![]() |
![]() |
![]() |
| Amman, 30 januari Zoals in ons vorig mailtje vermeld hebben we dus de raad van de turken naast ons neergelegd en zijn toch vertrokken naar de Nemrut Dagi. Na een lange dag rijden, kwamen we in het schemerdonker toe in het dorp aan de voet. Alle hotels waren gesloten maar een van de uitbaters was zo vriendelijk om ons als zijn gast uit te nodigen. Zo belandden we in een typisch turks gezinnetje: op de grond, want stoelen zijn er niet, voor een ronkend kachteltje met zemerige turkse liefdesfilms op TV. De gast vrouw (die � naar turkse gewoonte � enkel kort wordt voorgesteld aan de gasten maar zich voor de rest niet meer laat zien) kookte voor ons een al even typische feestmaaltijd van soep, rijst en stukjes ingewanden of vet van schapen. Met veel moeite probeerden we � zo smakelijk mogelijk � het meeste naar binnen te spelen. De volgende morgen was de hele omgeving witgesneeuwd. Toch vertrokken we op de kleine wegjes aan 2 km per uur richting de top. De laatste kilometers was de weg onberijdbaar en moesten we te voet verder; door sneeuw en een ijskoude snijdende wind. We bereikten wel de top,maar met een zichtbaarheid van niet meer dan een halve meter moeten we toegeven dat we de beelden niet hebben gezien � en een mooi uitzicht was er ook niet echt. Maar we hadden toch geprobeerd en onze eerste noordpool-achtige ervaring overleefd. De gendarmes die we op de terugweg tegenkwamen waren zo verwonderd om in dit weer twee gekke toeristen te zien dat ze ons uitnodigden voor een kopje thee (twee dus aangezien de etikette voorschrijft dat je pas mag weigeren bij het derde kopje). Het zou trouwens een record dag worden: 12 kopjes �chai� kregen we die dag gratis en voor niets van de flikken, de hoteluitbater en het tank station (waar we ook nog eens mochten slapen en de dag nadien een uitgebreid ontbijt kregen). Op naar Syrie dan. De eerste stad in Syrie is Alleppo (de tweede grootste stad van Syrie). Deze heksenketel binnenrijden met de auto bleek ongeveer onmogelijk (alles was nu plots in het arabisch!), gelukkig botsten we op een canadese-syrier die op businesstrip was voor Syrietel (de tweede mobiele operator in Syrie, wat het fabeltje dat mobiele telefonie in Syrie verboden is ook meteen uit de wereld hielp). In de kantoren van Syrietel werd de strategie uitgedokterd om deze twee toeristen met die grote auto door het doolhof van kleine straatjes te loodsen. Enige kwartiertjes later zaten we dan ook opgelucht in ons eerste Syrische, miezerig hotelletje. Het typische lokale avondeten die onze nieuwe vriend ons tracteerde maakte veel goed. In Alleppo liepen we eerlijk gezegd wat verloren. Na een dagje rondkuieren in de moskee en de soeks zijn we de volgende dag dan ook � via de �death cities� (dooie steden, maar minder dood dan gedacht want toch nog enigsinds bewoond merkten we) � naar het Krak de Chevalier (een kruisvaarders kasteel en een van de belangrijkste toeristische trekpleisters in Syrie. S�avond kregen we bij het kampvuurtje op de kamping naast de burcht bezoek van een van de dorpelingen. Hij begon te praten over de politieke situatie van zijn land en het Midden Oosten. Zoals we reeds verschillende keren hadden gemerkt is het echter immens delicaat om met deze mensen over politiek en de huidige situatie in Irak en Israel (een verboden woord hier � zij noemen het de bezette gebieden van Palestina) te spreken. Maar de impact van dat alles op hen is enorm: hij zei dat er vroeger wel dertig bussen per dag kwamen naar het kasteel, nu nog een vijftal mensen per dag. De volgende dag trokken door de woestijn, langs de vele bedouidenkampen richting Palmyra. Op een bepaald moment bevonden we ons ietje dichter dan verwacht bij de Irakese grens (ongeveer 50 km verder). Een 70 tal Irakeese trucks vergezelden ons. We hebben toch maar wijselijk niet gevraagd welk vrachtje zij vervoerden. Caf� Baghdad leek op het eerste gezicht de geschikte plaats om even op adem te komen maar gezien de afkomst van de uitbaters hebben we het toch maar links laten liggen. In Palmyra werden we uitgenodigd (lees: hebben we onszelf uitgenodigd) bij een rijke Syrier die daar een vijfsterren hotel met een 300 tal kamers aan het bouwen was (maar door het gebrek aan toeristen dreigde dit een flop te worden). Die kerel was zo vriendelijk ons te leten kamperen in zijn garage. We leerden hem de kunst van het wiezen terwijl de biertjes rijkelijk vloeiden. Een poging tot e-mailen lukte niet daar Yahoo en Hotmail nog steeds verboden terrein zijn in Syrie, maar we konden wel de website tonen � en hij heeft eens goed gelachen met de fotos van de familie (grapje). Na een stevig en heerlijk ontbijt aangeboden door onze gastheer, zijn we te voet de ruines in Palmyra en de nabijgelegen graven vallei gaan verkennen. Volgende halte was Damascus waar we voor het eerst in een gezellig hotelletje belandden wat een echt backpackers oord bleek te zijn. Toen voor het hotelletje een broertje van Daffy verscheen (eigendom van een nederlands koppel die van Malawi naar huis reden) kon de avond niet meer stuk. De dag nadien hebben we ook nog een eerste andere belg-reiziger ontmoet � een echte expert die al de vierde keer een jaar loopbaanonderbreking neemt. Tussendoor woont hij in een vrachtwagen langs de Schelde in Antwerpen. Wellicht komen we hem wel nog tegen want hij gaat ook naar Ethiopie. Omwille van de dure diesel tax in Syrie � 100 dollar per week, moesten we het land dan al verlaten, toch met enige spijt. Daarenboven was het ook een regenachige dag om Jordanie binnen te komen. Maar het landschap was wel onmiddellijk zeer mooi, met vergezichten die uitkijken op de westelijke jordaanoever ( wat wij Israel noemen, maar waarnaar de meesten hier enkel verwijzen als de bezette gebieden). Wij houden ons in elk geval op de vlakte in die discussie. We zijn in Jordanie begonnen met twee nachtjes wild kamperen rond Jerash tussen de olijfbomen. Door de toch wel hevige regen leidde dat de tweede dag zelfs tot onze eerste echte 4WD ervaring, want we zaten bijna vast in de modder. Momenteel zitten we een dagje in Amman om wat praktische zaken te regelen, want voor de rest verkiezen we toch meer het platte land. Volgende haltes zijn vooral Petra en de woestijn in het zuid-oosten van het land (Wadi Rum). Op naar onze eerste echte woestijntocht dus. Groetjes, De twee hobbits |
| Crossing Africa |
| Midden-Oosten |
| From to |