens en 1 vuurmolen, 3 smederijen, 1 wagenmaker, 2 zadelmakers, 2 blik- en koperslagers, 1 koord- of touwslager, 4 houtzagers, 12 schrijnwerkers, 1 stoelmaker, 17 kleermakers, , 2 modisten, 3 leermakers, 9 schoen- en 2 kloefmakers, 1 vederbereider, 2 kuipers, 2 mandenmakers, metsers, schaliedekkers, schilders, behangers … (L&D)

29 De gemeentebegroting van 1899 voorzag een toelage van 4.019,84 frank aan het bureel van weldadigheid en openbare onderstand.

Het einde van het Unionisme

In 1828 sloten de liberale burgerij en de traditioneel denkende katholieken een monsterverbond tegen het Hollandse Regime van Willem I, een autoritaire en absolute monarch die de rol van de Kerk ondergeschikt had gemaakt aan die van de staat, die onder meer zeer actief werd op onderwijsgebied.

Het liberalisme streefde naar de vorming van een nieuwe, grondwettelijke staat, die gesteund zou worden op de principes van de Verlichting: vrijheid van opinievorming en verspreiding, vrijheid van vereniging, de uitoefening van de macht door een verkozen parlement, de leidende rol van de staat in onderwijs en wetenschap, de opheffing van de bevoorrechte rol van adel en clerus.

De liberale principes die werden opgenomen in de Belgische Grondwet van 1831 boden ook nieuwe mogelijkheden aan de Kerk: de onbeperkte vrijheid tot het oprichten van scholen, kloosters en liefdadige werken leidde tot de herleving van het godsdienstig gevoel en het terugwinnen van de kerkelijke invloed.

De parlementaire verstandhouding tussen liberalen en katholieken, het zogenaamde UNIONISME, hield stand tot in 1846, toen in Brussel de Liberale Partij werd opgericht. In 1852 werd in Gent, op aandringen van de kerkelijke overheid, de eerste kern van de Katholieke Partij gesticht. Een ruime fractie van de partij, de ultramontane, vond dat de staat heringericht moest worden op religieuze grondslag. De liberaal-katholieken vonden dat zowel de staat als de godsdienst gebaat waren bij een loyale houding tegenover het grondwettelijk regime dat in 1830-1831 was ontstaan. De dwingende ingreep vanwege de kerkelijke overheid én de strijd tegen de liberale schoolwetten van 1879 zorgden echter voor het sluiten van de rangen.

Met de wet op het middelbaar onderwijs van 1850, een poging om dat onderwijs uit te breiden en het gezag van de clerus erin te verminderen - Rogier wilde het aantal rijksathenea van acht op tien brengen, twaalf nieuwe middelbare scholen oprichten, 38 bestaande hervormen en al de scholen onder direct toezicht van de staat plaatsen - jaagden de liberalen de Kerk reeds tegen zich in het harnas. Onder druk van de links-liberalen reorganiseerde de liberale regering Frère-Orban in 1879 ook het lager onderwijs zodanig dat de katholieke invloed eruit verdween (wet Van Humbeeck): elke gemeente moest een officiële school hebben, de gemeente mocht geen vrije school subsidiëren en de onderwijzers moesten een officieel diploma hebben.

De toenemende polarisering tussen liberalen en katholieken drong geleidelijk aan ook door op gemeentelijk vlak in de landelijke gebieden

In Sint-Katherina-Lombeek scheurde de conservatief-katholieke boer en grootgrondbezitter Carolus Claes zich in 1868 af van de in 1863 opgerichte eenheidspartij "L'Union" of "de Eendracht" (van de uit Brussel afkomstige onderwijzer van de gemeenteschool Jan Lenaerts en Philippe Caudron, burgemeester van 1849 tot 1871) en behaalde met zijn nieuwe partij, annex muziekmaatschappij, "De Ware Vrienden" de overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1872. Claes werd bij KB van 28 augustus 1872 tot burgemeester benoemd. en werd tot burgemeester.

(Door de kieswet van 18/5/1872, ingevoerd door de katholieke regering Malou, werden de gemeenteraden voortaan om de drie jaar bij helften vernieuwd).

In Ternat werd op 24 november 1894 de Katholieke Bond gesticht door Dokter Theophiel Poodt (schepen sinds 1891, burgemeester vanaf 1911: hij behaalde toen 488 stemmen tegenover JB Verbrugghen, gewezen burgemeester, 475) en graaf Theobald de Lichtervelde.

In Wambeek behoorde Egidius Huygens, uit Overdorp van 1847 tot 1878 tot de laatste eenheidsburgemeesters. In 1873 waren de latere katholieke burgemeester Egidius P. De Troch en Jean F. Borremans ook reeds schepen. Ivo De Mont, vader van dichter Pol De Mont, werd in 1873 gemeentesecretaris. De Troch, Borremans en De Mont behoorden tot de 112 Wambeekse katholieke tegenbetogers tijdens de liberale manifestatie van 1884 tegen de katholieke onderwijswet Jacobs.

Egidius P. De Troch werd in 1885 burgemeester. (tot 1899). De conservatief-katholieke Partij van de Burgemeester bleef tot in 1932 en van 1939 tot 1976. De burgemeester werd steeds geleverd door de familie De Troch.

De oppositie werd gevormd door de Partij van Overdorp, later ook de Partij der Vrije Mannen, die in 1932 de verkiezingen wonnen met 5 tegen 4. In deze periode kwam de leider van het Vlaams Nationalistisch Verbond of VNV, Staf De Clercq meermaals naar Wambeek schrijft Herman Herpelinck in zijn Ternatse geschiedenisboek De Drie Gemeenten van 1999.

De Vlaamse Kristelijke Volkspartij

Uit de Vlaamse beweging en de sociale stroming binnen de katholieke beweging groeit uiteindelijk de Vlaamse Kristelijke Volkspartij (Gent, 14 februari 1897). In Aalst wordt deze beweging belichaamd door uitgever-drukker Pieter Daens en later ook door zijn broer priester Adolf Daens, die vanaf 1894 volksvertegenwoordiger wordt in het arrondissement Aalst en later in Brussel (1902, in 1900 werd hij nipt niet verkozen in Brussel).

Pieter Daens was aanvankelijk net zoals de rest van de katholieke sociale stroming anti-socialistisch, paternalistisch en korporatistisch (Lode Wils, Het Daensisme, de opstand van het Zuid-Vlaamse platteland, 1969) en streed dus niet voor de ontvoogding van de arbeiders maar wel voor de invoering van zekere sociale maatregelen ten gunste ervan.

In het parlement komt priester Daens in contact met de socialisten en hij zal er ook verdedigd worden door de socialisten. Tijdens de kamerzitting van 3 maart 1998 veroordeelde Emile Vandervelde de bemoeienissen van de Kerk in politieke aangelegenheden. Hij hekelde vooral het verbod dat aan Daens was opgelegd om aan de komende verkiezingen deel te nemen en noemde de bischoppen "de hansworsten van het kapitalisme." (Frans-Jos Verdoodt, De zaak Daens, een priester tussen Kerk en kristen-democratie, DF 1993). Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1899 werkten de daensisten samen de socialisten in Brussel. Tijdens een toespraak in het Volkshuis had priester Daens toen een wapenstilstand afgesloten met de socialisten (Le Peuple 13.05.1899, 02.07.1899) en er werden enkele gezamenlijke meetings gehouden.

In Sint-Katherina Lombeek staat Julien Huygens, zoon van de vroegere Wambeekse burgemeester Egidius Huygens, onder invloed van het daensisme. Op advies van Pieter Daens is hij in 1896 kandidaat voor de BWP bij de parlementsverkiezingen.

Hosted by www.Geocities.ws

1