31 maart 2007
Al voor half 7 gaat de wekker en om 10 over 7 cross
ik met de Quest door een nog slapend Zwolle. Ik ga een keer over de
Zwartewaterallee in plaats van over de binnenring. Dit omdat de routes ook deze
weg volgen. Het is iets langer, maar rijdt wel prettig. Zeker nu de stoplichten
nog niet werken.
Bij De Vrolijkheid begint de controle en ik houd een
rustig tempo aan van net boven de 30. Dit gaat erg goed en geleidelijk ga ik
iets harder.
Net voorbij kasteel Rechteren zie ik een andere
Quest me tegemoet komen en we stoppen beiden als we bij elkaar zijn. Het is
Bram (van Veen) van Plat Zwolsch en we wisselen even wat ervaringen uit.
Ik vervolg mijn route via Ommen en Hardenberg,
waarna ik meteen over de grens de eerste heuvels in duik. Niet spectaculair,
maar lekker om warm te worden. Bij Mander ga ik terug Nederland in. Stuiter
over een lekker kasseienweggetje richting Vasse en een paar kilometer later
draai ik de kiezelsteentjes op bij Tante Sien.
Hier is de beoogde 1e controlepost. Ze
zijn open en een groep bouwvakkers zit al aan een stamtafel.
Ik neem koffie met een appelpunt. Maak afspraken
voor 5 mei (ze zijn al om 9 uur open) en vertrek een klein half uur later weer.
Meteen na Vasse is het weer klimmen naar Ootmarsum
gevolgd door een wat lastige afdaling in het oude stadje. Het landschap is hier
typisch Twents met golvende essen. Via Denekamp en Beuningen gaat het weer
richting Duitsland, dat ik bij Gildehaus weer binnenkom. Gildehaus ligt op een
heuvel en ook in het nu volgende Bad Bentheim is, in de stad, een fikse klim. Daarna
is er voorlopig niet veel hoogteverschil meer.
Er volgt nu een stukje dat we met de eerste controle
met de auto hebben gemist. In eerste instantie liep de route via Ochtrup en
Wettringen naar Metelen. Dat zijn 2 behoorlijke plaatsen en je mist dan
tussendoor leuke weggetjes en een heuvelrugje.
Thuis heb ik een alternatief uitgewerkt dat om
Ochtrup heen gaat en via Suddendorf, Ohne en Bilk, over de Rothenberg, langs
Wettringen naar Metelen leidt. Je gaat dan alleen door de bebouwde kom van
Suddendorf.
In Bad Bentheim vind ik probleemloos de afslag naar Suddendorf,
maar daar moet ik volgens de beschrijving 2 maal naar rechts. Na de eerste maal
passeer ik een snelweg (de A31 vermoed ik), maar ik kan die tweede afslag (na
een kilometer) niet vinden. Wel zie ik een afslag naar links bij de snelweg.
De twijfel slaat toe.
Op de routebeschrijving staat dus geen plaatsnaam waar
ik me op kan oriënteren en de kaart van dit gebied ben ik vergeten mee te nemen.
Na 5 km stop ik bij het plaatsje Ohne. Ik neem meteen maar een korte pauze om
wat brood op te eten en besluit om te draaien om nog eens goed te zoeken. Eerst
maar eens kijken bij die afslag bij de snelweg.
Terug dus en na de snelweg en daar is tegenover de
afslag wel een boerenweg. Op goed geluk deze weg maar eens in gaan, maar na 500
m houdt het op als de asfaltweg overgaat in een zandweg en dat is niet de
bedoeling. Omdraaien en weer terug naar Suddendorf. Hier nogmaals van begin af
aan de plaats door. Na een paar honderd meter is ook daar een afslag naar
rechts. Deze probeer ik dan maar weer, maar het liep stuk op de snelweg en
links zag ik het stuk zandweg weer.
Na een korte overweging besluit ik maar te gokken
dat ik in eerste instantie toch goed zat en ga nogmaals richting Ohne. Als ik
daar weer ben staat al 17 km extra op de teller en ben ik 3 kwartier verder. Ik
vervolg deze weg en zie na een tijdje de straatnaam “Bilk” verschijnen. Dit
komt me bekend voor en vermoed dat ik toch juist zit. Even later herken ik een
rotonde en concludeer dat er 1 aanwijzing teveel op de routebeschrijving heeft
gestaan. Ik zie de Rothenberg al liggen en kan de beschrijving nu weer goed
volgen. Via Metelen en Leer fiets ik door naar Horstmar. Ergens in deze omgeving
moet ik nu een controlepost zien te vinden.
In Horstmar kom ik al vrij snel een
benzinetankstation tegen met een shop en ik maak daar afspraken om er op 5 mei,
da datum van het brevet, te gaan stempelen. Na de pauze volgt de Schöppingerberg. Het hoogste punt van de dag met ongeveer 150 m. Een
afdaling van 7% naar Schöppingen volgt en ik zie ruim 95 op de teller
staan. Jammer dat verkeerslichten volgden.
Het gaat nu golvend verder via Eggenrode en Asbeck
naar Ahaus, waarbij ik meteen op bekend terrein van de Lowlands1000 van vorig
jaar kom. Het restant van de rit is vrijwel identiek aan toen, met als verschil
dat nu de Holterberg nog genomen moet worden en Zwolle vanaf Laag Zuthem wordt
benaderd.
Als ik aan de Holterberg begin heb ik al bijna 300
km op de teller en de vermoeidheid laat zich bij het klimmen voelen. Op de
Diepe Hel, midden op de Holterberg, haal ik bij het steile 10% stuk maar 6 tot
8 km/uur.
Aan het eind neem ik nog een pauze, eet de laatste
boterhammen op en bel naar huis dat ik met ongeveer anderhalf uur thuis zal
zijn. Ik weet die laatste 40 km nog gemiddeld boven de 30 te blijven.
Vlak voor huis sta ik nog eens 5 minuten te wachten
voor een gesloten overweg, maar om half 8 ben ik weer thuis.
Het was ruim 334 kilometer. Een mooie rit en een goed
gemiddelde van 31,5.
Alles bij elkaar dus iets meer dan 12 uur in touw
geweest.
Volgende week het officiële
brevet van 200 kilometer en over 14 dagen de controle van de 400. Ik lig goed
op schema.