Plus
heen en terug
19 en
20 mei 2006
Dit weekend was
er een van de weinige brevetten waar ik aan mee kon doen. De Lohne
400.
In totaal 10
deelnemers, waarvan 3 Nederlanders.
Met de fiets er
naar toe en terug vanaf Zwolle, maakt dat het samen zo'n 600 km is. Eigenlijk
een 400 en 600 brevet tegelijk.
Op vrijdag om 17
uur vertrok ik met een stevige rugwind. De start is om 21 uur, dus ruim de tijd.
100 km relaxt fietsen en een keer verkeerd rijden zorgen er voor dat ik nog een
half uur heb bij Gasthof Schnieders in Lohne.
De groep vertrekt
klokslag 21 uur en na een paar km met een tempootje van 26-27 besluit ik om
alleen (wat sneller) verder te gaan.
In Recke staat er
een foutje in de beschrijving en het kost mij een kilometer of 7 extra om de
route weer op te pakken. Even verder aan het begin van het Teutoburgerwoud is er
weer een twijfelpunt: moet ik optisch rechtdoor of moet ik de weg volgen. Ik kan
me herinneren dat dat vorig jaar ook een punt van twijfel was en ik ben vergeten
wat we toen gedaan hebben. Ik volgde toen gewoon de ter plekke bekende mensen
(de Duitsers).
Ik volg de weg
(de pijl geeft aan rechtdoor) en kom even later aan in Lengerich in plaats van
Hagen. Toch verkeerd dus. Dan maar via de alternatieve route naar Bad Iburg.
Inmiddels ben ik een aantal malen in deze omgeving geweest en weet ongeveer hoe
de paatsen ten opzichte van elkaar liggen.
In Lienen komt de
welbekende kasseistrook en ik weet dat de juiste route niet lang meer op zich
laat wachten. Toch weer 8 km extra gemaakt.
Ik vraag me af of
de groep me inmiddels al voor is. Als ik na 136 km in Oelde arriveer, blijk ik
toch nog de eerste te zijn.
Ik neem een
koffiestop en vertrek weer. Achteraf blijkt de groep een paar minuten later ook
in Oelde te zijn gearriveerd.
Het voorspelde
slechte weer beperkt zich voorlopig tot wat sputters, maar verder zal het de
hele nacht goed weer blijven met weinig bewolking.
Ik kom nu in het
glooiende landschap met veel vals plat omhoog. Het stijgt van circa 80 naar 250
meter boven zeeniveau in 30 kilometer. Na de eerste stijgende meters volgt een
mooie afdaling na Sünninghausen. De maan schijnt, de weg is leeg, breed en van
goed asfalt voorzien en ik scoor in de afdaling 87,0 per uur. En dat in het
donker.
Het zal een van
de laatste hoogtepunten blijken te zijn.
Een paar
kilometer verder, bij binnenkomst van Liesborn weet ik dat een overweg volgt met
hobbelige rails. Vorig jaar klapte de ketting van de tandwielen. Nu er rustig
over, maar toch panne: een veer van een geleiderol schiet los. Het kost mij, in
het donker, een minuut of 10 en een paar zwarte handen.
Verder door de
eindeloze velden en uitgestorven dorpen. Als het echte klimmen begint schakel ik
te fanatiek naar het kleinste voorblad en de ketting komt klem tussen de
trappers. Na veel gepruts waarbij ook de ketting op de achterste pion en langs
de geleiderollen weer goed gelegd moet worden, kan ik een half uurtje later weer
op pad.
Een steile
afdaling volgt naar de Möhnesee en ik neem de alternatieve route naar Arnsberg.
Een lange klim volgt nog naar Breitenbruch, 380 meter boven NAP. De Quest is
zwaar en het tempo zakt tot onder de 10 km per uur. Als dit zo doorgaat zal de
groep mij snel inhalen. Ik verwacht dat ze al dicht achter mij zijn. De afdaling
naar Arnsberg is mij bekend Arnsberg ligt op 200 meter hoogte en de
weg er naar toe is (buiten de bebouwde kom van Arnsberg) breed en recht. Ik zet
flink aan en kom net boven de 100 (100,5 km/uur).
Als ik een minuut
of 10 op de controle ben, komt Klaas Wijnsma al aangereden en even later ook de
rest van de groep.
We blijven een
half uurtje en ik vertrek samen met Klaas voor de terugreis. Er volgt nu een
lange klim (en dito afdaling) naar Warstein. Het hoogste punt is op 480 meter
hoogte. Al snel moet ik in de klim Klaas laten gaan. Het tempo stabiliseert zich
rond de 7 kilometer per uur en de rest van groep passeert mij ook in een vroeg
stadium van de klim. Ik weet dat ik in de afdaling sneller ben en dan iedereen
wel weer zal achterhalen, maar het duurt toch vrij lang voor ik ze bij Alten
Geseke in het vizier krijg.
We zijn dan
alweer in het vals plat (nu naar beneden) gedeelte en binnen de kortste keren is
het er op en er over. De snelheid ligt kilometers lang boven de 50 of 60 en pas
de laatste 20 km voor Oelde ga ik over op een normaal tempo rond de
30.
Ik arriveer rond
een uur of half 7 bij de Wetstalen Tankstell in Oelde en de groep komt enkele
kleine 10 minuten later ook binnen. We nemen weer een half uur pauze en
vertrekken gezamenlijk voor de laatste 2 etappes.
In Oelde begint
het te regenen en dat blijft een hele tijd zo. Ik hang (als ligfietser) samen
met Klaas achter de groep en volg. Het tempo is goed te doen, maar het is
eentonig en ik soes regelmatig wat weg.
Bij Bad Iburg
volgt een fikse klim en ik verwacht daar de groep weer te moeten laten gaan en
inderdaad: na de eerste stijgende meters raak ik het contact kwijt. Aan de voet
van de echte stijging schakel ik weer eens te fanatiek en weer ligt de ketting
er af. De Quest maar weer op z’n kant en het klusje klaren. Gelukkig gaat het
vlotjes en binnen 5 minuten ben ik weer op pad. Op weg naar Hagen, waar we zelf
een stempelpost moeten zoeken.
In de afdaling
gaat het hard regenen en dit doet zeer in de ogen. Het belemmert mij meteen om
snel af te dalen en zo de groep te achterhalen. Ik stempel bij een tuincentrum
(5 minuten voor ze dichtgaan) en ga verder.
Bij Freren is een
rondweg om de stad gelegd en de routebeschrijving is er niet op aangepast.
Hierdoor ga ik rechtsaf in plaats van links en kom wat te dwalen in de stad.
Achter mij blijft kilometers lang een auto rijden met jongelui die mijn fiets
kennelijk wel interessant vinden. Ik rij helemaal weer terug naar het begin van
de rondweg en neem daar een korte pauze om wat te eten en drinken. Als ik na 5
minuten weer verder wil merk ik dat de linker voorband lek is. Ik heb er
Maraton-slicks op zitten en die zijn met dit natte weer eerder lek dan gewone
Maratons. Wisselen dus.
Een kwartiertje
later weer op pad, opnieuw de hele rondweg rijden en nu maar gewoon de borden
volgen naar Lingen.
Na 5 minuten hoor
ik echter gerommel in de lucht en het wordt erg grijs. Een paar minuten later
barst boven mijn hoofd een stevig onweer los. Ik schuil onder een paar struiken
en wacht af tot het bliksemen over is en de ergste regen minder wordt. Al met al
ben je zo weer een dik kwartier verder.
De laatste
kilometers naar Lohne terug kennen weinig memorabele feiten en ik ben om half 6
terug bij de start. De andere deelnemers zijn al weer weg of douchen nog. Ik
blijf een uurtje in het gasthof napraten, neem een soepje en een grote cola en
vang de terugreis aan.
In Tubbergen ga
ik nog even naar mijn schoonzus en scoor een koffie met appelgebak (zij viert
haar verjaardag) en ga daarna verder naar huis. In Hellendoorn krijg ik bij het
Avonturenpark weer een enorme hoosbui over me heen.
Net voor het weer
donker wordt, ben ik om 22 uur weer thuis.
Het 400-brevet
(totaal 455 km) ging in 19 ½ uur, het 600-brevet (totaal 670 km) ging in 29
uur.