Psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie
Deze twee therapievormen hanteren dezelfde therapeutische uitgangspunten :
1. Ze gaan er beiden van uit dat we handelen via onbewuste drijfveren. We voelen ons soms angstig, onzeker, depressief,.. zonder te begrijpen waar dat gevoel vandaan komt. Het is ook mogelijk dat we wensen, gevoelens en gedachten hebben die we zelf niet accepteren…. deze zullen we wegstoppen, ook voor onszelf. Dat kan een innerlijk conflict teweegbrengen tussen wat we eigenlijk willen en hoe we ons gedragen. Dit kan leiden tot psychische spanningen en problemen. Het doel van psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie is het bewust maken van verborgen gedachten en gevoelens en op deze manier de psychische problemen te verwerken.
2. Het beeld dat we van onszelf en van anderen hebben wordt bepaald door de ervaringen met onze ouders en verzorgers tijdens onze vroege jeugd (bijvoorbeeld : als we onterecht bang zijn dat onze partner ons zou verlaten, kan dit te maken hebben met verlating tijdens onze vroege jeugd). Maar ook latere ervaringen kunnen hun sporen nalaten. Soms herhalen we onbewust in de omgang met onszelf of met anderen bepaalde gebeurtenissen of ervaringen van vroeger. In een psychoanalyse worden we ons geleidelijk bewust van deze onbewuste gevoelens en belevingen. Als we bepaalde gevoelens, die een herhaling zijn van vroegere ervaringen, toeschrijven aan onze analyticus, noemen we dit OVERDRACHT.
3. Therapie en analyse bieden de mogelijkheid om in een veilige omgeving onderdrukte gevoelens te ervaren, te onderzoeken en te verwerken.
Wat is psychoanalyse ?
Psychoanalyse berust op de waarneming, dat veel patronen in ons gevoel en ons gedrag onbewust verlopen. Iemand voelt zich bijvoorbeeld ongelukkig of angstig, maar begrijpt niet waardoor. Of iemand probeert zich te binden aan een partner, maar dat lukt niet, hoe graag hij het ook wil.
Juist omdat het om onbewuste patronen gaat, kunnen mensen zichzelf met dit soort problemen vaak niet helpen. Ook de adviezen van vrienden of familie werken dan meestal onvoldoende.
In een psychoanalyse proberen analyticus en cliënt samen te gaan onderkennen hoe onbewuste patronen van invloed zijn op de relaties, gedragingen en gevoelens van de cliënt. Ook proberen zij te begrijpen hoe deze patronen zich ontwikkeld hebben. Zij doen dat op een speciale manier.
Het is een vorm van therapie die gebaseerd is op intensief therapeutisch contact en duurt meerdere jaren. De sessies vinden meerdere malen per week plaats en duren gemiddeld 45 minuten. Er is geen oogcontact tussen analysant en analyticus, daar de analysant op de "divan" ligt en de analyticus op een stoel erachter zit. Deze opstelling maakt het mogelijk dat de analysant zo vrij mogelijk gedachten, gevoelens en herinneringen verwoordt (VRIJE ASSOCIATIE) en dat de psychoanalyticus zich zo neutraal mogelijk kan inleven. Tijdens de sessies is vooral de analysant aan het woord, de analyticus vraagt aan de analysant om alles te zeggen wat er in hem opkomt.
Door zich over te geven aan die innerlijke stroom van gedachten, gevoelens en fantasieën, wendt de cliënt zich als het ware af van de buitenwereld en richt zich meer naar binnen. Allerlei gedachten en gevoelens, waar hij zich voor schaamt of die hij in het dagelijkse leven misschien als onbelangrijk of onzinnig verwerpt, kunnen zo meer aandacht krijgen. Dit betekent ook dat hij in een wat andere belevingswereld terecht komt, anders dan wanneer hij gewoon met iemand aan het praten is. De analyticus van zijn kant luistert zo neutraal mogelijk naar alles wat de cliënt naar voren brengt en probeert ook te onderkennen wat de dingen, die hij hoort, bij hemzelf oproepen.
Soms vraagt de analyticus iets en van tijd tot tijd legt hij de cliënt voor wat hij meent te zien. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de betekenis van een bepaalde gedraging of van een bepaald gevoel.
Ook komen regelmatig zaken aan bod, die zich afspelen in het contact tussen cliënt en analyticus.
In een goed lopende psychoanalyse ontstaat een sterke band tussen analyticus en cliënt. Deze band maakt het mogelijk om over pijnlijke en beschamende dingen te praten. De problemen waar de cliënt mee worstelt, komen zo tot uitdrukking in het contact met de analyticus. Daardoor kan de cliënt zijn problemen niet alleen verstandelijk, maar ook emotioneel gaan begrijpen.
Op deze wijze worden geleidelijk de onbewuste patronen in iemands gedrag en gevoel duidelijk. Dit leidt niet alleen tot een vermindering van de klachten, maar ook tot een andere manier van met zichzelf omgaan: de cliënt gaat zijn binnenwereld meer serieus nemen en ook beter begrijpen. Dit betekent dat het gevoel van eigenwaarde kan toenemen en ook de innerlijke vrijheid. Hij kan daardoor steviger in de wereld staan. Wie meer naar binnen durft te kijken, weet ook duidelijker waar hij staat en waarom hij bepaalde keuzes maakt. Dat geldt in relaties, maar ook in het werk of in de studie. Uiteindelijk kan het leven van de cliënt dan ingrijpend veranderen, zowel innerlijk als in de contacten met anderen.
Onbewuste problemen en conflicten worden op deze manier verwerkt. Soms herbeleeft de analysant ervaringen van vroeger, wat in eerste instantie pijnlijk is, maar achteraf een gevoel van opluchting geeft.
Analyse vraagt veel tijd, inzet en motivatie van de analysant en is tevens een grote financiële investering.
Psychoanalyse nu :
De psychoanalyse is sterk aan veranderingen onderhevig. Zij verschilt inmiddels aanzienlijk van de psychoanalyse in de tijd van Sigmund Freud, de grondlegger en eerste psychoanalyticus. Zo wordt er bijvoorbeeld een andere plaats aan begrippen als het Oedipus–complex gegeven. Dergelijke noties worden tegenwoordig meer als zoekschema´s gezien, niet als ontwikkelingen die ieder kind volgens een vast stramien doormaakt. Ook de opvattingen ten aanzien van de ontwikkeling van meisjes zijn ingrijpend veranderd. Verder bestaat veel meer aandacht voor de betekenis van de behoefte aan veiligheid. Tenslotte worden de resultaten van empirisch gefundeerd onderzoek in toenemende mate geïntegreerd in de psychoanalytische theorie.
Inzichten uit de ontwikkelingspsychologie, de neurobiologie, het geheugenonderzoek en de interne geneeskunde laten zien dat Freud gelijk had in een reeks hypothesen, die centraal staan binnen de psychoanalytische theorie.
· Veel van ons geestelijk leven, met inbegrip van cognitieve, emotionele en motivationele processen, verloopt onbewust. Onderzoek toont aan dat ons bewustzijn, in overeenstemming met de opvatting van Freud, slechts het topje van de ijsberg vormt.
· Veel aspecten van de persoonlijkheid beginnen zich te vormen tijdens de kindertijd. De ervaringen die iemand als kind opdoet, zijn van groot belang voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid, met name voor de wijze waarop iemand sociaal functioneert.
· De innerlijke beelden die iemand van zichzelf en anderen heeft, sturen de manier waarop iemand met anderen omgaat. Deze beelden kunnen een belangrijke rol spelen in verschillende vormen van psychische problematiek.· Innerlijke processen kunnen zich gelijktijdig en parallel aan elkaar afspelen. Iemand kan conflicterende gevoelens hebben ten opzichte van een persoon of een situatie en daarvoor compromissen vinden, zonder zich dat te realiseren.
· De ontwikkeling van de persoonlijkheid betekent niet alleen het leren reguleren van seksuele en agressieve gevoelens. Het betekent ook een beweging van éénzijdige naar wederzijdse afhankelijkheid.
· Onvoldoende afgestemd zijn op de eigen emotionele wereld kan ernstige lichamelijke consequenties hebben. Zo betekent het afremmen van de bewuste toegang tot onze emoties aanzienlijke stress voor het lichaam, vooral voor het hart en het immuunsysteem.
Wat is psychoanalytische psychotherapie ?
Dit is een veel toegepaste vorm van gesprekstherapie en is vergelijkbaar met psychoanalyse, doch is minder intensief. Het verschil zit vooral in de setting en in de techniek. De sessies vinden meestal éénmaal per week plaats en duren tevens gemiddeld 45 minuten. De therapeut en patiënt/cliënt zitten tegenover elkaar. De cliënt zal net als bij analyse alles vertellen wat in hem opkomt en wat hem bezighoudt. Dat wil zeggen dat de cliënt het woord heeft en bepaalt waar het over gaat. Bij deze therapievorm stelt de therapeut zich actiever op, stelt meer doelgerichter en directe vragen en richt zich op bepaalde hypotheses, die soms vooraf met de cliënt zijn besproken. Dit betekent dat in een psychotherapie vaker sprake is van zogenaamde selectieve aandacht. Daarmee wordt bedoeld dat de behandelaar op sommige thema´s wel en op andere niet ingaat.
Een psychotherapie richt zich in eerste instantie dan ook meer op het laten ontstaan van een nieuw evenwicht, van waaruit de cliënt zelf verder kan. Meestal is de duurtijd van de therapie korter dan bij psychoanalyse.
Keuze tussen beide therapievormen
De analysant/cliënt/patiënt kan het vermoeden hebben dat de oorsprong van zijn problemen samenhangt met vroegere ervaringen. Indien dit het geval is en hij de wens uit deze problemen te doorwerken, kan dit medebepalend zijn voor de keuze.
Er vindt eerst een "intake" plaats. De aard en ernst van de problemen spelen een rol, maar ook de tijd en de energie die de analysant aan de therapie kan of wil besteden.
In overleg met de cliënt zal de therapeut een beslissing nemen over de meest aangewezen therapievorm.
(tekst gebaseerd op publicatie van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie en Nederlands Psychoanalytisch Instituut)
copyright Hilde-Freud/Lacan 2002
Yahoo! GeoCities