Het niet-identificeerbare subject :
Lacan geeft een "structuralistische" uitwerking van Freuds psychoanalyse waarin het subject wordt opgevat als een open plaats in het discours. Dat wil zeggen, dat het pas betekenis krijgt via de verschillen met de andere betekenaars in het discursieve systeem, ofwel: via de verschillen met de Ander. Doordat "het andere" eveneens pas via de rest van het discours ingevuld wordt, krijgt het subject nooit een afgerond beeld van zichzelf. Het stoot voortdurend op nieuwe verschillen zonder rust te vinden in een vaste betekenis. Het subject wordt daarom door Lacan begrepen als subject met een onbewuste, m.a.w. als (principieel onvervulbaar) verlangen. Het subject dat zichzelf volledig zou kunnen begrijpen is bij Lacan onmogelijk, omdat het zichzelf nooit via het discours � via alle andere betekenaars � kan objectiveren. Evenals bij iedere vorm van "identificatie" blijft het zich ontidentificerende subject gebonden aan het verlangen, dat altijd vanuit het onbewuste blijft doorwerken. Het subject wordt in de eerste plaats door het discours gevormd. Het wordt slechts door de ideologie aangesproken (en het identificeert zich dus slechts met het interdiscours) voor zover het al door de Ander is "aangesproken". Maar de "aanspreking" door de Ander houdt geen identificatie in. Lacans subject valt niet zonder meer samen met de ideologisch geproduceerde betekenissen. De discursieve verschillen leggen tenslotte niet echt betekenissen vast, maar geven uiting aan een verlangen naar de Ander. Hierdoor komt er plaats voor een onbewuste, dat van meet af aan een totale ideologische aanspreking onmogelijk maakt. Het onbewuste wordt nooit geheel verhuld door de vanzelfsprekendheid van het ideologische subject. De onbewuste sporen van de subjectwording worden nooit geheel vergeten, maar werken onophoudelijk door in de "identiteit" van het subject (via dromen, versprekingen, tegenpraktijken, etc.).