Het is nu voor de tweede keer geweest
dat ik Parijs-Brest-Parijs gereden heb.
De eerste keer in 1999 was alles voor
mij nieuw. Een brevet had ik voor 1999 nog niet gereden. Hoogstens een paar
langere tochten, maar boven de 400km was ik nog nooit geweest.
Informatie was maar schaars
beschikbaar, andere deelnemers (veteranen) waren nauwelijks georganiseerd en
mijn ervaring deed ik op tijdens de kwalificatie brevetten.
Ik ging dan ook redelijk blanco naar
Parijs. Ik kende maar een paar andere deelnemers. Ik had geen plan van aanpak
of verwachtingen over een eindtijd. Op tijd finishen is het belangrijkst.
Het enige doel dat
ik me stelde was om de sluitingstijden van de controles in de gaten te houden
en daar een voorsprong op te nemen, zodat ik in het tweede deel voldoende marge
zou hebben om het rustiger aan te doen en eventueel een tijd te slapen.
Ik startte in de 84-uurs groep omdat ik
liever eerst nog een nachtrust wilde hebben voor ik van start ging. De eerste
etappe naar Mortagne kon ik goed voorin blijven, maar kreeg het in de eerste
heuvels van de Perche wel moeilijk.
Bij de korte pauze in Mortagne
ontmoette ik Rikus Sunderman, die al ik van de brevetten in Lonneker kende. Wij
besloten samen verder te gaan richting Brest en daar te zien hoe het verder
kon. Op de vlakkere stukken hadden we elkaars
gezelschap. Op de steilere klimmen moest ik hem even
laten gaan, maar in de afdalingen kwam ik steeds weer terug.
Dit werkte prettig voor mij.
In Brest besloot hij te gaan slapen en
ik ging door. Prompt kreeg ik een inzinking en de etappe naar Carhaix duurde
erg lang en kende verscheidene stops. De wetenschap dat ik op de terugweg was
en een flinke voorsprong had op het sluitingsschema zorgde er voor dat ik deze
inzinking te boven kwam. Vaak reed ik verder alleen, soms in een groepje, maar
ik vorderde gestaag. Uiteindelijk was ik in een kleine 65 uur over.
2003.
Plannen maken. Verwachtingen hebben.
Het gaat vanzelf.
Eindelijk zijn de 4 jaar om en is er
weer een PBP. Ik heb in de tussenliggende jaren vele brevetten gereden en me
voor PBP gekwalificeerd. De conditie is goed. Misschien is door efficiënter te
zijn op de controleposten wel een scherpere tijd mogelijk. Misschien wel onder de 60 uur. Samen met Cor Vahl ga ik vol goede moed richting
Parijs.
Misschien dus… Hoe anders kan het gaan.
Waar ik 4 jaar geleden in de grote
groep nog in Mortagne aankwam, werd ik ook nu op de heuveltjes gelost maar kon
niet meer terugkomen bij de grote groep.
Vond ik in 99 Rikus en gingen we samen
verder. Nu ben ik alleen naar Villaines gegaan.
Mijn moraal zakte met de kilometer. Het
idee om solo naar Brest te rijden, tegen de wind in maakte me bij voorbaat al
moe.In Villaines had ik het helemaal gehad.
Mijn ambitie om een snellere tijd te
zetten dan 4 jaar geleden was binnen een dag verdwenen.
Na Villaines begon de lucht te klaren.
Ik merkte dat iemand in mijn wiel bleef hangen tijdens het klimmen en dat ik
dus niet alleen meer was EN dat ik niet de traagste was.
Toen deze persoon (Melanie) vroeg of ze
aan mijn wiel mocht blijven, vond ik dat prima. Toen we even naast elkaar
gingen fietsen vertelde ze dat ze last had de spijsvertering en daardoor te
weinig kracht had. Ik kon haar nu uit de wind houden en zij gaf mij aanleiding
om over iets anders na te denken.
Onze beider plannen lagen in duigen en
we hoopten beiden te overleven.
In het begin had ik nog niet het idee
dat we samen volledig verder zouden gaan. Kort overleg leerde dat zij in Carhaix
wat wilde slapen/pauzeren en onderweg ook al hotels had gereserveerd. Ik wilde
door tot Brest en dan zien hoe het ging.
De eerstvolgende controlepost in
Fougeres gingen we onze eigen weg, maar spraken af om over 45 minuten weer
samen te vertrekken. Ook bij de daaropvolgende controle in Tinteniac spraken we
weer een tijd af (na een uur).
Toen we vervolgens aankwamen in Loudeac
was het al diep in de nacht en beiden hadden we wat slaap. We zetten de wekker
weer en gingen een half uur rusten. Ik vond een hoek van de eetzaal en zij een
tafel. Ik sliep circa 10 minuten.
We vertrokken weer en zouden nu in elk
geval samen naar Brest rijden.
De volgende etappe naar Carhaix verliep
redelijk relaxed. We konden wat aansluiting vinden bij het tempo van anderen en
reden regelmatig in een groep mee. In de groep bleven we bij elkaar in de
buurt, waarbij Melanie steevast mijn wiel koos. Soms reden we naast elkaar.
In de beklimmingen hield ik het tempo
net onder mijn kunnen en dat was voor Melanie voldoende om te blijven volgen.
In de afdalingen liep ik, zonder bij te trappen, altijd uit. Ik wachtte daarna
tot ze weer bij was.
Om de een of andere reden was ik me
verantwoordelijk voor ons gaan voelen. We reden nu al een dag
samen en misschien ook wel omdat zij aangaf dat ik de baas was en de
beslissingen moest nemen.
Ik hield steeds onze voorsprong op het
sluitingsschema van de controleposten in de gaten en zag dat deze terugliep van
ruim 6 uur naar een uur of 4 in Brest.
Deels kwam dit door ons wat te trage
tempo, deels ook door lange pauzes en enkele stops onderweg. Toch maakte ik mij
weinig zorgen omdat voor de terugweg meer tijd mogelijk was dan heen (47 tegen
37 uur).
Vlak voor Brest hebben we op de brug nog
de tijd genomen om van het uitzicht over de baai te genieten en wat foto’s te
maken.
Brest en de terugweg van Brest naar
Carhaix was wat mij betreft niet alleen letterlijk maar ook qua beleving het
keerpunt. Waar ik wist dat het in 99 hier moeilijk begon te worden, merkte ik
dat ik met het klimmen met de gemiddelde deelnemer mee kon gaan. Ook Melanie
kon mij vrij probleemloos volgen.
Op het stuk na de top van de Roc konden
we lekker doorrijden en begonnen zelfs andere deelnemers in te halen.
Voor mijn gevoel begon nu PBP pas echt.
De etappe van Carhaix naar Loudeac werd
‘s avonds verreden en we kwamen rond middernacht aan. Het werd fris en de
temperatuur zakte tot een graad of 10.
Omdat we beiden
weer behoefte hadden aan wat slaap, zijn we weer een half uurtje in de “Self”
gaan rusten.
Midden in de nacht vertrokken we naar
Tinteniac. Het was koud, maar net te doen.
We verkeerden in de veronderstelling
dat het een korte etappe van 58 km zou zijn, maar het was juist een lange van
88 km. Toen we het in de gaten kregen was het niet eens zo’n
grote teleurstelling en gelaten zetten we koers richting de zendmast, die al
vanaf enkele tientallen kilometers afstand te zien was. Na deze mast volgde de een
lange afdaling naar Tinteniac. Het begon inmiddels
licht te worden en onze stemming steeg, zeker nu er wel een korte etappe zou
volgen en daarna al weer halverwege de terugweg zouden zijn.
Inmiddels waren we zo vertrouwd met elkaar, dat het voor mij
duidelijk was dat we samen naar Parijs terug zouden gaan.
In Tinteniac wilden we eens iets anders
dan een ontbijt in de “Self”. We zijn doorgereden en hebben na een km of 10 in
een klein plaatsje een ontbijt gekocht en in het zonnetje voor een kerk dit
ontbijt genuttigd. Hier heb ik ook de twee pijlborden geritseld (van de
heen-route natuurlijk).
Na het ontbijt
begon het lekker weer te worden en op een gegeven moment nam Melanie de kop
over en begon tempo te rijden. Voor mij het
tweede keerpunt van de trip. Enerzijds was zij voldoende opgeknapt om
volwaardig mee te rijden (hoewel ze bij voorkeur toch meestal in het wiel
bleef), ook begonnen we beiden lol te beleven aan de
trip.
We konden een dusdanig tempo maken dat
we steeds meer andere deelnemers achterop kwamen. Zelfs op de heuveltjes konden
we met de besten mee omhoog.
Een enkeling kon aanhaken, maar
uiteindelijk moest iedereen lossen. Na een aantal kilometers nam ik het tempo
maken weer over, tot kort voor Fougeres.
Rond de middag vertrokken we naar
Villaines. Het werd weer warm en we hebben gereserveerd gereden. Veel
heuveltjes en een pauze halverwege in een boomgaard.
In Villaines weer niet in de Self
gegeten, maar lekker “gedineerd” in de MacDonalds.
In de avond gereden naar Mortagne.
Vermoedelijk rustig aangedaan. Ik kan me hier niets meer van herinneren.
Vermoedelijk is dit de etappe waar we in de eerste helft ergens een ijsje aan
de rand van de weg hebben gegeten. Een km of 6 voor het eind van de rit wordt
het weer tijd voor een dutje. De temperatuur is nog redelijk en we vinden en
plek langs de kant van de weg. Na een klein half uur worden we toch koud en
stappen weer op.
Na Mortagne de voorlaatste etappe naar
Nogent. Het zal volledig nachtwerk worden. We worden weer moe en proberen
elkaar door vraag en antwoord wakker te houden. We letten weinig op de weg en
andere deelnemers en die hebben dan soms ook moeite om ons te passeren. Het
tempo is er nu volledig uit en we kunnen in de beklimmingen niet voldoende warm
worden. In de afdalingen koelen we sterk af. Op de vlakke stukken gaan we niet
sneller dan een km of 15. De slaap slaat snel weer toe en we hebben de
volledige weg nodig om geen brokken te maken. Dit gaat niet goed.
We moeten nu echt slapen. Melanie heeft
een dunne foliedeken en waar we de vorige stop op afstand van elkaar ieder een
plek hebben gezocht, beseffen we nu beide, zonder woorden, dat we elkaars warmte nodig hebben. We kunnen, dicht tegen elkaar
aan, de zijkanten net over ons heen krijgen en hoewel de benen bloot blijven,
slapen toch beiden een half uur of zo.
Nadat we weer opstaan is het erg koud.
Mijn thermometer op de fiets geeft 5.5 graden aan en er hangt grondmist. We
rijden kleumend weg. De spieren zijn sterk afgekoeld en we wachten op de
opkomst van de zon. Als we door een dorp komen waar bij een café een aantal
fietsen staan, stappen wij ook af en gaan naar binnen voor een kop koffie.
Na de koffie hebben we weer extra
energie, we zijn redelijk uitgerust en de opkomende zon doet de rest. We
krijgen er zin in en gaan steeds sneller rijden. De weg golft door gemaaide
korenvelden en gaat per saldo steeds iets meer naar zeeniveau. Heuveltjes
worden op de macht genomen en alles wat voor ons rijdt moet er aan geloven. Dat
we in het begin van PBP niet al te veel kracht hebben verspeeld is nu in ons
voordeel. We genieten van de rit. Het tempo komt regelmatig boven de 40 en we
halen weer veel tijd in die we eerder hebben verloren.
We houden het tempowerk vol tot de rand
van Nogent en nemen daarna nog een flinke pauze op de controle. De stemming zit
er goed in. De finish nadert en we zijn niet meer moe. Het is alsof we een
trainingsritje doen. We zijn inmiddels volledig op
elkaar ingespeeld en Melanie kan moeiteloos aan mijn wiel blijven.
De laatste etappe naar StQuentin is ook
genieten. We doen waar we zin in hebben, voelen geen vermoeidheid of slaap en
rijden als de beste tegen de laatste heuvels op.
In de voorsteden wordt het rustig
aangedaan en in de laatste meters kunnen we nog een sprintje trekken.
Het zit er op. 1000 km lang zijn we bij
elkaar geweest, 3 volle dagen.
We zijn vrienden geworden, weten heel
veel over elkaar, maar weten tevens dat het afscheid nadert. Ik wil het moment
zolang mogelijk uitstellen en in ieder geval persoonlijk van haar afscheid
nemen. Henk Kamphuis die op de laatste etappe grotendeels met ons meegereden
is, wordt eigenlijk een beetje abrupt gedag gezegd,
zodat wij nog even samen kunnen rijden tot onze wegen zich splitsen.
Ik ben inmiddels
zeer aan Melanie gehecht. Zowel qua persoon als qua fietsmaat ligt zij mij erg
goed. Ik realiseer me dat we elkaar wellicht nooit meer zien, maar hoop dat het
er wel van komt.
Ik ben enigszins
geemotioneerd als we elkaar een laatste knuffel geven.
Zij gaat naar het hotel om zondags
terug te vliegen naar Florida, ik ga naar de camping en vertrek de volgende dag
(Zaterdag) met Cor naar Nederland.
Weer thuis, leef ik nog een paar dagen
in een roes. Af en toe slaap ik slecht en ben dan de dingen van PBP aan het
verwerken.
Dit gevoel ken ik nog van 99, maar denk
dat het nu sterker is.
Tot op heden (medio september) mailen
we regelmatig en wisselen allerlei zaken uit, waarbij het niet alleen bij
fietsen blijft.
Lichamelijk ben ik sneller hersteld dan
in 99. Toen heb ik een dag of 10 niet kunnen fietsen vanwege zitvlak problemen.
Nu ging ik de vijfde dag na PBP alweer op de fiets naar het werk.
Het geestelijk
herstel duurt langer. Deze PBP heeft een diepe indruk gemaakt in mijn
belevingswereld. Beide keren heb ik ups en downs gekend, maar de pieken waren
dit jaar veel extremer. Uiteindelijk heb ik nu veel meer genoten en plezier
gehad van de rit.
Gerrit
16
sept 2003