Brahms
   Hongaarse Dans nr 5
Biografie
Benny Anderson
Bjorn Ulvaeus
Duits componist (Hamburg 1833 - Wenen 1897)

Johannes Brahms, zoon van een muzikant van eenvoudige afkomst, moest in zijn jeugd evenals zijn vader zijn brood verdienen met het spelen en arrangeren van dansmuziek. Wel ontving hij een gedegen opleiding bij zijn vader en bij E. Marxse. Als tienjarig wonderkind begon hij als concertpianist op te treden en op veertienjarige leeftijd dirigeerde hij voor het eerst en wel een mannenkoor.
In 1853 maakte hij als begeleider van een violist zijn eerste concertreis. In Hannover ontmoette hij de violist Josef Joachim (1831-1907), die hem bij Liszt introduceerde. In D�sseldorf bezocht hij Robert en Clara Schumann, die zeer geestdriftig op zijn eerste pianocomposities reageerden. Tot Schumanns dood (1856) verbleef Brahms, die een diepe genegenheid voor Clara koesterde, hoofdzakelijk in D�sseldorf; daarna was hij o.a. als dirigent en componist met toenemend succes werkzaam in Detmold, Hamburg en Wenen, de stad die hij in 1862 tot vaste woonplaats koos. In 1853 had een geruchtmakend artikel van Schumann voor het eerst de aandacht op de jonge componist gevestigd: 'Dit is een geroepene'... 'Geniaal spel'. Nu vond hij in de muziekcriticus Ed Hanslick en zijn vriend Joachim zijn trouwste partijgenoten in de in 1860 openlijk ontbrande strijd met het kamp Wagner-Liszt, waarin Brahms zichzelf tot een 'traditionalist' had bestempeld.
In Wenen kreeg hij ook de zozeer begeerde vaste aanstelling als dirigent, die hem in Hamburg tot tweemaal toe ontging. Gedurende het seizoen 1863-1864 leidde hij de Wiener Singakademie en van 1872 tot 1875 de concerten van de Wiener Gesellschaft der Musikfreunde. Daarna wenste hij zich niet meer te binden, hetgeen hem in financieel opzicht mogelijk werd gemaakt door de hoge honoraria van zijn uitgever Simrock en de opbrengsten van zijn vele concertreizen.
Binden deed Brahms zich ook niet met Agathe von Siebold, de muzikaal begaafde dochter van een hoogleraar: vlak voor het huwelijk verbrak hij de verloving.
Tot in 1876 bleef Brahms' oeuvre hoofdzakelijk beperkt tot kamermuziek en vocale werken; in dat jaar voltooide hij, ruim veertig jaar oud, zijn eerste symfonie. Zijn overige symfonische werken, waartoe ook zijn concerten gerekend worden, ontstonden in een periode van twaalf jaar, meestal tijdens de zomermaanden, die hij onder andere in Salzkammergut en Zwitserland doorbracht.
Als uitvoerend kunstenaar beperkte Brahms zich steeds meer tot het dirigeren van eigen werk. Na de dood van Wagner (1883) gold hij voor velen als de belangrijkste Duitse componist. De universiteiten van Breslau en Oxford verleenden hem eredoctoraten. De zanger Messchaert is vurig pleitbezorger van zijn liederen.
Na de voltooiing van zijn symfonisch oeuvre wendde Brahms zich opnieuw tot de kamermuziek en het lied. Tijdens een periode van verminderde scheppingskracht werkte hij veel vroegere schetsen uit tot korte pianocomposities. In 1896 ontstonden, vlak voor Clara Schumanns dood, de Vier Ernste Ges�nge op. 121. De elf koraalvoorspelen op. 122 vormen zijn laatste werk. Van zijn vele brieven aan vrienden en collega's is een groot deel uitgegeven, o.a. door de Deutsche Brahms Gesellschaft. Johannes Brahms overleed, na een betrekkelijk kort lijden aan leverkanker, op 3 april 1897 te Wenen.

De meeste componisten van de Hoog-romantiek achtten Beethovens symfonie�n het hoogst bereikbare. Anders dan Wagner of Berlioz beschouwde Brahms, die zijn eigen muziek nooit heeft willen belasten met een literaire inhoud en die zelfs in zijn liederen het melodische element liet prevaleren boven het dramatische, Beethoven symfonie�n vooral als monumenten van vormbeheersing, van ambachtelijk meesterschap over het zuiver muzikale materiaal. Zijn eigen oeuvre wordt dan ook gekenmerkt door het met strenge zelfkritiek nastreven van dit meesterschap, een streven dat duidelijk naar voren treedt in zijn vele contrapunt-, variatie- en instrumentatiestudies. Brahms greep hierbij steeds verder terug in de muziekgeschiedenis: de polyfonie van Bach, de koorwerken van de barok en zelfs de kerktoonsoorten hebben zijn werk be�nvloed, bijvoorbeeld in zijn gebruik van de passacaglia-vormen (variaties op een zelfde basthema; o.a. Vierde symfonie en Haydnvariaties) en de vocale stijl van zijn a capella-koorwerken, die tot in Ein Deutsches Requiem (1857-1868) doorwerkt.
Deze stijlelementen wist Brahms op gelukkige wijze te combineren met de harmonische en melodische middelen van de Romantiek, waaraan hij een sterk persoonlijke ritmiek toevoegde, gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van syncopen en afwisseling of gelijktijdig optreden van twee- en driedelige metra.
Brahms voelde zich pas opvallend laat opgewassen tegen het symfonische genre. Zijn vroegste werken schreef hij voor zijn eigen instrument, onder meer de pianosonates op. 1, 2 en 5. Het Eerste pianoconcert, voltooid in 1858, was oorspronkelijk een sonate voor twee piano's. Zelfs de Haydnvariaties voor orkest (1873) ontstonden gelijktijdig met een versie voor twee piano's. De twee serenades uit 1858-1860 vormen zijn eerste eigenlijke orkestwerken. Uit dezelfde tijd dateren de schetsen voor zijn Eerste symfonie, die hij pas in 1876 voltooide

In zijn vocale oeuvre toont Brahms zich vooral de meester van het strofelied, dat bij hem het volkslied benadert; ook uit zijn tekstkeuze blijkt vaak zijn romantisch gekleurde voorliefde voor het volkslied.
Daarnaast schreef Brahms talloze composities voor uiteenlopende vocale bezettingen, a capella (vaak op teksten uit de bijbel, waarmee hij zeer vertrouwd was), met pianobegeleiding (o.a. Liebesliederwalzer) of met orkest (o.a. Schicksalslied, Triumphlied, Gesang der Parzen). Hoogtepunten vormen hier de Altrapsodie en Ein Deutsches Requiem.
www.villatutti.nl
Terug naar Repertoire
Repertoire
You need Java to see this applet.
Links
Hosted by www.Geocities.ws

1