PBP: It’s our Party
18-22 augustus 2003
Vooraf:
Zaterdagochtend
16 augustus: Cor Vahl en ik gaan vol verwachting richting Parijs om deel te
nemen aan Parijs-Brest-Parijs, het 4-jaarlijkse spektakel voor toerfietsers
waarbij je in maximaal 90 uur 1200 kilometer moet afleggen.
De
reis gaat voorspoedig en na 6 uur in de auto staan we voor de camping bij het
“Base de Loisirs” in StQuentin en Yvelines.
De
zaterdag gebruiken we verder om de tenten op te zetten en kennis te maken met
de andere campinggasten, die voor 90% uit fietsers en hun begeleiders bestaat.
Allen met maar 1 doel: PBP.
Op
zondag worden de fietsen gekeurd. Omdat een deel van de rit in het donker wordt
verreden moet de verlichting, met reservelampjes, in orde zijn en je moet het
verplichte reflecterende hesje tonen. Als dit akkoord is kunnen we in de
sporthal onze bescheiden als magneetkaart en stempelboekje halen. Ook eventuele
extra zaken als bestelde shirts krijgen we daar.
Na
de keuring gaan Cor en ik de omgeving wat verkennen op de fiets. Het wordt een
rustig ritje van zo’n 45 km.
Maandagochtend
is de proloog, een rit van 30 km door alle deelgemeentes van StQuentin. Maar
voor het zover is, breekt ’s nachts een enorme hoosbui los. Teveel voor mijn
oude tent, die zich van de slechtste kant laat zien en er voor zorgt dat er
water in de tas met kleren stroomt, zodat de volgende ochtend werkelijk alle
kleren nat zijn.
Geen
proloog dus en maar hopen dat de kleding droog kan worden.
Na
een miezerige ochtend breekt in de middag de zon door en met veel draai- en
keerwerk krijg ik gelukkig alles op het eind van de dag droog.
Maandagavond
gaan we naar de start kijken van de 20.00-uur groep. Deze 1000 snelle jongens
hebben 80 uur de tijd om weer terug te zijn. Daarna vanaf 21.45 uur de
deelnemers voor 90 uur. Eerst de specials (ligfietsen, 3-wielers en zelfs een
step) en daarna een stuk of 5 groepen van 500 deelnemers met “gewone”
racefietsen.
Wij,
de resterende 500, zijn de volgende ochtend aan de beurt voor 84 uur. Maar wij
hebben nog een nachtrust tegoed. Gelukkig slaap ik redelijk goed, maar we
moeten toch erg vroeg uit de veren: 3.30 uur.
We
eten in rust ons uitgebreide ontbijt en vertrekken naar de start. Om kwart voor
5 wordt onze magneetkaart gestript en om 5 uur kunnen we op weg.
1e dag StQuentin en Yvelines – Tinteniac 420 km
De
eerste kilometers van deze etappe worden verreden in het donker en achter een
auto die voor ons rijdt. Cor en ik proberen zoveel mogelijk vooraan te komen om
in de luwte van de grote groep mee te kunnen rijden en zo geen last te hebben
van de lichte tegenwind die er staat.
Dit
lukt onafhankelijk van elkaar voor beide van ons. Na zo’n 40 kilometer zitten
we vlak bij elkaar in het eerste deel van het eerste peloton, zo’n 150
deelnemers, overwegend mannen, groot.
Er
wordt een stevig tempo onderhouden en de kleine heuvels die we tegenkomen kan
ik goed verteren en ik kan steeds in het peloton blijven.
Dat
wordt anders als we de “Perche” naderen en er serieuze heuvels opdoemen met
langere beklimmingen. Na de tweede klim ben ik los van het peloton en moet
verder op eigen kracht door naar de eerste verversingspost in Mortagne au
Perche op 141 km.
Ik
rust even en neem wat eten tot me en hoop op een leuk groepje om zo naar de
eerste echte controle in Villaines la Juhel.
Meteen
doemen de volgende heuvels op en elk groepje waar ik bij aansluit moet ik laten
gaan op de hellingen. Het resultaat is dat ik deze etappe grotendeels alleen
rij en met de toenemende warmte en immer aanwezige tegenwind zakt mijn moraal
enorm.
Ik
arriveer dan ook in Villaines na 225 km met een behoorlijke dip. Ik laat de
magneetkaart registreren en ga naar het restaurant om wat te eten. Cor is in
geen velden of wegen te zien en ik vermoed dat hij al flink op mij voorligt.
Misschien wel al een uur.
Als
ik weer vertrek is het bijna twee uur en tegen de 30 graden. Ik realiseer me
dat mijn mooie schema van een finish in 60 uur nu al verkeken is en ik rij een
gezapig tempo weg.
Het
wordt een lange etappe van 90 km met behoorlijk wat hoogtemeters (ruim 700).
Ik
sluit me aan bij een groepje Amerikaanse deelnemers, maar moet zoals
gebruikelijk weer lossen op de eerste de beste helling. Ik merk dat ik dit keer
niet de enige ben, want er blijft iemand in mijn wiel zitten. Ook na een
volgende helling is dit het geval en ik krijg van achteruit te horen: “Is it
okay that I stay on your wheel?” Het maakt mij niet veel uit en ik zeg: “Okay”.
Eigenlijk rij ik op dit moment liever met iemand anders dan alleen. Wat
gezelschap om tegen te praten kan mij wellicht uit het dal halen. Dit dal was
inmiddels een aardige afgrond geworden.
Na
een tijdje gaan we even naast elkaar rijden en ik zie dat het een Amerikaanse
dame is die Melanie blijkt te heten. Zij heeft in het begin van de dag al last
gekregen van haar maag en schiet ook veel minder op dan haar plan was. Door in
mijn wiel te hangen bij de tegenwind hoopt zij enigszins herstellen. Voor mij
werkt het positief, want ik kan nu in een iets aangepast tempo een heel vast
ritme aanhouden.
Samen
rijden we naar de volgende controle in Fougeres. We stempelen en spreken af om
na een uurtje samen weer verder te gaan.
Haar
plan was om in Carhaix te gaan slapen en ik wilde in Brest bekijken hoe moe ik
was. We zien wel.
Het
wordt een korte en relatief eenvoudige etappe naar Tinteniac. Het is inmiddels
al donker wanneer we er weer vertrekken en gaan samen door de nacht naar
Loudeac.
2e dag Loudeac – Loudeac 375 km
Wanneer
we in Loudeac aankomen om 3 uur in de nacht zijn we beiden moe en hebben
problemen om de ogen open te houden. De slaapzaal is vol en we gaan in de
eetzaal maar een plekje zoeken om wat te slapen. Melanie heeft een wekkertje
bij zich en na een half uurtje in een hoek op de grond voor mij en half op een
tafel voor haar gaan we weer op pad. De slaap is weg maar de nacht is fris.
Het
tempo blijft rustig met een gemiddelde van net boven de 20.
We
hebben in de eerste twee etappes toch nog een redelijke voorsprong weten op te
bouwen op de sluitingstijden van de controles, zodat we daar geen zorgen over
hebben. Na een controle in Carhaix volgt de rit naar Brest, waar we halverwege
zijn.
Vlak
voor de top van de Roc Trevezel komen we Cor tegen. Hij is inmiddels al op de
terugweg. Als wij later weer op het zelfde punt zijn is het al 6 uur later.
Het
wordt weer warm, maar de stemming wordt beter. Beiden klimmen we uit het dal.
Zij krijgt de maagproblemen onder controle door af en toe melk te drinken en
mij bevalt de aanspraak wel.
Wanneer
Brest in zicht komt stijgt de stemming en bij aankomst hebben we nog ruim 4 uur
over op het sluitingsschema. De tijd voor de terugweg is echter ruimer bemeten
dan voor de heenweg. Geen zorgen dus.
We
gaan op terugweg. Weer volgt de eindeloze klim naar de Roc Trevezel, maar het
is voor ons geen probleem. Doordat we ons we ons de afgelopen etappes niet
bovenmatig ingespannen hebben, kunnen we nu met de middenmoot mee omhoog.
Omlaag kunnen we er nog een schepje bovenop gooien, zodat we diverse anderen
weer kunnen inhalen. Met een lange klim de stad in komen we weer in Carhaix.
Het
vaste patroon op de controles wordt weer gevolgd van afstempelen, eten en
persoonlijke verzorging. Meestal zijn we hiervoor een uur kwijt.
Het
is inmiddels weer avond en we vertrekken naar Loudeac. Hier aangekomen is het
middernacht en we besluiten weer een korte slaappauze in te lassen.
Het
is nu nog moeilijker om een slaapplek te vinden. Er liggen overal anderen te
slapen. Tegen alle muren, onder banken, op stoelen, half op tafels waarbij
sommigen middenin hun eten in slaap zijn gevallen. Melanie heeft het gevoel in
een vluchtelingenkamp te zitten.
3e dag Loudeac –
Mortagne au Perche 284 km
We
vertrekken voor een etappe in het donker naar Tinteniac. We verkeren in de
veronderstelling dat het een korte etappe is van 55 km, maar dat blijken er 88
te zijn. Dit is een kleine domper. Ook is het fris met temperaturen onder de 10
graden. Gelukkig duren de vele beklimmingen vrij lang en worden we lekker warm.
De afdalingen gaan snel. De SON-naafdynamo bewijst haar goede diensten.
De
ochtendzon geeft nieuwe energie en na Tinteniac volgt nu wel de vrij korte
etappe met weinig hoogtemeters. We houden een korte stop zo’n 10 km na
Tinteniac, zoeken een bakkertje op in een dorp en gaan lekker voor een kerk
ontbijten.
De
stemming stijgt verder en we doen de laatste 20 km tot Fougeres als een soort
ploegachtervolging. We krijgen hier lol in en proberen zoveel mogelijk andere
deelnemers in te halen. Het begint leuk te worden.
Na
de middag wordt het weer te warm en doen we het rustig aan. Melanie probeert
nog wat te slapen in een appelboomgaard, maar de angst dat een appel op haar
hoofd zal vallen is te groot om echt de slaap te vatten.
Bij
de volgende controle in Villaines zien we ineens Cor lopen. Hij heeft een
enorme inzinking gekregen en is ziek. Hij kan geen eten binnenhouden en heeft
al een dokter geraadpleegd. De geur van het restaurant maakt hem al misselijk.
Hij
doet het verder rustig aan, blijft kort op de controles en gaat nu redelijk
gelijk met ons op.
Na
Villaines wordt het langzamerhand weer donker en we nemen in de avondwarmte de
kans waar om aan de kant van de weg een hazenslaapje te doen.
Nadat
we weer op weg zijn koelt het erg af en de temperatuur zakt onder de 10 graden.
We krijgen het koud, het tempo zakt en we komen koud aan om een uur of 2 in
Mortagne au Perche.
4e dag Mortagne au
Perche – StQuentin en Yvelines 174 km
We
nemen weer uitgebreid de tijd om op adem te komen en overleggen wat te doen.
Als we het tempo blijven aanhouden wat we nu doen, zo’n 18 km per uur, komen we
toch nog in tijdnood. We moeten sneller opschieten.
Eerst
komen er weer de heuvels van de Perche, waar we iets warm van worden, maar in
de afdalingen koelen we ver af. Op een vlak stuk dat volgt rijden we in een uur
maar 15 km. Dit is te gek.
De
slaap slaat weer toe en om wakker te blijven proberen we elkaar zoveel mogelijk
dingen te vragen. Toch helpt dit niet. We zijn verkleumd en hebben de hele weg
nodig om slaapaanvallen te pareren. Dat levert moeilijke omstandigheden op voor
mensen die ons willen passeren.
Halverwege
de etappe komen we tot de conclusie dat verder fietsen niet verantwoord is. We
moeten slapen.
Melanie
heeft een dunne zilverfolie deken bij zich en we vinden een stukje gras bij een
kruispunt. Het folie wordt in de breedte gelegd en we gaan samen in het midden
liggen en trekken de zijkanten over ons heen. Na een tijdje kunnen we allebei
ruim een half uur slapen.
De
benen en nek die koud blijven, zorgen er uiteindelijk voor dat we weer wakker
worden. We staan weer op en ik zie op mijn horloge dat het 5.5 graden is.
We
gaan weer fietsen, maar sneller dan 10 a 12 km per uur lukt niet. Gelukkig
wordt het ochtend en de eerste zonnestralen geven ons warmte en energie. Het
tempo kunnen we opvoeren naar 18 a 20.
Een
kop koffie van een uiterst bedrijvige barman in een plaatselijk cafeetje valt
uitstekend.
Als
daarna de zon echt begint te schijnen krijgen we het op onze heupen. We gaan
sneller en sneller. Het rustige rijden wordt verlaten en we gaan richting 25 a
30. We halen nu steeds meer deelnemers in en ook grotere snellere groepen
moeten er aan geloven. We denderen met 35 a 40 over de wegen tussen de
afgeschoren korenvelden. Alles wordt ingehaald en uiteindelijk kan er zelfs
niemand in ons wiel blijven hangen. Zo wordt het echt leuk. Dit is echt
genieten.
Na
ruim 30 km laten we het toptempo los en sluiten aan in een groep. Nog 5 km naar
Nogent le Roi, de laatste controle voor de finish.
We
nemen een uitgebreide pauze en willen de laatste etappe nog even alles uit de
kast halen. Cor is inmiddels al weer vertrokken en Henk Kamphuis, die we al
vanaf het begin regelmatig tegen kwamen ziet wel wat in ons plan, maar vreest
kramp en gaat ook vast vooruit.
Na
een paar km weer opgewarmd te zijn, pakken we de draad weer op en beginnen te
sleuren over de wegen. Het maakt niet uit of er heuvels zijn of niet. Alles
wordt met 30 of meer genomen. We halen weer honderden andere deelnemers in. We
passeren Cor na 15 km met een tempo van boven de 40 en een tijdje later, iets
kalmer, Henk. Hij kan bij ons aansluiten.
Na
de heuvels van Gambais volgen de laatste 20 km door de voorsteden van Parijs.
Hier laten we het tempo varen en vervolgen met een normaal tempo. Uiteindelijk
komen we een paar km voor de finish op brede 4-baanswegen met stoplichten. We
krijgen weer de kriebels. Inmiddels bestaat onze groep uit een man of 20 en we
willen per se vooraan blijven. Bij de stoplichten sluipen we steeds geniepig
naar voren en als de mogelijkheid er is sprinten we op volle macht naar de
volgende. We lossen de meeste anderen en als het laatste stoplicht op groen
springt wordt er afgesprint. Ik bereik met een snelheid van boven de 50 de
rotonde en weet ook als eerste de finish te bereiken. Melanie passeert Henk nog
net voor de finish en wordt tweede. Henk derde. De Spanjaarden, Italianen en
Denen hebben het nakijken.
Onze
eindtijd is 79 uur en 26 minuten.
We
feliciteren elkaar en gaan gezamenlijk afstempelen. Daarna gaan we ieder onze
weg. Melanie naar het hotel en wij naar de camping.
Het
afscheid wekt emotie op. We hebben 1000 km samen lief en leed gedeeld en elkaar
er bovenop geholpen. Melanie is voor mij een vriendin voor het leven geworden.
Terug
op de camping komt Cor al vrij snel aanrijden. Hij heeft een tijd van iets
boven de 80 uur. Een knappe prestatie, in aanmerking genomen dat hij verschrikkelijk
ziek is geweest, maar heeft volgehouden.
We
zijn te moe om meteen vandaag al huiswaarts te keren, maar de volgende dag gaan
we weer naar Nederland. Vanuit ons huis wordt Cor door zijn dochter opgehaald.
Cor is zo vol van de rit dat hij maar blijft praten. Er is geen speld tussen te
krijgen.
Ik
zelf leef nog 2 dagen in een roes en ben nauwelijks aanspreekbaar.
De
lichamelijke klachten zijn minimaal: wat tintelende grote tenen, een doof
gevoel in de nek en wat irritatie op het zitvlak.
Het
was uiteindelijk, toen we de deceptie van de eerste honderden kilometers te
boven kwamen, steeds meer een fantastische ervaring.
De
terugweg en met name de laatste 120 km was genieten.
Nu weer 4 jaar wachten.
Het
was ons feestje.
Wat
statistieken:
1253
km in totaal 79uur en 36min,
Fietstijd:
55uur31
Tijd
op controles: 15u00
Stilstand
tijdens ritten: 9u05
Hoogste
snelheid 74.5
Gemiddelde
rijsnelheid circa 22.5
Overdag
maxima rond de 27 graden
’s
nachts minima tussen 5 en 10 graden
Wind
heen overwegend licht tegen
Wind
terug meestal opzij, later iets mee.
Gerrit Schotman
Eventuele aanvullingen:
Niet verkeerd gereden.
Pijlpunten waren niet altijd
even duidelijk te zien.
Veel lopen op de
controleposten