Het einde van het Unionisme

In 1828 sloten de liberale burgerij en de traditioneel denkende katholieken een monsterverbond tegen het Hollandse Regime van Willem I, een autoritaire en absolute monarch die de rol van de Kerk ondergeschikt had gemaakt aan die van de staat, die onder meer zeer actief werd op onderwijsgebied.

Het liberalisme streefde naar de vorming van een nieuwe, grondwettelijke staat, die gesteund zou worden op de principes van de Verlichting: vrijheid van opinievorming en verspreiding, vrijheid van vereniging, de uitoefening van de macht door een verkozen parlement, de leidende rol van de staat in onderwijs en wetenschap, de opheffing van de bevoorrechte rol van adel en clerus.

De liberale principes die werden opgenomen in de Belgische Grondwet van 1831 boden ook nieuwe mogelijkheden aan de Kerk: de onbeperkte vrijheid tot het oprichten van scholen, kloosters en liefdadige werken leidde tot de herleving van het godsdienstig gevoel en het terugwinnen van de kerkelijke invloed.

De parlementaire verstandhouding tussen liberalen en katholieken, het zogenaamde UNIONISME, hield stand tot in 1846, toen in Brussel de Liberale Partij werd opgericht. In 1852 werd in Gent, op aandringen van de kerkelijke overheid, de eerste kern van de Katholieke Partij gesticht. Een ruime fractie van de partij, de ultramontane, vond dat de staat heringericht moest worden op religieuze grondslag. De liberaal-katholieken vonden dat zowel de staat als de godsdienst gebaat waren bij een loyale houding tegenover het grondwettelijk regime dat in 1830-1831 was ontstaan. De dwingende ingreep vanwege de kerkelijke overheid én de strijd tegen de liberale schoolwetten van 1879 zorgden echter voor het sluiten van de rangen.

Met de wet op het middelbaar onderwijs van 1850, , een poging om dat onderwijs uit te breiden en het gezag van de clerus erin te verminderen - Rogier wilde het aantal rijksathenea van acht op tien brengen, twaalf nieuwe middelbare scholen oprichten, 38 bestaande hervormen en al de scholen onder direct toezicht van de staat plaatsen - jaagden de liberalen de Kerk reeds tegen zich in het harnas. Onder druk van de links-liberalen reorganiseerde de liberale regering Frère-Orban in 1879 ook het lager onderwijs zodanig dat de katholieke invloed eruit verdween (wet Van Humbeeck): elke gemeente moest een officiële school hebben, de gemeente mocht geen vrije school subsidiëren en de onderwijzers moesten een officieel diploma hebben.

De toenemende polarisering tussen liberalen en katholieken drong geleidelijk aan ook door op gemeentelijk vlak in de landelijke gebieden

In Sint-Katherina-Lombeek scheurde de conservatief-katholieke boer en grootgrondbezitter Carolus Claes zich in 1868 af van de in 1863 opgerichte eenheidspartij "L'Union" of "de Eendracht" (van de uit Brussel afkomstige onderwijzer van de gemeenteschool Jan Lenaerts en Philippe Caudron, burgemeester van 1849 tot 1871) en behaalde met zijn nieuwe partij, annex muziekmaatschappij, "De Ware Vrienden" de overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1872. Claes werd bij KB van 28 augustus 1872 tot burgemeester benoemd. en werd tot burgemeester.

(Door de kieswet van 18/5/1872, ingevoerd door de katholieke regering Malou, werden de gemeenteraden voortaan om de drie jaar bij helften vernieuwd).

In Ternat werd op 24 november 1894 de Katholieke Bond gesticht door Dr Theophiel Poodt (schepen sinds 1891, burgemeester vanaf 1911: hij behaalde toen 488 stemmen tegenover JB Verbrugghen, gewezen burgemeester, 475) en graaf Theobald de Lichtervelde.

In Wambeek behoorde de sociaalvoelende Egidius Huygens, uit Overdorp van 1847 tot 1878 tot de laatste eenheidsburgemeesters. In 1873 waren de latere katholieke burgemeester Egidius P; De Troch en Jean F. Borremans immers ook schepen. Ivo De Mont, vader van dichter Pol De Mont, werd in 1873 gemeentesecretaris. De Troch, Borremans en De Mont behoorden tot de 112 Wambeekse katholieke tegenbetogers tijdens de liberale manifestatie van 1884 tegen de katholieke onderwijswet Jacobs.

Egidius P. De Troch werd in 1885 burgemeester. (tot 1899). De conservatief-katholieke Partij van de Burgemeester bleef tot in 1932 en van 1939 tot 1976. De burgemeester werd steeds geleverd door de familie De Troch.

De oppositie werd gevormd door de Partij van Overdorp, later ook de Partij der Vrije Mannen, die in 1932 de verkiezingen wonnen met 5 tegen 4. In deze periode kwam de leider van het Vlaams Nationalistisch Verbond of VNV, Staf De Clercq meermaals naar Wambeek schrijft Herman Herpelinck in zijn Ternatse geschiedenisboek De Drie Gemeenten van 1999.

 

De Vlaamse Kristelijke Volkspartij

Uit de Vlaamse beweging en de sociale stroming binnen de katholieke beweging groeit uiteindelijk de Vlaamse Kristelijke Volkspartij (Gent, 14 februari 1897). In Aalst wordt deze beweging belichaamd door uitgever-drukker Pieter Daens en later ook door zijn broer priester Adolf Daens, die vanaf 1894 volksvertegenwoordiger wordt in het arrondissement Aalst en later in Brussel (1902, in 1900 werd hij nipt niet verkozen in Brussel).

Pieter Daens was aanvankelijk net zoals de rest van de katholieke sociale stroming anti-socialistisch, paternalistisch en korporatistisch (Lode Wils, Het Daensisme, de opstand van het Zuid-Vlaamse platteland, 1969) en streed dus niet voor de ontvoogding van de arbeiders maar wel voor de invoering van zekere sociale maatregelen ten gunste ervan.

In het parlement komt priester Daens in contact met de socialisten en hij zal er ook verdedigd worden door de socialisten. Tijdens de kamerzitting van 3 maart 1998 veroordeelde Emile Vandervelde de bemoeienissen van de Kerk in politieke aangelegenheden. Hij hekelde vooral het verbod dat aan Daens was opgelegd om aan de komende verkiezingen deel te nemen en noemde de bischoppen "de hansworsten van het kapitalisme." (Frans-Jos Verdoodt, De zaak Daens, een priester tussen Kerk en kristen-democratie, DF 1993). Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1899 werkten de daensisten samen de socialisten in Brussel. Tijdens een toespraak in het Volkshuis had priester Daens toen een wapenstilstand afgesloten met de socialisten (Le Peuple 13.05.1899, 02.07.1899) en er werden enkele gezamenlijke meetings gehouden.

In Sint-Katherina Lombeek staat Julien Huygens, zoon van de vroegere Wambeekse burgemeester Egidius Huygens, onder invloed van het daensisme. Op advies van Pieter Daens is hij in 1896 kandidaat voor de BWP bij de parlementsverkiezingen.

Hosted by www.Geocities.ws

1