Veel voorkomende ziektes
Adenovirus

Het adenovirus is een veel voorkomende infectie (50% van de paarden heeft antistoffen op eenjarige leeftijd), die in het algemeen slechts een milde luchtweginfectie veroorzaakt: lichte verhoging, neusuitvloeiingen, vergrote lymfeklieren en een paar dagen hoesten. Als het hoesten langer dan een paar dagen duurt, is een complicerende bacteriele infectie opgetreden en moet deze behandeld worden door je dierenarts. Een enting voor deze infectie bestaat nog niet.

Rhodococcus equil

Voor de door deze bacterie veroorzaakte ziekte bestaat in Nederland geen aparte naam. In Engeland hebben ze het over de Rattles. Rhodococcus equil veroorzaakt longontsteking bij veulens. Deze bacterie is heel bijzonder want deze kan buiten het paard overleven en kan zich ook in de omgeving vermenigvuldigen. Als een paardenbedrijf eenmaal besmet is, kan het probleem nog jaren elk jaar terug komen. Op zo'n bedrijf worden de veulens ziek. Ze krijgen meestal een vrij ernstige  longontsteking met heel vaak abcesvorming in de longen. Zonder antibioticabehandeling vaak een hoog stervegehalte. Deze abcesvorming maakt een langdurige behandeling noodzakelijk, omdat na een ogenschijnlijk herstel de ziekte vaak opnieuw aanwakkert. Met name verzwakte dieren  zijn vaak het vatbaarste voor infectie (wormbesmetting, stress) Ook tegen deze infectie bestaat geen enting. Er bestaat wel een leeftijdsafhankelijke weerstand. Alleen veulens worden ziek.

Dampigheid

Dampigheid (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) heeft als een oorzaak een allergische probleem. De volgorde is meestal: virusinfectie, beschadiging longepitheel , irritatie aan het afweersysteem, onstaan van overgevoeligheid, reageren op stoffen waarop een normale long niet hoort te reageren, ontstekingsreacties en bronchusvernauwing, dampigheid. De optredende bronchusvernauwing is dan astma in engere zin, maar is lang niet het enige wat er aan de hand is. Bij voortgeschreden gevallen ontstaat uiteindelijk longemfyseem, het knappen van longblaasjes, wat leidt tot onherstelbare schade. Uit de omschrijving van wat er aan de hand is, volgt de behandeling van de kwaal ook al; in de acute fase het behandelen van een eventueel achterliggende infectie, opheffen van de bronchusplastme met spasmolyca, het taaie slijm dunner maken om het ophoesten te vergemakkelijken met medicijnen of- heel heftig- door het geven van infusen in grote hoeveelheden, het afremmen van de ongewenste onstekingsreactie met medicijnen. De behandeling met infusen geeft vaak wel een snel resultaat maar is niet zonder gevaar. Aangezien paarden en pony's vaak een allergie ontwikkelen voor de mijten en de schimmels die voorkomen in het stof van hooi en stro (uitzonderingen daar gelaten) betekend dit voor een chronisch hoestend paard:

* Huisvesten in een frisse buitenbox, opgestrooid met een stofvrij materiaal zoals      houtvezels of krantenpapier of desnoods turfmolm.
* Geen hooi meer voeren. Dit kan vervangen worden door Horse-hage, Hay-mix, grasbrok of luzernebrok.
* De wei in is ook de uitstekende oplossing.

Koliek

Koliek of terwijl buikpijn kan bij een paard of pony zeer ernstige gevolgen hebben. waarschuw bij koliek direct uw dierenarts. Hoe eerder er behandeld kan worden, hoe beter. Er zijn een aantal maatregelen die koliek bij je paard of pony kunnen voorkomen. Je moet consequent wormen en horzellarven te bestrijden. Geef je paard of pony altijd hooi van een goede kwaliteit en vernietig schimmelig hooi en geef geen ijskoud water of bevroren voedsel. Geef wortelen en bieten alleen zandvrij. Voer paarden bij, als ze op een kale wei lopen, zodat ze niet hoeven te zoeken naar voedsel  en daarbij veel zand binnen krijgen. Laat je paard of pony niet te lang stil staan op stal. Geef in ieder geval dagelijks stapbeweging; ook om beenaandoeningen te voorkomen. En zorg dat het dier niet te snel afkoelt als het gewerkt heeft.

Ontwormen bij paarden

Enters en oudere paarden dienen om de 6 weken te worden ontwormt. Voor drachtige merries geldt dat zij zo kort mogelijk voor het veulenen worden ontwormt. Veulens zijn vaak reeds op een leeftijd van 9 dagen via de melk met veulenwormen besmet. Een dergelijke besmetting gaat gepaard met een groengele, stinkende diarree. Deze diarree treedt meestal op in de periode dat de merrie in de veulenhengstigheid verkeert.  Ook spoelwormen komen bij veulens op zeer jonge leeftijd voor. Deze wormen ontwikkelen zich snel, waardoor het veulen zichzelf besmet. Je kunt het beste je veulen op de volgende manier behandelen:
* Op een leeftijd van 1 a 2 weken de eerste wormbehandeling tegen veulenwormen.
* Op een leeftijd van 4 a 6 weken de tweede wormbehandeling en dan om de 6 weken ontwormen. Na de leeftijd van 4 weken gaan ook andere wormen dan de veulenwormen een rol spelen. De wormen, speciaal de wormen bij het veulen zijn niet voor alle wormpreparaten gevoelig. Overleg daarom met je dierenarts welk preparaat voor jou dier geschikt is en welk schema je moet volgen.

volgende
Hosted by www.Geocities.ws

1