In
het café ernaast, “Café Het Leeuwtje”, zat een blonde vrouw geanimeerd te
praten. In tegenstelling tot Laura, was ze géén opvallende verschijning; met
haar broek die casual was(net als 90% van de broeken in het café);haar
lichtblauwe polo, die mooi pastte bij de kleur van haar ogen, en met haar trendy,
maar afgetrapte schoenen viel ze niet op tussen de menigte. Ze geneerde zich
voor haar afgetrapte schoenen en probeerde ze daarom te verbergen
door haar benen over elkaar heen te slaan. Ze heette Daisy van Dijk (voor
familie en vrienden “Van Dijk) en haar schoenen waren niet de enige dingen
waar ze zich voor geneerde: het Duitse bloed dat in haar aderen stroomde, links
en rechts door elkaar halen en de verkering met Jochem-die-uit-zijn-neus-at in
groep 2 kwamen heel dicht in de buurt.
De man, van ongeveer 40 jaar, die naast haar zat telde af:
“3……2……1…GO!” Bliksemsnel pakte ze haar glas, en dronk haar
wijntje ad fundum, in één keer leeg. Joviaal sloeg ze de man naast haar,
die toevallig de barman was, op zijn schouders. “Jammer joh, Kees” riep
Daisy lachend, terwijl barman Kees proestend en hoestend op adem probeerde te
komen. “Ik was iets eerder, maar dat had iedereen kunnen verwachten. Dus hier
met die 25 euro!”
Zuchtend pakte Kees zijn portefeuille uit zijn achterzak, trok er twee briefjes
uit van 50 euro en gaf die aan Daisy. “Heel aardig en attent van je hoor,
maatje. Maar tussen 100 euro en 25 euro zit een groot verschil!” zei ze,
terwijl ze de briefjes voor zijn neus wapperde.
“He? Wat?” Kees schrok op. “O, kreeg ik nog geld van je?” Achteloos trok
hij zijn portemonnee weer, stopte hij de briefjes erin, en vertrok weer naar
dromenland.
“Laat maar zitten die 25 euro,” zuchtte Daisy. “Wat is er met jou aan de
hand? Je bent er niet goed bij geloof ik!”
Moedeloos en een tikje droevig keek Kees haar aan. “Dat klopt,” zei hij.
“Arie is met pensioen gegaan. En ik, die ’t Leeuwtje al 20 jaar bezit, kan
dat nog steeds niet. Arie is met pensioen, Arie, die notabene nog korter op de
wereld staat dan ik!”
Onbeholpen klopte Daisy hem op zijn schouder. “Kop op,” zei ze vol energie,
terwijl ze hem probeerde op te vrolijken.
Een verdrietige bareigenaar kon nooit
voordelen opleveren, vooral niet voor haarzelf, aangezien ze blut was en net 25
euro was misgelopen. “Nee echt Kees! Na regen komt zonneschijn! Voor je het
weet is er een nieuwe eigenaar en dan kun jij zeggen dat je eerder met pensioen
bent gegaan!”
Kees keek zo mogelijk nog somberder en zijn gezicht straalde een grimmige glans
uit. “Die is er al! Meneer Roland van der Golf-” hij keek alsof hij een
citroen had gegeten. “-heeft ‘De Gouden Kooi’ overgekocht! Het verhaal
gaat dat Arie er 3 miljoen keiharde euro’s voor heeft gekregen, en waarom
zoveel is mij een raadsel.”
Daisy's mond viel open, 3 miljoen euro was wel heel erg veel! “Misschien door de olie die onder het gebouw ligt,"
begon ze. "Of misschien een diamantmijn! Of misschien is Roland van der Golf wel een rijke stinkerd met
teveel poen op zijn bankrekening.”
“Ik ken hem nog van vroeger,” bromde Kees. Daisy deed haar mond open om iets
te zeggen. “En dat is alles wat ik er over wil vertellen!” vervolgde hij.
Verontwaardigd staarde Daisy hem aan, deed alweer haar mond open om in de
verdediging te gaan, maar opnieuw deed Kees haar het zwijgen toe. Kees stond op
en ging weer achter de bar staan, hij had het geluk dat zijn klanten vaste
klanten waren, en zichzelf wisten te bedienen.
“Hoe is dat eigenlijk gekomen?” vroeg Daisy.
“Wat? Waar héb je het over?” vroeg Kees terug, denkend dat het nog over
Roland ging.
“Waarom bedien jij de mensen niet? Daar is een barman toch voor?”
Kees grinnikte zonder vreugde. “Niet deze barman, toegegeven: ik bedien ze 9
van de 10 keer wel, maar iedereen is eraan gewend dat ze zichzelf mogen bedienen als ze
zien dat ik het niet doe. Bovendien krijgen ze dan 10 procent korting op de
prijs.”
Daisy trok één van haar wenkbrauwen op (iets dat had ze geërfd van haar vader).
“En waarom wist ík dat niet?”
Kees deed zijn mond open om te antwoorden, maar dit maal werd hij
onderbroken door haar. “En dat was
een retorische vraag!” Toch weerhield dat Kees er niet van om te antwoorden.
“Jij bedient jezelf nooit of te nimmer!” antwoordde hij geamuseerd. “Ik
kan mensen nooit bedienen als jij er bent, dus door jou loop ik al mijn
inkomsten mis!” Hij knipoogde vrolijk.
“En toch is het niet eerlijk!” antwoordde Daisy quasi-verontwaardigd. De
ringtone van een top40 nummer schalde door het café. 30 mensen grepen in hun
tassen en zakken.
“Sorry, die is van mij!” riep Daisy, en ze drukte op het groene knopje.