|
|
Bert Zoutkamp heeft zich opgewerkt tot kroonprins en partij-ideoloog van de Partij van de Arbeid: een jongen uit het volk, die `altijd gewoon is gebleven�. Na zijn succesvolle burgemeesterschap van Rotterdam wordt hij minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet Hendrikse. Een ontploffing op zijn jacht bij een tochtje op de Waddenzee maakt echter een abrupt en dramatisch einde aan zijn opzienbarende en ook turbulente carri�re.
Journalist Joop Meijer begint op verzoek van een uitgever aan een biografie van deze markante politicus. Allengs merkt hij dat de dood van Zoutkamp omgeven is met een aantal raadselachtige aspecten. Wie is die man, bijvoorbeeld, die Zoutkamops dochter volgt en foto�s van haar maakt? Waarom willen ambtenaren die aanvankelijk hun medewerking toezegden, niet meer praten met Meijer? En wat heeft een villa in Zuid-Afrika met de Zoutkamps dood te maken?
Thriller geschreven door tien Nederlandse thriller auters, te weten: Henk Apotheker (Hoofdstuk 7), Ren� Appel (Hoofdstuk 2), Ina Bouman (Hoofdstuk 5), Rinus Ferdinandusse (Hoofdstuk 1), Maarten �t Hart (Hoofdstuk 3), Roel Janssen (Hoofdstuk 6), Lydia Rood (Hoofdstuk 9), Tomas Ross (Hoofdstuk 10), Felix Thijssen (Hoofdstuk 8) en Peter de Zwaan (Hoofdstuk 4). Bij het verschijnen van het boek werd een prijs uitgeloofd voor degene die kon raden wie welk hoofdstuk had geschreven. De plot is geinspireerd op Bram Peper. |
|
|
Menno Schenke in het Algemeen Dagblad van vrijdag 3 mei 2002 (�Tienvoudige moord op Bram Peper�):
�Je kunt van Bram Peper van alles zeggen, maar niet dat hij geen gevoel voor humor heeft. De socioloog, die na publicaties in deze krant moest aftreden als minister van Binnenlandse Zaken van Paars II, krijgt vanmiddag het eerste exemplaar van De dood van een kroonprins, een thriller die tien Nederlandse misdaadauteurs schreven op basis van een turbulente periode uit zijn loopbaan.
Peper heet in De dood van een kroonprins Bert Zoutkamp, is PvdA-kroonprins (`een patserige machtspartij') en laat het leven bij een ontploffing op zijn boot, terwijl hij een tochtje rond Schiermonnikoog maakt. Zijn tweede vrouw Suzan, in wie de lezer Neelie Kroes herkent, is in hun buitenhuisje gebleven. Journalist Joop Meijer van NRC Handelsblad krijgt de opdracht van een uitgever om een biografie van de ontplofte minister te maken. Dan ontvangt hij een anonieme brief, waarin wordt gemeld dat Zoutkamp, toen hij nog burgemester van Rotterdam was, met declaraties heeft gesjoemeld.
Meijer gaat op onderzoek uit en speelt en passant die brief door naar Hugo de Vries van het AD. `Doen jullie bij het AD het vuile werk maar', zegt Meijer in hoofdstuk 3. `Kunnen wij rectificeren als jullie d'r naast kleunen.'
De werkelijkheid was anders, zo weet iedereen die destijds het nieuws rond Peper in deze krant heeft gevolgd. En ook de werkelijkheid in deze thriller is anders, maar dat moet u zelf ontdekken.
Tien auteurs schrijven samen een thriller... In ons land is het nog nooit zo goed gedaan. De dood van een kroonprins is een actuele, vermakelijke �n spannende misdaadroman.
Ren� Appel, Rinus Ferdinandusse en Tomas Ross staken op verzoek van directeur Robbert Ammerlaan van de Bezige Bij (in het boek `directeur Remmerstraat van PP') de plot en de verhaallijn van het boek in elkaar. Ze bemoeiden zich ook met de eindredactie, want je kunt je geen clowneske fratsen in een verhaal veroorloven dat met veel tamtam in de boekwinkel komt.
Tien auteurs, maar wie schreef welk hoofdstuk? Dat is onderwerp van een door de Bezige Bij uitgeschreven wedstrijd. De antwoorden moeten voor 20 juni bij de Bij (postbus 751894, 1070 AD Amsterdam) binnenzijn. Op 30 juni, de laatste dag van de Maand van het Spannende Boek, wordt de naam bekend gemaakt van hem of haar die een crimeweekend naar Engeland wint.
Misschien kunt u een beetje hulp gebruiken. Tien tegen ��n is het eerste hoofdstuk geschreven door Rinus Ferdinandusse. De eerste bladzijde met al die k-woorden, dat is zijn humor.
Maar dan? Wat was ook weer een kenmerk van het proza van Maarten 't Hart? Inderdaad, er duikt altijd wel een excentriek beest of een psalm in op. Ina Bouman bekijkt het leven vanuit een feministische hoek, Tomas Ross verlekkert zich graag aan historische anekdotes.
Zes van de tien hoofdstukken zijn niet zo moeilijk toe te schrijven als je regelmatig een Nederlandse thriller leest. Maar wie bijv. Henk Apotheker, Ren� Appel en Felix Thijssen van elkaar weet te onderscheiden, moet snel ook zelf een misdaadroman gaan schrijven. Hij of zij heeft er ongemeen veel kijk op! �
Willy Wielek in Trouw van zaterdag 4 mei 2002 (�Ra ra ra, aan wie doet de kroonprins ons denken�):
Een misdaadroman van tien gerenommeerde thrillerauteurs, dat is toch wel degelijk een curiositeit.(�). Moord in de polderpolitiek, dat is altijd enigszins potsierlijk. Maar de tien hebben samen en in vereniging een uitweg gevonden uit dit dilemma: bij deze intrige is het invoelbaar. Bert Zoutkamp is de kroonprins en de ideoloog van de Partij van de Arbeid: eerst was hij burgemeester van Rotterdam, daarna minister van binnenlandse zaken en het premierschap wenkt.
Driemaal raden aan wie hij ons zeer sterk doet denken, zeker wanneer er ook nog sprake is van veel te hoge declaraties. Maar terwijl deze volgens de berichten er weer geheel is, is gene er geweest: Zoutkamp, minnaar van Schiermonnikoog en stamgast van hotel Van der Werff vliegt vlak bij het eiland met zijn bootje de lucht in. Een ongeluk of opzet? Maar dat lijkt toch wel een erg zware straf voor wat financieel gesjoemel. Aan journalist Joop Meijer wordt gevraagd of hij zijn biografie wil schrijven en te dien einde komt hij in contact (al spoedig in innig contact) met Zoutkamps dochter Anneke. En hij stuit op wel heel vreemde dingen. Waarom stond een oudere man zoveel foto's te maken van Anneke en haar pasgeboren zoontje? Wat heeft een villa in Kaapstad op datzelfde fotorolletje te zoeken? Heeft de Schierse eenlettergrepige alcoholicus die mummelt over een vaartuigje bij het bootje van Zoutkamp een klomp om op te staan? Alles vindt zijn logische ontknoping in een boek dat leest als een trein: je zou zweren dat ��n brein het heeft bedacht en ��n hand het opgeschreven. Er is ook een prijsvraag aan verbonden: wie deed wat? Met de hand op het hart: ik heb geen idee.� |
|