23 – 27 augustus 1999

Een verslag van een fietstocht van 1260 km

Door Gerrit Schotman

 

Brest Parijs

 

Na een wat langere pauze dan normaal nam ik afscheid van Riekus. Buiten was het inmiddels droog geworden en dat bleef zo.

Door de stad, met een lange afdaling, ging het weer naar zeeniveau. Later hoorde ik dat een deelnemer in deze afdaling de macht over het stuur was kwijt geraakt, was gevallen en daarna is opgenomen in een ziekenhuis.

Via grotere doorgaande wegen ging de route eerst langs een inham tot Landerneau en daarna geleidelijk aan weer heuvelopwaarts om uiteindelijk weer op de Roc Trevezel te komen. Het weer was flink opgeklaard, het werd weer tegen de 30 graden en het uitzicht vanaf de Roc was groots. Na de afdaling bleef de route nog tientallen kilometers de grote weg volgen tot in Carhaix: lang en saai. Een tijdje fietste ik samen met iemand op, maar bij de eerste de beste helling moest ik lossen en ging weer solo verder.

 

Ik kwam midden op de middag in Carhaix aan en vertrok zoals ik aangekomen was: alleen. Dit klinkt wellicht  wat negatief, maar ik zie het niet als een probleem. Ik ben het gewend om alleen te fietsen en het grote voordeel is dat je dan je eigen tempo kunt bepalen. Je bent onafhankelijk en kunt pauzeren wanneer je er behoefte aan hebt.

Het grote aftellen was nu begonnen. Iedere controlepost bracht je weer dichter bij de finish. Slechts zelden zag ik nu nog tegemoetkomende fietsers. Het moment van sluiting van de controleposten op de heenweg was nabij en de fietsers die me tegemoet kwamen zouden wellicht te laat arriveren. Ik weet niet of er op dat moment al extra tijd gegeven was in verband met de extra kilometers die we moesten maken.

 

Na Carhaix volgde de etappe naar Loudéac. Ik zie nu meer van het landschap omdat het op de heenweg nog donker was. Het zijn vooral rustige binnenwegen met weinig verkeer, veel korte hellingen en regelmatig bosachtig terrein.

Waren het op de heenweg steeds blauwe borden met roze pijlen en een witte reflecterende punt, die we moesten volgen, nu zijn de pijlen wit/grijs.

De snelheid van de eerste uren is nu volledig weg. De gemiddelde snelheid wordt steeds lager en is nu ergens in de 26 km/u. De beklimmingen worden rustiger aan gedaan en naar beneden is het vooral de benen stil houden en wachten tot je onderaan bent om dan nog even aan te zetten en proberen het eerste deel van de volgende klim nog wat vaart te houden.

Om 19.09 ben ik na 791 km in Loudéac.

 

Als ik na de zoveelste warme maaltijd van vandaag, met een kwart liter koffie uit een groenteschaaltje, weer vertrek moet al snel het reflecterende hesje aan en doe ik nieuwe batterijen in de koplamp.

De tweede nacht begint zoals de eerste: zwoel en een volle heldere maan.

Ik ben nog niet echt moe en verbaas me over het feit dat ik weinig slaap heb.

’s Nachts fiets je anders dan overdag. Je fietst meer op je gevoel en let minder op snelheid. Het tempo ligt dan ook lager. Je kunt niet op je fietscomputer kijken om te zien hoe snel je rijdt en ook op de hartslagmeter is niets te zien. Wanneer je moet schakelen met de derailleur, doe je dit zonder dat je weet welk verzet je gebruikt en het kwam ook regelmatig voor dat ik dacht een kleiner verzet te kunnen schakelen terwijl dit niet ging.

Mijn verzet was voor: 52-42-30 en achter 12-13-14-15-17-19-21-23. Ik fietste dan met 42-23 en dacht dat ik 30-17 gebruikte. Ik wilde dan schakelen naar de 19, maar dat ging niet. Een enkele keer moest ik hierdoor zelfs van de fiets om de juiste instellingen voor elkaar te krijgen.

 

Vlak voor Quedillac is weer een geheime controle. Het is er erg rustig en er is weinig sfeer. Na een korte stop fiets ik door naar Tinténiac, waar ik tegen middernacht aankom. Ik ben in twee fietsdagen 879 km verder gekomen dus op ruim 2/3 van de totale afstand. Voor de resterende 380 km heb ik nog 41 uur de tijd. Dit moet, zelfs als het tegenzit, goed te doen zijn. Als ik in het normale tempo door ga ben ik de volgende dag tegen het eind van de dag weer in St. Quentin.

Ik voel me redelijk fris en heb geen last van slaap. Vele anderen proberen wel wat te slapen en dat niet alleen op de daarvoor bestemde bedden.

In de eetzalen zie je fietsers half op tafel slapen. Ook onder de tafel, in de gang of tegen een muur. Buiten zie je ze liggen op een gazon bij de controles en ook onderweg zie je slapende fietsers in parken, op banken en in portieken of zomaar langs de kant van de weg in een weiland of de berm.

 

 

 

Donderdag 26 augustus.

Na Tinténiac de etappe naar Fougères. 60 kilometer kort.

Evenals op de heenweg geheel in het donker. Het is inmiddels erg rustig op de weg. Niet alleen zijn veel deelnemers ergens aan het rusten, maar ook zijn diegenen die nog wel fietsen verspreid over de route aanwezig.

De batterijen uit mijn voorverlichting zijn kwalitatief niet de beste. Wellicht hebben ze geleden van de regen. Ze zaten bij de reservespullen die ik al sinds de kwalificatieritten bij me heb. Deze spullen zijn sindsdien regelmatig nat geworden.

Het is zo rustig op de weg dat ik bijna een uur lang volkomen alleen fiets. Geen andere weggebruikers gezien, geen rood achterlichtje van een voorganger of een wit lichtje van iemand achter mij. Niets. Je beseft dan dat je zelf de uitdaging aangaat en het ook zelf moet volbrengen. Zo volkomen alleen is overigens niet beklemmend, maar geeft rust. Er zijn weinig zijwegen die van belang zijn, zodat je haast niet verkeerd kunt rijden. Omdat het donker is, is je tempo gebaseerd op dat waar je op dat moment toe in staat bent en laat je je niet leiden door anderen of je kilometerteller.

Op de lange rechte afdaling Fougères in haal ik in het donker de hoogste snelheid van die dag: ruim 66 km/u. Om half 4 ben ik bij de controlepost. Halverwege de terugreis.

 

Na een betrekkelijk korte pauze, zonder volledige maaltijd vertrek ik weer, maar het liep voor geen meter. Eerst een lange klim uit de stad, waarbij mijn voor-verlichting weer minder werd. Buiten de stad, nog op de helling, heb ik er weer nieuwe batterijen in gedaan. Het resultaat was bedroevend, geen heldere bundel, maar een flauw schijnsel.

Ook begon mijn zitvlak wat problemen te vertonen. Met wat vaseline heb ik het ongemak enigszins bestreden.

Na een kilometer of 10 stond aan de kant weer een van de regelmatig terugkerende stalletjes met mensen die je iets te bieden hebben. Meestal zijn dit kinderen die overdag water of soms fruit voor je hebben. Deze leek anders.

Omdat ik me niet geheel fit voelde en wat wilde pauzeren stopte ik en kwam met de mensen in gesprek. Ze hadden koffie en daarnaast een flinke stapel pannenkoeken gemaakt. Ik nam van beide en vroeg wat de kosten waren. Het was gratis, maar ik kreeg een adres van hen in de handen gedrukt met de vraag of ik uit mijn woonplaats een ansichtkaart wilde versturen.

Zij deden dit al jaren en hadden een grote verzameling van kaarten hangen. Ook hielden ze op en grote kaart van Frankrijk bij waar de deelnemers woonden.

Omdat Zwolle niet op de kaart stond werd een kaart gezocht waar wel iets op aan te tekenen was. Het werd een kaart van de hele wereld waar Nederland nog net op te zien was. Ik heb ze verteld dat Zwolle bij de tweede A van A’dam lag.

 

Ik vertrek weer en doe ook de noodverlichting aan, wat samen nog een acceptabel zicht geeft. Toch ben ik er niet tevreden over. Wanneer ik met anderen fiets valt mijn verlichting zo in het niet dat ze haast niet te zien is.

Bij controle van mijn verlichting zag ik dat ik een oplaadbare batterij gebruikt had die al leeg was. Ik vervang dan alle batterijen door nieuwe. Het resultaat is een mooie lichtbundel.

Tegen het ochtendkrieken word ik wat slaperig en ik ga even rusten in een berm. Na 20 minuten liggen met de ogen dicht en een appeltje eten, stap ik weer op en arriveer om 8.40 uur, na 1026 km in Villaines la Juhel.

Er resteren nu nog dik 200 km: een flinke zaterdagse tocht. Ik maak een berekening en hoop dat ik net voor het donker wordt klaar kan zijn met PBP.

 

In de afgelopen etappes had ik wat last gekregen van mijn maag. Waarschijnlijk komt het door de pittige soep of van de vele priklimonade. Ik stop hiermee en beperk me verder tot “gewoon” warm eten als pasta en puree met water en melk. Dit laatste onderdrukt verder de opstandige maag.

Ik vul ook een bidon met melk en neem af en toe een slok als ik de maag weer voel. Die problemen zijn nu over.

Een ander probleem is de zadelpijn. Normaal op het zadel zitten geeft steeds meer problemen, met name wanneer je begint te fietsen, na een rust of wanneer je even op de pedalen gestaan hebt.

Ik probeer zo weinig mogelijk te bewegen op het zadel en als je een tijdje zit dan is de pijn draaglijk.

 

Er komen nu weer meer fietsers op de weg en ik rij een tijdje op met een Engelse jongen op een ligfiets. Ligfietsers kunnen vaak niet zo snel klimmen en zijn tempo heuvelopwaarts ligt mij wel. Het blijkt dat hij in het begin van de rit problemen met zijn zadelinstelling heeft gehad en daardoor zijn beenspieren overstrekt heeft. Dit heeft zoveel tijd gekost dat hij te laat op een controle was en daardoor zijn stempelboekje moest inleveren. Hij is officieel dus uitgevallen, maar heeft wel de route vervolgd, zij het dat hij in Carhaix al aan de terugweg begonnen is.

Na een lange helling en een afdaling met een stuk weg dat net geasfalteerd was bleef hij achter.

Onderweg stap ik nog een keer af om 20 minuten de ogen te sluiten en wat uit te rusten. Wanneer ik weer verder ga is het al weer boven de 25 graden met “Hollandse” luchten.

Om 13.50 uur ben ik in Mortagne au Perche. Nog twee etappes.

 

Met de wind mee vertrek ik uit Mortagne. Nog een keer neem ik een pauze van een 20 minuten in een berm. Daarna gaat het voortvarend (afgezien van de zadelpijn die blijft). De benen zijn goed in vorm. Het tempo ligt vaak boven de 30 en ik ontmoet een Duitse jongen die de kwalificatie grotendeels ook in Lonneker heeft gereden. Hij is achterop geraakt bij zijn groep en wil nu een uur proberen goed te maken. Hij rijdt in een stevig tempo door en we passeren verscheidene andere fietsers. We rijden over lange rechte wegen en door eindeloze lege akkers. Waren de binnenwegen in West-Bretagne vaak voorzien van een grof wegdek, hier zijn veel wegen met zwart macadam. Dit rijdt uitstekend.

Wanneer een groepje ons inhaalt pikt hij hierbij aan en laat ik hem gaan. Het gaat mij net iets te snel. Na een tiental kilometer zie ik hem echter weer voor mij en als ik weer bij hem ben zegt hij dat hij de zinloosheid van een uur goedmaken inzag.

We fietsen samen naar de volgende controle in Nogent le Roi. We zijn hier tegen half 7.

In Nogent is een bericht voor hem achtergelaten. Zijn clubgenoten zijn een minuut of vijf geleden vetrokken en hij besluit in Nogent alleen maar te stempelen en gaat meteen door in de hoop zijn makkers te achterhalen.

 

Ik neem nog een maaltijd en kom een andere Riekus tegen. Hij staat bij mij op de camping en komt uit Noord-Brabant, omgeving Grave. We starten samen aan de laatste etappe naar St. Quentin (Guyancourt).

Meteen buiten Nogent stuiten we op een omleiding van de route. In plaats van na 7 km komen we nu pas na 19 km in de eerstvolgende plaats aan. Op de eindeloos lange rechte wegen die volgen wordt het groepje waarin we rijden steeds groter.

Riekus vertelt dat minstens 2 en misschien wel 3 personen uit zijn groep onderweg zijn gestopt. Ze zijn ziek geworden. De oorzaak kan velerlei zijn. Slaapgebrek, vermoeidheid, eenzijdig eten, warmte, te weinig eten of drinken of nog wat anders.

 

Een van de fietsers in de groep blijkt een Fransman uit de buurt te zijn die niet meedoet aan PBP, maar de laatste etappe de sfeer wil proeven.

Ook sluit zo’n 25 km voor het eind een motorrijder bij de groep aan. Hij blijkt in de eindfase van de etappe groepen te begeleiden en gaat regelmatig naar voren om kruispunten af te zetten.

Onder impuls van de grootte van de groep, de vrije kruisingen op de wegen en het feit dat de finish nadert, blijft het tempo van de groep regelmatig ruim boven de 30. Dit is voor mij geen probleem, tot de laatste 15 kilometer, waar nog diverse hellingen beklommen moeten worden. Ik zie geen kans meer om het gat dat ik in de klim moet laten vallen steeds weer te dichten en laat de groep gaan. De Fransman blijft echter bij mij en samen fietsen we tot vlak voor de finish. De laatste kilometers door St. Quentin wordt het donker en ik arriveer na 1262 km bij de eindcontrole om 21.49 uur. Totaaltijd: 64 uur 49 minuten.

De gefietste tijd was in totaal 49 uur en 39 minuten; pauzes dus 15 uur 10.

 

Ook Riekus had inmiddels de tocht tot een goed einde gebracht. Zijn groepje was op het laatste stuk nog 8 minuten op mij uitgelopen.

Samen met Riekus ga ik terug naar de camping, waar ik een douche neem om de 2½ dag zweet van mijn lichaam te spoelen, trek een zak chips open, drink wat, blaas het luchtbed op en ga slapen.

Slotdag

 

Vrijdag 27 augustus.

Om 7 uur ben ik weer wakker. Veel eerder dan ik verwacht had, maar het langzaam leeglopende luchtbed zal hier wel debet aan zijn.

Mijn Belgische buurman is nog niet terug, maar komt even later aanfietsen.

Martijn is in de nacht teruggekomen. Achteraf concluderen we dat ik hem, zonder dat we elkaar hebben gezien, in de buurt van Brest voorbij gereden moet zijn.

 

Françoise was de middag tevoren al terug gekomen, maar toen ik op de camping kwam waren zij al naar bed. Ze had de tocht in circa 56 uur volbracht en dacht dat ze de snelste vrouw was.

Ik had de avond tevoren toen ik aankwam de lijsten met tijden van teruggekomen fietsers bekeken en had daar vrouwennamen bij zien staan die snellere tijden hadden.

Ook zij hadden een naam ontdekt, maar vermoedden dat dit een tandem was geweest.

Na mijn mededeling dat ik meer dan 1 vrouwennaam had gezien hebben zij alsnog weer bij de finish de lijsten bekeken en uiteindelijk bleek dat een Amerikaanse in 52 uur de tocht had volbracht. Françoise was hevig teleurgesteld. Zij had bijna een dag lang het idee gehad dat ze gehuldigd zou worden voor iets waar ze ruim 2 jaar voor getraind had.

Haar vriend was ik al op de eerste dag tegengekomen toen hij aan de kant van de weg stond met kramp. Hij zei dat hij zou stoppen en is waarschijnlijk na ca 300 km (Fougères) in de camper gestapt.

 

Vandaag wil ik nog wat sfeer proeven en foto’s maken van PBP.

Het fietsen is even nog onmogelijk, dus ik stap in de auto (hetgeen ook al de nodige moeite kost). Ik rijd met een omweg in de richting van de laatste controlepost en koop onderweg een ontbijtje.

Voor Nogent le Roi parkeer ik de auto langs de route. Het zien van al die fietsers die nu nog op weg zijn naar de finish is emotioneel. Met name omdat je weet wat die mensen nu door moeten maken. Het feit dat ze het met gemak zullen redden is daarbij wel een positief gevoel.

Ik maak een paar foto’s en rijd nog een stukje langs de route in de richting van St. Quentin.

Circa 15 km voor het eind kom ik een Engelsman tegen die een fiets uit 1904 heeft gerestaureerd en nu op deze fiets bezig is de totale afstand af te leggen.

Rechtopzittend, met een rieten mandje voorop en een strooien hoedje op en slechts een drietal versnellingen is hij met zijn laatste kilometers bezig. Uitermate bewonderenswaardig zoals deze man de tocht gaat volbrengen.

 

Bij de finish is het een drukte van belang. Achter elkaar komen nog fietsers binnen. Een (wat oudere) fietser is zo blij dat hij het gered heeft dat hij nog 3 ererondjes rijdt rond de rotonde voor het gebouw van de eindcontrole: het “Gymnase des Droits de l’Hommes”.

Iedere terugkerende fietser wordt met groot enthousiasme ontvangen.

Binnen bij de opgehangen lijsten met de terugkomsttijden van deelnemers zie ik dat Riekus uit Peize circa 2 uur na mij is gefinisht.

De snelste tijd is gemaakt door twee Fransen in 44 uur en 26 minuten. Na enig rekenwerk concludeer ik dat mijn eindtijd goed is voor een plaats ergens tussen de 300e en 350e plek.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1