Lowlands1000

12 – 15 juli 2006

 

Je bent er een jaar mee bezig en dan ineens is het voorbij. Maar de herinnering blijft.

 

In de zomer van 2005 wordt de datum voor de 2e Lowlands1000 vastgelegd. Midden juli, halverwege de klassieke brevettenserie in Nederland en de nieuwe rit in Duitsland Hamburg-Berlijn-Keulen-Hamburg. De laatste telt maar liefst 1500 kilometer en Lowlands1000 kan gezien worden als een voorbereiding hierop.

 

Mijn eigen voorbereiding op Lowlands1000 is een vijftal ritten van zo’n 400 tot 700 kilometer. Hierbij controleer ik onder andere in 3 etappes de volledige Lowlands

Twee vermeldenswaardige hier tussen zijn het 400 brevet in Lohne en de laatste controle van de zuidlus van Lowlands.

Het brevet in Lohne is de langste met ongeveer 670 km, inclusief het met de fiets er naar toe en weer terug. Veel klimmen in het noordelijk gedeelte van Sauerland.

De laatste controle voor Lowlands was de zwaarste rit. 480 kilometer in 20 uur en 40 minuten, waarvan 12 uur in de regen.

 

Als alle voorbereiding gedaan is, kan eindelijk op 12 juli om 21.00 uur de start gegeven worden. 13 deelnemers, evenveel als bij de eerste editie, vertrekken voor een dubbel rondje (een acht) van 1000 kilometer.

 

Het principe van deze wereldbrevetten is niet veel anders dan van een “gewone” toertocht. Je hebt een start, controles en een finish. Het grote verschil is dat er een maximale tijd wordt vastgesteld. Dat geldt voor de controles en ook voor de totale tijd waarbinnen je de rit moet afleggen. Deze tijden zijn inclusief alle pauzemomenten. Het staat je zo ook vrij om die pauzes te kiezen wanneer je dit zelf wilt.

 

De eerste “lus” van Lowlands gaat noordwaarts. In de eerste kilometers door Zwolle doen we nog even het controle- en finishpunt aan de Zalkerdijk aan en gaan dan de Mastenbroeker polder in. Het weer is ideaal met weinig wind en een graad of 25.

 

Voor Klaas Wijnsma gaat het meteen al te langzaam en hij verlaat de groep. We zien hem geleidelijk aan van ons verwijderen om hem uiteindelijk pas aan de finish terug te zien. Via Hasselt gaan we naar Staphorst om daar een aantal kilometers over de klinkers te hobbelen. Vervolgens via De Wijk en Ruinerwold richting de Drentse Hoofdvaart om deze bijna 40 kilometer te blijven volgen.

 

Het gaat rustig aan en omdat ik de route (natuurlijk) ken, rij ik steeds op kop. Het tempo zet ik op zo’n 28 per uur en dat is voor de groep goed te doen. Alleen Cor van Leeuwen vindt dat wat te snel en hij laat de groep gaan.

Na zo’n 4 uur fietsen is het al middernacht geweest en komen wij in Groningen aan bij de eerste controlepost. We ravitailleren bij deze benzinepomp en na drie kwartier vertrekken we weer.

Na Groningen duiken we de duisternis en opkomende mist in en gaan langs wat kanalen en doorgaande wegen op een vrij eenvoudige manier door Friesland. Als we bij de Afsluitdijk aankomen is het inmiddels weer licht geworden en zijn we met nog 9 man over. Sybren en Bram hebben langs de route hun woonadres opgezocht om wat te gaan slapen.

 

Op de Afsluitdijk gaan Ymte en Peter, beide met Questen, een wat hoger tempo rijden. Langzaam verdwijnen zij in de verte.

Het lijkt of er in de verte een rookpluim boven het fietspad op de Afsluitdijk hangt. Komen we er dichterbij dan blijkt het een enorme hoeveelheid vliegjes te zijn die boven het asfalt hangen. Op zeker de helft van deze dijk is dit het geval. We kunnen er net langs rijden, maar menigeen heeft er toch last van gehad.

 

Onze enige buitenlander, Spanjaard Alberto, heeft duidelijk moeite met het ontbreken van hoogteverschillen. Hij zegt dat hij niet gewend is om continu een pedaaldruk te zetten. Toch blijft hij redelijk goed bij de groep.

 

De tweede controle is in Den Helder. Bij het station nemen we een ontbijt. Ook de Questen komen we daar weer tegen. Na Den Helder voert de route ons een stuk door de duinen. Van daar uit kunnen we nog een laatste bollenveld aanschouwen. Het zullen wel geen tulpen meer zijn, zoals Alberto graag wilde zien, maar de kleuren zijn in elk geval erg mooi. Eerder al dacht Alberto bollenvelden gezien te hebben, maar hij had niet in de gaten dat het bloeiende aardappelvelden waren.

 

Perry krijgt een lekke band als we de doorsteek door Noord Holland maken langs Schagen en Andre blijft bij hem. Na Medemblik gaan we langs de IJsselmeerdijk naar Enkhuizen. Na weer een stempel gehaald te hebben volgt het laatste stuk van de noordlus: over de dijk naar Lelystad, waar ik in de bossen aan de rand van de stad ook een lekke band krijg. Het kost een minuut of tien om de binnen- en buitenband te vervangen.

Om een uur of 5 zijn we weer terug in Zwolle.

 

Op de boerderij van Aalt Docter aan de Zalkerdijk is na 450 kilometer het controle punt. Hier worden we verzorgd met soep, macaroni en frisdrank. Ook is er gelegenheid om te slapen. En dat alles voor niets. Het zit bij het inschrijfgeld ingesloten.

 

Alberto is duidelijk moe. Hij raakt een stoel aan en valt vrijwel onmiddellijk in slaap. Alleen om wat te eten is hij wakker te maken.

Perry en ik gaan zonder slapen door. We vertrekken om een uur of zes voor de volgende etappe, de eerste van de zuidlus, richting Ede.

 

Het is een stuk over de Veluwe dat ik erg goed ken vanwege mijn woon-werk ritten en wellicht daardoor is het dat ik me vrijwel niets meer kan herinneren van dit stuk. Tot net na Wezep weet ik het nog, maar het volgende punt is dan Stroe en dat ligt toch 45 kilometer verder.

Een collega die in Garderen op een terrasje zat heeft mij zelfs zien langskomen.

Om 21.00 uur zijn we in Ede. We stempelen en gaan meteen door. De Grebbeberg wordt in rust genomen en we steken de Rijn over naar Ochten, waar we bij de MacDonalds koffie drinken en wat eten.

 

Na deze stop vervolgen we de route. Gaan bij Beneden Leeuwen de Waal over en fietsen geruime tijd door het Land van Maas en Waal. Het gaat vooral over de bandijken aan de zuidkant van de Waal. Voor Zaltbommel wordt het al weer donker en de smalle dijken zonder wegmarkering of verlichting zijn soms moeizaam te volgen.

Via Poederoijen en Almkerk gaan we naar de controle bij Raamsdonksveer aan de A27. Het is al weer middernacht geweest als we er aankomen.

Op de controle is er weer het gebruikelijke ritueel: stempelen, wat eten en drinken, je wat verzorgen en de voorraden (met name water) aanvullen.

 

We vertrekken nu langs de noordkant van de Maas. Even voordat we bij Ammerzoden zijn slaat het slaaptekort toe en we besluiten om even een half uurtje de ogen te sluiten. Bij het veer naar Heusden vinden we een rustig plekje in de berm. Perry gaat gestrekt op de nog warme grond liggen en ik leg me languit in de Quest. Hoewel de wind inmiddels stevig waait lukt het ons toch om even een hazenslaapje te doen. Perry een half uurtje en ik een kwartiertje.

 

Het weer verder fietsen na deze stop gaat moeizaam. We zijn wat stijf en het is fris geworden. Bij Den Bosch krijg ik weer een lekke band. Nu is de achterband aan de beurt. In het donker is een band wisselen wat lastiger, maar onder een lantaarn valt het nog wel mee.

Als we weer kunnen fietsen gaat het door Empel en Rosmalen dieper het Brabantse land in. Overdag is dit een druk stuk, maar nu, tegen het licht worden aan, is het er uitgestorven.

 

Vele kleine plaatsjes als Mariaheide, Erp, Handel en De Rips volgen voor we in de vroege ochtenduren Merselo binnen rijden. Hier is de volgende controlepost.

Ymte en Peter zijn er nog met hun Questen en zij liggen in een ruimte van deze sportaccommodatie te slapen. Theo Homan, die een tijd met de Questen mee gereden heeft, is al weer vertrokken. Van Klaas ontbreekt elk spoor, hoewel hij toch voor ons uit Zwolle is vertrokken. Mogelijk is hij naar huis gegaan om te slapen.

Jan van Osch, die ook het leeuwendeel van de zuidelijke routes heeft uitgezet, ligt als een veldheer in het midden van de kantine op een tuinstoel.

Een langdurige zit, want vermoedelijk zal tussen de eerste en laatste deelnemer bijna een dag verschil zitten.

 

Nadat we de calorievoorraad weer op peil gebracht hebben met de nodige cola en macaroni, vertrekken we weer uit Merselo. We zoeken tussen Oostrum en Wanssum even naar de juiste route, om bij Well de Maas over te steken. Daarna duiken we Duitsland in. We gaan strak naar het oosten om via Wesel (de Rijn over) naar de Hohe Mark te gaan. Hier ligt een stevige klim en dito afdaling vlak voor de volgende controlepost in Lavesum.

Bij het controleren van de route in mei ging het al snel in de afdaling, maar nu doe ik er nog een schepje bovenop. De top komt op 93.8 km/uur te liggen.

Kort voor de controle worden we weer ingehaald door Ymte en Peter, maar omdat zij niet in de gaten hebben dat ze even van de route afmoeten voor deze controlepost en zodoende wat kilometers extra maken, zijn wij er nog eerder.

 

Als we weer vertrekken blijft het glooiend en soms komen er stevige beklimmingen. Het gaat niet echt hoog want we blijven constant tussen de 60 en 160 meter hoogte. De laatste klim mag er echter zijn. Bij het mooie klooster “Geveke” ligt een stevige 10% helling. Daarna volgt veel vals plat en gaat het geleidelijk aan terug naar zo’n 30 meter hoogte. Onderweg nemen Perry en ik nog een korte pauze bij een garage en trakteert Perry op een ijsje. We zijn daarna al weer snel bij de Nederlandse grens aangekomen.

Toch duurt het nog even want ook Perry krijgt zijn tweede lekke band.

 

In Haaksbergen zie ik nog een richtingaanduiding over het hoofd en gebruiken we illegaal een stukje weg dat verboden is voor fietsers. In mijn spiegel zie ik dan Perry (erg klein) achtervolgd door (erg groot) een vrachtauto.

Alles gaat echter goed en we komen tegen 17.00 uur aan in Hengelo voor de laatste controlepost.

Na deze controle maken we nog even tempo om te proberen binnen 2 dagen terug te zijn in Zwolle, maar de stevige noord tot noordwesten wind die we grotendeels tegen hebben laat dit, samen met onze vermoeidheid, niet toe.

We doen het verder rustig aan en bereiken zonder problemen nog voor zonsondergang om 21.40 uur de finish.

 

We worden verwelkomd door de echtgenotes en kinderen en krijgen taart voor het volbrengen van de prestatie.

Drie minuten nadat we binnen zijn komt ook Klaas Wijnsma binnen. Hij had een snelle eerste lus gemaakt, maar kreeg aan het begin van de tweede lus te kampen met problemen en is in Wageningen een aantal uren gaan slapen.

 

Theo Homan was al rond 18.00 uur terug gekomen en de Questen rond 20.00 uur. Inmiddels waren alle drie al weer op weg naar huis.

Na een uurtje vertrekt Perry naar de camping in Ommen en ik stap in de Quest voor de laatste 3 kilometer naar huis. Eenmaal in bed val ik als een blok in slaap.

 

De volgende dag staat om een uur 11 Alberto al weer voor de deur. Hij was, samen met Gert Beumer, vroeg in de ochtend gefinished. Het tweede deel met de hoogteverschillen was hem duidelijk beter bevallen dan het eerste deel en hij oogde ook redelijk fris, ondanks het feit dat hij na aankomst maar een paar uur had geslapen. Onderweg had hij echter zowel in Zwolle als Merselo een rustpauze van een paar uur genomen. Nu was hij, samen met zijn vriendin, op weg naar Amsterdam om nog meer van Nederland te zien.

 

Later op de dag, vroeg in de avond, komen respectievelijk Cor van Leeuwen en ook Bram van der Veen aan de finish.

Halverwege zijn Sybren, Andre en Frank om diverse redenen gestopt met Lowlands.

In totaal hebben 10 van de 13 deelnemers de 1000 kilometer binnen de tijd van 75 uur gereden. Vorig jaar waren dit er maar 6. De omstandigheden waren nu dan ook wat beter. Niet meer heet, maar een zeer aangename temperatuur. De route was wat zwaarder, met name door de heuvels in het tweede gedeelte.

 

Volgend jaar geen Lowlands1000 omdat ik me dan volledig wil concentreren op Parijs-Brest-Parijs. Wellicht in 2008 een derde editie.

Hosted by www.Geocities.ws

1