Na ruim vier weken sociale crisis op Guadeloupe, is de Franse regering eindelijk te hulp geschoten. Althans daar lijkt het op. Gisteren presenteerde de Franse president na een zeer bekritiseerde radiostilte van 29 dagen – tijdens een kort televisieoptreden – een pakket maatregelen ter waarde van 580 miljoen euro. Deze maatregelen openen onder meer de mogelijkheid tot een netto salarisverhoging van ongeveer 200 euro per maand voor mensen met een minimumloon en een verbetering van het inkomen van sociale minima. Dit is een van de belangrijkste onderdelen uit het 136 punten tellende eisenpakket van de vakbonden. Een pakket dat alle aspecten van het leven op Guadeloupe omvat.
De vakbonden, die zich hebben verenigd in de breed gesteunde “Liyannay kont pwofitasyon*” (LKP), vinden in de voorstellen van de Franse regering voldoende aanleiding om de onderhandelingen te hervatten. Ze zijn echter behoorlijk sceptisch over de mogelijkheden om tot een akkoord te komen. ‘De voorstellen zijn nogal vaag’, aldus LKP-leider Domota.
Hoewel de mobilisatie gewoon doorgaat, heeft een aantal ondernemers vandaag zijn deuren voor het publiek geopend. Maar om te gaan werken of winkelen, moeten automobilisten manoeuvreren tussen de door jongeren opgeworpen barricades of de resten daarvan.
Bijna vijf weken sociale crisis op Guadeloupe laat zijn sporen na. Er valt een dode te betreuren: een vakbondslid dat na afloop van een vergadering van de LKP bij het omzeilen van de barricades in zijn auto is doodgeschoten. De situatie ter plekke was zo onveilig, dat hulpverlenende diensten pas na twee uur bij het slachtoffer konden komen. Diverse grotere en kleinere ondernemingen zijn in vlammen opgegaan. De twee grootste zijn eigendom van Franse families die op het eiland zijn sinds de kolonisatie: hier aangeduid als Békés. Winkels zijn geplunderd. Belangrijke wegen zijn gebarricadeerd met uitgebrande autowrakken, rotsblokken, oude koelkasten, afvalcontainers en boomstammen. Nu al is bekend dat vele honderden, meestal kleine, bedrijven hun poorten moeten sluiten.
Velen vragen zich af waarom de crisis zo lang moet duren en waarom de Franse regering en zeker de Franse president, die erom bekend staat direct te reageren op gebeurtenissen in het land, zich pas nu laat zien. De meeste mensen op Guadeloupe voelen zich door hun regering behoorlijk in de steek gelaten. Een gevoel dat overigens al jaren heerst. Want het probleem is niet nieuw. De overzeese departementen van Frankrijk kampen al jaren met hoge werkeloosheid, hoge prijzen en lage inkomens en ontmoeten dovemansoren als om maatregelen of hulp wordt gevraagd.
Voeg daarbij dat een groot deel van de bevolking nog steeds het gevoel heeft overheerst te worden en zijn slavernijverleden niet heeft verwerkt. Zoals de voetballer Thuram het zei: ‘Guadeloupe heeft nooit gerouwd.’ Terugkomend op het gevoel van overheersing: het is niet voor niets dat het woord ‘uitbuiting’ (pwofitasyon) deel uitmaakt van de naam van de beweging LKP.
De sociale crisis op Guadeloupe heeft tot doel de koopkracht te vergroten. Het verhogen van minimumloon en uitkeringen is daarbij een belangrijke pijler. Maar er wordt ook onderhandeld over het blijvend verlagen van 100 groepen van artikelen die behoren tot de dagelijkse behoefte van levensonderhoud.
Over de verlaging van de benzineprijzen was al een akkoord bereikt. Maar er zal in de nabije toekomst ook nadrukkelijk gekeken worden naar de wijze waarop deze worden vastgesteld. Er moet meer transparantie komen. Niet alleen waar het gaat om de prijs van brandstof, maar ook die van water en gas. Andere belangrijke eisen houden verband met de huurprijzen, de hoogte van belastingen, de tarieven die banken hanteren. De duurste Franse banken zijn gevestigd op Guadeloupe!
Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om de koopkracht. De gebeurtenissen zullen leiden tot een discussie over de toekomst van de overzeese gebieden, de relatie met Frankrijk, de status van de eilanden. Hoewel in 2003 het overgrote deel van de bevolking zich uitsprak tegen onafhankelijkheid, lijkt het erop dat er aan het einde van dit jaar opnieuw een referendum plaatsvindt waarin de vraag over een grotere autonomie van het eiland centraal staat.
Tot slot nog dit. Net als in Frankrijk, zijn stakingen op Guadeloupe een regelmatig terugkerend fenomeen. Het is hier de manier om overleg binnen een onderneming of bedrijfstak af te dwingen. Binnen de meeste bedrijven bestaat er geen vorm van werkoverleg, communicatie, overleg over arbeidsomstandigheden en/of salarissen. Werknemers zijn een kostenpost en worden niet beschouwd als het kapitaal van een onderneming. En dit al sinds mensenheugenis.
De huidige sociale crisis is het resultaat van een maatschappij die worstelt met het verleden en geen gat ziet in de toekomst. Er is sprake van een maatschappij die niet wordt gehoord. Een maatschappij die zich voelt achtergesteld bij de rest van Frankrijk. Een maatschappij die net als iedereen te maken heeft met de financiële crisis. Een crisis echter die hier nog veel harder aankomt dan elders.
Misschien is het te danken aan de huidige LKP-leider Elie Domota dat de stem van Guadeloupe wordt gehoord. Hij heeft het voor elkaar gekregen dat vrijwel iedereen, behalve misschien enkele grote werkgevers, de protestbeweging steunt en het ongemak voor lief neemt. Hij blijft kalm onder alle omstandigheden en onderscheidt zich daarmee van zijn voorgangers en collega-vakbondsleiders. Zelfs de rebellerende jongeren lijken zijn advies om vooral kalm te blijven, te volgen.
Hoe dan ook: de komende dagen zijn bepalend. De onderhandelingen zijn hervat. Iedereen wacht met spanning de gebeurtenissen af.
*)Beweging tegen uitbuiting