Beknopt overzicht van zijn theorie :

Jacques Lacan (1901-1981) was werkzaam als psychoanalyticus. Hij heeft zich, vooral tijdens de gedurende vele jaren door hem geleide seminars, uitvoerig beziggehouden met filosofische problemen. Zijn geschriften, �crits (1966) en Le s�minaire, dat naar verwachting in maar liefst 26 delen wordt uitgegeven, spruiten uit die beschouwingen voort.
Lacan heeft de taaltheorie van De Saussure toegepast op de psychoanalyse. Verlangens en begeerten, door Lacan opgevat als "betekenaars", talige gegevens dus, stuiten in ketens van "betekenden" op elkaar en genereren aldus betekenis.
Mensen staan niet als subjecten buiten die ketens; zij hebben geen toegang tot een waar Zelf dat zich openbaart buiten de taal om. De persoonlijkheid, het zelf, is reflexief en wordt in belangrijke mate bepaald door de taal waarin men van jongs af wordt toegesproken. De mens, stelt Lacan, wordt gesproken door zijn eigen taal.
De belangrijkste wijziging die Lacan in de theorie van Freud heeft aangebracht sluit aan bij dat laatste. Het onbewuste is onttrokken aan het talige bewustzijn; het bevat verdrongen impulsen die pas in de neurose naar boven komen. Lacan stelt hiertegenover dat het onbewuste zich laat lezen als een taal, als een systeem van "betekenaars".
Het Oedipuscomplex, dat volgens Freud een centrale rol speelt in het neurotisch gedrag, wordt door Lacan aangevuld met een zogenoemd "spiegelstadium". In dat stadium identificeert het jonge kind zich met het beeld in de spiegel, zoals Narcissus uit de Griekse mythe. Het kind spreekt over zichzelf in termen van dat beeld, zegt mij, of noemt zich bij de voornaam. Om zichzelf, een "ik" te worden en de wereld van de andere mensen binnen te gaan, moet het kind breken met dit spiegelbeeld. Die breuk houdt het besef in dat de spiegel door andere mensen is voorgehouden: het spiegelbeeld is niet het echte ik. Zo moet het kind uit het imaginaire spiegelstadium stappen en binnentreden in de symbolische orde, waarin niet de vader zelf iets verbiedt maar waarin geboden en verboden in naam van de vader worden uitgesproken. Dan beseft de mens dat het verlangen (bij Freud het libido) gebonden is aan de wet die in de taal betekenis krijgt.
                            

Hosted by www.Geocities.ws

1