23 – 27 augustus
1999
Een verslag van een
fietstocht van 1260 km
Door Gerrit Schotman
De grote dag breekt om 03.30 uur aan. Na een ontbijt met Brinta en cake, ga ik gezamenlijk met mijn buurman de Belg naar de start. We komen daar om ruim half 5 aan en nadat we een startstempel gekregen hebben en de magneetkaart geregistreerd is, zijn we naar de wachtende groep gegaan en zagen nog net de groep met ligfietsen, driewielers etc. die om 04.45 start vertrekken.
Om 05.00 uur begint de grote tocht. Omdat de meeste deelnemers veel eerder naar de start gegaan zijn moet ik achteraan starten. De Fransen van tegenover op de camping waren al om 04.00 uur naar de start gegaan voor een goede startpositie.
Na de startknal om 05.00 uur worden, achter een “pace-car” met zwaailicht, de eerste 15 kilometer afgelegd. Het is een lang lint van fietsers en in het gedrang om niet meteen achterop te raken hoor ik vlak achter mij een fietser op de grond vallen. Later hoor ik dat het een Deen was die zijn rit kon vervolgen.
Door flink door te fietsen kom ik geleidelijk aan steeds dichter bij de begeleidende auto. Wanneer deze vertrekt blijft het tempo hoog en ik zit steeds bij de eerste 50 fietsers. Ik praat nog even met beide Franse overburen. Zij rijdt erg attent, zonder al te veel kopwerk te hoeven doen. Hoewel ze aangegeven had flink getraind te hebben in bergachtig terrein, vallen haar klimcapaciteiten me tegen. Het kan ook zijn dat ze bewust rustig aan doet.
Het laatste stukje tot de eerste verzorgingspost in Mortagne au Perche is behoorlijk heuvelachtig en ik heb moeite om in de klimmen bij de eersten te blijven. Regelmatig vallen er gaten, maar op de vlakke stukken en in de afdalingen maak ik het “verloren” terrein weer goed. In Mortagne valt de groep, die tot die plaats nog uit ca 150 man bestond, uit elkaar. Het gemiddelde van deze eerste etappe die voor een groot deel in de nacht is gereden lag op ruim 31 km/u. We hebben dan ook al ettelijke tandems en ligfietsen ingehaald.
Ik ontmoet in Mortagne Riekus uit Peize, die ik nog uit Lonneker ken. We besluiten om samen verder te rijden. Hij geeft aan dat hij de eerste nacht door wil fietsen en in Brest een paar uur te slapen. Ik voel er ook voor om de nacht door te blijven fietsen maar wil daarna nog niet in Brest slapen, liever ga ik dan nog wat verder tot ik behoefte krijg aan slaap. Slapen in een rumoerige omgeving trekt mij niet aan.
We vullen onze bidons en fietsen in eigen tempo verder. Het wordt spoedig warmer en via een aantal lange rechte wegen met enkel wat lichte heuvels komen we om 13.10 uur in Villaines la Juhel: de eerste echte controle. We eten hier een warme maaltijd en vertrekken na 3 kwartier weer. Dit blijkt later een vast patroon op de controles: naar de controle voor een stempel en een tijdregistratie met de magneetkaart, daarna in het selfservice restaurant een maaltijd, bidons vullen en vervolgens weer op pad. Meestal is dit goed voor een oponthoud van 45 minuten tot een uur.
In Villaines blijkt dat we al 14 kilometer meer gefietst hebben dan de officiële 219 km die de organisatie had aangegeven. Ook dit blijkt een steeds terugkerend fenomeen te zijn. Vrijwel altijd is de route een paar kilometer langer dan opgegeven. Uiteindelijk circa 60 kilometer extra, die de organisatie doet besluiten om de maximale tijdslimiet te verlengen met 3 uur.
De volgende etappes zijn naar Fougères en daarna Tinténiac. Een lange en een vrij korte etappe. Het landschap blijft heuvelachtig, hoewel niet altijd evenveel. Er zijn ook redelijk grote passages met vals plat. De omgeving is inmiddels wel anders dan bij het begin.
Bij het begin waren er na de voorsteden van Parijs eindeloze lege akkers. Nu zijn het weidegronden, afgewisseld met akkers en kleine bosgebieden.
Regelmatig sluiten wij bij andere groepjes aan die we achterop komen of blijven er fietsers in ons wiel hangen. Ook gaan ons af en toe snellere fietsers voorbij, maar dit gebeurt minder vaak. Het merendeel van de fietsers die we achterop komen zijn de avond tevoren om 22.00 uur gestart (groene nummers).
De organisatie heeft ook op details gelet: je kunt aan het nummerplaatje naast de starttijd ook de nationaliteit zien van de deelnemer. Wanneer het geen fransman is staat er onder het nummer de nationale vlag van het land van herkomst.
onderweg
Inmiddels is de temperatuur opgelopen tot even boven de 30 graden en het meegenomen water is van levensbelang. Aan het eind van de middag zakt de temperatuur en als we na 380 km om 20.03 uur in Tinténiac aankomen is het nog een graad of 25.
Na Tinténiac wordt het snel donker en in Bécherel trekken we ons reflecterende hesje over de kleren aan en doen we de verlichting aan. De organisatie laat motorrijders meerijden op de route die een controlerende functie hebben. Ik heb eens gezien dat iemand die geen achterverlichting aan had aan de kant gezet werd en pas verder mocht rijden toen de verlichting het deed.
De afstand begint nu te werken. Niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk. Je weet dat je nog ruim 200 km naar Brest toe moet en dat je dan pas op de helft bent. Door te relativeren en je te richten op de volgende controle probeer je dit grotere geheel weg te drukken en je alleen te concentreren op details.
De eerste etappe in het donker is lang, bijna 90 km. En we fietsen met z’n tweeën goed door. Riekus is een iets betere klimmer en moet bij de steilere klimmen regelmatig even inhouden om op mij te wachten. Hij moet dan vaak een groepje, waar hij aansluiting mee heeft gekregen, weer laten gaan. Op het vlakke gedeeltes en in de afdalingen halen we deze fietsers echter vaak weer in.
Ik blijk een betere daler en neem daar vaak het voortouw. De maan schijnt met name in het eerste deel van de nacht volop en geeft samen met de verlichting een goed beeld van het wegprofiel. Na de afdalingen blijk ik vaak afstand genomen te hebben van de rest en moet vaak wat inhouden of kan alvast met een voorsprong aan de volgende helling beginnen.
Woensdag
25 augustus
Om 01.15 uur zijn we in Loudéac, 469 kilometer. Geen slecht resultaat voor de eerste dag.
Na Loudéac vertrekken we naar Carhaix, de laatste controleplaats voor Brest. Ook deze etappe zal nog volledig in het donker plaats vinden. Het gaat uitstekend. Een lekker parcours over binnenwegen en we gaan alleen maar anderen (groene? nummers) voorbij. Zelf worden we niet ingehaald. Het is een mooi gezicht om steeds weer nieuwe rode lampjes in de verte voor je te ontdekken waar je je op kunt richten. Af en toe blijven anderen in ons wiel hangen, maar meestal fietsen we met z’n tweeën, naast of achter elkaar.
Tijdens deze etappe komen we de eerste fietsers tegen die al weer op de terugweg zijn. Eerst een groepje van 3 en een aantal minuten later een grote groep van ca. 20 fietsers. Vervolgens zien we regelmatig koplampen voor ons verschijnen van terugkerende fietsers.
Halverwege de etappe blijkt dat we allebei wat slaap beginnen te krijgen en constateren dat we aan koffie toe zijn. Niet lang daarna is er een geheime controle in Corlay, waar we om 03.30 uur arriveren.
Tegenover de controlepost is een bar die open is en we nemen daar twee koppen verse koffie. De slaperigheid is daarna over.
Om 05.41 uur komen we na 550 km aan in Carhaix.
Na het vertrek uit Carhaix kan al snel de verlichting uit en we bevinden ons in een heuvelachtig gebied, waar we een mooie route volgen langs riviertjes. We zien nu tijdelijk geen fietsers op de terugweg omdat we een soort 8 maken. De fietsers op de terugweg volgen een hoofdweg zo’n 5 km zuidelijker.
Als we weer op de route komen van terugkerende fietsers beklimmen we de enige “col” van de route: de ‘Roc Trevezel’. De pashoogte is 349 m hoog. De Roc is een rots met weinig begroeiing. De omgeving lijkt op een alpencol van 2000 m hoog. Bovenop heb je een weids uitzicht over een groot deel van de meest westelijk punt van Bretagne. Helaas is het bewolkt en is het zicht beperkt.
Na de 12 kilometer lange afdaling begint het zelfs licht te regenen en deze houdt aan, zodat de regenjasjes worden aangetrokken.
We volgen nu weer een route die afwijkt van de terugweg en moeten vele korte, maar steile hellingen over voor we over een oude stenen brug Brest binnenrijden. Na een ritje langs de waterkant van de baai van Brest volgt nog een gemene helling tot de controle.
Om 09.58 uur en na 634 km zijn we halverwege.
Als we een controlestempel in het boekje hebben zijn en een warme maaltijd gekocht hebben, bel ik naar huis om Rick te melden dat we halverwege zijn. 5 minuten later belt Radio-Oost voor een interview. Het wordt rond de middag uitgezonden en naar ik later hoor hebben velen mijn stem gehoord.