9 / 10 juni 2007
Het vierde en laatste brevet om te kwalificeren voor
PBP.
Het is niet de eerste keer dat ik een 600 doe en
deze rit heb ik een aantal weken geleden ook al gedaan. Toen in 27½ uur.
Ruimschoots binnen de marge van 40 uur, dus het is voor mij niet de vraag of ik
me ga kwalificeren. Gewoon lekker fietsen en dan ben ik ruimschoots op tijd.
Omdat er flink wat hoogtemeters te overwinnen zijn
wil ik me niet forceren en ontspannen aan de lange beklimmingen in Sauerland
beginnen. Als alles mee zit moet een tijd van om en nabij 24 uur mogelijk zijn.
Met 30 gemiddeld en een uur of 4 pauzes kom ik op precies 24 uur. De snelste
600 tot nu toe was het brevet van 1999 in Lonneker en dat ging in bijna 27 uur.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat toen (per ongeluk) een stuk is afgestoken
waardoor de afstand onder de 600 uit kwam.
Weer eerst de inschrijving regelen en om 08.00 uur
een kort praatje houden voor de 28 opgekomen fietsers. Dit keer weer geen
dames, maar wel een Duitser.
Vooraf weer gevraagd aan Hans wat zijn plannen
waren. Hij zei te gaan voor 18 uur, hetgeen mij iets te optimistisch overkwam.
De 400 in ruim 11 uur kon omdat er vrijwel geen hoogtemeter in zat, maar hier
zijn er ruim 2000 te overwinnen. Dat drukt ongetwijfeld het tempo.
Maar goed. Om goed 8 uur gaan we op pad en als we de
stoplichten van Zwolle achter ons hebben gelaten gaat Hans er vandoor met Ymte
in zijn kielzog. Ook ik neem afstand van de groep en Tom Hospes komt achter mij
aan. Ook
Bij Wythmen, na 8 km zijn Hans en Ymte al bijna uit
zicht verdwenen en Tom en ik samen. Peter en de rest van de fietsers zien we
niet meer.
Tom en ik houden een tempo aan van 34 a 35 km/uur.
Na Raalte even een korte plaspauze en als ik weer in wil stappen gaat de
telefoon. Peter aan de lijn die mee deelt te stoppen met het brevet. Hij is
ziek en ziet het (vandaag) niet zitten.
Tom, die samen met hem bij Paulus den Boer heeft
overnacht, zegt dat Peter al niet geheel fris was toen ze uit Friesland
vertrokken.
We rijden vlot door Salland en de Achterhoek en
komen om 10 voor 11 aan bij “Sevinks Mölle” bij Winterswijk.
Hans en Ymte zien we niet meer.
Tom en ik nemen een kop koffie en net als we willen
vertrekken arriveert een groep van ongeveer 12 racefietsers.
Na Winterswijk duiken we Duitsland in en al spoedig
wordt hel landschap wat heuvelachtiger. Tussen Velen en Gross Reken volgt een
eerste echte beklimming, kort daarna gevolgd door een volgende, vlak voor de
tweede controle bij Haltern, aan de snelweg. Ook hier houden we een stop van 18
minuten, maar meteen na onze aankomst komt de roeitandem van Derk Thijs en Theo
Homan binnen. Ze hadden bij aanvang van de rit wat technische problemen, maar
dat verhindert hen niet een fors tempo aan te houden. Ze vertrekken weer kort
na ons, halen ons in, rijden verkeerd, halen ons weer in, vragen aan
plaatselijke inwoners of er een fietsenwinkel is en halen ons dan definitief
in.
Er volgt nu een relatief vlak gedeelte van 50
kilometer, waarna de eerste echte heuvels zich aandienen. Tussen Lünern en
Ostbüren stijgen we 150 meter in 7 kilometer. Hier blijkt dat Tom meer moeite
heeft met het golvende landschap dan ik, hoewel als het weer steiler wordt, hij
juist beter uit de voeten kan. Ook daal ik wat sneller. We besluiten om niet
meer samen op te trekken, maar ieder ons eigen tempo te rijden. Na een afdaling
met een vervaarlijke haakse bocht komen we in Fröndenberg,
waar een 10-tal redelijk vlakke kilometers naar Lendringsen volgen, daarna zijn
we echt in Sauerland.
Ik pauzeer op dit vlakke stuk in Menden nog even
kort en doe wat inkopen voor de nacht.
Om 17:15 kom ik in Arnsberg, de plaats waar de derde
controle is, maar het duurt nog een tijd voor ik bij de controle zelf ben. Ik
voel een paar regendruppels en 10 seconden later breekt een noodweer los.
Gelukkig ben ik in de stad en kan de Quest op een stoep parkeren. Ik dek deze
af en ga zelf schuilen in een portiek aan de andere kant van de weg. Al met al
duurt het misschien een halve minuut, maar toch ben ik al behoorlijk nat.
Het onweert dat het een lieve lust is en de regen
plenst over de straat. Later op de rit zal ik nog dikke hagel zien liggen aan
de kant van de weg.
Het duurt ruim een kwartier voor de ergste regen
voorbij is en fietsen weer kan. Het is maar een paar kilometer naar de
controlepost en daar kan ik binnen zitten.
Na 5 minuten fietsen kom ik bij het tankstation en
zet de Quest naast de Versatile van Tom, die net uitstapt. Hoe kan het dat ik
hem niet heb zien fietsen en hoe kan hij mij voorbij gegaan zijn?
Simpel: hij heeft een stukje door een autotunnel
gefietst en zo een klein stukje afgesneden.
We stempelen af en wachten tot de bui minder wordt.
Het regenen wordt wel minder, maar het onweer blijft hangen. Na een half uurtje
komt een 8-tal racefietsers aangefietst. Zo wordt het toch nog gezellig.
Tegen half 7 besluit Tom dat het weer mogelijk is om
te fietsen en vertrekt. Een paar minuten later ga ik ook. De groep met
racefietsen gaat weer wat later ook weg.
Ik volg de route door de stad en hoop dat de rotonde
waar ze bij de controlerit mee bezig waren nu klaar is. Dat scheelt een
omleiding met een heel steil gedeelte (15%). Dit blijkt niet het geval, maar ik
zie dat ik me net met de Quest over het voetpad kan wurmen. Even later kan ik
aan de lange klim beginnen die van 200 naar 500 meter hoogte gaat.
Het tempo stabiliseert zich al snel rond de 8 km/uur
en ik zie in mijn spiegel Tom weer achterop komen. Hij heeft de “Umleitung” wel
gevolgd en daardoor weer achter me terecht gekomen. Hij haalt me in en ik zie
hem daarna langzaam voor me verdwijnen en even later komt Maarten Klijnstra me
op zijn racefiets voorbij, snel gevolgd door nog een 7-tal. Ook zij verdwijnen
allen in de verte op de helling.
Tijdens de klim (met het deksel er op want het
regent nog steeds) moet ik een paar maal kort pauzeren. Het wordt wel erg warm
in de Quest.
Eenmaal boven gaat het in een natte afdaling naar
beneden. Jammer dat het nog regent, dat prikt erg in de ogen. Toch wordt het
regenen duidelijk minder en na een volgende klim is het vrijwel droog. Ik kom
in Berge Tom weer achterop, passeer hem, maar hij passeert mij weer op de
volgende helling. Ook hier moet ik nog een paar maal kort pauzeren (steeds een
minuutje of zo).
Op de laatste afdaling van dit gedeelte richting
Meschede zit een mooi recht stuk en als ik naar beneden ga zie ik de teller van
mijn computer snel oplopen. Binnen de kortste keren rij ik boven de 80. Als ik
even flink meetrap kom ik al op 102 km/uur. Ik probeer nog even mee te trappen,
wat vrijwel niet meer mogelijk is. Toch zie ik de teller stilstaan op 106,8
km/uur. Dat is sneller dan ooit. Het vorige record stond op 101,9 op de
afdaling naar Kallenhardt en die afdaling volgt over ongeveer 20 kilometer ook
op deze route.
Even flink in de remmen, wat ruimschoots kan, en ik
kom in het Ruhrdal, dat we 15 km stroomopwaarts gaan volgen naar de volgende
lange klim.
Ik neem een korte pauze bij Bestwig en begin in
Nuttlar aan de tweede klim die ook tot 500 meter hoogte voert. Aan het begin
van Nuttlar staat Tom stil met een lekke band. Assistentie is niet nodig en na
een kort praatje begin ik aan de klim. Tom zie ik dit keer niet terug en na
weer een paar stops, 6 kilometer verder en 40 minuten later ben ik op de top
bij de zendmast.
Nu volgt de Echte afdaling. Bij de controlerit was
het al donker maar nu is het nog licht. Ik doe de klep er weer op (voor meer
stroomlijn) en begin aan de afdaling.
Het gaat zoals ik had verwacht. De eerste honderden
meters is het snelheid maken. Dan even kijken hoe het gaat (rond de 80), weer
aanzetten, kijken (bijna 100) en weer aanzetten. De cadans valt uit te rekenen,
maar ik denk zo rond de 150 (teller op 105.8), even rusten en nog een keer
aanzetten en ik kom op een max. van 106.3. Dit is net iets minder snel dan bij
de afdaling naar Meschede. Maar die afdaling was ook wat steiler (7% tegen 4%).
Daarna laat ik de Quest zelf het tempo maken en ik blijf nog een hele tijd
boven de honderd.
Mijn teller maakt elke 20 seconden een registratie
in het geheugen. Hier is een weergave van 9 achtereenvolgende registraties
(gemiddelden in die 20 seconden).
De start is bij km 312,58, einde bij 317,13: 4,5 km
in 3 minuten (90,0 gemiddeld)
Snelheid: 79,2 – 88,2 – 95,4 – 102,6 – 104,4 – 99,0
– 90,0 – 81,0 – 79,2
Helling %: 3,0 – 3,1 – 3,0 – 2,8 – 4,0 – 2,9 – 3,2 –
2,4 – 2,0
Eigenlijk is die helling dus niet eens steil.
Maximaal maar 4%. Maar het zegt genoeg over de stroomlijn van de Quest.
Na de afdaling volgt een korte helling en daarna nog
een stuk afdaling. Hier kom ik nogmaals boven de 100 (102,3) alvorens de pret
over is en weer een lange klim volgt door Rüthen. We zitten nog boven de 300
meter hoogte en gaan nu Sauerland uit. Er volgen vele stukken vlas plat,
afgewisseld met wat korte klimmen.
50 kilometer verder is de controle in Oelde.
Kort voor de controle wordt het ineens ontzettend
druk op de weg en even later staat er een enorme file, gelukkig met
tegemoetkomend verkeer. Ook in mijn rijrichting wel veel verkeer, maar ik kan
aansluiten bij de snelheid die zij rijden. Er blijkt een ongeluk te zijn
gebeurd op de snelweg bij Oelde en deze is afgezet. “Mijn” route is nu tevens
de omleidingsroute voor de snelweg-gangers.
Een kwartier voor middernacht ben ik bij de
controlepost. Ook de racefiets groep is er, hoewel het overgrote deel zich te
goed doet aan een maaltijd bij de Burger King.
Ik neem in het tankstation een schnitzel met koffie
en brood, vul de bidon met vers water. Koop wat frisdrank en ben een half uur
later klaar voor de langste etappe: terug naar Hengelo in Nederland. Als ik
vertrek, gaan ook de racefietsers weer op pad en ik fiets een tijdje met hen
mee.
Nadat ik een km of 5 met de racefietsers mee gegaan
ben, laat ik ze achter. Ze gaan me net te langzaam en ik duik solo de nacht in.
Dit gedeelte van de rit is licht glooiend, met veel
lange stukken tussen de plaatsen. Ik doorkruis de stadjes waar soms groepjes
jongeren met het uitgaansleven bezig zijn. Na een paar voorsteden van Münster
wordt het echter overal stil.
Rond Billerbeck en Rosendahl zijn nog wat heuveltjes
zodat er wat geklommen moet worden.
Voor Asbeck verschijnt opeens een verkeerslicht op
de straat. Als ik nader springt het op groen en ik rij door. Het is een rotonde
waar aan gewerkt wordt. Ik volg de rijbaan en duik opeens naar beneden en kom tot
stilstand met de neus van de Quest in een zandbak. Het achterwiel staat nog op
het wegdek, een halve meter hoger.
Ik kom met moeite uit de Quest en probeer te
achterhalen waar het mis ging.
De rotonde is voor de helft opgebroken. Het verkeer
wordt door paaltjes in de goede richting geleid, maar waar ik van die richting
afweek, was niets te zien. Geen lint, paaltjes of waarschuwingsbord. Kennelijk
is de situatie overdag duidelijk, maar nu het nog nacht is, is fietsverlichting
niet toereikend. Een “gewone” fietser is langzamer dan een Quest en heeft dan
meer tijd om te zien wat wel of niet kan.
Bovendien zal het aantal fietsers dat hier per dag
(nacht) langs komt niet groot zijn.
Maar goed de Quest lijkt niet beschadigd en ik trek
deze uit de zandbak. Ik moet rechtdoor, maar dat is onmogelijk. De Quest is
niet over deze hindernis heen te tillen. Rechtsaf is terug naar de vorige
plaats en linksaf is richting Legden. Dit laatste lijkt me een goede omleiding.
Te meer daar ik weet dat ik dan op een grote doorgaande weg moet stuiten die
naar Ahaus gaat, de volgende plaats op de route. De route via Legden blijkt
zelfs een fractie korter te zijn dan de originele route via Asbeck. In Ahaus
pak ik de route weer op en een uurtje later, om kwart over 5 ben ik in Hengelo,
de laatste controle voor de finish.
Ik pauzeer een kwartier, neem koffie met een gevulde
koek en sla weer drinken in. Ik vraag of er al veel deelnemers zijn geweest en
hoor dat de roeitandem er een uurtje geleden was en de twee Questen veel
eerder.
Na de stop is het bekend terrein. De Holterberg is
nog een obstakel dat telt, maar ik heb geen moeite om deze, met 5 a 6 km per
uur op het steilste stuk, te nemen.
De Hellendoornseberg en Luttenberg zijn oneffenheden
en om 10 voor 9 ben ik terug bij de start. Brevettijd is dan 24 uur 50 minuten.
Niet binnen de gehoopte 24 uur, maar dat heeft onder andere te maken met de
regen en lange wachttijd in Arnsberg. Ik heb daar circa 45 minuten verloren.
Ook had ik door de natte kleding in de tweede helft van de rit last van
irritatie van de koersbroek.
Tot slot zat het plaatje onder de rechterschoen iets
los, waardoor ik vrij snel een erg tintelend gevoel kreeg bij de tenen.
Ik bel Ineke en zeg dat ik er weer ben. Ze is net
wakker, maar komt met een minuut of 10 toch aanrijden met de auto. We drinken
een bak koffie bij Van der Valk, die net open gaat. Hans en Ymte, maar ook Derk
en Theo met de roeitandem hebben afgestempeld bij het Essostation en zijn
respectievelijk 1 en 2 uur voor mij teruggekomen.
De eerste racefietsers komen dan om 10 uur binnen.
Ik ben dan al weer thuis en probeer wat te slapen, maar dat lukt niet echt. Ik
dommel een paar keer weg, maar de hond is erg opstandig en blaft me regelmatig
wakker.
Morgen maar met de auto naar het werk.