De week begint rustig. Zondagmorgen 12 augustus worden we gewekt door het geblaf van Balou: de tuinman. Omdat we de vorige nacht nogal laat naar bed gingen, was ik de afspraak met Laurent vergeten. Ik leg hem uit wat er moet gebeuren (nogal veel, want de tuin verkeert in een deplorabele toestand) zodat hij aan het werk kan gaan. Na het ontbijt besluit ik een handje te helpen. Gras maaien, en de kanten bijwerken met mijn elektrische ‘débroussailleuse’ (kantenknipper?). Ik stop na twee uur, omdat mijn botten en spieren het laten afweten. Laurent werkt door tot het einde van de middag: mijn tuin ziet eruit om door een ringetje te halen.
Maandagavond krijgen we de eerste berichten over een tropische storm die onze richting uitkomt. De weerman (mijn zeer gewaardeerde Monsieur ‘Bonswaar’) kondigt aan dat “we dit fenomeen de komende dagen nadrukkelijk zullen volgen”. Omdat het niet de eerste keer is dat er een tropische storm op komst is, maak ik me niet zo druk. Wel volg ik met iets meer interesse de weersverwachtingen. Dinsdagavond lijkt er nog geen reden tot zorgen, maar aan het einde van de week wordt er veel regen verwacht.
Woensdag is het mooi weer. Dat komt goed uit, want 15 augustus (Maria Hemelvaart) wordt er niet gewerkt in Frankrijk. Een prima dag voor een uitstapje met onze boot. Met Xavier, Asina, Gilles, Fabi et baby Leonardo (die altijd naar je lacht) brengen we een heerlijke dag door. Xavier heeft zijn waterscooter meegenomen. JP en ik maken samen een tochtje. Helaas neem ik de bocht iets te snel. Met een grote klap vallen we van de scooter. Ik verlies mijn zonnebril. Verder lijkt er niets aan de hand.
’s Avonds wordt duidelijk dat de tropische storm Dean zich ontwikkelt tot een orkaan categorie 2. Dat wil zeggen een storm met windvlagen die een snelheid van 160 km per uur kunnen bereiken. Er wordt een voorwaarschuwing gegeven: iedereen moet zich voorbereiden op de passage van een cycloon. ’s Nachts heb ik moeite de slaap te vatten. Het is toch de eerste keer dat ik dit meemaak. Bovendien merk ik dat mijn val van de scooter iets meer gevolgen heeft dan ik had verwacht. Mijn nek doet pijn, ik heb het gevoel dat ik een paar ribben heb gekneusd en mijn bovenbenen en heupen lijken ook geraakt. Het kost me veel moeite om overeind te komen.
Donderdagochtend besluit ik eerst mijn boodschappen te doen. Ik ben niet de enige. Het is lastig een parkeerplek te vinden. Gelukkig vind ik nog wel een winkelwagentje. De eerste levensbehoeften: water, conserven, batterijen (voor de radio) en kaarsen. De supermarkt heeft zich goed voorbereid. Er is op dat moment nog een grote hoeveelheid mineraalwater voorhanden. Ik koop vijftig liter. Dat moet voldoende zijn. De rijen bij de kassa zijn enorm. Iedereen wacht rustig zijn beurt af en leest alvast de krant om de tijd wat te doden. Na een uur kan ook ik mijn boodschappen afrekenen. Op het parkeerterrein moet ik mijn boodschappen snel inladen. Er zijn veel gegadigde voor mijn winkelwagentje.
Eenmaal thuis wacht me een ander karwei: het terras leegmaken. Alles wat door de wind kan worden meegevoerd, moet worden opgeruimd. Met JP heb ik afgesproken dat ik de kleine dingen zal opbergen en dat we ’s avonds samen de terrasmeubels zullen verplaatsen. Het lijkt me een goed idee om een paar wassen te draaien, voor het geval we na de storm geen stroom meer hebben. Ons noodaggregaat hebben we vooral om onze koelkasten van stroom te voorzien.
Tijdens mijn werkzaamheden merk ik dat ook kleine dingen zwaar kunnen zijn, zeker als je van een waterscooter bent gevallen en daarvan de lichamelijke ongemakken ondervindt. Ik ploeter voort, zo voelt het.
JP komt vroeg thuis. Zijn werkgever heeft iedereen eerder naar huis gestuurd. Mijn geliefde heeft eerst onze boot goed vastgelegd. De meeste mensen in onze haven, hebben hun boot op de kant gelegd, maar JP vindt het beter de boot in het water te laten. Overigens, onze haven ligt niet in het gevarengebied. Samen treffen we de laatste voorbereidingen. En dan komt het moment dat de luiken dicht gaan. Op dat moment voel ik de spanning stijgen. “Het wordt nu serieus”. Ik voel me opgesloten. Ik zoek de huisdieren. De honden zijn op het terras, de katten zijn nergens te vinden. Roepen helpt niet, helpt overigens nooit. Katten komen uitsluitend als ze zin hebben, of als ze hongerig zijn. Maar zelfs het rammelen met de zak brokjes levert geen resultaat op. Ik vermoed dat ze hun schuilplaats al hebben gevonden. Gelukkig zijn er voldoende plekken waar onze katten veilig kunnen vertoeven.
“Geef mij maar een ti-punch”, zeg ik, als JP vraagt wat ik wil drinken. Ik heb behoefte aan iets sterks en hoop dat de alcohol straks wat helpt om te gaan slapen. Onder het genot van ons drankje, kijken we naar het plaatselijke nieuws. De weerman van Méteo France heeft versterking. Een andere deskundige vertelt wat ons de komende uren te wachten staat. “Dean verplaatst zich snel en zal de komende nacht Guadeloupe bereiken”. Weer wordt erop aangedrongen voorzichtig te zijn, om thuis te blijven. Alarmfase “rood” blijft natuurlijk van kracht.
Ik merk dat ik steeds onrustiger wordt. Ik heb geen zin om te eten, anders dan wat crackers en kaas. We kijken naar CSI Miami (drie afleveringen). ’s Nachts lukt het me niet om in slaap te vallen. JP heeft nergens last van. Hij snurkt. Ik zet de radio aan en luister naar allerlei mensen die de redactie bellen. Verder is het rustig. Geen verkeer, maar ook geen wind. Dean heeft enige vertraging opgelopen. Later blijkt dat Dean zijn koers heeft gewijzigd en dat Guadeloupe te maken krijgt met de staart van de cycloon. (Dat het venijn in de staart zit, wordt later duidelijk als de balans wordt opgemaakt.)
Tegen een uur of zeven begint het harder te waaien. Om acht uur is er sprake van grote windvlagen. Ik hoor takken afbreken en hoop maar dat het daarbij blijft. Het regent af en toe behoorlijk hard. De windvlagen worden frequenter. Na enkele uren wordt het bij ons wat rustiger. Ik kan de storm wat beter volgen, omdat ik de keukendeur open kan zetten. De wind komt van de andere kant. Op momenten dat het minder waait, waag ik me buiten en kijk of er schade is. Er zijn enkele planten omgewaaid.
Rond een uur of elf gaat de telefoon. Een van onze vrienden, René, belt. Hij is donderdagavond teruggekomen van vakantie. Zijn vliegtuig was het laatste dat arriveerde voordat de luchthaven werd gesloten. Gelukkig, Annie is weer op het eiland. Zou haar komst ertoe hebben bijgedragen dat Dean van koers is gewijzigd? René houdt altijd vol: “Guadeloupe is nog nooit getroffen door een cycloon als Annie op het eiland is.”
JP besluit om iets lekkers klaar te maken voor het middageten. We drinken een apéritief, kijken naar de laatste nieuwsuitzendingen en begrijpen dat Martinique zwaar geraakt is. Op Guadeloupe lijkt het mee te vallen. Problemen doen zich vooral voor op Basse-Terre en langs de Atlantische kust van Grande-Terre. We horen dat er enkele jachten zijn losgeraakt en dat men niet weet hoe het met de opvarenden gaat. Kennelijk zijn er ook problemen door losgeraakte elektriciteitskabels. We drinken, we eten. Ik ben heel erg moe omdat ik twee nachten niet heb geslapen. Ik besluit een siësta te houden. Als ik tegen vijf uur wakker word, is JP verdwenen. Ik vermoed dat hij vertrokken is om te kijken hoe de boot zich heeft gehouden. Ik vergis me niet. Hij realiseert zich niet dat alarmfase ‘rood’ nog steeds van kracht is.
Aan het begin van de avond wordt het rustig. Méteo France kondigt aan dat alarmfase ‘rood’ is opgeheven. ‘Rood’ wordt ‘grijs’. De prefect, Jean-Jacques Brot, is het hier absoluut niet mee eens. Hij handhaaft ‘rood’ tot zaterdagochtend zes uur. De luchthaven blijft dicht. Hij vindt het ongepast om de medewerkers van de luchthaven op pad te sturen, terwijl nog niet duidelijk is hoe de wegen zich hebben gehouden. Iedereen moet gewoon thuisblijven, zodat hulpdiensten waar nodig ongestoord hun werk kunnen doen. De prefect is in ieder geval heel duidelijk: hij doet geen uitspraken over schade voordat hij met eigen ogen heeft kunnen zien wat de gevolgen zijn van de passage van Dean. Hij wil niet op de zaken vooruit lopen. Alleen de feiten tellen. Hij merkt op dat hij ook aan de bevoegde autoriteiten en aan de Franse pers duidelijk zal maken dat niet alleen Martinique getroffen is. Het doet me denken aan de tijden dat ik me nog bezig hield met rampencommunicatie. Het is het soort gedecideerdheid dat je nodig hebt bij crisismanagement.
Zaterdag was het grote opruimdag. Hoewel JP deze zaterdag niet hoefde te werken, is hij toch even gaan kijken bij zijn collega’s. Iedereen bleek de orkaan goed te hebben doorstaan, evenals de mensen in onze omgeving. ’s Avonds hebben we met Asina en Xavier doorgebracht en champagne gedronken op de - voor ons - goede afloop. En waarom niet: gisteren zijn we met het bootje naar ons strand gegaan om bij te komen van een spannend weekje.
De tegenstellingen zijn groot. Dean bestaat nog steeds en ik kijk met angst en beven naar wat hij verder zal aanrichten. Ik maak me ook zorgen over vrienden van mij die met hun boot in buurt van Puerto Rico verblijven. Maar er is ook opluchting over de goede afloop waar het ons persoonlijk aangaat. Het leven is een kwestie van uitersten.