Ze was een opvallende verschijning, geheel in het zwart gekleed, hoewel ze zo
nonchalant en onopvallend mogelijk aan de bar van “De Gouden Kooi” probeerde
te zitten. Misschien had heel Zoeterdam het “uit eten gaan” afgezworen.
Misschien was ze gedoemd om voor eeuwig zonder kompaan aan de bar te zitten,
lurkend aan haar sigaret.
Niet dat dat ooit zou gebeuren... Hoopte ze. Ze streek met haar vingers door
haar haar, en zuchtte terwijl ze om zich heen staarde.
“Zeg, is die stoel naast u nog vrij?” vroeg een stem, die ze niet kon
plaatsen. Laura Sprenkels hief haar hoofd op, doofde haar sigaret en keek de man
vragend aan.
“Sorry hoor,” zei ze verbaasd, met haar platte stem. “Ken ik jou ergens
van ofzo?” De man schudde grijzend zijn hoofd.
“Neem mij niet kwalijk,” zei hij. “Het is natuurlijk logisch dat ik mij
even voorstel. Mijn naam is van der Golf, Roland van der Golf. Ik ben de nieuwe
eigenaar van dit restaurant. De oude eigenaar is met pensioen gegaan.” Het
viel Sprenkels op dat hij praatte zoals hij eruit zag; je bent wat je eet, maar
dan anders.
Roland van der Golf droeg een net, 3-delig zwart pak, gepoetste schoenen en een
dure stropdas van zijde. Zijn zwarte koffertje leunde tegen de wand van de bar.
Hij keek Sprenkels nog steeds vragend aan. Wilde hij soms iets van haar?
“Ga je gang!” zei ze vrolijk, nadat ze had besloten maar te doen alsof ze
zijn vragende blik niet had gemerkt. Ze zwaaide lomp met haar armen, en gebaarde
dat hij op alle 49 stoelen mocht zitten. Op zijn gemak ging hij naast Laura
zitten, bedacht zich, en liep naar de achterkant van de bar. “En met wie heb
ik het genoegen om mee te praten?” zei hij, terwijl hij twee glazen uit de
kast pakte.
“Laura Sprenkels,” antwoordde Laura Sprenkels aan hem. “En kap even met
dat “ge-u”, ik ben geen 80.” Hij reikte haar een glas met een, voor Laura,
nog onbekende substantie aan. Vluchtig rook ze even aan het drankje..
“whisky!” dacht ze goedkeurend.
“Maar wát zei je nou daarnet?” vervolgde ze verbaasd. “Is Arie met
pensioen? Dat had die ouwe rakker ook wel even mogen melden! Vandaar dat het
hier zo rustig is, het lijkt verdomme de kerk wel.” Hij staarde haar aan met
lege blik, doch nadenkend. Het voelde alsof hij argusogen had, waarmee hij
iedere millimeter van haar lichaam in zijn geheugen prentte. “Maar..euh,”
zei hij aarzelend. De deuren zwaaiden open, het getik van hakken weerklonk door
de lege zaal. Roland sprong gehaast op, bijna verschrikt leek het wel. In zijn
haast gooide hij drie stoelen omver.
“Ik help je wel even hoor!” bood Laura hem vriendelijk aan.
“Nee!” zei hij dringend en hij deed snel een stap achteruit. Laura begreep
het niet, waarom deed hij opeens zo afstandelijk? Ineens hoorde ze een bekakte,
kille stem. Een stem waarbij ijsklontjes spontaan zouden smelten: “Roland, het
eten staat gereed. Charlie stérft van de honger. Hij heeft zijn
computerspelletje in de steek moeten laten, en hij was al bij level 5…wat dat
ook moge wezen. Als je nu niet snel naar de dinerkamer
komt, zal het je ooit berouwen. Je wilt toch niet dat je enige zoon een
hekel aan je krijgt, terwijl jij hier gezellig aan het keuvelen bent met
deze..” Ze wierp Laura een uiterst kritische blik. “Met deze.. Hm..
jongedame?”
Laura bekeek de vrouw vol ongeloof en afkeer, waar haalde ze het gore lef
vandaan om Roland en haar op die manier te behandelen?! Wie was die vrouw, met
haar perfect gemanicuurde nagels in haar volle bos haar, met haar dure bontjas
en haar hoge punthakken? Diep in haar hart wist ze het, deze feeks was de
partner van die leuke man, waarmee ze net had gepraat. Deze vrouw was de partner
van Roland van der Golf. Roland excuseerde zich, zijn hoofd inmiddels rood
aangelopen. “Ik kom eraan, Nanette. Schat.”
Een
mobiel rinkelde.