Familie kroniek Zoon Abel ( 1881 ) nam na het overlijden van zijn vader in 1902 de boerderij over en moest daarbij zijn vijf nog levende broers en zusters uitkopen voor elk 2416.70. Ondankts de voortdurende uitbreiding van de bezittingen ging het het bedrijf niet echt voor de wind en Abel was, mede door zijn drinkgedrag, genoodzaakt tot veertig duizend gulden te lenen om het hoofd boven water te houden. In 1919 vond de familie dat er een grens was bereikt. Broer Harm, op dat moment wonend in het Drentse Buinen, Gemeente Borger, werd gevraagd de boerderij en de landerijen Van Abel over te nemen. Nog in 1919 vond de overdracht van broer naar broer plaats en op 12 april 1920 volgde de verhuizing van Harm en zijn gezin naar Oude Pekela. Harm Vrieze was geboren op 17 maart 1877 te Oude Pekela en ging aldaar naar de Hendrik Westerschool. Hij was een goede leerling, maar moest na de zesde klas thuis in het boerenbedrijf gaan werken. Van maart 1897 tot mei 1899 diende hij als matroos derde klassen onder stamnummer 5728 de Koningklijke Marine te Willemsoord bij Den Helder Op 27 mei 1902 trouwde hij me de bijna twee jaar oudere Albertina Wolthuis uit Nieuw Buinen. Zij was een dochter van Jans Wolthuis en Jitske de Boer. Kort na het overlijden van moeder Jitske trok vader Jans naar Amerika. De achtergelaten Albertine vond onderdak bij Bakker Huls in Nieuw Buinen Na zijn diensttijd trok Harm Vrieze naar Nieuw Buinen ( Buinerveen) om bij Huls het Bakkersvak te leren. Hij leerde er naast het bakken ook Albertina kennen en zo is het gekomen. Harm en Albertina trekken in bij het gezin Huls en worden na negen maanden verblijd met hun eerste zoon Hendrik (Henny) geboren op 19 februari 1903. Een paar maanden later maakt een voordurend terugkeren bakkersexzeem een eind aan de bakkersloopbaan en Harm werd weer boer, eerst in Nieuw Amsterdam, vanaf maart 1904 aan de Eltjenswijk – broer Abel beheerde op dat moment nog de ouderlijke boerderij- in Oude Pekela. Daar werden respectievelijk 1904, 1906 en 1909 achtereen volgens de zonen Jitsko en Berend Lubbertus ( Bé) en dochter Ellechiena Albertina ( Elly) geboren. In 1916 werd boer Harm de pacht opgezegd en , zoals eerder vermeld, verhuisde het gezin naar Buinen om daar verder te boeren. Hoewel ze er maar vier jaar hebben gewoond, hebben de Vriezes er zoveel positieve ervaringen opgedaan de ze de rest van hun leven regelmatig verhalen over Buun'n' bleven vertellen. In 1920 keerde het gezin terug naar Oude Pekela, nu naar de Noodvluchtwijk 30 De jaren tussen de werldoorlogen waren niet de gemakklijkste: de prijzen voor de meeste landbouwproducten liepen terug en de kosten voor zaai en pootgoed stegen. Maar met hard werken slaagde familie erin het hoofd boven water te houden. In 1933 stierf Albertina aan een longaandoening: een zware slag voor het gezin. Jitsko was toen al getrouwd en bewoonde met Hinderika Jantina( Riek) Koets de boerderij Dairy Farm in Oude Pekela. Hendrik Bé en Elly bleven na het ovelijden van hun moeder op de boerderij. In de tweede wereldoorlog veranderde er nogal wat. Bé trouwde met Antje ( Anny) Meijer en vader Harm beeindigde in juli van dat jaar zijn werkzaamheden op de boerderij. Samne met zoon Henny verhuisde hij naar een voormalige Kapiteinswoning aan de Feicko Clock straat 79, later herdoopt tot Hendrik Westerstraat 105. De ervan mej F. Wessels ontvingen hiervoor een koopprijs van fl. 5.500,-. Henny en Bé pachtten vanaf dat moment elk ongeveer de helft van de boerderij. Harm Vrieze stierf op 3 juli 1968. Tot zijn dood bleeft hij bij verjaardagen, bij erkend christelijke feestdagen, bij Oud en Nieuw enop zondagen het traditionele middelpunt van de familie In 1966 ging de boerderij over in handen an de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw. Henny boerde er nog twee jaar door en mocht gedurende die tijd gebruik maken van de boerderij en de aangrenzende schuur. Bé stopte met werken en verhuisde met Anny naar de Scheepshellingstraat. In februari 1969 werden de landerijen met de opstallen verkocht. Buurman Luppo de Boer kocht het grootste deel, de andere nabije buren, Jan Geertsema en Gezienus Meyering, namen een kleiner deel over. De rest ging naar verre buren: Hendrik Draijer en Geert Gras. Sietse Wiekens kocht de boerderij en de schuur en begon er een varkensmesterij. Een aantal jaren later werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor een fraaie woning. Twee van de drie lindebomen staan er nog en markeren ongeveer een eeuw boerenbestaan. Harm Berend Vrieze