Lohne 400
13 en 14 mei
2005
Mijn eerste brevet van dit jaar moest een test voor mij zijn of ik ook met
de Quest brevetten kan rijden.
Mijn klimcapaciteiten zijn op de racefiets belabberd, maar worden vaak
gecompenseerd door snelle afdalingen. Klimmen in de Quest is moeilijker, maar afdalen weer makkelijker. De Lohne 400 leek een ideale test.
Een Quest vervoer je niet makkelijk met een sedan
(Toyota Carina, die ik heb), dus de stoute schoenen aangetrokken en per fiets
maar naar Lohne.
De aanreis ging goed, maar in Wietmarschen had ik een afslag over het hoofd
gezien, waardoor ik een extra lusje van 15 km voor de kiezen kreeg. Gelukkig
had ik de tijd erg ruim ingeschat en na 110 km had ik
nog voldoende de tijd om in te schrijven en wat te kletsen met de andere 14
(meer of minder bekende) deelnemers.
De start was even na negenen en in een tempootje van tegen de 30 werd koers
gezet richting eerste controle in Oelde. Vooraf werd gevraagd om het
nachtelijke deel zoveel mogelijk “en groupe” te rijden en dit gebeurde ook
(grotendeels).
Na 60 km kwamen na Westerkappeln de eerste klimmen
van het Teutoburger Woud.
Met de andere liggers bleven we meteen achter bij de bukkers, alleen Theo
Homan kon volgen. In de afdalingen werd het verloren gegane terrein steeds weer
goedgemaakt, mede omdat er regelmatig even gewacht werd.
Wanneer ik in de groep zat en de weg ging wat omlaag zorgde de stroomlijn
voor extra snelheid en ik moest vaak de rem even aantippen om niet te snel te
gaan. Daarbij had ik wat last van een aanlopende rem, zodat ik regelmatig even
een klein stopje moest maken om het zaakje weer vrij
te maken.
De laatste grote klim van het Teutoburger Woud tussen Hagen en Bad Iburg
was de lastigste en ging tot ruim 200 meter hoog. Hier werd het veld echt uit
elkaar geslagen. Ik klokte een hoogste snelheid van 66.9 in de afdaling en dat
in het donker.
Onderaan de afdaling werd weer gewacht, maar net te vroeg weer weggereden.
Mogelijk dat in het donker niet goed geteld is, maar toen ik arriveerde zaten er nog 3 achter mij (Robert, Marcel en Sake), maar
werd net het sein “rijden” weer gegeven. Gert was niet snel genoeg weg en
verloor het contact in de slingerende straatjes van Bad Iburg. Ik zelf kon nog
net aanpikken.
In een vlot tempo ging het vervolgens naar de overbekende Westfalen
Tankstelle net buiten Oelde.
Het was er even erg druk en de man achter de kassa verloor wat overzicht,
maar uiteindelijk kregen we de grote bak koffie die we besteld hadden. Toen we
bijna zouden vertrekken, kwamen de 4 achtergebleven ligfietsers binnen. Wachten
leek niet zinvol.
Met 11 man gingen we verder richting Arnsberg.
Het eerste stuk is licht dalend en vervolgens licht stijgend tot
Benninghausen. Daarna volgden steeds langere klimmen en afdalingen. In Liesborn
(of Wadersloh) kwam er een spoorbaan te nemen met ongelijke rails. Het leverde
geen lekke banden op, maar mijn ketting vloog van de achterste geleiderol. De
Quest uitpakken, de ketting op de rol leggen en de Quest weer inpakken leverde
een paar inktzwarte handen en dik vijf minuten vertraging op.
Op de licht golvende wegen die volgden kon ik lekker tempo maken en na een
achtervolging van een goede 50 km was ik weer bij de groep. Deze verloor ik
prompt weer uit zicht op de lange klim naar Neuhaus die volgde. Enigszins
vermoeid kon ik de snelheid stabiliseren op 9 km/uur.
Even verder op volgde de afdaling naar Arnsberg. Dit was een ramp omdat de
weg grotendeels opengebroken was en een paar fijne richels bevatte. Enkele
stootlekken waren (bij anderen) het gevolg.
Om een uur of 6 kwamen we in Arnsberg aan. De uitermate goedkope koffie bij
het tankstation (slechts 50 cent) smaakte voortreffelijk.
Theo waagde het er op om solo verder te gaan en de groep vetrok een na een
kwartiertje, de rest niet veel later.
Enkele vlakke kilometers en een lange klim volgden. Op de helling bellef ik meteen weer achter. De afdaling verliep beter en
een nieuwe top van 80.4 kon bijgeschreven worden. In Warstein was de groep weer
compleet, zij het dat we Theo niet meer hebben gezien. Het bleef met mij jojoën:
in de klimmen bleef ik achter en op de afdalingen
vloog ik de groep weer voorbij.
Toen we weer op het glooiende gedeelte richting Oelde kwamen trok ik ook de
stoute schoenen aan en ben solo verder gegaan.
Na Oelde miste ik de afslag in Lette waardoor ik via de drukke B64 naar
Beelen moest om daar de route weer op te pakken. Een omweg van een kilometer of
5.
Geleidelijk aan ging het kaarsje uit en zakte het tempo. Langzaam rijden in
een Quest is zo relaxt, dat je soms in gedachten verzinkt en een beetje
wegdommelt.
De lange klim na Bad Iburg werd genomen met het idee dat het de laatste
zware klim zou zijn en de afdaling daarna verliep zo goed dat de topper van de
dag met 85 km/uur werd aangetekend.
In Hagen kreeg ik in een tuincentrum het benodigde controlestempel en even
verkeerd rijden in Recke zette mij weer met beide voeten op de aarde, waarna de
inzinking voorbij was en het tempo weer omhoog ging.
Na de stad Lingen was het nog een kippeneindje
naar Lohne, maar op de doorgaande Bundesweg 213 werd ik nog even door een
politieauto met zwaailicht naar het fietspad gedirigeerd. Dat dat na 400 km op
de hoofdrijbaan gereden te hebben, op 1 km voor de
finish nog moest.
Overigens hoorde ik later dat rijden op de hoofdrijbaan in Duitsland net zo
geregeld is als in nederland en dat ik dus niet in
overtreding was.
Om 15:30 was ik weer terug in Lohne, waar na ongeveer 2200 hoogtemeters en
433 km een bordje goulashsoep en een paar broodjes prima smaakten.
Na een half uurtje kwam Joop van Beek binnen, snel gevolgd door de rest van
het 10-tal. De 4 ligfietsers heb ik daarna niet meer gezien. Achteraf hoorde ik
dat ze tussen half 7 en 9 binnengedruppeld zijn.
Om half 5 stap ik weer in de Quest voor de laatste 100 km naar huis.
De wind is opzij en de 100 hoogtemeters die ik rond Uelsen moet overwinnen
gaan zwaar.
De algehele vermoeidheid slaat nu, na dik 600 kilometer, toe en is er
waarschijnlijk, met de laagstaande zon, ook debet aan dat ik vlak voordat ik
thuis ben op een rotonde een kleine misrekening maak.
Ik schat het afrijden van de rotonde net verkeerd in en raak een
geleidings”trottoir”band. Ik word gelanceerd. De Quest landt op de zijkant en
ik maak een fikse schuiver over het asfalt.
Resultaat is dat er enkele scheuren in de zijkant zitten bij de voorste
(linker) wielkast en op een aantal plaatsen de lak verdwenen is. Ook is de
linker voorband lek.
Dat wordt weer een bezoekje aan Dronten.
Afgezien van de laatste kilometer was het een goede test met de Quest.
Het klimmen gaat zoals verwacht moeizaam. Op de terugweg heb ik vrij veel
met het lichtste verzet gereden, maar zelden zakte de snelheid onder de 8
km/uur. Op de afdalingen kan ik uitrusten: de Quest rolt vanzelf naar beneden.
Wat ik als verbeterpunt zie is het stoeltje. Het “zit”-stuk is te kort, waardoor
ik pijnlijke billen krijg. Ook is het matje (door slijtage) te dun geworden en
kom ik met het schouderblad en de ruggengraat tegen het plastic aan, hetgeen op
den duur irriteert.
Zondags was ik nog behoorlijk stijf, maar op maandag was dat al grotendeels
weer verdwenen.
Uiteindelijk is mijn tijd, zowel op een 400 brevet (de officiële rit) als
600 brevet (van huis uit gerekend), vergelijkbaar met tijden die ik op de
racefiets heb gerealiseerd.
Een Parijs-Brest-Parijs met de Quest moet mogelijk zijn.