| VAGABUNDOS |
| Home > Archief avonturen > Arequipa 10 maart - 15 maart 2003 Zweten zonder eten *Ze zullen toch wel rekening houden met het einde van de zomertijd. Ja, tuurlijk. We hebben het drie keer nagevraagd. Het is bijna half twee, ruim op tijd dus.* Wat volgde was niet de verwachte busrit vanuit de Noord'Chileense badplaats Arica naar Arequipa, met de bus die ze groot adverteerden en waarvan Zij meermalen vertelde dat het een hele goede bus was. Nee. Bij aankomst op het busstation werden we binnen enkele tellen naar een nabijgelegen aanmerkelijk smoezeliger station gebracht, die met name dienst deed als parkeerplaats voor afgereden amerikanen. Wij werden geacht met een van deze heren mee te gaan naar de grens, om uiteindelijk in de Peruaanse plaats Tacna de aansluiting te halen met de bus naar Arequipa. Met nog drie passagiers zat de pruttelende bak aardig vol. Al te snel kon het niet meer, maar de chauffeur verzekerde dat hij dit stuk vele malen op een dag reed, alles zou goed komen. En zowaar, de grensovergang liep aanmerkeljk vlotter dan je zou mogen verwachten tussen twee landen die juist om dit stuk woestijn een jarenlang dispuut hadden. Maar dan: bij aankomst in Tacna, kwart over drie, vertelt de dienstdoende jongen dat de bus net vertrokken is, zonder ons. Ze vroegen zich al af waar we waar we waren. Onze chauffeur meldde dat hij het stuk in dezelfde tijd als immer had afgelegd. De fout lag in Arica. Een telefoontje en jawel, de zomertijd of het einde ervan. Dat was ze even vergeten. Wij hadden vervolgens de eer om drie uur lang in naargeestig bussttation te verblijven, in zijn kantoortje, met internet, en thee. Werd het toch nog gezellig. Wat je niet wilt is Arequipa binnenkomen na middernacht. De tweede stad van het land is dan op slot. De bezoeker is oveergeleverd aan de grillen van de taxichauffeurs. Deze hebben in Arequipa in al hun wijsheid eendrachtig besloten dat de Tico van de firma Daewoo de zuinigste auto ter wereld is en aldus hebben ze gezamenlijk dit model in honderdtallen aangeschaft in de kleuren geel en rood. Niet alleen kom je �s nachts dus in een dode stad aan, zij is ook nog gekrompen. Alsof je uitstapt in Madurodam. Onze rugzakken reiken na nauwkeurige meting hoger dan de Tico. Zelfs de tank is klein, te minimaal om de paar kilometer naar het hotel zonder een bezoek aan een tankstation te kunnen afleggen. Doe er maar voor 5 soles in, horen we hem zeggen ( er gaan 3,5 sol in een euro). Wat allemaal niet wegneemt dat ook deze taxichauffeur aan dezelfde grootyheidswaanzin leidt als waar ze allemaal aan leiden, dus tracht hij andere hotels aan te prijzen, stelt hij dat de onze vol is of te duur of dat het zwembad er niet meer is. Hij kent betere. De stad blijkt werkelijk dood, we tuffen over kinderkoppen,langs het Plaza de Armas, waar het licht reeds gedempt is. Verder is er geen mens te zien, alle ramen en luiken zijn dicht. Als we uiteindelijk uit de dinky toy mogen kruipen blijkt dat onze amigo de prijs niet aan het formaat heeft aangepast. Dat doen wij voor hem. Voor hij echt kan handelen staan wij binnen bij Casa de mi Abuela, eigenlijk alleen maar omdat het een zwembad zou hebben en we het via internet konden reserveren. We hadden beter kunnen weten. De Casa wordt gerund als waren het de Olympische Spelen in Atalanta: teveel mensen met walkie talkies. Dat moet mislopen. Voor elke handeling blijkt een walkie talkie voorradig met daaraan gekoppeld een mens. We worden naar een uithoek gepraat, om aldaar de volgende ochtend muy temporano te worden gewekt door een timmerman, met walkie talkie. Dat zijn momenten in het leven van een reiziger die bepalend kunnen zijn. De gehele stad, het klooster Santa Catalina met die mooie blauwe en rode kleurtjes midden in de stad, alle cavia� s en alpaca� s of cebiches die je in Arequipa kunt eten, de naburige Colca Canyon, alles hadden we op dat moment terwijze geschoven. We zouden verder zijn gegaan, ware het niet dat we vervolgens een eerder tip opvolgden en Casa de Melgar gingen inspecteren voor de volgende nacht. Het bleek een oase midden in de stad: oud Arequipiaans gebouw met grote bogen, vier meter hoge kamers, kleine exposities in de gangen, binnenpleintje en dat alles in de kleuren steenrood en blauwpaars. Alles zou goed komen, we zouden alles gaan zien en eten, op de cavia na. Later die middag zagen we twee films op de kamer, liggend op bed. Weelde. Dus boekten we uit vreugde een trip naar de Colca Canyon om de hoek bij de firma Ecotours. Hij was ok, al leek het niet veel eco. <De trip hield in dat we eerst zes uuyr met de bus reisden naar een dorp genaamd Cabanaconde. Vanaf daar was het vertrek de volgende dag met gids Eduardo. Het moet gezegd, het landschap was prachtig. Diepe, langrekte canyon waar Grand Canyon bij vlagen mager bij afsteekt, plus vele inca terassen in de valleien. We liepen steil naar beneden, de hete canyon in en weer steil omhoog. Dat was het moment waarop bleek hoe eco de organisatie was: in de plunjezak van Eduardo zat bij wijze van lunch droog brood. Gelukkig was er nog een mangootje en een flesje zoetwater. We waren er zeer aan toe: de verschrikkelijke hongerklop had toegeslagen. Gelukkig stikte het in de wijde omgeving van tuna�s, cactusvijgen, en die zijn muy rico. Met een handige techniek plukt Eduardo cacti kaal. Na zeven uur zijn we op de plaats van bestemming: een pueblo hoog op de rand van canyon met schitterend uitzicht op een vallei. Als we willen mogen nog twee uur wandelen heen en terug naar een waterval, meldt de gids, maar gelukig, het loopt tegen vieren, gaat het regenen. We trekken ons terug in de beloofde cabana die we delen met Edurardo. De cabana blijkt een locaal een multifunctionele unit te zijn, bij ons beter bekend on de codenama : stal. De keuken waar we even later door de gids genood worden is gevestigd net buiten een cabana, onder een golfplaten dak dat net voldoende bescherming tegen de regen biedt. De pueblisten trekken z<ich daar niets meer van aan. Het is donker en ze liggen in de aangrenzende ruimte gezamenlijk onder zeil, merkten we toen we een weg naar de kueken zochten en onze voeten stootten. De maissoep was prima, pasta zonder saus is een ervaring maar waarschijnlijk zeer eco, de volgende dag. Ach, de volgende middag, in een oase aan het zwembad onderin de canyon met coke en chocola in de hand vergeet je de dingen snel. Een kleine vijf uur redelijk vlak gelopen en de daaropvolgende ochtend nog eens een uurtje of drie steil omhoog de canyon uit in alle vroegte om op het zogeheten Cruz del Condirs in de ocntenduren nog condors te kunnen zien: acht tot tien stuks zoefden over onze hoofden. Stevige jongens.. Zie de plaatjes. En dan is er altijd weer Casa de Melgar bij terugkomst. De achtergelaten lle bagage stond alweer in onze favoriete kamer 103. Haartjes wassen vanavond, curry bij de vego verderop in de straat of chineesje in combinatie met heerlijke appeltaart op de Plaza? Wat zal het worden. En dan op tijd terug, kunnen we misschien nog een filmpje pakken. |
![]() |