|
|
Na de gewelddadige ontknoping van de gijzeling van de bewoners van �Wildschut� is Charlie Mann meer dood dan levend gearresteerd door de politie. Peter Vanal heeft zelfmoord gepleegd. Alleen Jim Borgers en Lisa Deleye zijn aan de politie ontkomen. Charlie Mann, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijfentwintig jaar, weet - zoals Hugo de Groot - in een boekenkist uit de gevangenis te ontsnappen. Eenmaal vrij beramen hij, zijn geliefde Lisa en Jim Borgers een nieuwe slag. Een onbekende, rijke persoon biedt hun 400.000 gulden voor een schilderij van Manet dat zich in een museum in Doornik bevindt, omdat op dat schilderij een familielid afgebeeld zou staan. Mede omdat hij het schilderij niet bijzonder mooi vindt, vermoedt Charlie echter dat de onbekende opdrachtgever andere motieven heeft om in het bezit te komen van het schilderij. Om meer zekerheid te krijgen over de veiligheid van de operatie, probeert Charlie te achterhalen wie de onbekende opdrachtgever is. De man blijkt een geheim verleden in Congo te hebben, waarvan door het schilderij zou kunnen blijken.
Qua intrige en originaliteit is �Jachtschade� minder dan het eerste deel. De ontsnapping uit de gevangenis is spannender dan het einde van het boek, dat juist de climax zou moeten vormen. Vreemd is voorts dat Lisa bevriend blijft met Charlie en Jim, terwijl Jim haar in �Wildschut� nog verkracht heeft.
Ab Visser in de Amersfoortse Courant van 6 januari 1982: �Het is een knappe thriller met veel actie en een goede psychologie van eigenzinnige gedachtenkronkel in het brein van een gangster met nog een residu aan fatsoensbegrippen. Al weer een auteur dus die meewerkt aan de huidige bloei van de Nederlandse misdaadliteratuur.�
VN�s Detective & Thrillergids, juni 1982: ** �Jachtschade heeft als hoofdpersoon weer een Wildschut-figuur na ontsnapping uit gevangenis. Pad naar de vrijheid kan � ook een bekend gegeven � pas open na nog ��n fikse kraak. Opnieuw helder geschreven, goed afgerond, al geeft Thijssens politie de gangsters soms veel tijd om de plot af te ronden.�
�Halverwege is het elke lezer duidelijk dat het verkeerd gaat aflopen, maar de manier waarop is weer tamelijk verrassend, en zo mag men rustig stellen dat Thijssen de belofte van zijn eerste boek in dit tweede al goeddeels heeft waargemaakt.�
(Vrij Nederland, 19 december 1982) |
|