23 – 27 augustus
1999
Een verslag van een
fietstocht van 1260 km
Door Gerrit Schotman
Hier wil ik een aantal praktische zaken op een rij zetten die voor mij en wellicht voor anderen een richtlijn kunnen zijn voor een volgende grote tocht als PBP. Ik ga er gemakshalve van uit dat er geen begeleidende auto meerijdt. De deelnemer moet dus zelf overal voor zorgen.
Test in de kwalificatieritten het een en ander uit, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Je fietst niet vaak met verlichting en een lamp die stevig lijkt te zitten, kan na een kasseistrook zo van je fiets vallen.
· Verlichting.
Mijn fiets was voorzien van dubbele voor- en achterverlichting. Een van beide dient dan als basis, de ander als reserve.
Alle verlichting kreeg stroom uit batterijen. De voorlampen gebruiken veel meer energie dan achter en zijn na een nacht in het donker op. Oude batterijen zelfs nog sneller. Het is dus zaak om voldoende batterijen mee te nemen voor iedere nacht, of om tijd te spenderen en om onderweg nieuwe te kopen. Achterverlichting verbruikt (bij diodelampjes) veel minder stroom en mijn ervaring is dat een volledige PBP op een set gereden kan worden. Bij dubbele achterverlichting zouden dan geen reservebatterijen nodig zijn.
Een verlichting die werkt op een dynamo geeft vaak meer licht, maar het nadeel is dat het fietsen met de dynamo aan wat zwaarder is. De bedrading van verlichting met een dynamo kan losschieten en is kwetsbaar voor draadbreuk.
De organisatie van PBP gaat niet na of er reservebatterijen aanwezig zijn, alleen of er 3 reservelampjes voor zowel de voor- als de achterverlichting aanwezig is.
· Bagage
Het makkelijkst neem je bagage mee achterop een fietsdrager of in een stuurtas. Ook een kleine rugtas kan handig zijn, mits licht en zonder banden die knellen.
Verdeel het gewicht goed, zodat de fiets stabiel blijft, ook in snelle afdalingen.
Verpak zaken die niet nat mogen worden in een plastic tas of neem een paar plastic zakken mee. De meeste fietstassen zijn op den duur niet waterdicht.
· Kilometerteller / hartslagmeter
Ik had twee kilometertellertjes gemonteerd. Een voor de dagafstand en een voor totaalafstand.
Uit ervaring blijkt dat sommige tellertjes nogal storingsgevoelig zijn. Resetten wanneer je op een paar knopjes leunt; stoppen met registreren wanneer de sensor of de teller zelf verschuift; regen en vergeten te starten kunnen redenen zijn waardoor de juiste afstand niet weergegeven wordt. In het donker heb je niet in de gaten dat een teller niet werkt.
Ook kunnen sommige tellers niet rekenen wanneer de afstand boven de 1000 km komt of de tijd boven 100.000 seconden (ruim 27 uur) komt. Het gemiddelde wordt dan verkeerd weergegeven of vertoont een E of alle functies stoppen spontaan.
Een hartslagmeter heeft naar mijn mening weinig nut meer bij PBP. Je start in het donker en gaat in het begin met een groep mee. Later wanneer het licht is ben je al uren aan het fietsen en is de hartslag vaak niet meer vooruit te branden. Na een dag fietsen gelden totaal andere (lagere) waarden dan je gewend bent. Tot slot kan de band van de hartslagmeter om je middel een behoorlijke irritatie op de huid geven.
· Banden, ketting etc.
Zorg voor goed onderhouden materiaal, liefst nieuw. Je moet tenslotte ruim 1200 km fietsen.
Geef desnoods in de week voor vertrek naar Frankrijk de hele fiets een grondige onderhoudsbeurt. Spatborden zijn niet meer verplicht.
· Geld
Deelnemen aan PBP kost geld, ook onderweg is regelmatig geld nodig. Mijn onkosten bestonden alleen uit eten. De gemiddelde maaltijd in de selfservice restaurants ligt zo tussen de 30 en 45 Ffranc. Uitgaande van 14 stops voor maximaal 45 Ffranc, kom je op 630 Ffranc.
Verder kan enige reserve voor een reparatie o.i.d. geen kwaad.
Wanneer een bank- of giropasje meegenomen wordt kun je in de grotere plaatsen ook bij-pinnen wanneer dit nodig is.
· Eten en drinken
Bij de controleposten is voldoende eten en drinken te krijgen. 4 of 5 keer warm eten elke fietsdag is aan te bevelen. Wanneer je ’s nachts doorfietst, eet dan ook ’s nachts warm.
Varieer wel in maaltijden en neem soms wat groente, soep en een toetje. Een aantal mensen is in 1999 uitgevallen met voedselproblemen. Bij brandend maagzuur wil melk vaak wel helpen.
Extra koekjes of mueslirepen meenemen is vaak eerder een ballast, dan dat je er gemak van hebt.
Mijn ervaring is dat twee grote bidons en een reserve bidon voldoende is. Overdag, wanneer het rond de 30 graden kan zijn verbruik je veel vocht. Vul de bidons bij iedere controlepost aan tot het maximum. Wat je drinkt is meer persoonsgebonden, maar ook hier geldt dat je beter wat kunt variëren. Water – sportdrank – frisdrank – ranja – vruchtensap etc.
In de nacht verlies je veel minder vocht dan overdag. Je drinkt dan ook minder. Het is dan veel koeler en bovendien ligt het tempo ’s nachts vaak lager.
· Kleding
Neem kleding mee waarvan je weet dat die goed zit. Een regenjasje, inzetmouwtjes en beenstukken kunnen heel handig zijn. Reservekleding is vaak overbodig. Alleen bij regen heb je de neiging om van kleding te wisselen. De meeste kleding is vaak snel weer droog. Sokken blijven vaak lang vochtig, zodat een paar reservesokken prettig kan zijn. Wanneer de schoenen droog zijn blijven de sokken vaak nog lang vochtig. Reservesokken blijven droog in een boterhamzakje. Een reflecterend hesje (of reflecterende band) is verplicht.
· Reparatiemateriaal
Op alle controleposten is reparatiehulp aanwezig. Het is dus zaak om minimaal bij de volgende controlepost te komen.
Voor onderweg is reservemateriaal noodzakelijk, maar te veel is niet nodig.
Twee of drie reserve binnenbanden, een opvouwbare buitenband en regulier bandenplakspul zal in 99% van de gevallen toereikend zijn. Spaakbreuk kan tot een slag in het wiel leiden en een spakenspanner biedt dan uitkomst. Een zak-setje met inbussleutels en schroevendraaiers en een klein mesje zorgen er voor dat je vrijwel altijd een controlepost kunt halen.
· Verder
Wanneer je wilt onthouden wat je onderweg meemaakt, zorg dan voor een pen en papier. Rondom een maaltijd heb je vaak wel even tijd om iets kort op te schrijven.