 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Onder de spekboom (1997) |
|
|
|
Na vele omzwervingen door Nederland vestigen Remus, zijn zeven broers en zussen en zijn moeder Monika zich direct na de oorlog in een afgebrande villa in Driebergen. Van de vader van Remus wordt gezegd dat die bij een bombardement op Berlijn is omgekomen. Zijn moeder Monika, die eigenlijk Cornelia heet en TBC overgehouden heeft aan een verblijf in een interneringskamp vanwege een relatie in de oorlog met een foute burgemeester, lijdt aan een godsdienstwaan. Op de villa komt een groot bord met daarop de tekst �God is liefde�. Monika geeft haar kinderen verder opdracht om het door haar geschreven pamflet �Armageddon!� in de trein aan de man te brengen. De gevestigde orde heeft de grootst mogelijke moeite om grip te krijgen op dit zooitje ongeregeld. Het leven van Monika en haar kinderen wordt in de loop der tijd wel steeds ingewikkelder: curatoren en andere offici�le instanties zijn op zoek naar Daddy de Groot, een psychiatrische pati�nt die aan Monika is toevertrouwd en enige tijd haar vriend is geweest maar inmiddels vertrokken is naar Nieuw Zeeland om daar de perpetuum mobile uit te vinden, het aan TBC lijdende rijke meisje Hanna, die eigenlijk in Zwitserland in een kuuroord zou moeten verblijven, en uiteindelijk Monika zelf, die opeens met de noorderzon is vertrokken en haar kinderen onbeheerd heeft achtergelaten. Zonder Monika proberen de kinderen hun paradijselijke leven in �God is liefde� zo lang mogelijk te rekken, maar dat wordt onmoglijk wanneer de politie onder de vloer van de villa een lijk vindt van een vrouw, van wie de kinderen zeggen dat het hun moeder is. De politie heeft de grootst mogelijke moeite om van de kinderen, die zeer verschillende versies van het gebeurde vertellen, te vernemen hoe hun moeder overleden is en waarom zij haar in het geheim hebben begraven. |
|
|
 |
|
|
|
|
|
Uitgeverij Luitingh ~ Sijthoff B.V., Amsterdam. ISBN 90 245 2094 0. Omslagontwerp: Luc Couv�e. Omslagfotografie: Gerhard Riebicke. |
|
|
|
|
|
|
In zijn eigen biografie voor www.boekenwereld.nl, schrijft Thijssen over het boek: �Mijn familie is al tamelijk krankzinnig, zoals uit mijn autobiografische roman Onder de Spekboom blijkt, waarin vrijwel niets verzonnen is, en waarin alleen een zekere plotlijn is aangebracht om te voorkomen dat het boek een opeenstapeling van anekdotes zou worden, met bovendien een aantal fast-forward flashes, die enig uitzicht geven op wat er later van de jongeman terechtkwam. (�) Dit is mijn liefste boek. En, nu ik hierover denk, ook het enige dat niemand me gevraagd heeft om te schrijven. Ik liep er al jaren mee rond. De tijd was rijp. Elke scenarioschrijver weet hoe slopend dat vak is, hoe vermoeiend de worsteling met regisseurs en dramaturgen, hoe groot het verschil tussen het mooiste concept en wat er ten slotte op de buis komt. Onder de Spekboom was terug naar m'n eigen wereld, eindelijk weer thuis en baas in eigen huis.�
Dit is een fascinerend boek, met name omdat het grotendeels autobiografisch is en nauwelijks voor te stellen is hoe een dergelijke bizarre familie heeft kunnen bestaan in het kneuterige Nederland van net na de oorlog. Volgens Thijssen zelf is er in het verhaal vrijwel niets verzonnen. Betekent dit dat ook het gezeul met het lijk op werkelijkheid berust?! Het verhaal gaat een beetje als een nachtkaars uit, maar dat kan Thijssen moeilijk verweten worden omdat het in werkelijkheid ook min of meer zo gelopen zal zijn. De titel verwijst naar de spek van het clandestien geslachte varken, dat aan de grote boom bij de villa te drogen hangt.
'Een prachtig boek' (Rinus Ferdinandusse in Vrij Nederland)
Renate Dorrestein: 'kinderen die met aanstekelijke anachronisme het hoofd bieden aan ouders die dood dan wel geschift zijn: Felix Thijssen schiep een van de merkwaardigste gezinnen uit de Nederlandse literatuur en schreef daarover een boek als een donderslag bij heldere hemel.' |
|
|
|
 |
|