“Neen, u kunt geen afspraak maken. U moet langskomen en op uw beurt wachten”. Het is de tweede keer deze week dat ik in de rij moet staan. De eerste keer voor mijn kentekenbewijs en vandaag vanwege een probleem met een plaatselijke belasting.
De ellende begon vorige week donderdag, toen ik me bij de “souspréfecture” meldde voor de overschrijving van een het kentekenbewijs van de auto die ik enkel dagen daarvoor had gekocht. De receptionist kijkt me aan en schudt zijn hoofd: “u moet een andere keer komen, we hebben een probleem met onze computers”. Daar stond ik met mijn documenten en mijn tas met versnaperingen, een boek en een puzzel. Want zo ga ik tegenwoordig op pad als ik een overheidsdienst nodig heb. Urenlang wachten is hier normaal. Of het nu bij de Kamer van Koophandel is of bij de gemeente, het postkantoor of de bank. En wachten doe je niet alleen in de gang, maar soms ook tegenover de ambtenaar die zich over je vraag buigt. En dan helpt een boek. Want dan is de lol van het laten wachten, zo lijkt het, eraf.
Dat merkte ik toen ik een jaar geleden een kentekenbewijs voor onze boot aanvroeg. Ik moest naar “les Affaires Maritimes”. Een keer ging ik voor niets, want “dit soort zaken wordt uitsluitend op dinsdagen en donderdagen behandeld.” Maar, dat wordt niet gemeld als je belt voor informatie. Toen het wel lukte, werd ik verwezen naar de dame die bekijkt of alles in orde is.
Ik klopte, mocht binnenkomen, maar kreeg geen enkele reactie toen ik vriendelijk “bonjour” zei. Een uiterst kort knikje met het hoofd, indiceerde dat ik mocht plaatsnemen. Vervolgens ging alle aandacht weer uit naar het computerscherm en de papieren rond het toetsenbord. Ik besloot mijn boek te pakken. Dat was kennelijk niet de bedoeling. Nog geen halve minuut later, mocht ik aanschuiven. Mijn uitgestoken hand werd genegeerd. “Uw documenten.” Ik verstrek vervolgens vier exemplaren van de verkoopakte, het oude kentekenbewijs, een kopie van het identiteitsbewijs van de verkoper, mijn paspoort, mijn “carte de séjour” (de verblijfsvergunning die je nodig hebt als je in Frankrijk wilt werken) en een factuur van het elektriciteitsbedrijf voor de verificatie van het woonadres. “Ah, u bent buitenlander. Dan mag u hier geen boot kopen.” Ik leg uit dat ik al ruim zes jaar op Guadeloupe woon, getrouwd ben met een fransman en over alle benodigde papieren beschik. Bovendien ben ik afkomstig uit een EEG-land. “Tja, maar dan heb ik toch nog een ander document nodig, namelijk een verklaring van de gemeente dat u woonachtig bent in Abymes.” Ze kijkt me triomfantelijk aan en overhandigt me mijn documenten.
Ik had me voorgenomen me niet zomaar te laten wegsturen. De dag dat ik vergeefs bij maritieme zaken aanklopte, had ik gevraagd of mijn papieren in orde waren. En dat waren ze. Ik weigerde dus mijn papieren terug te nemen, keek haar allervriendelijkst aan en zei: “maar dat begrijp ik niet. Volgens uw collega, zijn mijn documenten in orde.” “Ja, maar de wet is de wet. Wacht u even, dan ga ik iets navragen.” Na een minuut of tien komt ze terug. “Helaas, ik kan niets voor u doen, ik heb die verklaring echt nodig.”
Omdat ik veel te winnen en weinig te verliezen had, bleef ik glimlachen. Ik wilde niet nog een keer terugkomen. “Kunt u me uitleggen wat deze verklaring toevoegt aan mijn carte de séjour waarop mijn woonadres vermeld staat. Een adres dat overeenkomt met dat op de rekening van het Energiebedrijf, de verkoopacte en alle andere documenten die ik u overhandigd heb?” Ze kijkt me aan, rukt de papieren uit mijn hand, bekijkt mijn carte de séjour, zucht en zet het stempel op het formulier dat gebruikt wordt voor het vervaardigen van het kentekenbewijs. Terwijl ze mijn spullen teruggeeft, verzucht ze: “de Franse wetgeving is soms stompzinnig.” Goedendag.”
Toen ik dinsdag weer naar de “souspréfecture” ging, kreeg ik nummer 41 uitgereikt. Aan de beurt was nummer 16. Anders dan bij de gemeente Dordrecht, krijg ik geen indicatie over het moment waarop ik geholpen zal worden. Ik neem plaats tussen de wachtenden en pak mijn boek. Ik heb geluk. Een aantal wachtenden is niet meer in de hal als zijn nummer wordt afgeroepen. Na ongeveer twee uur ben ik aan de beurt. Tien minuten later en 425€ armer, maar met mijn kentekenbewijs, verlaat ik het gebouw.
Deze week moest ik naar de Belastingdienst om een zakelijk probleem te regelen. Ik meld me op het adres dat op de aanslag staat. Ik ben niet de enige. Buiten en binnen tref ik bezoekers. De meesten wachten op het moment dat ze kunnen betalen. Maar ik wil niet betalen. Ik wil een inlichting, of liever kwijtschelding van deze belasting. Er is geen portier of receptionist. In de ontvangstruimte hangen wel twee nummerautomaten. Het is me absoluut niet duidelijk uit welk apparaat ik mijn nummer moet halen. Ik trek dus maar twee kaartjes en in beide gevallen zijn er ongeveer 50 wachtenden voor me. Misschien ben ik niet de enige die twee nummers heeft getrokken! Ik zoek naar een indicatie over de plek waar ik moet zijn, maar er is niets te vinden.
Ik heb geluk. Een medewerkster van de Belastingdienst steekt haar hoofd buiten de deur waarop het woord ‘’receptie” staat en waarvoor ik een nummer had getrokken. Na enige discussie, vertelt ze me dat ik naar een ander adres moet. Het geluk lacht me nog een keer toe. Daar aangekomen, tref ik geen rij, geen nummerautomaat, maar een vriendelijke receptionist die me doorverwijst. Nog geen minuut later, zit ik aan het bureau van de belastinginspecteur. “U komt uit Nederland?” Hij is er nog nooit geweest, wel langsgekomen op weg naar Scandinavië. “Ik vind uw ogen heel erg mooi. Nee, u hoeft niet te betalen, maar uw brief waarin u om kwijtschelding vraagt, hebben we nooit ontvangen. Als u vijf minuten tijd heeft, maak ik de aanvraag in orde.” Natuurlijk heb ik die vijf minuten. “Jammer dat u niet terugkomt”, zegt hij terwijl hij mij een hand geeft. Ik verlaat opgelucht het pand. Dit keer bleven mijn boek, puzzel en versnaperingen onaangeroerd in de tas.