Titel : De psychohygiënisten : psychiatrie, cultuurkritiek en de beweging voor geestelijke volksgezondheid in Nederland 1924-1970 Leonie De Goei
Dit proefschrift van Leonie De Goei geeft een duidelijke en gestructureerde schets van het ontstaan en verloop van de psychohygiëne in Nederland.We zien dat de invloed van het politieke en sociale leven, evenals de economische crises een weerslag hebben op de evolutie van de psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg in het algemeen. In het begin van de 20e eeuw werd men geconfronteerd met een therapeutische machteloosheid, patiënten werden al te vlug ongeneeslijk verklaard, een oorzaak van de klachten werd niet echt gezocht, alles werd gediagnosticeerd als somatisch en de patiënt werd vaak levenslang opgeborgen in een “gesticht” zodat hij geen schade kon berokkenen aan de maatschappij. Van therapie was geen sprake. De snelle economische, maatschappelijke en culturele evolutie zorgde voor een teveel aan patiënten waardoor de gestichten overvol raakten. Deze manier van werken bracht echter hoogoplopende kosten mee (levenslange opname) en werd door een deel psychiaters ook als onbevredigend beschouwd. Deze gingen, onder invloed van buitenlandse stromingen, op zoek naar andere mogelijkheden om de psychiatrie uit te bouwen. Zij waren, samen met vernieuwingsgezinde psychologen en sociaal werkers, de grondleggers voor de ambulante geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Zo bleven zij zich niet blind staren op de somatische verklaringen als oorzaak van de ziekte, maar gingen meer aandacht besteden aan de psyche, die aan de oorsprong lag van vele ziektebeelden. Ze kwamen tot de conclusie dat niet enkel behandeling, maar vaak ook preventie van ziekte mogelijk was. De aandacht voor de psychische hygiëne won heel vlug aan belang vooral bij de sociaalpsychiaters. Voor- en nazorg bleken onontbeerlijk en maakten de herintegratie van vele patiënten in de maatschappij mogelijk wat een kostenbesparing teweeg bracht. Op politiek vlak wilden de psychohygiënisten de “krankzinnigenzorg” onderbrengen bij sociale zaken (volksgezondheid) in plaats van te behouden bij binnenlandse zaken (armenzorg). Dit voorstel had zowel voor- als tegenstanders maar werd in 1947 toch aanvaard en bleef zodoende niet langer gescheiden van de geneeskunde. De snelle technologische en maatschappelijke evolutie van de zestiger jaren zorgde voor onpersoonlijke en oppervlakkige contacten, onvrede en angst…. de geestelijke gezondheidszorg moest eveneens evolueren van een individuele aanpak naar grotere aandacht voor het gezin, de maatschappij… Zo zag met aan het einde van de jaren zestig de opkomst van nieuwe psychohygiënisten die niet bang waren voor zelfkritiek en meenden dat de bestaande therapievormen achterhaald waren. Individuele therapie werd omgeruild voor therapeutische groepen. Deze vernieuwers achten een verandering van de “ziekmakende maatschappij” noodzakelijk. Na 1970 zag men tegengestelde strevingen, ambities en doelstellingen bij de psychohygiënisten, wat een einde betekende voor de beweging, doch de interesse in de geestelijke gezondheidszorg boette niet aan belang in. Dit lijvige boek is geschreven op een duidelijke, verhelderende en aangename wijze en leest zodoende heel vlot. Er worden regelmatig oude teksten en citaten aangehaald, wat het lezen enigszins kan bemoeilijken door de Oudnederlandse schrijfwijze, doch dit is m.i. niet echt storend. Het bevat uitgebreide voetnoten en een gedetailleerde bibliografie. Een besluit aan het einde van elk hoofdstuk geeft een duidelijke samenvatting van wat voorafging.
Het is een geďllustreerd boek en vooral de oude foto’s van de “krankzinnigenzorg” in het begin van de 20e eeuw geven een verhelderend beeld over wat“opname in een gesticht” in die tijd inhield.
Het is wat mij betreft een verrijkend boek.
(c) copyright - Hilde Freudlacan 2003