De historicus Roy Porter beschrijft in dit boek de hele levensloop van de psychiatrie. Hij is duidelijk geboeid door het begrip waanzin, want dit is niet zijn eerste boek over dit thema. Hij schreef eerder "A social history of madness" (1987) (Nederlandstalige vertaling : "de zin van de waanzin" - 1991). Beide boeken hebben dezelfde stijl en zijn geschiedkundig heel waardevol.
Dit boek bevat veel foto's en illustraties over psychiaters en patiënten doorheen de geschiedenis van de psychiatrie en sommige zullen op het netvlies gebrand blijven !
De auteur geeft een theoretisch en chronologisch geschiedkundig overzicht van het begrip waanzin doorheen de eeuwen. Hij start bij de Babyloniërs, Mesopotamiërs, om over te gaan op de vroege Grieken en de behandeling van krankzinnigheid ten tijde van het Romeinse Rijk (met de christelijke theologie). De vroege beschavingen schreven waanzin toe aan een bovennatuurlijke oorzaak. De kerk kende ook het verschijnsel van "heilige waanzin" wat zich manifesteerde in openbaringen van heiligen en mystici. Vaak kregen geestesstoornissen het naamplaatje "duivels" opgespeld. Op het eind van de 15e E heerste er in heel Europa een ware heksenmanie. Pas in de volgende eeuwen begon men "waanzin" te medicaliseren en als een ziekte te beschouwen.
We zien dat de Griekse geneeskunde veel aandacht besteedde aan manie en melancholie, en ze reikte voor de verschillende geestesziekten een mengelmoes van therapieën aan, die soms met elkaar in strijd waren.
Descartes herdacht de filosofie en bracht haar in verband met de geneeskunde, doch de wisselwerking tussen geest en lichaam bleek voor critici niet helemaal duidelijk te zijn.
In het zeventiende eeuwse Engeland werden dichters en schrijvers over het algemeen als "gek" beschouwd. Ook in Parijs meende men dat kunst voortkwam uit wat ziek en ziekelijk was. Zelfs Freud zei ooit dat "kunst het kind van de neurose" was.
Vanaf het einde van de middeleeuwen begon men systematisch krankzinnigen af te zonderen in torens of kerkers. Er was voor 1800 zelfs geen medisch toezicht vereist in de inrichtingen, de eerste wetten hieromtrent ontstonden pas tijdens de 19e E. Getuigenissen van ex-krankzinnigen wezen op een mensonwaardige behandeling,…. meestal werden ze aan handen en voeten vastgeketend en monddood gemaakt.
In de loop van de 19e E zag men in heel Europa een spectaculaire groei van de inrichtingen voor geesteszieken en begon men meer aandacht te besteden aan de psyche met betrekking tot het ontstaan van bepaalde ziektebeelden. Stilaan ziet men veranderingen op vlak van behandeling, zo liet men o.a. de patiënten zich uitdrukken onder vorm van tekeningen, schilderijen… We zien dat in Frankrijk, met Charcot, de interesse groeide voor hypnose van hysterische patiënten. Charcot was Freuds leermeester in de hypnose, een methode die Freud snel zou vervangen door vrije associaties. Wie Freud zegt, denkt aan de jarenlange psychoanalyse op de divan. Met hem groeide ook de idee dat vele psychosomatische stoornissen een seksuele oorsprong hebben. Freud kreeg vele aanhangers die elk na een tijd hun eigen weg gingen en een eigen therapievorm ontwikkelden.
In de loop van de twintigste eeuw werd de psychiatrie gesocialiseerd en groeide het besef dat ook de gewone mens complexen en neurosen had. De drempel naar de psychiatrie werd hiermee verlaagd en het beeld van "gesticht" ruimde stilaan plaats voor behandelingen zonder opname. Een diversiteit aan therapieën ontstond in de loop van de twintigste eeuw, de meeste in de vorm van "praattherapie".
De geschiedenis van de farmacologie nam in 1949 een aanvang met lithium (middel tegen manisch-depressiviteit) en kende een snelle groei. Men trachtte opnames en langdurige praattherapieën te vervangen door aangepaste medicatie. Ook op dit terrein kende men een heel snelle evolutie.
Achteraan in het boek vindt men een interessante literatuurlijst van Engelstalige werken en een alfabetische index om het opzoeken te vergemakkelijken.
De auteur heeft een heel vlotte pen en het boek leest en boeit als een spannende roman. Het zal iedereen met interesse in psychiatrie en de geschiedenis in het bijzonder, zeker bekoren .