Lowlands1000

Controle Zuidlus

26 mei 2006

 

 

 

Vandaag staat het eerste deel van de zuidlus ter controle op de planning.

Circa 450 kilometer staat op het menu en het weer is totaal van slag. Het is echter een van de laatste mogelijkheden om een lange dag te fietsen, dus het moet maar.

 

Om kwart over 3 gaat de wekker. Natuurlijk staat de hond al snel te kwispelen om uitgelaten te worden en om 10 over 4 pak ik de Quest. De banden lijken wat leeg, dus eerst alle banden op spanning gebracht. 10 minuten later rijd ik in de Quest weg.

Het eerste deel komt overeen met mijn dagelijkse woon-werk rit, dus gesneden koek. Ik houd een kruissnelheid aan van net boven de 30 en moet er na 25 kilometer even uit voor een sanitaire stop. Een paar kilometer later, ik ben net in Nunspeet, hoor ik een hoop geratel bij het achterwiel. Als ik stop om te kijken, kan ik echter niets bijzonders ontdekken. Ik probeer het wiel rond te draaien en dat lukt gewoon, maar als ik instap is het weer lawaaierig. Na een paar maal proberen en weer kijken lijkt het geluid minder te zijn en ik besluit om maar gewoon te vertrekken.

Na 10 minuten fiets ik weer om een kilometer later te beseffen dat ik de afdekklep vergeten ben in te pakken. Terug maar weer.

Even later ben ik dan toch goed op weg en ga, nog steeds in de ochtendstilte via Speuld, Stroe en Harskamp richting Ede. Het geratel is over.

 

Nu kom ik in het te controleren gebied, maar de route staat goed op papier. Af en toe moet ik even stoppen om wat kleine kanttekeningen te maken. Het gemiddelde staat op ongeveer 29 en dat kan ik erg lang volhouden.

In het rivierengebied begint het in de buurt van Dreumel geleidelijk wat te sputteren. Ik kan nog net bij de sluis van Rossum met droog weer een boterhammetje verorberen, maar als ik Zaltbommel binnen kom regent het al lekker. Prompt krijg ik een lekke band.

Het kost een 15 minuten om dit te repareren, inclusief tijd voor een sociaal praatje met een vader en een zoon die geďnteresseerd zijn in de mogelijkheden van de Quest.

 

Na Zaltbommel nog een stukje Waal-Bandijk en dan doorsteken richting Maas, waar bij Dussen de eerste echte stop gepland is. Na 170 kilometer in dik 7 uur arriveer ik kletsnat bij het pompstation aan de A27. Koffie, een saucijzenbroodje een Mars en 1,5 liter frisdrank worden ter plekke genuttigd of meegenomen voor onderweg.

 

Na een half uur vertrek ik weer in de wetenschap dat het niet makkelijker zal worden. Tot nu toe nog 28.6 gemiddeld, maar het is aan het dalen. Bij Dussen is er even twijfel waar ik naar toe moet. Het hele dorp lijkt in reconstructie te liggen en het kruispunt om door te steken naar Meeuwen ligt er uit. Op de gok toch de juiste weg gekozen.

De regen is hinderlijk en doet zeer in de ogen. Een bril op doen helpt ook niet want die beslaat meteen, of is wazig door de vele druppels.

 

Na Ammerzoden en Hedel steek ik de Maas over om ten noorden van Den Bosch richting Rosmalen te gaan. In Noord Brabant zijn weinig echt mooie fietspaden te vinden. Vaak klinkerwegen en tegelpaden, maar binnendoor over b-wegen valt het nog wel mee. Alleen is de bewegwijzering niet eenvoudig (of eenduidig).

In Vorstenbosch is midden in het dorp, op de route waar ik door moet, een kermis aan de gang, dus ik moet een omleiding volgen. Ik kan de juiste voortzetting daarna niet vinden en kom aan het dwalen rondom de nieuwe A50 en plaatsen als Gennep en Boekel.

Net als een paar maand geleden, toen ik met Rick met de auto de route aan het controleren was, kom ik de plaats waar ik naar toe moet (Mariaheide) niet tegen. De kaart die ik meegenomen heb is nat en met pijn en moeite weet ik uiteindelijk bij Erp de route weer op te pakken. 16 kilometer extra komen op de teller. Zodra ik zeker weet dat ik weer op de juiste route zit neem ik een pauze om de volgende boterhammen te verorberen.

 

De controle in Merselo laat ik voor wat het is. Jan van Osch, die de routes in het zuiden heeft uitgezet en hier woont, is niet thuis. De route gaat door Venray en daarna de Maas weer over bij Well om de grens met Duitsland over te gaan.

Bij een spoorwegovergang neem ik in de stromende regen nogmaals een pauze.

Het landschap is hier nog wat golvend en de vermoeidheid begint toe te slaan. Het idee dat ik om een uur of 11 thuis zou zijn moet ik laten varen. Inmiddels lig ik ruim een uur achter op het schema.

 

Het Duitse deel gaat verder prima en bij Wesel kan ik de route verlaten om richting huis te gaan. Het resterende deel heb ik op 22 april al gedaan. Het is nog wel ongeveer 140 kilometer. Als ik de pauzes kan bekorten kan ik tijd winnen. Dit om het tijdsverlies van de lagere snelheid te compenseren. Wellicht ben ik dan nog voor middernacht thuis.

 

In Wesel richting Haldern/Isselburg. Dit gaat prima, tot vlak voor de Duitse Autobahn #1 de weg ineens niet meer bereden mag worden door fietsen. Ik word van de doorgaande weg afgeleid en mis elke aanduiding hoe verder te gaan. Uiteindelijk lukt het me de juiste richting te vinden, maar wel weer 6 kilometer extra. Ook bij de grens tussen Anholt en Dinxperloo kan ik geen goede “korte” verbinding vinden, maar ik vermoed dat deze daar er ook niet is.

 

Tussen Sinderen en Varsseveld, het is nu 9 uur in de avond en ik moet nog 90 km, bel ik naar huis dat het wel wat later zal worden dan gepland en nuttig de laatste boterhammen.

Het is zowaar na 12 uur continue regen weer droog geworden. Normaal gesproken nog 3 uur, maar met de huidige kruissnelheid van rond de 27 zal dat wel een half uur meer zijn.

 

Ik vind een weg binnendoor langs Steenderen richting Zutphen en rij in Warnsveld nog een paar kilometer om. Verder gaat het over bekende wegen via Gorssel naar Deventer.

De vermoeidheid begint echt parten te spelen en ik moet een keer vol in de remmen omdat ik een stoep (ook door het slechte licht) pas erg laat opmerk.

De snelheid zakt regelmatig onder de 25 en het kan me eigenlijk niet zo veel meer schelen. Het is toch al nacht. Rondom Olst zit ik echt in een dip en kom nauwelijks boven de 20 km per uur uit. Bij Wijhe gaat het weer wat beter, maar richting Zwolle zakt het tempo weer. Later zal blijken dat ik met een leeglopende rechtervoorband moet hebben gereden, want deze was de volgende ochtend geheel leeg.

Achteraf (een paar weken later) bleek ook dat de problemen aan het begin van de rit kwamen door een kapot wieldoekje. Waarschijnlijk een tak die er tussen gekomen is.

 

Uiteindelijk ben ik om tien voor een, na 484 kilometer, weer terug thuis. De langste solorit ooit.

Het gemiddelde is nog gezakt naar 27.3, maar door kort te pauzeren ben ik niet verder achter geraakt op het tijdsschema.

Conclusie is dat de route goed is, maar de beproeving hevig was.

Hosted by www.Geocities.ws

1