|
�De mistral� is een heel aardige roman. Het begin van de broedermoord en de vlucht in het verlaten landschap is mooi getroffen. Het had ook in een spannende thriller gepast. In de science fiction romans die Felix Thijssen na de acht delen van de Mark Stevens space opera schreef lijkt hij de onderwerpen dichter bij de werkelijkheid te zoeken, althans in een nabijere toekomst, en thriller elementen aan zijn verhalen toe te voegen. Je zou dit kunnen aanmerken als een overgang van SF naar zijn latere romans, de Charlie Mann thrillers, maar dan vergeet je dat Thijssen al vanaf 1970 spannende jeugdboeken schreef (onder het pseudoniem Ruard Lanser). In het geval van �De mistral� lijkt Thijssen aan het eind van het boek toch wel wat gehinderd te worden door het aan het begin van het boek geintroduceerde thrillerelement van de moord. In hoeverre is er immers een happy end denkbaar voor een voortvluchtige moordenaar? De mistral uit de titel zorgt voor de ontknoping van het verhaal.
�Thijssen is in SF-kringen erg bekend geworden met een achtdelige romancyclus (waarvan de delen overigens ook los gelezen kunnen worden) over �ruimteverkenner� Mark Stevens. De eerste delen waren voor de jongensmarkt bedoeld, maar de reeks groeide als het ware met zijn lezers mee. Het vorig jaar verschenen slotdeel �De poorten van het paradijs� was een volwassen SF-roman, waarmee de reeks tot een voortreffelijk einde werd gebracht.
Ook het nu verschenen boek is bepaald niet voor de jeugd bedoeld. De eerste helft beschrijft de vlucht van een moordenaar uit Belgi� naar Zuid-Frankrijk en is verreweg het beste gedeelte: de figuur is overtuigend getekend en de beschrijvingen van het Zuid-Franse landschap zijn soms zeer suggestief. Geleidelijk gaat het verhaal over in SF, en ofschoon deze overgang vloeiend verloopt en het SF-element aardig bedacht is, wordt het boek slechter. De in het begin met zichzelf overhoop liggende man verwirdt tot een besluitvaardige ferme kerel die het zaakje wel eens fikst; met andere woorden: een psychologische roman gaat over in een clich�matige avonturenroman, en dat is jammer, want het eerste deel is werkelijk goed.�
(J. Dautzenberg, �SF-boeken: wisselende kwaliteit�, De Volkskrant 20 maart 1976) |
|