De opeenvolgende verkiezingen toonden ook aan dat de BWP een stedelijke arbeiderspartij was en dat de propagandatechnieken naar de landbouwers gefaald hadden. Eén van de belangrijkste problemen was de onbekendheid van de stedelijke propagandisten met het platteland. Ze voerden er hetzelfde discours als dat waarmee ze de industriearbeiders probeerden te overtuigen: hun argumenten beperkten zich tot de bekommernissen van de industriearbeiders en het verwoorden van de algemene partijstandpunten zoals het algemeen stemrecht en de militiewet (1). Op het Congres van de tweede socialistische internationale te Londen stelde de Brusselse federatie, op initiatief van Emile Vandervelde, voor om via enquêtes informatie in te winnen over de landelijke samenleving. Na het congres van Londen begon de Brusselse federatie vragenlijsten te sturen naar verschillende landelijke gemeenten van het arrondissement. De resultaten werden gepubliceerd in Le Peuple tussen 1896 en 1898 in een reeks monografieën.
Hier volgt een vertaling van de bijdrage over Ternat die verschijnt in
Le Peuple
25 oktober 1897
Propagande à la Campagne
Commune de Ternath
Arrondissement Brussel, kanton Asse
Bevolking: 2.500 inwoners (2).
Gemeenteraad. ¾ 9 leden: 5 doctrinairen en 4 katholieken (3).
Over de landbouw
Wedden. ¾ Dienstboden: 15 frank per maand en eten.
Dienstmeisjes: 12 frank per maand en eten.
Dagloners: In de zomer,1 frank per dag en eten, in de winter 75 centimen en eten.
Vrouwen: In de zomer 75 centimen per dag en eten, in de winter 50 centimen per dag en eten (4).
Dikwijls verplicht de eigenaar op bepaalde momenten van het jaar zijn huurders om hem te komen helpen en dus hun eigen werk in de steek te laten. De eigenaars verhuren hun velden onder deze voorwaarde.
Sommige landarbeiders worden per maand betaald, andere per dag. Sommige dienstmeisjes laten het geld voor hen bewaren en vragen het wanneer ze iets nodig hebben. Ik denk niet dat men hen interest betaalt. Buiten hun dagelijks werk hebben de arbeiders die op de boerderijen werken soms nog enkele aren grond die zij huren. Maar als gevolg van de crisis in de landbouw halen zij daar meer verlies dan winst uit.
De wedden van de dagloners zijn de laatste 30 jaar niet meer gestegen. Voor deze tijd waren ze 20 percent lager maar de mensen konden toen met 1 frank meer kopen dan nu met 5 frank. De tijden en de (zeden?) zijn veranderd… Men kan dus besluiten dat de wedden 30 jaar geleden relatief hoger lagen dan nu. De arbeiders krijgen ’s morgens als ontbijt 2 of 3 bruine boterhammen, ’s middags …………..dikwijls botermelk) met aardappelen en ………… een boterham met spek; om 4 uur koffie en brood; ’s avonds soep.
Sommige boeren geven bij het oogsten aan de arbeiders de 25 ste hoop als beloning voor hun diensten.
Werktijden. In de zomer van 5 uur tot 7 uur en in de winter van 7 uur tot 4.30 uur. Het werk …vermindert?… nar de winter toe, wanneer het graan gedorst is.
Het werk van de vrouwen en de kinderen. De vrouwen nemen de zorg voor het huishouden op zich, ze zorgen voor de koeien, ze geven eten aan het vee, ze wieden, ze oogsten, ze plukken de hop.
Vanaf 12 jaar helpen de kinderen hun ouders. Sommigen doen ze reeds vanaf hun 10 jaar zwaar landbouwwerk verrichten waardoor ze op hun 17 – 18 jaar mismaakt zijn.
Bevolking. Er zijn 500 mannen, 400 vrouwen en 300 kinderen (? >< 2.500 hierboven?)
Meer dan 200 mensen gaan elke dag naar Brussel (5) werken waar ze 3 à 4 keer zo veel verdienen als op het platteland. Er is dan ook een groot contrast tussen de welstand en de vrolijkheid in hun families en de miserie in de 9/10 andere families.
Mechanisering. Men werkt nog niet met behulp van machines. Er is echter sprake van om in de omgeving een melkerij met stoommachine te vestigen. Dat zou, volgens mij, zeer nadelig zijn voor de gemeente omdat het de dagelijkse markt zou vernietigen. Dat zal in geen geval de prijs van de boter doen verhogen.
Teelten. ¾ De boeren van Ternath verbouwen granen, voedergewassen en vooral hoppe (6). Ze gebruiken vrij grote hoeveelheden kunstmest.
Inkomen werkman. ¾ Een landbouwersgezin met 4 kinderen. Jaarlijks inkomen, 300 maal 1 frank 75 of 525 frank. Slechts weinigen halen enige winst uit hun eigendom. Nemen we echter aan dat dit gezin nog 200 frank extra heeft doordat de vader, ’s avonds, na zijn dagtaak bij de boer, nog zijn eigen veld bewerkt.
Voeding : Voor de kinderen 0,4 frank per dag, voor 4 kinderen maakt dit
dus 1.6 frank x 365 dagen = 584 frank per jaar.
65 dagen aan 0,5 frank= 32,5 frank voor de ouders (werkloosheidsdagen = wanneer ze niet op de boerderij eten)
Totaal : 616,5 frank.
Huur : 75 frank.
Kleding : 25 frank per persoon, dat wil zeggen 150 frank voor de zes gezinsleden.
Verlichting : 5 frank voor petroleum.
Ziekte : Kosten gedragen door het Weldadigheidsbureel. Voor de andere : 25 frank per jaar.
Uitgaven in de herberg : gering, 5 frank per jaar.
Belasting : 10 frank.
Inkomsten : 725 frank; uitgaven 886,5 frank; tekort : 161.5 frank.
Zo groeien hun schulden bij de kleine leveranciers steeds aan want als de huur voor het veld niet betaald wordt gaat de deurwaarder over tot uitzetting. De meeste boeren zijn in hetzelfde geval (7).
Het is ons onmogelijk precieze inlichtingen te geven over het aantal eigenaars en over de omvang van hun gronden gezien we ons moeten informeren bij een persoon die onze partij slecht gezind is. Hier volgt echter een ruwe schatting :
De helft van de gemeente hoort toe aan een tiental grootgrondbezitters.
1/6 aan boeren die gemiddeld 25 tot 100 are bezitten. Maar bij de meesten is deze eigendom slechts bedrieglijke schijn want er rusten zware lasten op. De laatste twee jaar worden er ook 50 procent meer gronden en boerderijen openbaar verkocht.
De overige 3/8? van de gronden wordt verhuurd.
Het aantal kleine eigenaars vermindert steeds en hun gronden komen in de handen van de grootgrondbezitters.
Er zijn in de omgeving geen braakliggende gronden. De gemeente bezit ongeveer 150 are weiland.
C. ¾ Kleine eigenaars en boeren.
Negen boeren-eigenaars bezitten 4 tot 20 ha grond die ze zelf bewerken.
Er zijn in de omgeving 4 grote en 5 kleine boerderijen.
De kleine boeren geven 45 tot 55 frank voor het huren van 25 are, de grote boeren ongeveer 140 frank per ha. Deze prijzen zijn met 10 procent gestegen. De boeren maken de fout niet met mekaar overeen te komen over de pachtprijzen. Ieder van hen spant zich in om grond te bekomen door hoger te bieden. Een hoeve van de Godshuizen van Brussel (8) werd verhuurd voor 120 frank per ha. Na het vertrek van de huurder, die geen enkele winst maakte, verdeelde het bestuur het goed in percelen van 25 are die aan de boeren werden verhuurd aan 240 frank per ha, het dubbele dus van de oorspronkelijke huur. … eens, de boeren zouden moeten een vereniging oprichten.
De huurovereenkomst wordt schriftelijk opgesteld of bestaat slechts bij stilzwijgende overeenkomst.
Uitzonderlijk bekomen de boeren krediet bij de leveranciers van meststoffen (9) en werktuigen. Er levert hier een landbouwingenieur uit Waterloo aan de boeren. De betaling wordt bepaald op 9 maand. Hij heeft zijn vertegenwoordigers die hem alle gewenste inlichtingen bezorgen.
Het hypothécair krediet wordt veel gebruikt. De leningen worden terugbetaald met een interest van 4 à 5 percent. 50 percent van de eigenaars hebben gronden waarop een hypotheek rust.
Er bestaat een vereniging waarvan de leden jaarlijks een bepaalde som storten. Ze heeft als doelstelling om als er een koe sterft aan de eigenaar ¾ terug te betalen van de som die ze hem gekost heeft. Deze vereniging wordt gesubsidieerd door de staat en de provincie. (10)
Het is moeilijk om grond te huren van een katholieke eigenaar als deze weet dat je niet van zijn partij bent.
D. ¾ Nijverheid.
Er is geen enkele industriële vestiging in de gemeente (11).
E. ¾ Gemeentezaken.
Weldadigheid. Ongeveer de helft van de werkende bevolking is ingeschreven bij het Weldadigheidsbureau. Ze ontvangen voedsel en soms geld. Het aantal armen blijft gelijk (12).
De katholieke regering wou de militaire uitgaven verhogen en het leger versterken met het oog op een efficiëntere onderdrukking van de arbeidersbeweging. De Kristen-Democraat G. Helleputte, die de sympathie van zijn plattelandskiezers kon gebruiken, maakte van de gelegenheid gebruik om op te komen voor een maandelijkse vergoeding, uit te keren aan de ouders van de dienstplichtige militairen. Deze sociale maatregel kwam vooral ten goede aan de talrijke boerenzonen en was in werkelijkheid bedoeld om het dienst nemen populair te maken. De socialisten spraken spoedig van indirecte steun aan het kleine boerenbezit. Om in het zicht van de parlementverkiezingen van 1896 de gunst van de kiezer te verwerven, besloot de regering om alleen de "gezinsvergoeding" ter stemming te brengen. De BWP sprak zich nu uit voor het voorstel van Helleputte. E. Vandervelde stelde dat de vergoedingen aan de ouders van de militairen evenmin het kapitalistisch regime verstevigden als de loonsverhogingen voor de arbeiders.
De plannen van de regering hingen samen met het aandringen van Leopold II om de dienstplicht te veralgemenen.. De oude rechterzijde die haar kinderen uit de kazerne wilde houden met het stelsel van de loting met vervanging (tegen betaling) was daar tegen. Ze was evenmin bereid een deel van de lastenverzwaring voor haar rekening te nemen. De BWP bleef om principiële redenen uiteraard gekant tegen elke lastenverzwaring en ook het kazernesysteem paste niet in haar visie. Zolang "het socialisme" niet was ingesteld kon er echter ook geen sprake zijn van algemene ontwapening. De voorlopige oplossing lag in de "gewapende natie", dat wil zeggen de wapens in handen van het volk met afschaffing van de kazernes. De Socialistische Jonge Wachten wilden een felle campagne met betogingen voor de gewapende natie. De meeste socialistische parlementsleden beschouwden de algemene dienstplicht al als een wezenlijke verbetering en waren tegen een algemene mobilisatie van arbeiders voor de "gewapende natie".
2
Volgens de volkstelling van 1890 telde Ternat 2.289 zielen en 483 huizen. Volgens het bevolkingsregister telde de gemeente op 31 december 1901, 2757 zielen en stonden er 527 huizen, 207 in het Dorp, 41 in Sempst en Terlinden, 73 in Opalphen, 55 in Neeralphen, 25 in Vitseroel, 108 in Steenstraat en Statie en 18 in Overnellen3
Doctrinairen waren conservatieve liberalen, progressisten of vooruitstrevers waren liberalen die gewonnen waren voor uitbreiding van het stemrecht en stemmen van sociale wetten. Burgemeester was J.Bt. Em. Verbrugghen, schepenen Th.Poodt en L. Linthout, gemeenteraadsleden P. Vanderheyden, J. De Troch, K. Mes, L. Leuckx en C. Ancolet, gemeentesecretaris Ph. Clement. De gemeenteraadsleden waren verkozen op een eenheidslijst. In 1907 dienen katholieken en Euterpe elk een lijst in. Elke lijst had twee gekozenen en Burgemeester Verbruggen behield zijn meerderheid. Pas in 1912 kon Theofiel Poodt met de katholieke lijst burgemeester worden (zie verder: De socialistische werkersbonden tussen de twee wereldoorlogen.)4
In 1895 werken in Ternat 999 mensen boven 12 jaar in de landbouw. Het zijn hoofdzakelijk familieleden: 467 mannen en 400 vrouwen. Slechts 91 mannen en 41 vrouwen zijn er werkzaam als vaste dienstboden en dagloners (Lascabanne&D)5
Gedurende de maand oktober 1899 vertrokken er in het station van Ternat in totaal 5023 reizigers, waarvan 1556 met een werkliedenabonnement, 3206 met een kaartje 3de klas en 261 in 2de klas.6
Volgens Th.Poodt verbouwt men "beeten, aardappelen, een weinig vlas, koolzaad, vlasdotter (dooier, camiline), tabac, moeskruiden en granen, zooals: rogge, tarwe, haver, gerst, enz.; doch deze vruchten worden in het algemeen opgedaan tot eigen verbruik voor menschen en vee…de voornaamste opbrengst des landbouws is de hopplant…"7
Th. Poodt schreef nochtans over Ternat: "In het algemeen leeft men er in betrekkelijken welstand; men ontmoet er nergens van die slordige kinderen die met onbeschaamdheid de hand toereiken, noch ouderlingen die der bedelarij een bedrijf maken." Geschiedenis van Ternat 18968
"Het Hof ten Berg en de Watermolen ten Berg, aan de kasseide van Ternath-Dorp naar Sint-Ulric-Capelle, werden in 1514 met den erve van den arme der stad Brussel vermengd. Het hof werd, tot last van afbraak, door het bestuur der godshuizen in 1895 verkocht." Brief van het bestuur der Godshuizen van 28 januari 1896 aan Th.Poodt, in de Geschiedenis van Ternat.9
In 1895 werden volgende handelsmeststoffen verbruikt: 240.700 kg kalk, 625 zwavelzuren ammoniak, 23.835 soda nitraat, 1200 guano, 1700 fosfaat kalk, 590 superfosfaat, 100 ijzerslakken, 500 beenderzwart, 400 potasch, 740 zwavelzuren potasch, 45.673 andere samengestelde handelsvetten.10
Volgens Th.Poodt worden er door de hogere overheden "oneindig veel kwestiën in het belang van de landbouwer beproefd: inrichting van boerenbonden, verspreiding van landbouwonderwijs, vermindering van lasten, beschermrechten, spaar- en leengilden volgens Raiffeisen, enz." De enige oplossing voor de landbouwcrisis bestaat volgens hem echter in het beperken van de beursspeculatie met graan en een betere verhouding van de goud- en zilvermunt. Daardoor zou niet alleen de prijs van het graan maar ook nadien die van de hop gaan stijgen. Nu betaalt men het graan uit Amerika slechts 11,75 frank terwijl de plaatselijke boeren niet kunnen produceren voor minder dan 18 frank per 100 kilo tarwe.De prijs van de tarwe bedroeg in 1895 slechts 14 frank tegenover 29 in 1870. De prijs der hop was in 1895 tot een historisch dieptepunt van 22 frank gedaald. In 1898 steeg hij opnieuw tot 129 frank (L&D)
11
Wel zijn er twee bouwerijen met samen 13 personeelsleden en vele ambachtelijke bedrijfjes: 3 wind- en watermolens en 1 vuurmolen, 3 smederijen, 1 wagenmaker, 2 zadelmakers, 2 blik- en koperslagers, 1 koord- of touwslager, 4 houtzagers, 12 schrijnwerkers, 1 stoelmaker, 17 kleermakers, , 2 modisten, 3 leermakers, 9 schoen- en 2 kloefmakers, 1 vederbereider, 2 kuipers, 2 mandenmakers, metsers, schaliedekkers, schilders, behangers … (L&D)12
De gemeentebegroting van 1899 voorzag een toelage van 4.019,84 frank aan het bureel van weldadigheid en openbare onderstand.