In Nederland wordt druk gediscussieerd of kamerleden twee paspoorten mogen hebben. Iets wat, voor zover ik heb kunnen nagaan, in Frankrijk ondenkbaar is: leden van het parlement die een dubbele nationaliteit bezitten. In Frankrijk maakt men zich druk over een dubbele nationaliteit als zodanig. Als Nederlandse die in een lidstaat van de Europese Gemeenschap woont, is de kwestie rond twee paspoorten een luxe probleem. Het is of het een of het ander met alle voor- en nadelen. Ik heb die keuze echter nooit willen of hoeven maken. Maar sinds enkele maanden kriebelt het. Dat komt door de Franse verkiezingsstrijd. Zelden hebben verkiezingen me zo bezig gehouden. En ik sta met lege handen. Als buitenlander ben ik uitgesloten van deze stembusstrijd. Ik mag toekijken, mee discussiëren, maar niet stemmen.
De Franse presidentsverkiezingen zijn er dus oorzaak van dat ik nu nadenk over mijn toekomstige nationaliteit. Blijf ik Nederlandse of word ik Franse? Blijf ik aan de zijlijn of ga ik me als kiezer bemoeien met de politiek? Als democraat in hart en nieren, vind ik stemmen geen recht maar een (morele) plicht. (Ik ben me ervan bewust dat deze laatste stelling weinig democratisch klinkt, maar een begrijpende lezer begrijpt hopelijk wat ik bedoel.) Ik woon bijna acht jaar in Frankrijk. In het begin volgde ik de Nederlandse politiek nog actief, maar de laatste tijd volg ik de escapades van Balkenende en zijn ploeg nog maar mondjesmaat. Als in het buitenland verblijvende Nederlandse zou ik mogen stemmen, maar het is een heel gedoe om dat geregeld te krijgen. En nu ik weet hoe het werkt, merk ik dat ik me minder druk maak over wat er in Nederland op politiek vlak gebeurt. Ik heb meer met de politiek in het land waar ik woon.
Kiezen dus. Volmondig zeg ik ‘ja’ tegen de Franse nationaliteit omdat ik dan over vijf jaar een stem heb in wie het land bestuurt, welke partij het voor het zeggen krijgt op ‘mijn’ eiland. Maar er is ook een stem in mijn hoofd dat zegt: “brrr, dan ben je wel overgeleverd aan de Franse bureaucratie.” Het is waar, ik heb een lichte voorkeur voor de Nederlandse. Als Jean-Pierre een nieuw paspoort nodig heeft, duurt het zes maanden voordat hij over het document beschikt. Mijn nieuwe paspoort had ik na drie weken. Een bezoekje aan de Nederlandse consul volstond. En ik sta ook niet te juichen bij het idee dat ik mijn Nederlandse rijbewijs moet inleveren voor het Franse puntenrijbewijs. Maar dat kan geen reden zijn om hardnekkig vast te houden aan mijn keuze voor het Nederlanderschap..
In mijn dagelijks leven maakt mijn nationaliteit niet veel uit. Anders dan mijn van oorsprong Algerijnse vriendin Hassina, heb ik het hier als Europees burger vrij gemakkelijk. Mijn paspoort opent deuren die voor het hare gesloten blijven. Ik krijg zonder problemen een verblijfsvergunning die tien jaar geldig is. Zij moet regelmatig in de rij om haar vergunning te laten verlengen. Bepaalde banen zijn voor iedere buitenlander in Frankrijk onbereikbaar. Het was om die reden dat de dame die me ooit mijn verblijfsvergunning gaf, meldde: “ach, tenzij u voor de geheime dienst wil werken, anders is een verandering van nationaliteit niet echt nodig.”
Kiezen om te kunnen kiezen dus. Kan er een mooier reden zijn om na te denken over je nationaliteit? “Als je het zo belangrijk vindt om actief of passief deel te nemen aan het politieke leven in het land waar je woont, werkt en leeft”, zo houd ik mezelf voor “wordt het dan niet tijd om een keuze te maken.” En wat is nationaliteit nu eigenlijk? Zijn wij niet allen bewoners van deze aardbol? Zolang er landen zijn, zijn er paspoorten. Een paspoort is niet anders dan een document dat nodig is om te kunnen reizen, of waarmee je je kunt identificeren. Eentje volstaat, lijkt me.
En die vaderlandse wortels dan? Resten van de mijne zitten nog in Nederlandse bodem, maar ik heb nieuwe moeten ontwikkelen. Wortels die nodig zijn om hier te kunnen leven. Ik ken geen boom die zonder wortels kan voortbestaan. Je land, je tradities, je cultuur, je opvoeding zitten in je hart, in wie je bent. Dit alles neem je met je mee en je voegt er nieuwe ervaringen en gebruiken aan toe. En ja, je past je aan. Om het maar heel plastisch uit te drukken: de klompendans verleer je niet, omdat je leert een “zouk” te dansen.
Ik heb ervoor gekozen om te emigreren en het ziet er niet naar uit dat ik terug kom, anders dan voor een bezoek aan familie en vrienden. Ik begrijp het gevoel dat je hebt voor het land dat je achterlaat, het land waar je bent opgegroeid, waar je familie en je vrienden wonen, waar je het reilen en zeilen kent. Het is zelfs als je uit vrije beweging weggaat, moeilijk om je land achter te laten. Ik heb het beleefd als een rouwproces. En zoals dat gebruikelijk is als je rouwt, houd je je nog een tijdlang vast aan het oude. Je koestert je afkomst. In de supermarkt sta je met tranen in je ogen voor een bak met uit Nederland afkomstige rode paprika’s. Misschien is het opgeven van je nationaliteit uiteindelijk wel de ultieme daad van acceptatie van je nieuwe leven. Waar een stembusstrijd al niet toe kan leiden!
(reageren kan: dubbelklikken op 'comments' en reageer!)