11 en 12 april 2008
Op 23 februari heb
ik al de eerste verkenning van de nieuwe zuidelijke route van Lowlands1000
gedaan en ook in februari met de auto de rest van de lus uitgezet. Tijd dus
voor een totale controle van de zuidlus. In totaal moet dat ongeveer 550 km
zijn.
Er zitten nog een
paar twijfels in en die moeten er uit. Zo is er nog geen eerste controlepost
bekend. Ik ga er van uit dat die in, of in de buurt van Doetinchem komt te
liggen. Bij de februari-rit kon ik geen punt ontdekken, maar er moet er een
komen. Ook ben ik toen een drietal keren verkeerd gereden. De aanwijzingen die
ik met Google-Earth had gemaakt waren niet duidelijk genoeg en met name tussen
Doetinchem en de Duitse grens ben ik fors verkeerd gereden.
Ook wil ik een
stukje met slecht wegdek tussen Bork en Cappenberg vervangen door een
alternatieve route.
Tot slot is het stuk
na terugkeer in Nederland tot aan de controle in Hengelo niet goed gegaan en
dit moet duidelijk worden.
Ik maak een planning
en bij een gemiddelde van 31 moet ik dan na 21 uur terug kunnen zijn in Zwolle.
Ik ga er daarbij vanuit dat de heuvels die ik tegen kom redelijk eenvoudig te
bedwingen zijn.
De start is als
gepland om 19.00 uur en al spoedig fiets ik over de westelijke IJsseldijk in de
richting van Deventer. Een bekend terrein, maar ook dan moet je opletten dat
alles wel goed op papier staat. Het schema van (hier ) 32 gemiddeld gaat prima
en ik schiet lekker op.
Na een kleine 30
kilometer over de IJsseldijk volgt 15 km lang het Apeldoorns kanaal tot in
Dieren. Hier moet ik geleidelijk aan naar een controle mogelijkheid uitkijken.
Bij Doesburg ga ik dan ook van de originele route af om deze uiteindelijk na 30
km in Gendringen pas weer op te pakken.
In Doesburg ga ik
dwars door het centrum maar zie geen geschikte locatie. Wel een shoarmahuis,
maar daar hangen te veel jongeren rond. Als ik buiten Doesburg ben zie ik dat
een tankstation nog open is en ga er naar binnen. Ze gaan echter zo sluiten (om
23 uur) en aangezien ik vandaag 2 uur vroeger ben dan bij de officiële rit,
valt dit af als controlepost. Als ik even later door Laag Keppel kom en daar
voor de verkeerslichten moet wachten, zie ik dat er links een zorghotel is. De
stoute schoenen maar aangetrokken en kijken of ik binnen kan komen. Een deur is
open, maar ik zie verder niemand. Ik zie een receptie en wacht maar. Na een
minuutje komt er een medewerker en even later nog 1. Ze blijken 24 uur per dag
open te zijn en dat is voor mij ideaal. Stempelen is geen probleem, alleen het
vinden van een stempel is lastig. Maar het lukt.
Ik moet nog wel even
bellen met de restauranthouder voor een definitief fiat. Ik doe dat de maandag
er op en alles is OK, zij het dat het restaurant helaas niet meer open is na 9
uur in de avond.
Ik vertrek weer en
ga verder langs de doorgaande weg in de richting van Doetinchem. Redelijk
eenvoudig kom ik hier door heen en op de uitvalsweg bel ik het thuisfront over
de stand van zaken tot nu toe. Het vele schrijfwerk kost meer tijd dan gedacht
en ik lig iets achter op schema. Wanneer ik bij Gendringen ben herken ik de weg
van de verkenningstocht in februari en moeiteloos pak ik de originele route
weer op. Na 102 km passeer ik de grens met Duitsland en het volgen va de juiste
route wordt nu eenvoudiger. Geen gedoe meer met afwijkende routes voor
fietsers.
Om middernacht ben
ik net Hamminkeln door en kom in meer heuvelachtig gebied.
Ik neem een korte
pauze om wat te eten bij Voshövel. Het is erg rustig op deze binnenwegen en
tijdenlang zie ik ook niemand. Het is helder en er is erg weinig verlichting,
zodat de sterrenhemel boven mijn hoofd flonkert.
Bij Rhade kom ik op
wat grotere wegen en zie dat daar nog een tankstation is met shop en een
MacDonalds open is. Ik zit echter kort voor de controle in Lavesum dus heb deze
post niet nodig. Nog even de Granatsberg over en ik koers op de tweede
controlepost af. Om 02 uur ben ik op een parkeerplaats van een snelweg bij
Tankstelle Hohe Mark West. Het restaurant is niet meer open, maar de shop bij
het tankstation wel en daar is voldoende te eten en drinken.
Ik heb het in een
minuut of 10 hier wel gezien en vertrek weer voor een nachtelijke etappe naar
Oelde. Na een paar kilometer in Haltern zie ik nog een tankstation dat open is
en als er deelnemers zijn die de controle langs de snelweg hebben gemist,
kunnen ze hier alsnog stempelen. Het is een stuk route dat bekend is van het
600 brevet en dat heb ik 2 weken geleden ook nog gefietst. Vlot doorrijden dus
naar Bork, waar een nieuw stuk route moet volgen.
Had de oude route
een slecht stuk wegdek, deze kent een klim van 8% over 400 meter. Wel over
prima wegdek. Ik doe rustig aan en kom eenvoudig (met 7 km/uur) boven. Het
blijkt gemiddeld 8% te zijn want als ik later de gegevens uitlees blijkt de top
op 13% gelegen te hebben.
In Werne pak ik de
bekende route weer even op om meteen naar het noorden af te buigen voor de
nieuwe route. Ik krijg wat vermoeidheids aanvallen en ga aan de kant van de weg
staan en doe een poging om wat te slapen. Dit lukt niet, mede doordat er steeds
auto’s passeren.
Als ik na een minuut
of 20 weer vertrek ben ik niet uitgerust, maar de slaap is wel weg. Het blijft
een golvend terrein en in Neubeckum zie ik een (klein) richtingbord over het
hoofd en rij ongeveer 2 kilometer te ver. Ik realiseer dat ik verkeerd zit en
ga terug. Ik zet de aanwijzing wat uitgebreider op papier en ga verder naar
Oelde, waar ik om half 7 aankom. Het wordt inmiddels al weer een beetje licht,
ik ben bijna halverwege en lig een uur achter op schema.
Het is druk in het
Westfalen Tankstation. Het lijkt wel een café. Ik neem 2 grote koppen koffie en
een schnitzel. Vul de drinkbeker bij en koop nog wat frisdrank. Een klein half
uur later vertrek ik weer.
Het is koud geworden
en ik zie dat de berm soms wit is van de vorst. De luchttemperatuur is nog wel
boven nul, maar echt soepel fietst het niet. Gelukkig is het de eerste
tientallen kilometers bekend terrein en ik schiet dan ook lekker op. Het is
redelijk vlak tot Bad Laer, maar daar begint een nieuw stuk en meteen zitten we
in de eerste beklimming van het Teutoburger Woud. Het gaat op en neer, maar
vooral omhoog. Het hoogste punt ligt voor Osnabrück op ongeveer 175 meter en
een redelijk steile klim gaat daar nog aan vooraf. Er zitten een paar stukjes
van 10% tussen. Osnabrück zelf ligt een stuk lager en een mooie rechte afdaling
leidt naar deze controleplaats. Via goed fietsbare doorgaande wegen kom ik om
half 10 in de ochtend bij het Aral-tankstation dat als controlepost dient. De
achterstand op mijn schema is weer een half uur meer geworden.
Ik rust een half
uurtje en neem koffie met een broodje.
Meteen na vertrek
volgt een redelijke klim naar Atter en dan een kort vlak stuk naar Lotte. Dit
is de aanloop tot de klim van de dag, naar en in Tecklenburg. De eerste klim
loopt goed met een percentage van maximaal 6%. Je klimt in een paar kilometer
van 50 naar 170 meter. In Tecklenburg een vlak stukje, gevolgd door een korte
afdaling met scherpe bochten. Daarna meteen weer omhoog met een klim van dik
10%. Er zit een stuk van 100 meter tussen waarop je 12 meter stijgt. 12% dus.
Ik schakel niet ver genoeg terug en merk de gevolgen. Ik kom volledig tot
stilstand. Met de rem in de aanslag weet ik nog een paar meter te vorderen,
maar het is beter om uit te stappen en een stuk te lopen. Dat gaat overigens
net zo snel.
Maar nadat het
omhoog is gegaan, moet ook weer een afdaling volgen. Het bord aan de kant van
de weg zegt 8% en ik kom zelf tot 90 meter dalen over 2 kilometer, 4,5% dus. De
weg is redelijk recht en op het steilste stuk (ca 7,5%) zie ik een top van 98,2
km/uur op de teller komen. Later als ik de hoogst geregistreerde snelheid
bekijk, zie ik dat deze 110,6 was, maar dat kan haast niet juist zijn. Over 4
weken moet dat, met de kennis die ik nu krijg, bij de echte rit wel tot boven
de 100 kunnen gaan. Zeker gezien het feit dat er nu een redelijke tegenwind
stond.
Bij Brochthausen nog
het laatste klimmetje van het Teutoburger Woud. Vanaf nu wel hoogteverschillen,
maar niet meer zo intensief.
Het is hier vlak en
redelijk overzichtelijk en ik vertrouw op de gegevens die ik bij de autorit
genoteerd heb. Dat ik hier onbekend ben heeft ook voordelen, want ik kan niet
vertrouwen op kennis die niet op papier staat. Als je in gedachten dan wat
afdwaalt rij je ook prompt verkeerd. Ik zie een aanwijzing over het hoofd en
draai naar het noorden af, waar ik westwaarts zou moeten. Een meegenomen kaart
van dit gebied biedt uitkomst. Ik blijk op een rotonde de eerste afslag te
hebben genomen in plaats van de tweede.
Inmiddels ben ik
halverwege deze langste etappe en zal het thuisfront inlichten over mijn
vorderingen. Het wordt geleidelijk wat warmer en ik trek de lange broek dan ook
tijdens de bel-pauze maar uit.
Door de trage
voortgang tussen Osnabrück en Tecklenburg, de continue tegenwind en het
verkeerd fietsen lig ik nu al bijna 3 uur achter op schema. Met het huidige
tempo zal daar nog wel een uur bij komen. Ik bel naar huis en geef door dat ik
rond een uur of 7 thuis verwacht te zijn. Ik hoop het langzame tempo te kunnen
compenseren door niet de volledige route te fietsen, maar vanaf Enter een
kortere route te nemen. Het laatste stuk is al meerdere malen gecontroleerd.
In Wettringen mis ik
de binnenweg naar Metelen en maak er meteen maar een nieuwe route van. Het
maakt in kilometers niet uit en is makkelijker te volgen. De weg is nu wel
drukker. In Metelen kom ik vanzelf weer op de goede route en na Epe en Gronau
kom ik bij Glanerbrug Nederland weer binnen. Er staan nu 447 kilometers op de
teller en moeten er nog 100 volgen. De weg is opgebroken en er staat een grote
file. Met de fiets kan ik er net langs en kom redelijk eenvoudig op de binnendoorroute
die me om Enschede heen moet voeren.
Een uur later ben ik
bij de controlepost in Hengelo. Om tijd te winnen fiets ik door. Ik heb ook nog
voldoende eten en drinken bij me voor het laatste stuk. Na Bornerbroek stop ik
nog een keer voor een plaspauze en eet meteen maar wat van de resterende
boterhammen. Na Enter verlaat ik de route en ga via Rijssen, Notter, Nijverdal
en Hellendoorn richting Luttenberg. Daar kom ik even op de route, maar ik ga
via een alternatieve weg naar Heino, zodat ik deze plaats niet helemaal door
hoef. Daarna is het nog een half uur voor ik in Zwolle ben. Om kwart voor 7 zet
ik de fiets weer achter in de tuin. 23 uur en 40 minuten nadat ik vertrokken
ben, maar wel 546 km verder. Uiteindelijk valt mij de gemiddelde snelheid van
28,1 nog mee.
Gerrit