2e Brevet 600 km

26 en 27 april 2008

 

Weer gaat de wekker om ongeveer kwart over 6. Het tweede brevet van 2008 staat op stapel. Ik heb nog geen idee hoeveel deelnemers er aan de start zullen verschijnen.

Gert Beumer start vanuit Hengelo en wil daar ook finishen. Hij zal wel tussen 7 en 8 uur bij de start komen. Frank Simons doet iets vergelijkbaars. Hij wil op de heenreis in of na Lochem (zijn woonplaats) aanhaken en Arvid de Jong wil wel een stuk meefietsen, maar alleen op zaterdag en wil zich in Winterswijk bij de groep voegen. Peter de Rond verschijnt verder als enige, naast mij, in Zwolle aan de start.

Een beperkt groepje dus.

 

Ik vul de banden nog even tot het gewenste niveau en om 10 over 8 vertrekken Gert, Peter en ik richting de eerste controle bij Sevinks Mölle. Het gaat gezapig met een tempo dat zo rond de 27 a 28 ligt.

Bij Heino merken we dat dat tempo voor Gert toch wat aan de hoge kant is en geleidelijk raakt hij achterop. Omdat hij toch achterblijft, verhogen Peter en ik de kruissnelheid tot 32 a 33 en we zien Gert verder niet meer terug.

Na Raalte nemen we een korte plaspauze en kort voor Lochem nog een tweede Daarna gaat het verder zonder oponthoud naar de eerste controle. In Barchem staan een 30-tal touringcars aan de kant van de weg. Kennelijk om deelnemers aan de Batavierenrace (studenten die met 350 teams van Nijmegen naar Enschede rennen) te vervoeren. We hebben er niet veel last van.

 

Als we om 10 over 11 bij de controle zijn, zien we Arvid al op het terrein wachten en ook Frank is daar al aanwezig. Mijn beide voorbanden moeten wel weer bijgevuld worden want ze voelen weer zacht aan.

Het vaste “fietsersvoer”: koffie met gebak moet worden genuttigd en een goed half uur later zijn de bidons weer gevuld en vertrekken Peter en ik, nu in gezelschap van Frank, richting Hohe Mark.

Arvid wacht op Gert, die nog steeds niet gearriveerd is.

 

Frank gaat al snel zijn eigen tempo fietsen en laat ons gaan. Peter gaat voorop en ik volg, maar merk dat het tempo van Peter net aan de hoge kant ligt. Echt soepel gaat het niet met mij. In de plaatsen weet ik steeds weer het wiel van Peter te vinden, maar als kort voor Gross Reken de eerste echte heuvel volgt verlies ik snel contact. Op de controle, 20 kilometer en de beklimming van de Granatsberg verder, zie ik de blauwe Quest van Peter weer staan. Ik stempel af bij de benzinepomp en ga neer het restaurant. Peter bestelt daar net een maaltijd en ook ik neem aardappels met een schnitzel.

 

Als we aan het eten zijn komt ook Frank aan en hij neemt ook iets te eten.

Na een half uur vertrekken Peter en ik weer. Meteen merk ik dat een van de banden lek staat. Dat wordt wisselen. Peter vertrekt vast en ik vervang de linker voorband. Als ik daarna voel hoeveel lucht er zit in de rechter voorband, voelt deze ook zacht aan. Er blijkt nog maar 4 bar in te zitten, terwijl ik in Winterswijk bijgevuld heb tot 7,5 bar. De extra reservebanden die ik uit Dronten heb meegenomen komen goed van pas en ik wissel meteen maar rechtsvoor. Het kost 20 minuten om vertrekklaar te zijn en eindelijk kan ik dan op pad richting de echte bergen.

 

Ik ben net 10 kilometer onderweg als ik weer onraad voel. Ja hoor, links voor is weer lek. Bij inspectie van de buitenband zie ik de boosdoener: een steentje is door de buitenband heengedrongen. Dat kost weer dik 10 minuten om een en ander te fiksen.

De middag vordert gestaag en geleidelijk aan komen in het landschap de verwazchte heuvels. Na Lünern volgt een lange klim in etappes van 60 naar ruim 200 meter hoogte. Daarna een gevaarlijke afdaling naar Frondenberg en een stukje vals plat via Menden naar Lendringsen, waar een lange helling volgt.

Bij binnenkomst van Menden heb ik een vast tankstation waar ik de nodige boodschappen doe, zodat ik de nacht, in ieder geval tot Oelde, goed door kom.

 

De klim is niet zwaar, maar wel lang en gaat weer naar ongeveer 260 meter hoogte (Frondenberg/Menden is op 130 meter).

Na de afdaling volgt in Herdringen nog een steile klim door het dorp, maar daarna een vlak stuk tot Arnsberg, waar in de stad nog een lekker klimmetje komt voor we bij de volgende controlepost zijn. Daar is Peter al weer vertrokken en komt Frank net aanfietsen (uit de tunnel die verboden is voor fietsers). Hij was een paar keer verkeerd gefietst en zo was ik hem weer gepasseerd.

 

We nemen samen een korte pauze van een kwartier. Ik wil snel door, want ik wil eigenlijk voor het donker wordt in Meschede zijn, zodat ik de afdaling naar Meschede bij daglicht kan doen. En dat is een snelle want mijn record staat op 106,8 en dat is daar gevestigd.

 

Ik vertrek net iets eerder dan Frank in de verwachting dat hij mij op de helling wel weer zal inhalen. De klim gaat van 190 naar 500 meter hoogte en is ongeveer 8 kilometer lang. Gemiddeld dus 4%, maar aan het begin iets minder steil en later wat meer.

Meestal moet ik onderweg een of meer korte stops maken. Het blijft nu bij 1 maal, net nadat Frank mij ongeveer halverwege is gepasseerd. Ook stop ik nog even als ik een ballon in de struiken zie. Er zit een kaartje aan, maar niet van een individu. Het is kennelijk een of ander promotieactie. Ik haal het kaartje er af en laat de ballon (nu met minder ballast) weer gaan. Al snel is deze uit zicht, waarbij hij nagenoeg kaarsrecht omhoog stijgt. Er is dus geen wind.

Even later ben ik boven en ga ik het golvende deel in met eerst een lagere afdaling, gevolgd door korte klimmen en dalen, waarbij je geleidelijk aan steeds lager uitkomt.

 

Tussen twee klimmen in zie ik Frank weer. Hij is de weg aan het zoeken. Ik kan hem net toeroepen welke kant hij op moet en even later passeert hij mij al weer op de volgende klim.

Bij Calle krijgen we de voorlopig laatste langere klim. Deze wordt gevolgd door een getrapte en snelle afdaling. “DE afdaling” Eerst een stuk waarin je vaart kunt maken. Dan een iets steiler stuk en tot slot een echt steil stuk, waarbij je vanzelf harder gaat. Daarna komt nog een flink vlak en recht stuk waar je weer snelheid kunt minderen tot een aanvaardbaar niveau.

Ik zet flink vaart op het eerste deel en trap nog wat bij op het tweede stuk. Ik zit dan al rond de 90. Op het derde stuk probeer ik nog wat bij te trappen en zie de teller oplopen naar 105 en 110 om op 114,5 een nieuw maximum te boeken.

WOW. Even bijremmen en ik zit nog boven de 100. Daarna flink in de remmen en ik kan heel rustig de voorrangsweg op die naar Meschede leidt.

 

Was het op de heuvels en open stukken schemerig. In het Ruhrdal naar Meschede wordt het snel donker en even verderop zie ik Frank al weer staan die de verlichting in orde maakt. Ook hij heeft een nieuw record neergezet van 82 op de afdaling. We fietsen samen een stuk op tot ik even naar huis ga bellen. Frank zal ik voorlopig niet meer zien. De komende 25 kilometer gaan hoofdzakelijk omhoog, maar in de afdalingen die daarna volgen kom ik hem wellicht weer achterop.

 

In Nuttlar begint de volgende lange klim. Die waar ik een paar weken geleden in de greppel terecht kwam. Nu blijf ik wijselijk maar op de hoofdrijbaan. Het gaat redelijk vlot en 40 minuten later ben ik boven. Het “dak” van het brevet is bereikt op ongeveer 520 meter hoogte.

De afdaling gaat zonder extra inspanning. Ik fiets minutenlang rond de 90, maar laat de zwaartekracht eigenlijk het werk doen. Er komt nog een pittige helling in Ruthen en even rust voor die tijd kan geen kwaad.

Deze klim gaat in 1,3 km 70 meter omhoog. Ruim 5% dus, maar er zitten een paar stukken tussen van 8 a 10 %. Als dit eenmaal achter de rug is gaan we geleidelijk aan Sauerland uit en dalen we af van 380 meter hoog in Ruthen tot 100 in Oelde.

 

Kort voor Berge zie ik Frank weer voor me fietsen. Het snelheidsverschil is groot en ik “vlieg” hem dan ook voorbij. Op de volgend korte helling in Berge zie ik hem wel weer dichterbij komen, maar daar blijft het bij. Met name rond Klieve en Schmerlecke ligt mijn snelheid vaak tussen de 40 en 50.

 

Kort voor de controle in Oelde is nog een lange klim naar Sunninghausen, maar daarna kan ik naar de Burger King in Oelde voor een stempel en een soort Big Mac met friet. Het heet anders, maar ik weet niet meer hoe (iets van Worrelpak of zo). Als ik de bidon vul om weer te vertrekken komt Frank naar me toe. Hij is net binnengekomen.

Hij geeft aan dat hij moeite heeft met eten en dat hij na de controle in Haltern (220 kilometer geleden) niet meer heeft kunnen eten. Als hij dat probleem houdt zal hij na Hengelo niet meer naar Zwolle gaan, maar direct naar zijn woonplaats in Lochem.

 

Ik vertrek weer na een pauze van ruim 20 minuten. Het is nu kwart voor 1 in de nacht en het wordt erg rustig op de weg.

Langzaam gaat bij mij het kaarsje uit. Ook ik krijg wat problemen met de maag. Misschien zat er wat te veel ui bij de hamburger. Wie weet? Af en toe stop ik gewoon met trappen en laat me onbewust uitrollen. Al ik dan bijna stil sta besef ik dat en zet weer aan.

 

De plaatsen liggen steeds een km of 8 uit elkaar en het landschap is open. Het vereist ook niet veel concentratie om de route te vinden. Bij Abersloh vind ik het welletjes en parkeer de Quest aan de kant van de weg en probeer een dutje te doen. Een kwartiertje later ga ik maar weer op pad. Wel wat gerust, maar slapen lukt niet. Het tempo gaat wel wat omhoog, maar ook nu zijn er weer periodes dat ik de benen zo maar stil houd. Bij Munster zet ik nogmaals de fiets aan de kant voor een minuut of 20. Daarna kan ik wel doorfietsen, maar echt vlot ten wil het niet. Op het vlakke blijft het tempo met ongeveer 26 km/uur ruim onder de 30.

 

Bij Havixbeck/Billerbeck steek ik een heuvelgebied door en daarna zit ik al dicht bij Nederland. Het wordt weer licht en als ik om half 7 Nederland weer binnenkom schijnt de zon. Ik neem bij Buurse een korte stop en reset de fietscomputer. Deze kan maximaal 24 uur achter elkaar registreren en stopt dan automatisch. De totale opnametijd is echter 64 uur en met even resetten en opnieuw starten kan de rit verder weer geregistreerd worden.

 

Haaksbergen is nog in diepe (zondags)rust en met de zon komt ook de concentratie weer wat terug. Maar de snelheid is en blijft ver te zoeken.

Kort voor Beckum zie ik aan de overkant van de weg een ligfietser naderen. Als we elkaar gaan passeren stopt deze en draait om. Ik herken Sake Bloemhof en we fietsen verder samen naar Hengelo. Sake moet naar Zeewolde en heeft daar de hele dag de tijd voor. Omdat hij de route van het brevet kent en weet dat rond deze tijd er deelnemers langs kunnen komen heeft hij de gok genomen om ons tegemoet te fietsen. Met al snel resultaat.

 

Samen pauzeren we in Hengelo, waarna Sake nog een stuk de route terug gaat fietsen om zo mogelijk Frank nog tegen te komen. Gert ligt waarschijnlijk al vele uren achter.

Ik ga na een kwartier weer op pad voor de laatste etappe. In een rustig tempo van rond de 25 km/uur ga ik gestaag richting Zwolle.

 

De klimmen van de Holterberg worden zonder al te veel extra inspanning gedaan, maar de afdalingen zet ik nog even flink aan. Er zijn hier veel fietsers en eigenlijk wil ik me op de vlakke stukken niet laten inhalen. De Hellendoornse berg is al weer gemakkelijker en de Luttenberg stelt eigenlijk niets voor. Om 2 minuten voor 11 ben ik weer terug bij de ZBC hal. Een brevettijd dus van 27 uur. Een tijd die wel vaker voorkomt.

Peter de Rond was al om kwart over 9 terug en eigenlijk verbaasd het mij dat hij niet verder voor lag. Ik heb een half uur verloren met de bandenproblemen en een tweede half uur met de pogingen om te gaan slapen. Verder heb ik op een paar hellingen nog wat korte rusten ingelast en lag mijn tempo niet hoog.

Peter is uiteindelijk nog geen 2 uur voor mij gefinished.

Later mail ik met hem en ook hij heeft last gehad van zijn maag en moest in Sauerland zelfs overgeven. Daarna is ook zijn tempo een stuk minder snel geworden.

 

In de hal wordt vandaag een darttournooi gehouden en allerlei spelers zijn zich al aan het voorbereiden. Ik neem een koffie en praat wat met de beheerder (Hans van Woesik). Na 10 minuten heb ik het wel gezien en ga naar huis.

Wachten op ander deelnemers hoeft niet. Arvid fietst alleen op zaterdag mee. Peter is al binnen en Frank gaf aan dat ik niet op hem hoefde te wachten.

Gert zou stoppen op de plek waar hij begonnen is: in Hengelo.

 

Later mail ik nog met Frank en hij is inderdaad direct doorgestoken naar Lochem. Hij heeft daarbij niet de meest logische route gevolgd, maar is wel goed aangekomen. Ook met Gert mail ik nog even en hij heeft Winterswijk niet eens gehaald. Ook hij heeft zich niet lekker gevoeld en het wijze besluit genomen om al op zaterdag de kortste weg naar Hengelo te nemen.

 

Er zijn er dus maar 2 die dit brevet succesvol hebben volbracht.

 

Wat cijfers:

In totaal 656 kilometer.

Fietstijd ruim 24 uur, rusten ruim 7 uur. Brevettijd 30½ uur.

Fietsend gemiddelde: (net al bij het 600-brevet, net boven de 27.

Hosted by www.Geocities.ws

1