15e
BORDEAUX-PARIS RANDONNEURS
22 en 23 Juni 2002
Zaterdag 22 juni was het doel van dit seizoen aan de beurt. Deelnemen aan
een ritje van 622km van Bordeaux naar Parijs.
Donderdag de 20e was het vertrek vanuit Zwolle in de stromende regen. Mijn
buurman die door omstandigheden momenteel een zee van vrije tijd heeft, had wel
zin in een verzetje en in zijn auto gingen we om 07.00 uur op weg.
Na België werd het droog en na Parijs brak de zon door. Aan het eind van de
middag in Bordeaux aangekomen was het lekker weer en bij het hotel aangekomen
konden we een frisse duik nemen in het zwembad en op het terras van een typisch
Franse maaltijd genieten. Overigens was dit niet het hotel dat we gereserveerd
hadden. Het bleek om onverklaarbare manier vol te zitten, maar we werden keurig
en zonder kosten overgeboekt naar een ander hotel in de buurt.
Vrijdag was een rommeldag. In de ochtend eerst de startplek maar eens
zoeken en kijken of we de inschrijf-formaliteiten rond konden krijgen. Na wat
gezoek konden we het immense (nou ja) stade de Leo Lagrange vinden (45 minuten
nadat we er voor het eerst langs reden).
De organisatie bleek ‘s middags pas zitting te houden, dus eerst maar eens
de stad verkennen.
Eerst een rondje centrum. De voorbereidingen voor het wijnfeest dat over
een week begint zijn al in volle gang. We vinden een broodjeszaak en genieten
van een heerlijke sandwich aan de oevers van de Garonne. Daarna nog een tijdje
zonnen aan een recreatiemeer en vervolgens terug naar het stadion om in te
schrijven voor de rit van de volgende dag.
Zaterdagochtend om 6 uur zijn we weer paraat, samen met 1300 anderen. Nog
circa 350 waren er al een dag eerder vertrokken voor de Audax formule en 500
cyclo-sportieven startten later om binnen de 28 uur te kunnen eindigen. Wij, de
meute, mogen er 36 uur over doen.
Het merendeel van de deelnemers is Frans, maar er waren ook 38
Nederlanders. 37 via ERN en 1 op eigen inschrijving (ik dus).
Op de deelnemerslijst in de hal had ik al heel wat bekende namen gezien en
bij de start kwam ik meteen al enkelen tegen.
De eerste etappe is 137 km lang en wordt onder begeleiding van volgauto’s
gereden. Het tempo is hoog en er vormden zich een viertal grote groepen. Ik zat
in de eerste met onder andere Bram, Koen en zeker nog een tiental ERN’ers.
Binnen 4 uur waren we in Ruelle, de eerste controle (C1).
Het was op de controle een saaie boel en de meesten besloten om snel door
te gaan.
De tweede etappe is heuvelachtig en mijn onvermogen om kunnen klimmen werd
niet volledig goedgemaakt door snelle afdalingen. Ik zat al snel alleen en ben
in eigen tempo naar Isle Jourdan (C2)
gereden. Het was onbewolkt en de temperatuur lag inmiddels boven de
dertig graden. De wind gaf ook geen verfrissing. Die was, hoewel tegen, niet
echt merkbaar. Veel drinken dus.
Het was weer 80 km naar C2 en dat is me, vanaf de start, net te ver om
zonder noemenswaardige pauze te doen. Dus ben ik op km 200 een lokaal winkeltje
in gedoken voor wat eten en drinken.
Na enkele km’s kwam ik samen te rijden met een Duitser (Hotchi of zoiets
heette hij) uit Dortmund. Hij had mij herkend aan mijn shirt van Milaan-SanRemo
uit 2001, waar hij zelf ook aan meegedaan had. Hij had geen shirt van
Milaan-SanRemo en wilde wel met mij ruilen tegen zijn eigen shirt. Daar trapte
ik mooi niet in. Aan zo’n shirt kleven herinneringen en die geef je niet zo
maar weg.
Na de tweede controle zijn we bij elkaar gebleven en kwamen op een gegeven
moment Maarten Klijnstra achterop, de jongste NL-deelnemer met zijn 18 jaren.
Hij zat er wat door, maar na een uurtje kletsen met hem ging het een stuk
beter.
Na Martizay (C3) spraken Hotchi en ik af om samen ergens te gaan eten. Dit
werd uiteindelijk in St. Aignan, vlak voor Noyers (C4). Maarten reed door en
wij hebben een heerlijke maaltijd op een pleintje in de stad genoten.
Het valt je dan op hoe het wielrennen in Frankrijk een volkssport is (zoals
schaatsen in Nederland). Op het plein werden we meteen door allerlei mensen
benaderd met de vraag of wij met Bordeaux-Parijs mee deden en een ouder
echtpaar heeft minutenlang onze fietsen bewonderd.
Na de maaltijd en de controle moest de verlichting aan. Het was nagenoeg
volle maan dus de voorverlichting werd alleen gebruikt wanneer er andere
wegdeelnemers ons pad kruisten. Het werd een rustige etappe en om middernacht
hadden we er inmiddels 422 km op zitten. Overigens al 10 meer dan de
organisatie had opgegeven.
De laatste kilometers werden in een stevig tempo in groepjes van een man of
10 gedaan. Meestal lichtte een begeleidende auto ons met zijn koplampen de weg
bij.
Om 00.50 uur kwamen we aan in Salbris (C5).
De volgende etappe was 116 km lang en toen we een tijdje op weg waren
hebben we op een bospaadje een korte pauze ingelast. Na een half uurtje rust
zijn we verder gegaan, maar bij mij wilde het niet echt vlotten. Regelmatig
kwamen nog groepjes langs. Hotchi kon aanpikken, maar bij mij ging op een van
de heuveltjes het kaarsje uit. Weer alleen dus.
Het werd weer licht en in de schemering kon ik nog net een overstekende
slang ontwijken. Even later lag een andere slang op de weg die het niet gehaald
had. Overigens had ik eerder al een dode das in de berm gezien.
De frisheid van de nacht maakte weer plaats voor een nu aangename
temperatuur van rond de 20 graden.
Het landschap werd erg saai met eindeloze rechte wegen door korenvelden.
Ook voelde je nu de wind weer die constant uit het noorden kwam. Nog steeds niet veel, maar nu wel duidelijk merkbaar.
Eindelijk kwam ik aan in Autry/Juine (C6).
De laatste etappe naar Rambouillet (voorstadje van Parijs) de moed weer
bijeen geraapt en het aftellen kon beginnen. Nog 75 kilometer. De knollen waren
echt op en ik heb vele kleine stopjes in moeten lassen. Je baalt van de
tegenwind en fietst dan bijvoorbeeld 6 km en pauzeert 2 minuten. Dan weer 7 km
fietsen gevolgd door weer 2 minuten pauze. Dat allemaal met de blik op de
teller en het horloge. Je zit er eigenlijk volledig door en probeert te
overleven.
Uiteindelijk toch in de buurt van Rambouillet aangekomen, waar op een
kruising een bord aangaf naar rechts nog 5 km naar Rambouillet. Wij moesten
echter rechtdoor, voor naar ik aannam niet de hoofdweg, maar een secundaire
weg. Dat bleek ook wel na een kilometertje. De organisatie had namelijk nog een
verrassing in petto: er was een lusje ingelast, want het bord “ARRIVEE 20 KM”
verscheen.
Dat knapt behoorlijk af.
Maar afijn, je weet dan wel exact waar je aan toe bent. Nog enkele
klimmetjes en na 640 km en 28:43 uur kwam ik over de finish streep. Vijf
seconden later gevolgd door Sybren Zandstra, bekend van de brevetten-serie in
Lonneker. De hele weg niet gezien en toch gelijk aankomen.
Volgens de officiële uitslag ben ik 470e geworden. Dat op een totaal van
1060 gefinishte deelnemers.
Maarten was inmiddels al met een aantal anderen van ERN binnen en Hotchi
arriveerde na een minuut of 10. Hij had met zijn groepje op 30 km voor de
finish een afslag gemist en was 18 km om gereden.
Na wat babbeltjes met oa. Robert LeDuc (de grote organisator van de
ERN-reis) en Gerard Rasing, bekend van Parijs-Berst-Parijs, (helaas had hij
door de hitte moeten opgeven), arriveerde mijn buurman na een uur of vier met
de auto. Hij was op zaterdag tijdens zijn alternatieve programma (een bezoek
aan Futuroscope) zijn mobiele telefoon kwijtgeraakt en dat had veel tijd in
beslag genomen.
Even douchen en daarna naar het hotel. Vervolgens op maandag weer naar
Nederland terug.
Algehele indruk: toch zwaarder dan ik had verwacht, mede door de hitte en
tegenwind, maar zeker de moeite waard.