|
|
1957. In het Midden Oosten heerst een gespannen sfeer. Peter Marlow, die tot dusver een bijna indolent leventje leidde als leraar aan een jongensschool voor Egyptische rijkeluiszoontjes, wordt door de Engelse geheime dienst benaderd. Men vraagt hem of hij voor hen wil spioneren. Zijn vriend Henry Edwards, die hem bij de dienst heeft aanbevolen, probeert hem over te halen de baan aan te nemen � te meer daar Peters vrouw Bridget dit werk blijkbaar al jaren doet. Toch heeft Peter er niet veel zin in en zijn afkeer wordt nog groter als hij ook door de Egyptische geheime dienst wordt benaderd.
Hij gaat terug naar Londen om daar een rustige administratieve baan te vervullen, maar dan is het al te laat. Hij zit gevangen in een web van spionage van Engelse, Egyptische en Russische zijde. Als hij tien jaar alter weer naar Cairo teruggaat om de verdwenen Henry Edwards op te sporen, valt het laatste stukje van de puzzel op zijn plaats: het stukje `dubbelspionage�. Peter begrijpt dat er een spelletje met hem gespeeld wordt� |
|