![]() |
|
Mediavrouwen als alter ego�s, van imago tot oerbeeld 1. �Erfenis van het moederlandschap� speelt zich af in het park van Beervelde, zowat de enige ongeschonden natuur die nog in Naudts� geboorteplaats Lochristi is te vinden. Het park is de plaats waar de mens zich sedert de industrialisering een toevluchtsoord schiep, waarin hij kon ontsnappen aan het vervreemdende gebeuren in de steeds omvangrijker wordende metropolen en industriesteden. Hoe langer hoe meer hebben exotische bestemmingen deze functie overgenomen. In onze steeds driftiger verkavelde en steeds dichter volgebouwde kontrijen overleven de parken als late getuigen van het verlangen om te worden gekoesterd in de schoot van een bergende natuur. Het zijn misleidende getuigen: echte natuur is wellicht nog minder herbergzaam dan het kunstmatige urbane milieu waarin we onszelf hebben opgesloten precies om aan de onherbergzame natuur te ontsnappen. En omdat het in dat kunstmatige milieu evenmin goed leven is, dromen we ons het betere leven in de verdreven natuur. We proberen haar tot nieuw leven te brengen in een reservaat, uitgespaard in onze kunstmatige wereld. Het park wordt daardoor tot het symbool van een verloren gewaande harmonie, een utopische natuur als bergende en voedende moeder. 2. Zo vergaat het ook de vrouwen die zich in dit decor thuis voelen als kinderen in de moederschoot. Evenals het park lijken ze wel de natuur zelve. Ware het niet dat ze getooid zijn met verfijnde gewaden, die ze van ergens uit de wereld daarbuiten hebben meegebracht. Ze zijn die wereld ontvlucht in het park om er een te worden met de natuur. Jessy de Smet drijft in het water als een kind in de baarmoeder, Ayco Duyster wijdt zich als een heidense godin aan het maanlicht, Bloem de Ligny heeft zich onder het weidse hemelgewelf op de aardbodem te rusten gelegd, Elke van Elderen ligt in een bootje, waarop ze indommelend zal wegdrijven in het duister van het gebladerte, stroomopwaarts naar een verscholen bron toe, en Pascale Bal lijkt wel opgegaan in de woekering van de klimplanten om een oude boom, aan de voet waarvan ze haar kleren heeft achtergelaten. Duisterder tonen weerklinken bij Antje de Boeck en Lula Pena: in zwarte gewaden gehuld, lijken ze te verdrinken in een verdriet om wat ze verloren door niet op te gaan in de bodem waarin ze nu node willen verzinken. Op een luchtiger manier is de verbondenheid weergegeven bij Jits van Belle die ongedwongen haar water aan de bladeren toevertrouwt. En � als een gevallen engel verdwaald in het park � lijkt Jos�e Verbeke, zo blootsvoets in haar n�glig�, vruchteloos op zoek naar wat haar voor altijd lijkt ontglipt. 3. De reeks �Erfenis van het moederlandschap� lijkt op het eerste gezicht uitsluitend aan de vrouw gewijd. Maar de man is niet afwezig. Op �Zelfportret met Bloem de Ligny� verschijnt hij als fotograaf op de achtergrond. Vanuit de bosjes kijkt hij - wat verweesd - toe op het gebeuren in het centrum. In �Sabine De Vos� staat hij zelfs midden in het beeld. Maar de uitgestrekte armen waarop hij de omarming onthaalt, zijn tevens het gebaar waarmee hij de ontspanner bedient. De ontspanner verwijst ons naar de plaats waarheen de fotograaf in werkelijkheid wordt verwezen: terwijl de vrouwen zich terugtrekken in de natuur, trekt hij zich uit het beeld terug. Hij is slechts toeschouwend oog voor hetwelk de vrouwen zich opvoeren. Maar de kunstenaar laat zich niet uit het beeld verdrijven. In �Zelfportret met Bloem de Ligny� heeft hij zes beelden uit een telkens andere hoek tot ��n omvattend panorama van ruim 360 graden aaneengeschakeld. Zo om zich heen draaiend heeft de kunstenaar zich vanuit zijn perifere positie onverhoeds in het eigenlijke centrum van het gebeuren gemanoeuvreerd: niet Bloem de Ligny, maar hij bevindt zich in het centrum, zij het dan niet als lichaam, maar als onzichtbaar oog dat alles zou willen overschouwen. 4. Des te meer moet het dan opvallen hoezeer alle vrouwen hun opgang in de natuur bezegelen door het sluiten van de ogen. De fotograaf kijkt, maar wordt zelf niet bekeken. De blik die de vrouwen hem niet lijken te gunnen, keren ze naar binnen, naar een wereld die ze in zich zouden willen zien opgaan. Het oog dat kijkt naar een lichaam dat het oog naar binnen heeft gekeerd: nooit zullen deze blikken elkaar treffen. En dat werpt een nieuw licht op het gebaar waarmee de fotograaf in het beeld de camera buiten het beeld met de ontspanner bedient. Het is tevens het afwerende uitstrekken van de armen, een gebaar dat de man de allures verleent van een gekruisigde Christus en de vrouw die van een Maria Magdalena, de gevallen vrouw die de voeten van de gekruisigde omarmt. Ze is daardoor als het ware de prefiguur van Lula Pena en Antje de Boeck, zelf weer een dubbele prelude op de zwarte �Vrouw der smarten�: Maria, die haar zoon aan het kruis van de wereld verloor� 5. Onverhoeds zijn we in een wereld terecht gekomen die niet langer iets gemeen lijkt te hebben met die waarin de bekende vrouwen op de foto�s hun namen dragen. Zoals het park zich verhoudt tot de verkavelde wereld, zo verhouden de oerbeelden zich tot het imago dat deze vrouwen is aangemeten in de wereld waarin ze opgeld maken. Als geen ander weet de camera van Naudts het wonder te bewerken waardoor deze vrouwen de metamorfose van imago tot oerbeeld aan zichzelf voltrekken. 6. De veelheid van deze oerbeelden doet vermoeden dat we nog niet in het eigenlijke centrum zijn aanbeland. Naudts� vrouwen lijken wel orakels die in zichzelf de bron willen beluisteren waaruit ze voortvloeiden. Als waren ze slechts dochters van een oermoeder tot wie ze de toegang hebben verloren. De beelden uit deze reeks zijn als evenveel zonnen die cirkelen rond een nachtelijke aarde, in het duister waarvan zich, onttrokken aan ieders blik, het oergebeuren voltrekt. Wat niet belet dat ze in afwachting al deelhebben aan de magie van wat niet kan worden geopenbaard of zich koesteren in de rouw om wat ze elders zochten en in zich niet dreigen te vinden. Wie weet, aanschouwen ze in zich al de zoon die ze ooit aan de wereld zullen verliezen. Is het hier, in dit onzichtbare innerlijk verborgen in het beeld - het echte moederlandschap - dat de fotograaf de blik hoopt te ontmoeten van de moeder die hem baarde? 7. Slechts op het eerste gezicht dus - bij een oppervlakkige benadering - bewandelen we hier begane paden. Al de titel geeft aan dat Naudts een andere verhouding tot het verleden inneemt � het is als de bron waarin men terechtkomt als men zich stroomopwaarts laat glijden. Bij Naudts geen steeds meer verkrampte zoektocht naar een steeds meer ongewone benadering van steeds meer vervreemde verschijningswijzen van de vrouw. Nader ligt hem het allen vanouds vertrouwde dat we allen al altijd in ons droegen. 8. Om dergelijke in het innerlijke gekoesterde beelden in beeld te brengen, dringen zich als vanzelf de gevoelige schakeringen van een geheimzinnig chiaroscuro op. Ongetwijfeld doet het denken aan het licht van de pictoralisten - mij herinnerde het in het bijzonder aan het werk van Gertrude K�sebier (USA, 1852-1934). Maar evengoed komt ons het beeld voor ogen van het schemerduister in de ingang van de grot waarin da Vinci, de grondlegger van deze traditie, Maria met haar moeder en haar zoon situeert. Dit licht is niet het privilege van een strekking in de fotografie, laat staan het waarmerk van een achterhaald gewaande schilderkunst. Het hoort onverbrekelijk bij het oproepen van een wereld die het verblindende daglicht niet verdraagt, laat staan het licht van schijnwerpers. Naudts� in zichzelf gekeerde vrouwen hullen zich in het schemerduister van het park waarin iets overleeft van de intimiteit van het gedempte licht in een interieur. Maar hoe meer we ons laten fascineren door dit licht, hoe meer het tot ons doordringt dat dit niet het licht is van de zon dat wordt getemperd door het gebladerte van de bomen of de schemerzones tussen dag en nacht. Het is een onwerelds licht, een soort uit zichzelf lichtende ether die de vrouwen omhult en zelf de stof lijkt te zijn waaruit ze zijn gemaakt. In �Antje de Boeck� lijkt de lichtende ether zelfs zwart te zijn en het wit uit het beeld te verdrijven. Zag men zwart ooit stralender lichten? Dat is het niveau waarop Naudts het chiaroscuro weet te tillen dank zij de mogelijkheden van de digitale beeldbewerking! 9. In die zin is de �Erfenis van het moederlandschap� niet alleen de plaats waar de geslachten zich uiteindelijk toch vinden, maar evenzeer de zonen onverhoeds hun voorvaderen. Een achterwaarts gekeerde blik stuit wel vaker op wat zich in het heden aan het zicht onttrekt. Stefan Beyst, maart 2002. "Ik weet dat ik geen makkelijk model ben voor een fotocamera. Te meer omdat weinig fotografen erin slagen me te fotograferen op een natuurlijke, ongedwongen manier. De foto's waar ik zelf tevreden over ben, kan ik tellen op ��n hand. Die van Filip hoort daar absoluut bij." Sabine De Vos, TV-persoonlijkheid/ auteur �Behalve door een wildvreemde gevraagd te worden om de lakens te delen of zomaar even uit de kleren te gaan, is �Ween voor mij!?� de meest merk- en gedenkwaardige vraag die me ooit is gesteld. En toch heb ik het gedaan�� Antje De Boeck, actrice "In volle zon plassen in een bos!? Filip stuurde mijn vrijheid. Door mijn onvermogen te �poseren�, mocht ik kiezen voor �acteren�. Zo kon ik beantwoorden aan zijn regie en figureren met een vrij gevoel. En da�s goed!" Jits Van Belle, actrice �Ongelofelijke ervaring om eens een fotosessie met Filip te doen, alleen al voor de aangename en relaxte sfeer waarin wordt gewerkt. Ook het resultaat is verbluffend. Filip's persoonlijkheid komt exact tot uiting in de foto's. Ze stralen rust uit. Vreemd gevoel om samen met hem en tegelijk alleen �in the picture� te staan...� Elke Vanelderen, redactrice-veejay TMF |