Een voor Bokhoven interessant testament van 1449
G M van der Velden, pastor em. van Bokhoven, MGT
1977 pp 62 t/m 67
In het archief van de Abdij van Berne te Heeswijk-Dinther is onder afdeling
III.H.
een, uit het parochiearchief van Bokhoven afkomstig,
op perkament geschreven
testament terecht gekomen, dat voor de
geschiedenis van Bokhoven toch wel
bijzonder interessant is. Het gaat o m
een uitstekend bewaard gebleven stuk uit het
jaar 1449. Weiaten hier eerst een transcriptie van de
tekst volgen, o m er daarna een
uitvoerige toelichting aan toe te
voegen.
Transcriptie van de tekst
In den naem ons Heren Jhesu Christi. Amen.
By dezen tsegenwordigen instrument sy enen yegeliken openbaer, dat in den
jaer
des geboerten des selven ons Liefs Heren Jhesu
Christi, doe men screef duseht
vierhondert ende neghen ende veertich,
in der twelfter indictiën, des elfste daechs
der maent van Julio, o m vespertyt des selven daegs of
daeromtrent, der
pontificaelscappen des alreheilichste Vaders in
Godeende Ons Lieven Heren heren
Nyclaes metter godliker voirsienicheit des vyfste, paeus, in zynen dorden
jaer, in
myns openbaers notarys ende getugen hier ondergescreve, daertoe
sunderlingen
gebeden ende geroepen, (presentie),
soe heeft in synen siecbedde die eerbaren
ende strenghe ridder Her Jan Oem, tytlic Heer van
Bochoven ende van Olmen, syn
testament ende uytersten will
geordineert, gemaect ende gesloeten, in precenciën
Vrouwen Aleyten, synre gesellinnen, heur consent
daertoe gevende, in manieren
ende formen hiernae volgende: Ende heeft in den iersten wederroepen all
andere
oude will, dat dit tsegewordich zyn testament van
weerden zy, yemonts
wederseggens niet wederstaende; ende begheerden in den iersten in der
kerken
van Bochoven voer den altaer, van hem aldaer
gefundeert, begraven te wesen,
bevelende voert syn siel Onsen Lieven
Here God ende synre Liever gebenedider
Moeder ende allen hemelschen heeren, ende, onder all ander besetselen den
geesteliken steden ende ander persoenen
beset ende gelaten, beset voert 'die
voirges. testatoer den convent van Berne enen
auwen scilt erfeliker renten uyt
synen gueden tot Bochoven voer zyn jaergetide van hen daervoereweliken alle
jaer
te doen.
Op welke punten, all ende enyegelike, die voirs. testatoer
een instrument of meer
van my notarys hieronder gescreven begheert heeft. Dits
geschiet in den huyse
wilnere Merselis die Lu daer nu
Mathys Back in woent, gelegen in 's-Hertogenbosch
op ten Papenhuls, in den jaer, indictiën, maent,
dach, ure ende pontificaelscap,
manier ende forme bovengescreven. Daer waeren by:
eerbaren heren Mathys
Kocks ende Goessen Kemp, canonike der kerken Sinte Jans Evangelist in der stat
van Den Bosch, ende Herman van Waelhoirn syn
dienstknecht, getugen daertoe
geroepen ende gebeden.
Ende ie, Rutger van Arkel van 's-Hertogenbosch,
van de heiliger keyserliker
auctoriteiten ende 's hoefs wegen van
Ludiek gemeyn notarys, alsoo ie des voirs.
alingen uutersten wille ende
testaments des bovens. testatoers, ordineringe ende
makinge ende allen anderen voirs.,
doen die, als voirs. is, geschien souden, daer
tsegenwordich geweest ben metten voers. getugen,
ende die ende enyegelik alsoe
hebbe sien ende hoeren ordineren ende maken, ende die
voirs. clausule uuten
voers. heelen principalen testament des voers.
testatoers ten versueke des
munsters voirs. uutgetogen. Daerom
heb ie dit tsegenwordich openbaere
instrument, metten hant eens anders
getrouwen - m y andersins onledich wesende
- getrulic gescreven, daerop gemaect ende ondergescreven
ende met mynen
gewoenliken teken getekent, in geloven
ende getugenisse alre ende enyegeliken
voergeruert, daertoe versocht ende
gebeeden.
Toelichting
Het testament is in de Nederlandse taal opgesteld, wat voor het midden van
de 15e
eeuw betrekkelijk ongewoon is. De meeste testamenten
werden toen in het Latijn
geschreven. De invloed van de
gebruikelijke formuleringen in de Latijnse taal is in
de Nederlandse tekst nog te merken. Het bleek zelfs
nodig, o m het bovenstaande
testament goed te verstaan, de
gebruikelijke Latijnse zinswendingen er naast te
leggen.
Een testament heeft een ernstig karakter. Het herinnert degene, die een
testament
maakt, aan de niet te ontlopen dood. Voor gelovige
mensen krijgt zo'n stuk
daardoor bijna een godsdienstig karakter. Het doet denken aan een gebed. God
wordt er in ieder geval bij betrokken o m de ernst van
deze uiterste wilsbeschikking
te benadrukken. Daarom begint dit testament, zoals
bij alle gewichtige
dokumenten, met de woorden: „In de naam
van onze Heer Jezus Christus. Amen".
Vaak is de formulering veel korter en volstaat men met de woorden: ,,ln de naam
des Heren. Amen". „In de naam van" betekent
zoveel als „Op gezag van" of „namens",
zoals op profaan terrein de beginwoorden van het
vaderlandse lied „In naam van
Oranje doet open de poort" in dezelfde zin moeten worden verstaan.
Een testament maken is geen aangelegenheid die de testateur voor zich
persoonlijk
onderneemt. Het wordt gericht tot al
degenen die op enigerlei wijze met de
beslissing te maken hebben en te maken
zullen en kunnen krijgen. Het heeft iets van
een publieke bekendmaking. Na de korte bede begint
daarom het testament met de
woorden: „Door deze voorliggende
akte (hier instrument genoemd) weze het aan
iedereen bekend, dat....". Dan
volgt eerst de juiste tijdsaanduiding. Dit geschiedt
met de grootst mogelijke nauwkeurigheid tot in het
overdrevene toe. Wij zouden
zeggen, om het wat plechtig te doen: „In het jaar des
Heren". Hierstaat: „ln het jaar
sinds de geboorte van Onze Lieve Heer Jesus
Christus". En omdat deze naam reeds
in de openingsbede is genoemd, wordt er ten
overvloede aan toegevoegd
„dezelfde". De tijdsaanduiding gaat dan
verder met: „toen men schreef 1449".
Daarop volgt een tijdsbepaling die w e niet meer gebruiken:,,in het
twaalfde jaar van
de lopende indictie". Men rekende met
tijdsperken van 15 jaren, indictiën genaamd.
In dit geval gaat het o m het twaalfde jaar in dit tijdperk, waarvan het
begin bij de
officiële instanties bekend was.
Vooral in de notarisakten is deze jaaraanduiding
lang in gebruik gebleven. De volgende tijdsaanduiding
biedt geen moeilijkheid. De
erflater heeft zijn uiterste
wilsbeschikking bekend gemaakt aan degene, die op dit
schrift moet stellen, op 12 juli.
Het woord Julio is Latijn. Men had hier eigenlijk
verwacht Julii. De namen van de
maanden blijft m e n nog lang in het Latijn schrijven.
Zelfs het uur van de dag wordt aangeduid: op „vespertijd of daaromtrent", dus het
uur waarop het kerkelijk avondgebed (de vespers)
behoren te geschieden. In de
zomer was de vespertijd o m 18 uur. W e kunnen de
uurbepaling derhalve aldus
weergeven: rond het vallen van de
avond. Het woordje „daeromtrent" hoort
klaarblijkelijk bij „vespertyt" en niet
bij „des selven daegs". Er volgt nog een
aanduiding van het jaar waarin het
testament is gemaakt: „in het derde jaar van het
pontificaat van paus Nicolaas de
vijfde". Nicolaas V is paus geworden in het jaar
1447. Het derde jaar van zijn pontificaat wordt dan 1449. De paus wordt
genoemd
„allerheiligste Vader" en o m dat heilige nog
nader te preciseren wordt er aan
toegevoegd: „in G o d en Onze Lieve
Heer", zoals St. Paulus voortdurend spreekt van
„in Christus". Door Gods voorzienigheid is
heer Nicolaas de vijfde paus met die
naam. Na de uitvoerige tijdsbepaling gaat de in de
eerste regel begonnen zin na het
woordje „dat" door met de
belangrijkste mededeling, dat Jan Oem, Heer van
Bokhoven, zijn testament heeft gemaakt. Waar het o m een notariële akte
gaat, wordt
deze mededeling ingeleid door te zeggen, dat het is
geschied in tegenwoordigheid
van de notaris en van getuigen. De toevoeging „hieronder
gescreve" betekent niet
dat de getuigen het stuk hebben ondertekend, maar dat
hun namen verderop
worden genoemd.
De notaris die het testament schriftelijk heeft vastgelegd is dezelfde die
ook
aanwezig was, toen Jan O e m zijn
uiterste wil mondeling te kennen gaf. Daarom
staat er „in presentie (of tegenwoordigheid) van mij,
openbaar notaris". Het
woordje „presentie" heeft de
notarisklerk vergeten neer te schrijven. Een nogal
ernstige vergissing in zo'n officieel
stuk. De notaris noemt zich „openbaar", wat wil
zeggen dat hij tot ieders dienst klaar stond. De getuigen
zijn „sunderlingen", d.w.z.
elk afzonderlijk daarvoor gevraagd en opgeroepen.
Als bijzonderheid staat er bij vermeld, dat de Heer van Bokhoven ziek te
bed ligt. Hij
vreesde blijkbaar dat dit ziekbed
ook weldra zijn sterfbed zou worden. Jan Oem
wordt een eerbiedwaardige en gewetensvolle ridder genoemd. Hij was de
tweede
Heer van Bokhoven van die naam. Hij was Heer van Bokhoven van 1435 tot
1449, en
heet „tijdelijk" Heer van Bokhoven in de betekenis
van „wereldlijk" Heer in tegenstelling
tot „geestelijk". Jan Oem was Heer van Bokhoven
en Olmen. Olmen is een
heerlijkheid in de nabijheid van Mol in
België. Deze heerlijkheid is in zijn familie
gekomen door het huwelijk van zijn
grootvader, eveneens Jan geheten, met
Margaretha, Vrouwe van Olmen.
De vrouw van de testateur heette Aleyt Pieck en was aanwezig toen haar m an
mondeling zijn uiterste wil bekend
maakte. Zij ging er ook mee accoord. Die uiterste
wil is op de volgende wijze geformuleerd: vooreerst
heeft hij herroepen eerdere
door hem gemaakte testamenten en verklaard dat dit
nieuwe testament alleen
geldig zal zijn, al zou iemand ook anders willen beweren;
hij verlangt dan op de
eerste plaats o m begraven te worden in de kerk van
Bokhoven vóór het altaar dat hij
daar heeft gesticht; vervolgens beveelt hij zijn ziel
aan Onze Lieve Heer en Zijn Lieve
Gezegende Moeder en aan alle hemelse heerscharen
aan. Blijkbaar had hij reeds
vele beschikkingen gemaakt ten gunste van kerken, kloosters en geestelijke
personen. Hij laat deze ongemoeid,
maar voegt er nu een nieuwe aan toe. Bij deze
testamentaire beschikking vermaakt hij aan
de kloostergemeenschap van Berne
een oud schild, als een erfelijke en dus jaarlijks
terugkerende rente uit zijn
bezittingen te Bokhoven. Met die kloostergemeenschap
wordt bedoeld de Abdij van
Berne, die toen nog dicht bij Heusden en Herpt en ook Bokhoven lag. Een
oude
schild was het in die tijd oudste gangbare gouden
muntstuk in de Nederlanden.
Tegenover deze jaarlijkse rente moest de Abdij van Berne als tegenprestatie
jaarlijks het jaargetijde voor zijn
zielerust houden.
De erflater wilde dat de notaris al deze beschikkingen schriftelijk in een
of meer
notariële stukken zou vastleggen. En
dat is dan ook gebeurd en wel in 's-
Hertogenbosch op de Papenhulst (een daar nog aanwezige straat) in het huis
van
wijlen Marcelis de Lu, waarin nu (d.w.z. toen het
testament werd opgemaakt)
Matthijs Back woont, op de boven uitvoerig aangeduide datum. Hier worden
dan de
namen genoemd van de getuigen, die er bij waren geweest,
toen Jan O e m zijn
laatste wilsbeschikkingen te kennen
gaf en die ook bij het opmaken van de
geschreven notariële akte in
's-Hertogenbosch aanwezig waren. Die getuigen
waren: Mathijs Kocks en Goessen Kemp, kanunniken van de
Sint Jan in Den Bosch
en een zekere Herman van Waelhoorn, knecht van de
laatst genoemde.
Daarop volgt de gebruikelijke verklaring van de notaris waardoor het
testament zijn
rechtsgeldigheid kreeg. De notaris was een
Bosschenaar, Rutger van Arkel, die in
1449 al niet zo jong meer was. Hij was een officieel erkend
notaris zowel van de kant
van het keizerlijk gezag als van dezijde van de curie
van de Prins-Bisschop van Luik.
De notaris verklaart dan, dat hij en de getuigen tegenwoordig zijn geweest
op het
moment toen de testateur de bovenstaande „alingen"
d.w.z. allerlaatste
wilsbeschikking met de daarbij behorende
bepalingen en al het andere wat toen
geregeld was bekend maakte. Ze waren
er niet alleen zo maar bij, maarzij hebben
als oog- en oorgetuigen alles tot in bijzonderheden
meegemaakt. Met name wordt
de laatste beschikking, de clausule, genoemd, waarvan
op verzoek van de
genoemde Abdij - hier munster geheten
- van Berne een afzonderlijk stuk is
opgemaakt. Dit stuk is evenwel in het archief van deze Abdij van Berne niet
aanwezig.
De notaris sluit met de woorden: „daarom heb ik, daartoe uitdrukkelijk
verzocht, dit
voorliggende en voor iedereen
toegankelijke dokument daarna klaargemaakt en
ondertekend en met mijn gebruikelijk
kenteken voorzien, waardoor dit stuk een
geloofwaardig getuigenis is van al hetgeen
hierboven naar voren is gebracht, in zijn
geheel en in zijn onderdelen". Omdat de notaris
wegens zijn drukke bezigheden
(my andersins onledich wesende) geen tijd had o m persoonlijk het testament
in het
net te schrijven, heeft hij dit door een trouwe klerk
met nauwkeurigheid laten
verrichten.