
2.Geschiedenis
1891-'60:
Oprichting & vestiging in 1°klasse
Club Brugge ontstond uit het
samengaan van Brugsche Football club en Vlaamsche FC en werd opgericht in
1891. Het was één van de eerste leden van de voetbalbond en
kreeg stamnummer 3 toegewezen. Charles Cambier was de eerste grote figuur uit
de geschiedenis van Club
en met hem werd in 1920 eerste landstitel gewonnen.
Hector " Torten " Goetinck was in de periode na wereldoorlog
1 een andere vedette van Club Brugge. Hij werd international en trainer van
het nationaal elftal. Club deed 25 jaar lang beroep op hem.

In 1928
zakte Club uit eerste en dat zou zich vaker
herhalen: in 1933, 1939, 1947 1951.
Belangrijkste figuur in de
periode voor WO 2 was Louis
Versyp, met 34 caps de record-international van Club. Club bemachtigde
pas in 1959 een definitieve plaats bij de hoofdmacht. Dat was ondermeer het
werk van Fernand Goyvaerts, die echter
in conflict raakte met de
trainer en in 1962 vertrok naar Barcelona.

1960-'70:
Happel & Opmars tot Belgische n°1
In de tweede helft van de jaren'60
greep Club Brugge naar de macht in het Belgisch voetbal. In zeven seizoenen
werd het twee keer vijfde en
vijf keer tweede. De ploeg bevatte internationals zoals Fernand Boone, Johnny
Thio, Erwin Vandendaele, Raoul
Lambert en de Nederlander Robby Rensenbrink.
Club Brugge was erg
ambieus en kocht onder meer Le Fèvre,
Geels en Henk Houwaart in het buitenland. Dat leverde twee bekerzeges op en na
53 jaar ook een tweede titel onder trainer Leo Canjels.

Club was intussen bijna op de rand
van het faillissement geraakt en burgemeester Van Maele moest een gat van 85
miljoen dichten. Canjels werd het jaar na de titel wandelen gestuurd en het bestuur van Club had in januari 1974 de goede ingeving de
raad van speler Henk
Houwaart te volgen. De nieuwe trainer heette
Ernst Happel en onder deze
Oostenrijker werd Club Brugge de nummer één van het Belgisch
voetbal. Rensenbrink vertrok
naar Anderlecht, Roger Van Gool ging naar Keulen en Ulrich Le Fèvre ruimde
plaats voor zijn landgenoot Rolf Sörensen.
1970-'80: Europese
finales & terugval na Happel
Happel liet ook Vandendaele naar
Anderlecht vertrekken en kneedde een nieuw team rond René Vandereycken en
Raoul Lambert, die één van de
beste aanvallers van het land was gebleven. Met
Birger Jensen in het doel, Fons Bastijns,
Leekens, de Oostenrijker Eddy Krieger en Jos Volders achteraan en Julien Cools
en Pol Courant op het middenveld,
haalde Club drie titels op rij en speelde twee
Europese bekerfinales tegen Liverpool. Er werd twee keer verloren, maar
Club was de eerste Belgische club die de finale bij de landskampioenen bereikte.
Club Brugge haalde met Jan Ceulemans
een nieuwe superspits in, maar eind '78 vertrok Happel.

Club leek zijn beste tijd gehad te
hebben, maar werd in 1980 opnieuw kampioen onder de Nederlander Han
Grijzenhout. De ploeg was echter verouderd en Club zakte het seizoen nadien
weg. In het seizoen 81-82 kocht Club ongeveer een volledig nieuwe ploeg, maar
het moest uiteindelijk nog vechten om de degradatie te ontkomen. De periode
82-84 waren de Kesslerjaren, Kessler zorgde opnieuw voor Europees voetbal en
bracht bovendien Marc Degryse in de ploeg.

1980-'00:
Houwaart-Leekens-Broos-Gerets
In het seizoen 1984-1985 was Houwaart de nieuwe
trainer en Club werd 2de in de competitie, in het daarop volgende
seizoen. In het seizoen 1989 kwam Leekens, die Staelens zou meebrengen. Onder
Leekens kon er een nieuwe titel worden
gevierd. Het seizoen daarop wonnen
ze de Beker.

Daarna kwam Broos, die Club in zijn
eerste jaar naar een landstitel en een
halve finale in de EC 2 loodste. De
volgende jaren waren iets minder, maar in het jaar daarna
behaalde Club de kwartfinale in
de Beker der Bekerwinnaars en in 1995-96 werd het weer eens kampioen.
Tijdens het competitiejaar 1997-98 werd Club met een boulevard voorsprong
kampioen en miste het
de dubbel door de finale te verliezen. Doch kreeg
het niet langer de rode loper uitgerold en een noemenswaardige prijs werd
niet meer bereikt.
2000-nu: Opnieuw succes
onder Sollied
In 2002 kon Club
onder Sollied toch voor de 8ste keer pronken met de Beker
v. België. Als bekerwinnaar mocht Club dus
aantreden in de supercup, die het
won met 2-0 van landskampioen Racing Genk. In
2002-2003 werd Stoica weggehaald bij aartsrivaal Anderlecht, wat voor
heel wat commotie zorgde. Niettemin speelde Club het hele seizoen op een
constant en hoog niveau. Net als in 1998 stond er geen maat meer op Club en
het kon na vijf jaar eindelijk de bijnaam 'Poulidor van het Belgisch voetbal'
van zich af schudden. De twaalfde titel werd als een bevrijding gevierd en
Brugge gooide alle remmen los.
Het voorbije seizoen deed Club niet
mee voor de titel, maar het pakte toch nog een tweede stek
na een knappe remonte. Tevens konden de spelers de 9e beker
in de lucht steken. Er was ook een knappe campagne in de Champions League, met
o.a. de memorabele zege op Milan.
