PBP 2007 - Lost in France

(Aah, les aero’s)

 

Proloog.

Voor de derde maal PBP en voor het eerst gaat er familie mee. Ineke (mijn vrouw) en Rick (zoon) hebben in de afgelopen jaren veel verhalen moeten aanhoren en willen nu ook wel eens ervaren wat voor spektakel PBP is.

De camping bij de start is er niet echt een om vakantie te vieren en zo zoeken we een andere camping, ergens op de route. Bij de brevetten ontmoetten we Sake Bloemhof en horen dat hij en zijn familie naar een camping gaan in Tinteniac, controlepost op 360 km van Parijs waar we ook samen staan met de familie Vriezekolk een plek vinden.

 

Vrijdags voor PBP overbruggen we de 900 kilometer naar Tinteniac met de sleurhut op de “genotsknobbel” van de auto en mijn fiets, de Quest op het dak. Rick en ik wisselen elkaar af bij het rijden. Rick kan zo mooi ervaring opdoen als hij later in de week alleen met Ineke de caravan mee moet nemen naar Parijs.

Op zondag word ik weggebracht naar DE camping in St. Quentin en Yvelines, de voorstad op zo’n 20 km afstand van Parijs waar de start plaats vindt. Ik had het op een akkoordje gegooid met een drietal Friezen (Peter de Rond, Rienk Jepkema en Tom Hospes) en kon bij hen in de voortent verblijven.

 

De camping is vol, althans men neemt geen nieuwe gasten aan omdat het regenachtige weer tot problemen leidt. Het is er ook erg modderig en drassig. Omdat ik aangeef in een reeds staande caravan te verblijven kan ik na het betalen van een tientje (zonder bon) de camping op.

 

Op de camping is er door het ondermaatse weer wat minder interactie met andere deelnemers. Toch komt er regelmatig een aantal even langs om de 4 Velomobielen met eigen ogen (en camera) te aanschouwen. Er komt zelfs een ploeg van een lokaal Frans TV-station langs voor een interview.

 

Ik hoor dat de keuring van de fietsen is uitgesteld en pas bij de start op maandagavond / dinsdagochtend plaats zal vinden. Met de auto dus naar het “Gymnase de Droits de l’Homme” voor de nodige paperassen.

Om 5 uur is er een foto-shoot voor de Nederlandse deelnemers die merkwaardigerwijs op 2 plekken tegelijk plaats vindt: op de rotonde voor het Gymnase en ook op de rotonde voor de camping. Wat 1 verkeerd woord al kan veroorzaken.

 

Op maandag is het rustig aan doen en wat rommelen aan de fietsen. Ik monteer nog 2 nieuwe voorbanden en voor de start van de eerste groep deelnemers is er nog de gezamenlijke maaltijd waarvoor je eerst 3 kwartier in de rij moet staan. Ik mis hierdoor de start van de snelle jongens die om 20.00 uur vertrekken. Gelukkig zijn er om 21.00 uur nog een groep specials en vanaf 21.30 uur diverse groepen op de racefiets die vertrekken.

 

Daarna naar bed en proberen te slapen.

Dit lukt anderhalf uur lang, maar vanaf een uur of 2 lig ik te wachten tot het half 4 is en tijd om klaar te maken voor de start om 04.45.

 

1e dag: St. Quentin en Yvelines – Tinteniac; 375,83  km

Het is een klein groepje van ongeveer 40 ligfietsen, Velomobielen en tandems. Voorafgegaan door een volgauto rijden we door de stille straten onze eerste kilometers. We hebben 84 uur de tijd voor 1220 kilometer. Ik fiets samen met Peter de Rond en door mijn belabberde klimcapaciteiten verliezen we al snel contact met de anderen.

Geleidelijk wordt het licht en ook geleidelijk komt de eerste regen. We houden enkele sanitaire stops en volgen de route door een golvend landschap met velden waar tot voor kort het graan nog stond.

Na een uurtje haalt de snelste groep van racefietsers die een minuut of tien na ons gestart zijn in en daarna volgen er vele, met name tijdens de klimmetjes. In de afdalingen halen wij ze vervolgens grotendeels weer in. Dit kat en muis spel gaat de hele dag door.

 

Na 90 kilometer voel ik dat de achterband lucht verliest. Lek dus. De voorbanden had ik op de camping nog nieuw op de fiets gedaan, maar de achterband zag er nog erg goed uit. Tja, met dat natte weer loop je snel een lek op.

Een achterband is groot en past niet in de achterkant van de Quest en ik heb dus geen reserve bij me. Wel een nieuwe binnenband. Wisselen dus en de oorzaak zoeken. Al met al ben je zo een kwartier verder.

 

Zo’n 20 kilometer voor Mortagne, rond Longny, begint de Perche, het meest heuvelachtige gedeelte van PBP. Nog fris en dus maar eens de Quest testen op snelheid in een echte afdaling. De heuvels zijn hier niet steil, meestal maximaal 4 tot 6 %, dus echt snelheid maken lukt niet. Je moet veel bijtrappen om tot een hoge snelheid te komen. Toch krijg ik op een van de eerste afdalingen 95,3 op de teller.

De eerste verzorgingspost is na 140 km in Mortagne au Perche. Er is nog geen controle, maar verder wel alle voorzieningen. We blijven hier kort voor een kop koffie en zullen na 220 km in Villaines la Juhel gaan voor een stevige maaltijd.

 

In de Perche met vele klimmen stabiliseert de klimsnelheid zich meestal op 8 km per uur. De topsnelheid in de afdaling ligt soms 10 maal zo hoog. Het is een gedeelte van de route met weinig dorpen en veel lange stukken om te fietsen. Eerst nog wat heuvels na Mortagne, maar daarna een afwisseling van bossen en velden.

 

Als we in Villaines naar de controle toe fietsen zien we toevallig Rick staan. Hij is aan het fotograferen en heeft, zonder dat hij of wij dat in de gaten hadden, al een foto van ons gemaakt.

Ineke en Rick hebben een telefoontje gehad van Rienk Jepkema die PBP daar voor gezien houdt. Hij heeft problemen met de regen en kan niet voldoende zien. Al een paar maal is hij van de weg geraakt en hij bang dat het een keer echt mis gaat.

Rienk zal meegenomen worden naar de camping in Tinteniac, zodat Ineke en Rick daar terug zijn als Peter en ik daar ook arriveren. De Quest van Rienk kan gewoon mee op het dak van de Peugeot.

 

Was de regen inmiddels gestopt, in Villaines schijnt zowaar een zonnetje. Kort voor Fougeres komen we de eerste deelnemers al achterop die de avond tevoren (in de 90-uurs groep) zijn gestart. De laatsten daarvan zijn rond 23 uur gestart en wij hebben inmiddels dus zo’n 6  uur minder tijd nodig gehad. We zitten op een schema dat uitkomt op een eindtijd van 65 a 70 uur.

 

Wat opvalt, is dat de Fransen in de dorpen waar we doorheen komen, ondanks het minder goede weer, steeds enthousiast zijn. We worden vaak, heel vaak, op de foto gezet. We worden soms aangezien voor vliegtuigen gezien de reactie van een paar toeschouwers: “aahh, les aero’s”.

In dit gedeelte van de route zitten niet zo veel klimmen, maar als ze er zijn, zijn ze wel een stuk langer dan in de Perche.

Het moet hier ergens in de velden geweest zijn dat we een Quest tegemoet kwamen. Hij hoorde zeker niet tot de deelnemers van PBP die al op de terugweg waren, want daarvoor was het nog veel te vroeg, of het moet zijn dat een van de deelnemers omgedraaid is en een stuk terug is gereden. Controle thuis van de lijst van Velomobiel-rijders levert geen uitsluitsel op.

 

Noot achteraf: Het blijkt Bernd Schumacher uit Duitsland te zijn geweest. Hij was de nacht en een deel van de dag doorgereden, maar beleefde in het geheel geen plezier aan de rit en de omstandigheden. Hij is spontaan omgedraaid en teruggefietst naar de start.

 

De volgende controle in Fougeres is weer kort. We spreken met Guus van Charante die gestopt is. Hij was kort voor PBP ziek geweest, maar leek genezen. Hij werd echter snel weer moe en nu bleek dat hij de ziekte van Lyme onder de leden had. Er komen inmiddels meer berichten binnen over deelnemers die gestopt zijn en we horen dat de 90-uurs groepen veel meer regen hebben gehad dan wij. Vanaf het begin heeft het bij hen geregend en het is ook veel langer door blijven gaan met regenen. Af en toe sputtert het bij ons ook weer, maar niet zodanig dat je er nat van wordt.

Tot nu toe hebben we vooral in Normandië gefietst, maar bij Tinteniac komen we in Bretagne.

 

In Tinteniac krijgen we in de avonduren een verzorging vanaf de rand van het dorp door Ineke en Rick. Op de route mag niet, dan hadden we ze officieel als verzorgers moeten aanmelden. Dus  moeten we even een klein uitstapje maken naar een zijstraat.

 

Nadat we de nacht induiken wordt het mij echt duidelijk dat Peter te vaak op mij moet wachten en zich op de hellingen duidelijk aan het inhouden is. Het gaat nu minder vlot. Klimmen nog steeds traag, maar dalen niet zo snel meer vanwege het beperkte zicht. We blijven vaak achter racefietsers hangen in de afdaling en verliezen vervolgens contact in de volgende klim.

 

2e dag: Tinteniac – Carhaix; 340,45 km

Rond middernacht krijg ik weer een lekke band en bij gebrek aan nog een reserve moet er geplakt worden. Het lek wordt gevonden en we gaan weer door. Binnen 15 km krijg ik weer het gevoel dat ik lek ben. Controle van de band levert echter niets op. Alles wordt weer gemonteerd en opgepompt en we gaan verder, maar weer is spoedig het gevoel van een leeg lopende band terug. Op de controle in Loudeac moeten we maar eens kijken wat het is.

 

Om 0:35 komt ons een groep fietsers tegemoet. Dat zijn de eersten die al op de terugweg zijn. Het is een groep van circa 20 fietsers. Later hoor ik dat Anco de Jong, als enige Nederlander, hier deel van uit maakte. Hij zal uiteindelijk als een van de eersten in iets meer dan 44 uur finishen.

De volgende tegemoet komende fietsers laten daarna bijna een uur op zich wachten. Het is een tweetal, gevolgd na weer bijna een half uur nog 2. De eerstvolgende groep komt dan rond half 3. Dit blijkt de kopgroep te zijn van de 2e startgroep met onder andere Maarten Klijnstra.

 

In Loudeac ga ik naar de technische post en ook de technische man kan niets bijzonders vinden aan de achterbanden. We besluiten een nieuwe binnen- en buitenband te monteren. De buitenband moet uit een magazijn komen dat de vrouw van de technische man gaat halen. De beloofde 5 minuten dat het moet duren blijken zeker een half uur, maar dan kan ik ook kiezen uit drie verschillende banden. Aangezien er 2 te breed lijken is de keuze eenvoudig. Ondertussen heeft ook Peter een bezoek gebracht aan de medische post voor een kleinigheid (aan de knie?), wat bijgesteld aan de stuurinrichting van de fiets en als we eindelijk wegrijden constateert Peter dat ook hij een lekke band heeft. Zo verlies je zomaar een uur.

Ook spreken we nog kort met Ymte Sijbrandij en Hans Wessels die al weer op de terugweg zijn. Ze hebben wat achterstand op hun schema maar weten uiteindelijk te finishen in 53 uur.

 

Al snel daarna besluiten Peter en ik om niet meer samen te blijven. Peter verdwijnt op de eerste de beste helling snel uit zicht en ik zie hem alleen nog een paar maal op een controle terug.

De eerste controle is al heel snel. Tegen de tijd dat het weer licht wordt (rond half 8) is in Corlay een geheime controle gepland aan een plein in het centrum van de plaats. Ik heb genoeg tijd verloren in Loudeac en stop alleen maar om te stempelen. Dat duurt op zich al lang genoeg, want er staat een lange rij deelnemers. Het duurt dan ook 12 minuten voor ik weer weg ben.

 

In Carhaix is het erg druk op de controle. Het aantal deelnemers dat al op de terugweg is neemt toe. Carhaix is een grote plaats en ik vind een kilometer verder een bakker die warme broodjes heeft. In een vrolijk ochtendzonnetje genieten met mij nog een tiental andere deelnemers van de Franse croissants.

 

Halverwege de etappe naar Brest, net voor ik aan de beklimming van de Roc Trevezel begin pauzeer ik nog een keer bij een boer. De klim van de Roc valt mee. Er staat een aardige rugwind. Na de top draait de weg en komt de wind van opzij. Hierdoor kan ik niet tot echt hoge snelheden komen, maar toch blijf ik in de afdaling een kwartier lang boven de 40 km/uur met een maximum van net boven de 70. De laatste kilometers voor Brest gaan langs een zeearm met vele kleinere klimmetjes en afdalingen.  Maar als de brug naar Brest in zicht is, vergeet je de zorgen en weet je dat je snel aan de terugweg kunt beginnen.

 

Op de laatste klim naar de controle in Brest ben ik nog getuige van een net gebeurd ongeval, waarbij een fietser er zo te zien slecht aan toe is. Later krijg ik te horen dat het een Fransman was die tegen de rijrichting in reed en geschept was door een auto. Hij is vervoerd naar een ziekenhuis en dat het wel weer goed zou komen.

 

Na Brest komt echter het zwabberige gevoel in de achterband terug. Oppompen lijkt mij de enige remedie en om de 15 a 20 km pomp ik even de achterband op. Als ik het niet doe scheelt dat op een klim ongeveer 2 km/uur. Niet veel, maar bij 8 km/uur wordt dat wel 25% minder snel. Bij Landernau volgt een heuvel van 100 meter hoog, met een dito afdaling. Er zit een stuk in met een afdaling van ruim 6% en ik weet daar een maximum te bereiken van 97,3 km/uur. Volgens eigen waarneming is dat de hoogste snelheid die ik bereik tijdens PBP. Anderen denken daar anders over blijkt al snel. De afdaling van de Roc is lang en recht, maar kent een gematigd dalingspercentage. Op een stuk afdaling  zie ik de teller een tijdlang continu boven de 90 staan. Af en toe 95 of 96. Bij uitlezing van de computergegevens thuis blijk ik 3 blokken van 20 seconden gemiddeld 93,6 te hebben gereden

 

Het stuk tussen na de Roc Trevezel richting Carhaix is een lange, vrijwel rechte weg. Alleen gaat het wel op en neer. Nadat het een tijd lang zonnig is geweest zie ik na Brest bewolking aankomen en als ik de Roc over ben vallen er af en toe wat buitjes. Ik doe dan ook de klep op de Quest en tijdens zo’n afdaling ga ik voluit om te kijken of het nog snel kan. Ik haal een aantal racefietsers in en zie in mijn spiegel dat een motorordonnans van de organisatie een tiental meters achter mij rijdt. Ik zie niet hoe snel ik ga want het is donker in de Quest, maar vermoed dat het ergens rond de 90 is. Als ik onderaan de helling ben gaat het weer rustiger en komt de motard mij voorbij.

Ik vrees dat ik een preek over me heen zal krijgen vanwege een te hoge snelheid, maar als hij voorbij komt steekt hij alleen maar een duim op. Geen probleem dus.

 

In Carhaix ga ik uit dineren bij de McDonald’s. Het is me in de “Self”, het Self-service restaurant dat bij iedere controleplek aanwezig is, veel te druk. Het kan nog net. Het is tegen 10 uur in de avond en om 10 uur sluit de tent.

 

Tussen Carhaix en Loudeac tel ik een tiental korte stops. Sommige zijn om de achterband weer eens op te pompen, maar niet alle kunnen daarmee verklaard worden. De vermoeidheid slaat dan ook toe. Het tempo is er nu uit.

Op het heuvelachtige parcours zak ik in de beklimmingen al snel terug tot onder de 10 km/uur en in de afdalingen zet ik niet echt aan en kom zelden boven de 30. De gemiddelde snelheid is in deze etappe met ruim 17 km/uur een van de laagste tijdens de hele PBP.

 

Wanneer ik weer in Loudeac ben krijg ik bij de technische post weer een nieuwe binnenband, maar het probleem blijft. Al met al kost dit erg veel tijd en ik heb nog maar een paar uur over op de sluitingstijd als ik bij de controles ben.

Bij het vertrek uit Loudeac zie ik de motard weer die achter me reed bij de snelle afdaling. Ook hij heeft een pauze gehad en wil net vertrekken als hij mij ziet. Hij roept me van afstand “Cent” toe. Vermoedelijk om aan te geven dat ik in de afdaling de 100 gehaald heb.

 

In Illifaut is weer een geheime controle gepland. Nu in een soort boerderij, even buiten de plaats zelf. Het komt mij er bekend voor van 4 jaar geleden. Ik blijf een minuut of 20 om wat te drinken en vertrek weer. In Tinteniac staat familie te wachten.

 

3e dag: Tinteniac – Villaines la Juhel; 316,51 km

In Tinteniac ga ik bij de camping van Ineke en Rick langs en neem er een ontbijt. Ik praat er de ervaringen van me af. Achteraf gezien ben ik hierdoor te veel “uit koers” geweest waardoor mijn concentratie en verbondenheid met PBP op een veel lager niveau kwam.

Na Tinteniac fiets ik nog wel de route, maar het lijkt of ik geen deel meer ben van het peloton dat voorbij trekt. Op de automatische piloot en met enkele onnodige stops bereik ik zo Fougeres en later ook Villaines la Juhel. Toch gaat het niet echt traag, want ik passeer onderweg een paar maal Drew Buck.

Dit is een opvallend figuur in het peloton. Hij rijdt op een fiets zonder versnellingen, maar met een dubbele aandrijfmogelijkheid. Trap je vooruit, dan ga je met een normale snelheid vooruit. Trap je achteruit, dan heb je een bergverzet.

Hij is niet alleen te herkennen aan zijn fiets, maar is ook opvallend gekleed in een streepjes pak en aan zijn fiets hangt een streng knoflook.

 

In Fougeres blijf ik een tijdje hangen en ontmoet Maarten Klijnstra en Klaas Wijnsma. Maarten is in de snelle groep gestart en was in goed 50 uur terug in St. Quentin. Klaas begeleidde Maarten en samen wachten ze nu op Jan Klijnstra, vader van Maarten, die nog onderweg is.

 

Na Fougeres komt een middagetappe naar Villaines. Lange hellingen, maar niet al te zwaar. Ik doe het weer rustig aan en blijk beter bij de les dan in de vorige etappe. Wel pauzeer ik regelmatig een poosje, maar verlies niet echt veel tijd. 
Met name blijf ik een tijdje op een lange helling plakken bij een stalletje, waar de jeugd erg geïnteresseerd is in mijn fiets. Ik laat een paar kinderen ook plaats nemen in de Quest. 
Het schema van 65 a 70 uur moet inmiddels wel bijgesteld worden naar 75 a 80 uur. 
 
Gelukkig lijkt het bandenprobleem een stuk minder erg te zijn. De band verliest wel iets lucht, maar een stuk minder dan eerst. Oppompen is eigenlijk niet meer nodig. 
 
Kort voor Villaines komt er een merkwaardig voorval.
Het begon weer eens te regenen. Ik was even gestopt en had de Quest zover mogelijk aan de kant gezet. Er was een erg smalle berm met daarnaast struikgewas en een greppel. Even een regenjasje boven het hoofd gehouden, maar na een minuutje dit op de neus van de Quest gelegd, uitgestapt, de klep gepakt, weer ingestapt en de klep bevestigd, toen een brandweerauto aan kwam rijden. Die stopt links van de weg in een oprit, zo’n 100 meter voor me. 
4 man springen uit de wagen, rennen naar mij toe (ik dacht dat ze ergens achter mij moesten zijn en kijk rustig toe), maar ze beginnen te zeggen dat ik veel te gevaarlijk geparkeerd sta en daar weg moet. Ik zeg nog dat ik in 10 seconden wil vertrekken, maar er is geen houden aan. Ze tillen de Quest met mij er in op, zetten die op de weg en beginnen te duwen. Ik doe de rem er maar af en laat ze gaan. Op mijn protesten wordt niet gereageerd.
Ze sturen me 50 meter verder een opritje in en mopperen nog wat adviezen. Ik haal het regenjasje binnenboord en vertrek binnen 2 seconden.
 
Later op een controlepost komt een motorordonnans, die ons als fietsers begeleidt, op het voorval terug en legt uit dat ze dachten dat ik lag te slapen.
Tja,

 

Bij binnenkomst in Villaines staat een speaker het aanwezige publiek te vermaken. Terwijl ik aan kom fietsen hoor ik hem het woord Velomobiel noemen en tevens dat hij daarna zegt dat deze fietsen in de afdaling 105 kunnen rijden. Zo verspreid een gerucht zich wel erg snel.

 

4e dag: Villaines la Juhel – St. Quentin en Yvelines; 224,30 km

Na Villaines wordt het donker, gaat het voor de zoveelste keer weer regenen en gaat het PBP-besef helemaal weg. Ik vrees dat ik voor de verlichting niet voldoende energie meer in de accu’s heb en de eerste accu geeft ook snel de geest. Ik heb nu alleen nog de reserve accu en deze houdt het normaal maar een uur of 5 vol.

Ik ben moe en wil slapen, maar het lukt niet. In de berm is het te nat en te koud en verder is het te druk of is de plek niet geschikt. Ik probeer het nog in een winkelcentrum (in Fresnay?), maar het gaat niet. Het middengedeelte van deze etappe, tussen La Hutte en Mamers is over een lange eindeloze weg. Er zijn weinig zijwegen en zo in de nacht heb je het idee dat je op een snelweg zit.

 

In Mamers blijf ik een tijdje in een café hangen, neem soep en praat met een Belg die daar in de omgeving woont. Iedereen ziet PBP als een groot evenement en blijft er voor op. Er hangt een stuk van een krant aan de muur met 5 of 6 pagina’s die alleen al ingevuld worden met foto’s van PBP.

 

Ik stop te pas en te onpas, praat met iedereen, bekijk de route op een geheel andere manier en ga af en toe een stukje terug om een zijweg te bekijken. Er bekruipt mij een gevoel dat ik op een verkeerde weg zit, maar door gebrek aan zijwegen er niet van af kan. Ik wil weer terug naar de “snelweg”.

 

Als ik op een gedeelte erg moeizaam vooruit kom, terwijl de fietsers om me heen schijnbaar moeiteloos voorbij trekken, krijg ik het idee dat fietsen makkelijker moet kunnen dan het nu gaat. Ik stap uit, draai de fiets om en rij in de andere richting. Dit gaat WEL gemakkelijk, dus moet het goed zijn. (Ik ga dan dus bergafwaarts).

 

Als ik even later een zandpad/zijweg zie, moet ik die in. Als het daar ook vanzelf gaat moet het goed zijn. Dit gaat en even later kom ik voor een groot landhuis te staan en ik parkeer de fiets voor de voordeur.

Ik stap uit en probeer de voordeur. Deze gaat open en ik ga naar binnen en loop wat rond. Ik vind een slaapkamer met een onbeslapen bed en concludeer dat die dan voor mij moet zijn. Het is 5 uur in de ochtend. Ik constateer dat ik nog een kleine 2 uur de tijd heb voor sluiting van de controle in Mortagne au Perche, maar leg mijn hoofd neer en slaap onmiddellijk.

Een kleine 5 uur later word ik wakker, realiseer me volledig wat er aan de hand is, dat ik te laat ben voor de controle en vermoedelijk uit de strijd wordt gehaald. Ik stap uit bed, ga naar beneden en hoor mensen praten: “c’est une velo”.

 

Ik zeg bonjour, de mensen schrikken wat en ik leg uit dat ik met PBP bezig ben, hun open deur gevonden heb en ook geslapen heb. Gelukkig accepteren ze mijn verhaal zonder problemen. Ik krijg koffie, thee en een ontbijt aangeboden waarvan ik de thee accepteer. Ontbijten kost me te veel tijd. We wisselen kort wat gegevens uit en ik beloof een verslag aan hen te mailen als ik klaar ben. Zij hebben mij inmiddels een foto gestuurd.

 

Ik vertrek richting Mortagne, ritsel nog een routebord dat op een volstrekt overbodige plaats was geplaatst.

Ik arriveer op de controle in Mortagne au Perche waar het erg rustig is. Logisch, want officieel is de eindsluitingstijd al 3 uur en 3 kwartier verstreken. Toch lopen er nog mensen rond en kan ik koffie en croissants krijgen.

Onder het eten zend ik een SMS, zoals ik overdag op elke controle heb gedaan, naar Rick en geef door dat ik te laat op de controle ben gearriveerd en niet weet of ik nog “in koers” ben. Ik meld dat ik in ieder geval door ga.

Rick vraagt wanneer ik verwacht in Parijs te zijn en ik geef aan dat ik er tussen 16 en 17 uur hoop te arriveren.

 

Wanneer ik bij de controletafel afstempel vraag ik of ik nu uit koers ben. Ik krijg een vaag antwoord dat in verband met het slechte weer de controletijden zijn verlengd en ze niet weten wat nog acceptabel is. Ze strippen mijn magneetkaart, stempelen het boekje en ik krijg alles terug. Buiten kom ik toevallig weer de Belg tegen waarmee ik de afgelopen nacht in Mamers heb gepraat.

Een goede 10 minuten na aankomst fiets ik weer.

 

Tot Longny gaat dat door de heuvels van de Perche. Ik bereken dat ik daarna rond 25 km/uur, inclusief pauzes, moet rijden om op tijd in St. Quentin te zijn. Dit is het proberen waard, met veel licht golvend terrein. Ideaal voor een Velomobiel: vaart maken in de afdaling en op volle snelheid de volgende klim op.

 

Ik ben uitgerust en heb nieuwe energie gekregen. De adrenaline krijgt weer vat op me en ik stuif met regelmatig 40+ over de velden en haal tientallen andere fietsers in. Onder andere de “Pink Panter”, een Duitse fietsvrouw die overal in Europa de ritten komt maken. Ze ontleent haar naam aan een stoffen roze panter die ze op haar bagagedrager heeft zitten.

Het valt me op dat ik nog vele fietsers passer die in de berm liggen te slapen of uit te rusten. Gezien de tijd die hen nog rest betwijfel ik of ze Parijs op tijd zullen bereiken.

 

In Dreux is het wat spoorzoeken, maar mijn achterstand op de sluiting is teruggebracht tot anderhalf uur. Weer snel een koffie en croissants en door.

De klimmen bij Gambaiseuil en in de voorsteden van Parijs kosten tijd en de stoplichten in St. Quentin zijn erg hinderlijk. De laatste 15 kilometer zijn door stedelijk gebied en de weg is niet zoals op de heenweg voor ons alleen, maar we zijn gewoon verkeersdeelnemers als alle andere.

 

Dan eindelijk om 16:33 weet ik, na 1257 km, te finishen. Dat is maar 12 minuten voor het verstrijken van de limiet van 84 uur.

Rick en Ineke staan aan de finish en ook Peter, Rienk en Tom Hospers zijn er. De spanning ontlaadt zich.

 

Epiloog – statistieken.

 

PBP 2007 is gedaan. Ik ben binnen de tijd van 84 uur gefinished. Er zal nog wel een correctie volgen want we zijn wat te laat vertrokken. Of ze me de te late doorkomsten in Mortagne en Dreux aan zullen rekenen betwijfel ik. Ik ga er dan ook gewoon van uit dat ik officieel en binnen de gestelde tijd PBP heb volbracht.

 

Na de finish gaan we met z’n allen nog even wat drinken. Dat het voor een aantal mensen echt afzien was blijkt wel in de finishhal, waar her en der mensen op de grond of op banken liggen te slapen. Ook in de tent waar we wat drinken nog een voorval. Een Japanner valt flauw (of struikelt) en is een tijdje buiten westen. Hij wordt afgevoerd met een ambulance.

 

Na een uurtje gaan we met z’n allen richting camping. Allerlei verhalen uitwisselend die we onderweg hebben meegemaakt. Als ik vertel van mijn overnachting wil niemand het geloven. Ik moet er nog maar een nachtje over slapen en dan weer vertellen. Het feit dat ik een mailadres van de bewoners (heer en mevr. Monet) heb, doet ze toch realiseren dat het echt gebeurd is.

 

Rick heeft onze caravan zonder problemen bij de caravan van de Friezen kunnen zetten en ik geniet een prima nachtrust.

De volgende ochtend vertrekt iedereen weer naar huis.

 

 

Statistieken 01  (totaaltijd per etappe, inclusief pauzes)

20-24 aug 2007

Km.

Totaal.

Tijd.

Totaal.

Gem.

Totaal.

dag en uur

St. Quentin

0

0

0:00

0:00

 

 

di

04:45

Nogent le Roi

59,40

59,40

2:25

2:25

24,6

24,6

di

07:10

Mortagne au Perche

86,10

145,50

3:30

5:55

24,6

24,6

di

10:40

Villaines la Juhel

82,99

228,49

3:35

9:30

23,2

24,1

di

14:15

Fougeres

90,76

319,25

4:39

14:09

19,5

22,6

di

18:54

Tinteniac

56,28

375,53

2:31

16:40

22,4

22,5

di

21:25

Loudeac

87,27

462,80

6:07

22:47

14,3

20,3

wo

03:32

Carhaix

77,15

539,95

6:00

28:47

12,9

18,8

wo

09:32

Brest

89,60

629,55

5:28

34:15

16,4

18,4

wo

15:00

Carhaix

85,45

715,00

6:10

40:25

13,9

17,7

wo

21:10

Loudeac

77,74

792,74

6:10

46:35

12,6

17,0

do

03:20

Tinteniac

91,21

883,95

6:20

52:55

14,4

16,7

do

09:40

Fougeres

57,11

941,06

4:47

57:42

11,9

16,3

do

14:27

Villaines la Juhel

90,53

1031,59

6:13

63:55

14,6

16,1

do

20:40

Mortagne au Perche

78,42

1110,01

13:50

77:45

5,7

14,3

vr

10:30

Dreux

74,30

1184,31

2:52

80:37

25,9

14,7

vr

13:22

St. Quentin

71,20

1255,51

3:11

83:48

22,4

15,0

vr

16:33

 

Statistieken 02 (fietstijd-stoptijd-controleposttijd)

20-24 aug 2007

etappe

Fietstijd

Pauzes onderweg

Pauzes controle

Totale tijd

Fiets gemiddelde

St. Quentin

0

0:00:00

0:00:00

0:00:00

 

 

Nogent le Roi

59,40

2:03:48

0:21:12

0:00:00

2:25:00

28,79

Mortagne au Perche

86,10

3:16:40

0:10:00

0:23:40

3:50:20

26,27

Villaines la Juhel

82,99

3:06:32

0:00:48

0:58:00

4:05:20

26,69

Fougeres

90,76

3:40:12

0:01:48

0:29:40

4:11:40

24,73

Tinteniac-verzorging

56,28

2:06:02

0:04:58

1:00:40

3:11:40

26,79

Loudeac

87,27

4:08:10

0:52:30

1:23:40

6:24:20

21,10

Carhaix-bakker

77,15

3:46:50

0:46:50

0:38:00

5:11:40

20,41

Brest

89,60

4:19:54

0:32:06

0:49:40

5:41:40

20,68

Carhaix-MacDonalds

85,45

4:43:06

0:34:14

1:01:40

6:19:00

18,11

Loudeac

77,74

4:29:50

0:43:30

1:03:20

6:16:40

17,29

Tinteniac-verzorging

91,21

4:20:16

1:10:44

1:16:20

6:47:20

21,03

Fougeres

57,11

2:45:56

0:17:44

0:43:40

3:47:20

20,65

Villaines la Juhel

90,53

4:38:12

0:59:08

0:50:00

6:27:20

19,52

Mortagne au Perche

78,42

4:31:20

8:33:40

0:11:40

13:16:40

17,34

Dreux

74,30

2:39:44

0:00:16

0:12:00

2:52:00

27,91

St. Quentin

71,20

2:55:06

0:01:54

0:03:20

3:00:20

24,40

 

Hosted by www.Geocities.ws

1