23 – 27 augustus 1999

Een verslag van een fietstocht van 1260 km

Door Gerrit Schotman

 

Inleiding

 

Ooit ben ik te weten gekomen dat Parijs Brest Parijs (PBP) bestond. Waarschijnlijk door het lezen van verslagen die in een fietsblad hebben gestaan. Op dat moment vond ik het leuk om zoiets te lezen maar had er geen idee van dat ik zelf zoiets zou gaan fietsen.

 

Het idee kreeg gestalte toen ik eens wat meer wilde dan de grote tochten over de Veluwe of een Luik – Bastenaken - Luik. Het zou een meerdaagse tocht moeten zijn, met een prestatief karakter. Begin 1998 stond in het toerfietsmagazine een artikel over PBP en dat als je mee zou willen doen je al met de voorbereiding zou moeten beginnen. Op het moment dat ik dat las dacht ik “dat ga ik doen”. Niet zomaar iets solo ondernemen maar die tocht rijden.

Toen vervolgens de KWC Parijs – Kampen ging rijden zag ik dat als opstap voor de PBP.

Vanaf dat moment is de geestelijke voorbereiding begonnen.

 

De lichamelijke voorbereiding startte in het voorjaar van 1999. De cyclus van 200, 300, 400 en 600 km moeten in 2 maanden worden afgelegd tussen half april en half juni.

 

Kwalificatie

 

200 kilometer.

Ik had al vaak een 200 km gereden dus dat was geen probleem. Op 19 april stond ik dus om 7 uur ’s morgens aan de start in Lonneker en dacht we zien wel. Een gezamenlijke start van circa 50 fietsers, dus eerst rustig beginnen in een grote groep. Je lekker warm draaien en daarna maar uitzien naar een leuk groepje.

Maar: Na rustig wegrijden in de laatste optrekkende mistflarden en een temperatuurtje van net boven 0, zag ik de grote groep al binnen een paar kilometer steeds verder verwijderen. Dus aanzetten om er weer bij te komen. De eerste 80 km tot Holten ging met tegen de 32 gemiddeld en dat bleek een trend te zijn. Na de controle en op de Holterberg viel de groep, nog circa 35 man, steeds meer uit elkaar. Na de Holterberg resteerden nog groepjes 15 man maar na Ommen werd dat 5 tot 7 man die daarna in het algemeen bij elkaar bleven. Ik zat in een van de eerste groepjes maar kon na circa 160 km geen kopwerk meer doen. Een paar man reed vervolgens vooruit en ik kwam in het tweede groepje weer terug in Lonneker. Het gemiddelde was voor mijn doen formidabel: rond 31,5.

 

300 kilometer

De week voor de 300 km waren met het gezin en vrienden op Centerparks. Om in conditie te blijven had ik de fiets meegenomen om een rondje in de polder te maken. Na nog geen 100 meter slaat de derailleur in het achterwiel en breekt af. Aangezien er sowieso al een behoorlijke opknapbeurt aan zat te komen: tandwielen, ketting, nieuwe schoenen etc. werd besloten om naar een nieuwe fiets uit te zien. Bij de eigen fietsenboer werd een op korte termijn leverbare Koga-Myata besteld, maar zaterdag zou die er nog niet zijn. Van de baas (Ton Kamp) kon ik zijn fiets lenen, hij heeft vrijwel hetzelfde postuur. Na een proefrit moesten nog wat kleinigheden versteld worden en op zaterdag de fiets mee naar Lonneker. 

 

De start was nog een uur vroeger dan bij de 200 km. Weer was het tempo erg hoog; nog hoger zelfs, bij de eerste controle in Holten tegen de 33 km/u. 

Na de Holterberg bleef een groep van een man of 20 bij elkaar tot in Drenthe, waar we met een twaalftal fietsers kop over kop gingen rijden. Later gingen de snelsten nog vooruit en met twee groepen van 5 man werd niet ver achter elkaar doorgefietst. Bij Kloosterhaar werd me het tempo te hoog en heb me laten zakken van de eerste naar de tweede groep.

Hoewel het bij Lonneker in de buurt begon het nog stevig te regenen, was het gemiddelde met ruim 32 gigantisch hoog.

 

400 kilometer

Een rit als zelden tevoren.

De kwalificatie in Lonneker viel samen met een korte familievakantie langs de Moezel en de datum die in Ossendrecht de 400 op de rol stond, viel samen met een familiereünie. Dus een rit gezocht in België.

Volgens de bijlage die in Fiets gestaan had waren er 3 ritten op dagen dat ik kon. Na een verkeerd telefoonnummer en kribbig Franstalig mens kwam ik erachter dat de rit in Charleroi al 14 dagen eerder had plaatsgevonden. De tocht in Tournai (Doornik) kon ik wel volgen.

Na wat telefonische info gezocht te hebben kwam ik achter de belangrijkste feiten: Starten om 04.00 uur in een voorstadje genaamd Kain. De start zou bij een lid van de Audax-club Tournai vanuit zijn garage plaatsvinden.

 

Ik had een kamer gekregen in Brussel, van een kennis die daar werkt, om vandaar uit de rit in Tournai te rijden. Na een korte nachtrust ging ik op weg naar Kain. Over verlaten wegen en met een miezerig regentje kwam ik aan in de buitenwijken aan van Tournai.

De Belgische bewegwijzering is niet optimaal en ik reed eerst nog weer een stuk de verkeerde kant op.

Ik had Kain op een Michelin-kaart gevonden aan de noordkant van Tournai en na enig zoekwerk vond ik een piepklein dorpje dat inderdaad Kain heette. Geen sterveling op straat, nergens licht en geen fietser te zien.

Terug naar Tournai om proberen iemand te vinden die de weg weet.

Mijn aanvankelijk zeer ruim tijdsschema kwam nu echter onder druk te staan.

In Tournai zag ik een bakkerij waar mensen aan het werk waren. Na mijn vraag waar die en die weg was werd in totaal 5 man opgetrommeld en uiteindelijk wisten ze mij een indicatie te geven waar ik moest zijn. Ik weer op weg en na enige tijd zag ik ook fietsers dezelfde kant opgaan. Ik herkende de naam van de weg waar ik moest zijn en zag zelfs een bordje “Cyclo club Tournai”. Aan het eind van een steegje zag ik een verlichte kantine en dacht hier is het. Nog wel rustig, maar iedereen zal wel binnen zijn.

Ik zet mijn fiets in elkaar en rijd naar de kantine waar een stel verbaasde Belgen, duidelijk in de lorum, hun ogen uitwrijven van wat daar nu naar binnen komt. Ik was een kantine binnengewandeld van een tennisclub. De Cyclo-club zei de heren niets.

Ik maakte niet veel woorden aan het geheel vuil, maar had stevig de smoor in. 4 uur naderde ras en ik wilde niet achter een groep aanrijden in het donker op een totaal onbekend terrein.

Terug naar de hoofdweg en weer verder. Na een halve kilometer zag ik meer beweging en ja hoor een tiental fietsers was bezig zich reisklaar te maken. Het was klokslag 4 uur.

Razendsnel de auto geparkeerd, fiets in elkaar, spullen in een rugzak, naar het inschrijfbureau en inschrijven. Ondertussen in het Frans proberen de mensen duidelijk te maken om nog niet te vertrekken, maar even op mij te wachten.

 

Na de inschrijving kon ik nog net de al vertrekkende groep zien en een klein sprintje bracht me in de staart van de groep die zo’n 30 man groot was. Na een blik op mijn tellertje zag ik dat het ding niet goed werkte. Waarschijnlijk was tijdens de autorit en het enige malen in en uit elkaar halen van de fiets de sensor verschoven, want ik hoorde ook een tik van iets dat tegen de spaken aan kwam.

Al fietsende probeer ik de sensor zo te verdraaien, zodat deze naar behoren werkt. Kennelijk is dit iets te geforceerd gegaan want opeens schiet mijn hand tussen de spaken en de voorvork. Gelukkig kan ik de hand zonder te vallen terugtrekken, maar het kwaad is geschied: diverse wonden op de bovenkant van de hand zelf en aan alle vingers van de rechterhand.

Ik probeer door te fietsen en de wonden wat schoon te maken. Dit lukt, zij het dat de hand teveel pijn doet om het stuur normaal vast te pakken. Leunen op de handpalm gaat nog net maar remmen met de achterrem lukt vrijwel niet. Het schakelen is alleen nog maar mogelijk met de ringvinger of middenvinger. Al met al behoorlijk improviseren.

De pijn valt mee als ik niet te veel met de hand hoef te doen. Naar later blijkt is de wijsvinger gekneusd.

 

De Belgen houden er een gematigd tempo op na en dat is in mijn voordeel. Het parcours van de rit is door eindeloze enigszins golvende akkerlandschappen en wat verstedelijkte gebieden. De eerste controle nadert en ik merk dat ik in de haast om bij de start te vertrekken mijn bidons in de auto heb laten liggen. Dit betekent dat ik het moet hebben van de controleposten om voldoende te drinken. Gelukkig is het vrijwel de hele dag bewolkt en is de temperatuur gematigd (tussen de 10 en 15 graden).

 

De eerste controle valt in het water omdat ik 5 km voor de controle in een afdaling lek rijd en met een geblesseerde hand veel meer tijd nodig heb om een binnenband te vervangen.

Bij de controle heb ik nog net tijd om de wonden te verzorgen en er wat pleisters op te doen die ik kreeg van een behulpzame Belg. Vlug nog een slok water drinken en meteen weer door.

 

Het parcours gaat grotendeels door het noorden van Frankrijk en is redelijk vergelijkbaar met PBP. Veel golvend landschap met vals plat, korte niet te steile klimmen, afgewisseld met wat heuvelachtiger terrein. De Belgen, met een grote groep van de plaatselijke toerclub vertegenwoordigd, blijven in een groep van een man of 13 bij elkaar.

Er was in de groep 1 Belg die Nederlands kon en met hem ben ik dan ook vaak in conversatie geweest. De groep was aan het trainen voor PBP, maar hij had de 200 en 300 km nog niet gereden en wist niet of hij deze nog zou gaan rijden.

Tegen de avond komen we weer terug in Tournai. Een gemiddelde van ruim 26 is soms heel wat aangenamer dan dik 30.

In de garage annex start- en finishplaats is de echtgenote van haar meefietsende man druk in de weer geweest en voor alle terugkerende deelnemers staat er frisdrank en een stuk taart klaar.

Bij het zien van mijn verwondingen aan de hand wil ze me acuut naar het hospitaal sturen (zij is verpleegster). Ik zeg dat alles nog wel meevalt. Het bloeden is al lang gestopt en de pijn valt echt mee. Wanneer ze me nog een keer grondig kan verbinden is het verder wel goed.

Een uurtje na terugkeer in Tournai pak ik de fiets weer in de auto en neem afscheid van deze hechte, zeer sympathieke groep Walen. Nu op het gemak terug naar Brussel voor de nacht en vervolgens terug naar Zwolle

 

600 kilometer

De laatste kwalificatie-eis fiets ik weer in Lonneker. Het zal voor mij voor het eerst zijn dat ik echt in de nacht fiets. In België was het bij de start nog wel donker, maar na een paar uur was het al licht.

’s Morgens om 8 uur was de start en de 40 uur die er voor staan tot de eindcontrole, geven je in principe tot de volgende dag middernacht de tijd. Ik hoop eerder over te zijn.

De weerberichten laten enige twijfel bestaan. Een front zal voorbij trekken waarna het moet opklaren.

Bij vertrek naar Lonneker is het droog, maar dichter naar Lonneker toe komen er steeds meer grijze wolken in de lucht. Bij het uitpakken van de fiets regent het inmiddels licht en dit blijft zo tot het vertrek. De regenjasjes dus maar aan.

We zitten nog maar net op de fiets of de continue lichte regen wordt onderbroken door plensbuien. De hele ochtend rijden we verder in de regen.

Bij de tweede controle aangekomen is het nagenoeg droog en de regenjasjes worden opgeborgen. De rest van de rit blijft het droog, waarbij het de volgende ochtend zelfs heel aangenaam weer wordt.

De route voert langs de zuidkant van het Teutoburger Wald in de richting van Kassel. Aan het eind van de middag besluit de groep (een man of 8) waar ik in fiets om een warme maaltijd te nemen. Op een controlepost annex eetcafé gebruiken we een echte Duitse maaltijd van schnitzel met patat, die erg lekker was, maar je had enorm veel geduld nodig voor er eindelijk iets op je bord lag.

 

Circa 40 km voor Kassel bereiken we het verste punt. We willen de nacht door blijven fietsen en als het donker wordt draaien we Sauerland binnen. Dit betekent hogere heuvels en langere hellingen. We rijden in het donker langs de eindeloze Edersee en bereiken na een lange klim Willingen. Het hoogste punt van de route op 550 m boven NAP.

Na een lange afdaling gaan we via Meschede naar Arnsberg. Bij een benzinepomp aan het begin van de stad volgt een lange klim de stad uit. Halverwege deze klim krijg ik een klapband in het voorwiel. De band was nog maar net 1000 km in gebruik maar had een behoorlijke scheur. Een stuk canvas en een nieuwe binnenband brengen uitkomst, hoewel het in het donker allemaal wat minder eenvoudig is. Een kilometer of 15 verder moeten we even zoeken welke richting we op moeten. Het wordt inmiddels weer wat lichter en ik inspecteer het voorwiel. Het blijkt dat de scheur in de buitenband weer groter is geworden en de binnenband is weer zichtbaar. Verder rijden levert zeker weer een klapband op en ik besluit om de reserve-buitenband die ik bij me heb te gebruiken.

 

Het is nu weer volledig licht en de groep van een man of 6 heeft op mij gewacht. Niemand schijnt last van slaap te hebben. Door continu actief te blijven heb je kennelijk minder behoefte aan slaap. Gezamenlijk fietsen we verder en zoeken een plek in een stad om een ontbijtje te kunnen nemen.

Als we in een stad de weg kwijt zijn valt de groep in twee delen uiteen, maar wij vinden een plek om te ontbijten. Na het ontbijt rijden we verder waarbij de wind, die geleidelijk aan wat op komt zetten, schuin achter een steuntje in de rug is.

Uiteindelijk komen we na 26 uur weer terug in Lonneker.

 

De overbrugging half juni – eind augustus.

Tussen de rit van 600 km en PBP moet je zelf je conditie op peil houden. In de praktijk is dit niet makkelijk.

Ik ben een keer op een zaterdag om het IJsselmeer gereden en heb de klassieker “De hel van Limburg” gereden.

Deze laatste rit van 250 km kent een start in Veldhoven en een lange aanloop door België tot Meersen. Daarna vele bekende klimmen in Zuid-Limburg. De terugweg gaat ook weer voor een groot deel door België.

Deze rit heb ik vrijwel geheel met een toerfietser uit Noord-Brabant gefietst. Zelden dat mij het overkomen is dat je zo goed in een tempo met een ander op kunt fietsen.

 

In de vakantie heb ik nog ruim 650 kilometer in de Vogezen en 150 in Sauerland gefietst. Tochten boven de 150 km kwamen echter niet meer voor.

 

Op naar PARIJS

Hosted by www.Geocities.ws

1