15, 16 en 17 mei 2008
Het prettige van dit brevet is dat je niet vroeg je bed uit hoeft. Maar
eigenlijk is dat onbelangrijk. 1000 kilometer is ver en het maakt niet echt uit
wanneer je start. Het liefst start ik dan toch in de vroege ochtend. Je kunt
dan langer bij daglicht fietsen en meestal heb je een nacht minder om door te
fietsen.
We starten dus op donderdagavond om 9 uur en hebben 75 uur de tijd om de
klus te klaren, dat betekend om middernacht op zondagavond terug zijn. Eerder
starten kost je dan een extra vrije dag. Later starten betekend ook later terug
en de hersteltijd voor de nieuwe werkweek wordt dan korter.
Dit terzijde. Wat telt zijn de feiten. Tot nu toe had mei zich van zijn
beste kant laten zien. Veel zon en de laatste dagen vrijwel continu zomerse
dagen. Al 14 dagen geen sputter regen. Het KNMI meldt nu echter in het zuiden
fikse buien, maar in het noorden droog. Kennelijk ligt de grens tussen noord en
zuid dichtbij Zwolle want bij de start horen we het gerommel van een onweersbui
en zien een zwarte lucht in het zuiden, maar het blijft droog.
Er zijn 9 deelnemers, 3 op een racefiets, waaronder een Engelsman (Roly
Cockwell) en 2 Nederlanders: Cor van Leeuwen en Frank Simons.
De provincie Zeeland heeft een blik ligfietsers open getrokken: liefst 5
staan er aan de start (Jaap Bouman, Robert Lammerts, Perry Stoel, Rob Stricker
en Peter Rijk). Verder doe ik zelf mee met een Velomobiel (Quest).
Even na 9 uur vertrekken we door de landelijke rand van Zwolle
(Spoolde). Als we de IJssel over gaan zie ik dat er maar 5 fietsers in de groep
zijn. Achteraf hoor ik dat Perry in deze eerste kilometers al lek is gereden.
Bij Hattem verliezen Jaap en Cor (vermoedelijk bewust) het contact met
de eerste 3 (Roly, Frank en ik), dit ondanks het matige tempo van rond de 26
km/uur. Het tempo gaat nu wat omhoog tot tegen de 30 en we volgen de IJsseldijk
richting Deventer. Als we dichtbij Deventer komen merk ik dat ook Roly en Frank
mij niet meer volgen.
Af en toe voel ik wat gesputter en als ik bij Doesburg kom volgt een
echt buitje. Dit wordt even later herhaald en binnen de kortste keren regent
het continu. De weg is nog warm van de dag en de damp slaat er af.
Het is lastig manoeuvreren. De weg is nat, slingerend en dampig. Er zijn
nog redelijk wat tegenliggers en die verblinden regelmatig. Rustig fietsen is
het devies.
Om middernacht ben ik in Laag Keppel bij het zorghotel, waar de eerste
controlepost is. Helaas was het niet meer mogelijk om van de restaurantfunctie
gebruik te maken, maar een stempel geven ze graag. Het is even zoeken naar
welke ingang ik moet gaan, maar de dames die dienst hebben wijzen me de goede
weg. Ze hadden op ons gerekend. Dus geen problemen
Even een praatje houden en nog geen 10 minuten later fiets ik weer.
We volgen nu grote doorgaande wegen maar het wordt rustig op de weg. In
Doetinchem mis ik een afslag (door de regen?) en kom op een parkeerplaats
terecht. Even een rondje fietsen en ik ben weer terug op de route. Om kwart
voor een kruis ik de grens met Duitsland. Het fietsen wordt nu duidelijk
makkelijker. Fietspaden kunnen worden genegeerd en de wegen hebben in de regel
goed asfalt.
Het is niet makkelijk met de regen om de route te vinden. Op de meeste
plekken weet ik wel waar ik langs moet, maar soms moet je even controleren of
het goed is. De klep beperkt de handelingsmogelijkheden en er is weinig licht.
Bij Brunen begint het landschap wat meer reliëf te krijgen. Kleine
heuvels van 20 tot 40 meter hoogteverschil volgen en als de klim na Brunen
wordt gevolgd door een afdaling schakel ik niet goed en gaat de voorketting
over de tandwielen heen. Meestal is dit door terugschakelen en licht trappen te
verhelpen, maar nu lukt het niet. Ik kom tot stilstand in het open veld zonder
enige verlichting. Het is 2 uur in de nacht en dus geen hulp te vinden.
Met de binnenverlichting aan zie ik dat de ketting er helemaal af ligt.
Ik leg de Quest op de zijkant en probeer de ketting terug te leggen. Na een
minuut of 10 prutsen lukt het me om de slag er uit te krijgen en de ketting
weer over de tandwielen te leggen. Wel houd ik er een paar zwarte handen aan
over en alles wat ik aanpak krijgt meteen een zwarte kleur. Nu heeft de regen
zijn voordeel: in combinatie met het lange gras in de berm kan ik de handen
redelijk schoon wassen.
Na een kwartier stap ik weer in en wil weg fietsen.
Dit lukt niet. Ik draai de trappers rond, maar kom niet vooruit. Dat kan
maar 1 ding betekenen: ook de achterketting ligt er af.
Inmiddels passeert Roly mij. Hij informeert of alles OK is en of ik hulp
nodig heb. Ik geef aan dat hij niet veel zal kunnen doen.
De ketting achter weer goed krijgen is heel lastig want de pion is bijna
onbereikbaar verstopt, achter in de staartpunt van de fiets. Toch lukt het
uiteindelijk om het voor elkaar te krijgen en weer zijn de handen, armen,
shirt, broek en fiets in meer of mindere mate zwart. Weer schoonmaken met nat
gras en uiteindelijk kan ik de reis na ruim een half uur voortzetten.
Ik zet de reis voort en passeer een half uur later Roly weer. Vervolgens
lees ik de aanwijzingen niet goed en fiets 5 kilometer de verkeerde kant op
naar Gross Reken in plaats van naar Klein Reken. Gelukkig ken ik de omgeving
daar van de 600-brevetten en kan ik gemakkelijk de route terug vinden. Bij
elkaar toch 10 km extra met de nodige tijd.
Voor de zoveelste keer ga ik de Granatsberg op. Hij lijkt steeds
makkelijker te worden en daarna gaat de afdaling naar Lavesum zonder te
trappen. Ik durf geen snelheid te maken door de damp op de weg.
Bij de controle tussen Lavesum en Haltern is Roly al aanwezig, verbaasd
omdat ik er nog niet was. Roly vertrekt vrij snel en ik neem een korte pauze
van nog geen 10 minuten. Ik ben genoeg uitgerust tijdens de kettingreparatie.
Weer op weg verwacht ik Roly tijdens de etappe te zien en inderdaad zie
ik hem bij Ahsen voor me fietsen. Terwijl hij de eerste mogelijkheid neemt om
de plaats in te gaan, ga ik even verder (op de officiële plek) links af om de
weg naar Olfen te nemen. Nog voor Olfen achterhaal ik Roly en zie hem
vervolgens pas bij de controle in Oelde terug.
Er volgt nu een heuvelachtig stuk met na Bork een korte helling van 8 a
10 % stijging. Beetje vergelijkbaar met de Diepe Hel op de Holterberg.
De overige hellingen zijn minder steil, maar het is zelden vlak.
Geleidelijk begint het weer licht te worden en als ik om kwart voor 8 in Oelde
ben is het volledig licht. Hoewel, door de aanhoudende regen lijkt het niet
echt licht te worden.
Ik neem een grote koffie en een broodje knakworst (echt Duits).
Net voor ik na een half uur weer wil vertrekken komt Roly ook binnen.
Hij ziet er nog behoorlijk fris uit.
Het eerste stuk naar Osnabruck is bekend terrein van de brevetten in
Lohne. Een stuk met eerst vals plat naar beneden (in 15 km 40 meter afdalen) en
later vlak tot Bad Laer. Kort voor Bad Laer voel ik de fiets wat wegtrekken in
een bocht en dat betekent altijd: lek!. De Quest gaat op z’n kant en snel zie
ik de boosdoener: een steentje steekt door de linker voorband.
Ik wissel de binnen- en buitenband en zie dat dat meteen mijn laatste
20-inch reserve is. De rest, 3 binnenbanden, zijn voor het achterwiel. Dat
betekent voor een volgende band dat ik moet plakken. Dat plakken zou wel eens
vrij snel kunnen komen want ook de rechter voorband is zacht. Er is slechts 4
bar over van de 7,5 waar ik mee begon. Toch maar gewoon oppompen en zien waar
het schip strandt.
Na Bad Laer gaat het meteen omhoog en een paar km buiten het dorp / de
stad is het duidelijk: ook rechtsvoor is lek. Inmiddels daalde de weg al weer
en als ik stil sta ligt de buitenband al van de velg en is de binnenband
dusdanig kapot dat deze niet meer te plakken. Dat houdt in de twee banden die
er voor om zitten de enige twee zijn die ik te beschikking heb.
In de regen plakken is moeilijk. De lijm droogt maar heel langzaam en ik
moet oppassen dat er geen regendruppels op vallen. Toch krijg ik het lek dicht
en kan verder. Bij elkaar kosten deze 2 lekke banden een half uur. Ik verwacht
Roly binnenkort weer te zien.
In Hilter is de brandweer druk bezig een schoorsteenbrand te blussen en
veel inwoners trotseren de regen m te kijken hoe ze dat doen.
Na Hilter volgt een lange klim en Roly passeert mij kort voor de top. In
de afdaling passeer ik hem weer en bij een volgende (steile) helling herhaalt
zich dit.
Nu komt een lange afdalig tot in Osnabruck, waar de 4e
controle is. Roly achterhaalt mij als ik moet wachten voor stoplichten en samen
arriveren we even voor half 12 op de controle.
We stempelen, eten en drinken wat en een half uur later vertrekken we
weer. Voor de verandering maakt de motregen even plaats voor een wolkbreuk.
De stad uit is een leuke klim naar Atter en ik zie Roly voor me sneller
klimmen dan ik kan. Als ik daarna, vlak voor Lotte, Roly tot op 50 meter nader voel
ik weer dat ik een lekke band heb. Nogmaals herhaalt zich de plakellende om de
rechter voorband weer dicht te krijgen. Ditmaal mislukt de eerste poging en ook
het 2e plakkertje laat meteen al weer aan de zijkanten los. Ik prop
de binnenband snel in de buitenband en pomp deze op in de hoop dat de druk in
de binnenband de plakker op z’n plaats zal houden en zo toch dicht blijft.
Na 20 minuten fiets ik weer en kan aan de laatste echte helling richting
Tecklenburg beginnen. 120 hoogtemeters verder ben ik in de oude stad.
Eerst een steile afdaling, gevolgd door een dito klim. Dan een lange
afdaling, het Teutoburgerwoud uit. Omdat het regent ga ik niet voluit. De regen
prikt in de ogen, maar kom toch nog boven de 90. Hoeveel precies weet ik niet,
maar in een flits zag ik 92 staan. In zo’n afdaling
heb je alle concentratie nodig om te dalen.
We komen weer dichter bij Nederland en het vlakke land heeft de
overhand. Geleidelijk breekt de avondspits aan en het wordt drukker op de wegen.
Vooral in Epe (D), Gronau en Enschede (Glanerbrug) is dit te merken. In Epe kom
ik Roly weer achterop en gezamenlijk gaan we richting Nederlandse grens. Hier
blijft Roly weer achter. In Hengelo, bij de 5e controle ben ik na 10
minuten weer weg. Roly is dan nog niet binnen. Op zich is dat niet eens zo gek.
Het is een lastige route onder Enschede langs en omdat ik daar de route ken kan
ik veel beter opschieten.
Wat voor ons beiden gunstig is, is dat het inmiddels droog geworden is.
Het heeft ruim 15 uur onafgebroken geregend. Alleen het laatste uur was het
soms droog. Twee keer heb ik de regenkap dan ook afgedaan, maar met een
volgende bui toch weer opgedaan. Nu kan hij definitief af.
Na Hengelo komen we bij Twickel, bekend om het kasteel met tuinen. Het
is een mooi stuk door de bossen, maar de weg is nu opgebroken en je moet via
allerlei zandpaadjes een omleiding volgen. Dat is niet gunstig voor de andere
deelnemers die in het donker hier voorbij gaan. Het is niet onwaarschijnlijk
want het is inmiddels al half 6 in de avond en over een uur of 4 is het donker.
Ik heb van de andere deelnemers na het vertrek niets meer gehoord en vermoed
dat er zeker een paar zijn die meer dan 4 uur achter liggen.
Ik kan nog steeds een goed tempo aanhouden en bel even naar huis met de
vraag of er op de controle in Zwolle droge kleren kunnen klaar liggen en tevens
wat binnen- en buitenbanden. Ik heb thuis alleen lekke banden liggen, maar dat
is beter dan helemaal geen band meer hebben in het geval ik een klapband krijg en
die niet meer kan plakken. Ook vraag ik Ineke om wat wasbenzine mee te nemen
zodat de handen en armen weer wat beter ogen.
Om 20:30 ben ik (precies vogens schema) na 573 km weer op de
startlocatie.
Deel 2.
Ik krijg soep en eet macaroni. Fris me wat op en trek schone kleren aan.
Verwijder overtollige ballast uit de Quest en stop er een voorraad boterhammen,
bananen en drinken in en vertrek voor de noordlus.
Kort voor ik vertrek komt Roly binnen. Hij gaat in zijn camper slapen en
wil in de vroege ochtend verder gaan.
De eerste kilometers gaan door de Mastenbroeker polder en daarna via
Hasselt naar Staphorst.
Na Mastenbroek slaat ineens de vermoeidheid/slaap/eindeloosheid toe. Ik
zak af en toe weg in gedachten en houd dan de benen stil. Ook het sturen verliest
de aandacht en ik dwarrel over de weg naar links of rechts. Gelukkig is het erg
rustig op deze wegen, maar het is niet zoals het hoort.
Over het stuk tussen Hasselt en Rouveen haal ik een gemiddelde snelheid
van nog geen 20 km/uur. Ik besef dat dit niet goed is en neem me voor een plek
te zoeken om te proberen wat te slapen. Ik vind een plek bij Ijhorst en doe
ruim 10 minuten lang een poging. Geen succes. Wat ik al vaker merk is dat ik om
te slapen toch een bed nodig heb.
Ik vervolg mijn route, maar het gevoel is niet goed. Achteraf kan ik op
mijn teller uitlezen dat het wel vlotter ging dan op het eerste stuk, maar 22
km/uur is niet snel te noemen.
Ik neem me voor dat het voor Havelte moet verbeteren anders draai ik de
Quest om en ga terug naar Zwolle.
Tot Ruinerwold gaat het redelijk, maar tussen
Ruinerwold en Havelte zak ik weer weg en als ik kort voor Havelte bij de
Drentse Hoofdvaart aan kom en me realiseer dat ik met de huidige snelheid hier
zeker nog 2 uur langs zal moeten gaan, zakt mij de laatste moed in de schoenen
en besluit ik naar huis te gaan. Het is inmiddels bijna 1 uur in de nacht.
Ik neem nog een pauze en ga richting Meppel. Ik weet daar ongeveer de
weg en ga volledig op gevoel door Meppel. Het zal zeker niet de kortste weg
zijn geweest, maar wat deert het. Of ik nu om 3 uur of 4 uur in bed lig. Het
maakt niet uit.
Na allerlei fietspaden en dijkjes door Meppel kom ik bij Staphorst. Op
het gemak (gemiddeld zo’n 17 km/uur) hobbel ik door
naar Zwolle en na 83 km vanaf de herstart in Zwolle zet ik om half 4 de fiets
in de tuin.
Ineke wordt door het gerommel wakker en is wel even, maar niet echt lang
verbaasd. Ze had bij mijn vertrek uit Zwolle al de indruk dat ik niet lekker in
m’n vel stak en was toen al bezorgd of het wel goed zou komen.
Na even bijpraten duik ik in bed. Voor de tweede maal maak ik een brevet niet
af. Voor de tweede maal is het weer Lowlands 1000. Was het de eerste keer de
hitte die me de das om deed. Nu is de regen toch hoofdschuldige aan de
demotivatie. Het verblijf op de controle moet voor mij niet te gezellig zijn.
Achteraf denk ik dat de noordelijke lus voor mij niet uitdagend was. Een
paar weken eerder had ik het hele stuk nog gefietst tijdens de controlerit. Een
volgende editie (in 2010?) wil ik proberen de Zwolse controle halverwege te
verleggen naar een plaats op wat afstand van Zwolle. Zo kom je minder snel in
de verleiding om te stoppen.
Wat cijfers:
In totaal bijna 610 kilometer. Fietstijd 22 ½ uur en pauzes 4 ½ uur. Dat
betekent een gemiddelde van net boven de 27.