|
HET SCHRIJVERKE O Krinklende winklende waterding met �t zwarte kabotseken aan, wat zien ik toch geren uw kopke flink al schrijven op �t waterke gaan! Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel, al zie �k u noch arrem noch been; gij wendt en gij weet uwen weg zo wel, al zie �k u geen ooge, geen ��n. Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn? Verklaar het en zeg het mij, toe! Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn, dat nimmer van schrijven zijt moe? Gij loopt over �t spegelend water klaar, en �t water niet meer en verroert dan of het een gladdige windtje waar, dat stille over �t waterke voert. o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, - met twintigen zijt gij en meer, en is er geen een die �t mij zeggen kan: - Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer? Gij schrijft, en �t en staat in het water niet, gij schrijft, en �t is uit en �t is weg; geen christen en weet er wat dat bediedt: och, schrijverke, zeg het mij, zeg! Zijn �t visselkes daar ge van schrijven moet? Zijn �t kruidekes daar ge van schrijft? Zijn �t keikes of bladtjes of blomkes zoet, of �t water, waarop dat ge drijft? Zijn �t vogelkes, kwietlende klachtgepiep, of is �et het blauwe gewelf, dat onder en boven u blinkt, zoo diep, of is het u, schrijverken zelf? En t krinklende winklende waterding, met �t zwarte kapoteken aan, het stelde en het rechtte zijne oorkes flink, en �t bleef daar een stondeke staan: "Wij schrijven," zoo sprak het, "al krinklen af het gene onze Meester, weleer, ons makend en leerend, te schrijven gaf, ��n lesse, niet min nochte meer; wij schrijven, en kunt gij die lesse toch niet lezen, en zijt gij zo bot? Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog, den heiligen Name van God!" Guido Gezelle |
|
|
Op 1 mei 1830 aan de Rolweg in Brugge werd Guido Gezelle geboren, zijn vader was Pieter-Jan en zijn moeder Monica Devriese.
Na zijn schoolcarri�re in zijn geboortestad trok hij in 1846 naar Roeselare om er zijn middelbare studies te volgen en te voltooien.
Op de leeftijd van 20 jaar trok Guido naar het Groot Seminarie in Brugge waar hij studeerde tot 1854. Nog voor zijn priesterwijding ging hij terug naar Roeselare om daar les te geven in het Klein Seminarie. In deze kostschool richtte hij samen met zijn leerlingen een dichtersschool op. Tijdens deze periode kwamen zijn grote dichtergaven naar boven, in 1858 verschenen zijn eerste bundels: "Kerkhofblommen" en "Vlaemsche dichtoefeningen"
In 1860 keert hij terug naar Brugge om er eerst mededirecteur te worden van een Engels College (1860-61) en om vervolgens wijsbegeerte te onderwijzen aan het seminarium Anglo-Belgicum (1861-65). In deze periode (1862) verschijnt zijn derde bundel "Gedichten, gezangen en gebeden" In 1865 werd hij kapelaan in de St.-Walburgis parochie.
Hij schreef enkel verhalen in deze periode, vooral in verband met geschiedenis en taalkunde voor zijn tijdschrift "Rond den Heerd" Hij waagde zich ook op het pad van de politieke journalistiek, eerst met " in 't Jaer 30" en later met " in 't Jaer 70", deze bezigheid was er mee de oorzaak van dat zijn verblijf in Brugge een complete fiasco werd. Als kapelaan aangesteld in Kortrijk brak er een vruchtbare tijd aan voor de dichter, in Kortrijk kwam hij tot rust. In deze stad was Guido een graag geziene en welkome gast, hij maakte er vele vrienden voor wie hij gelegenheidsgedichten schreef. Hij begon ook weer te schrijven in plaatselijke kranten en richtte een nieuw tijdschrift op "Loquela", waarin de taal en volkskunde weer aan bod kwamen.
De dichter was weer ontwaakt en hij produceerde tussen 1880-83 en van 1890 tot aan zijn dood op 27 november twee bundels met prachtige natuurgedichten, religieuze overdenkingen en beschouwingen over het leven, de dood en de eeuwigheid.
In 1893 verscheen "Tijdkrans" en "Rijmsnoer" werd gepubliceerd in 1897. Zijn eigen po�zie is des te merkwaardiger. Zij bevrijdde zich vrij spoedig van de gangbare opvattingen en vond haar karakteristieke klank: een verfijnd en spontaan, diep in de gewesttaal van West-Vlaanderen en in de volkse expressiemiddelen reikend spel van woorden, rijm, en beelden.
Op 27 november 1899 sterft Guido Gezelle te Brugge. |
|