| U bevindt zich hier ---> Pagina acht | ||||||||||||
| Voor onze trouwe lezer publiceer ik gaarne de twee eerste hoofdstukken van mijn trilogie "IN DE BAN VAN DE RINGSPIER". Voor meer hoofdstukken: ik ben altijd bereid onder betaling te produceren! |
||||||||||||
| In de ban van de Ringspier Door Egideus Detiemsch Hoofdstuk I Op een onbeduidende dag in Midden-Baarde maakte een kleine Hobbit een fikse wandeling in de heuvels nabij zijn hol. Toen hij plots een verhoogde druk waarnam in zijn lagere regionen besloot hij zich even terug te trekken in de dichtstbijzijnde tombloemen. Hij bleef er een tijdje, een klein jaar, ruw geschat, waarna hij zich grondig reinigde. Toen plots, uit de struiken, er een Dwerg tevoorschijn kwam die met luide en klare stem sprak: �Dag Hobbitje! Ik ben een stevige manskerel want ik verbouw druiven en ik heb zin in een verzetje!�, waarna deze de onfortuinlijke hobbit wellustig begon te betasten. Deze laatste nam dit niet en sprak met een kleine doch hoorbare tremolo in zijn stem: �Onverlaat! Hoe durf je mij een Hobbitje te noemen! Ik ben al heel groot voor mijn leeftijd!� waarop de Dwerg antwoordde: �Excuseer, mijn tong zegt soms dingen die mijn ledematen niet voor ogen hadden.� En ledematen had hij genoeg: hij had er vier, allen stevig uit de kluiten gewassen, in alle vormen en maten. Verder sprak de Hobbit: �En wat dat bepotelen betreft, laat dat a.u.b. ook maar achterwege, ik heb nog veel naaiwerk te doen.� Waarop de Dwerg luidruchtig boerde. De Hobbit wreef met korte, ronde bewegingen het residu van de Dwergs opwelling uit zijn gezichtje en nam in kleermakerszit plaats op enkele meters van de bloemen, waarna hij een kannetje, een tasje en een btw-formulier met een sierlijke beweging uit zijn broekzakje toverde. Ook de Dwerg haalde iets boven, doch slaakte een lange hoge gil toen het doosje neuszalf dat hij uit zijn reistas had gehaald in zijn gezicht ontplofte. De Dwerg besloot de volgende 21 jaar niets meer uit zijn reistas te halen en voegde zich bij de Hobbit die al druk doende was het btw-formulier in te vullen. De Hobbit bewoog traag, zijn harige tong hing uit zijn mond en hij kwijlde een beetje op zijn schort. Kundig vulde hij het formulier met de mooiste en fijnste kruisjessteekmotieven die de Dwerg ooit had gezien en vouwde het document op tot hij het had gereduceerd tot een kubusje van ��n vierkante centimeter. De Hobbit stopte het in zijn tasje, bij zijn snuifdoos, zijn tandenborstel en zijn voethaar-, lichaamshaar- en tonghaarkammetjes. De schemering trad in. Toen de twee wat hout gesprokkeld hadden besloten ze na kort overleg een kampvuur aan te leggen in de daarvoor voorziene stenenkring. De Dwerg onderdrukte een wind doch maakte infantiel geluiden met zijn oksel. Hij giechelde tot zijn wangen rood werden en sprak toen plechtig: �Hobbitje, ik ben koning Mongro, zoon van Monglo, zoon van Bart en ben de leider der Monglo�den! Mijn volk is in nood!�. De Hobbit wipte op zijn beentjes en sprak: �Dwergje, mijn naam is Bloso, zoon van Chromo, zoon van Hohmo, ik pruim tabak als de besten! Mijn volk vindt me een eikel!�. De Dwerg sloeg de hobbit in het gezicht en zei: �Onverlaat! Hoe durf je mij een dwergje te noemen, ik ben al heel groot voor mijn leeftijd!� Bloso zei niets te zijner verdediging en krabbelde recht. De Dwerg werd weer rustig en sprak: �Ik ben gekomen met een missie, ik ben op zoek naar de grootste krijgers van Midden-Baarde om samen met hen een gevaarlijke tocht te ondernemen met als doel de redding van mijn volk. Ik ben op weg naar het land van Heer Horman de Elf, alwaar ik de dappere ridders hoop te vinden.� De Hobbit beefde en sprak met een gedempte stem: �Maar� dan moet u door de gevreesde velden van� Schobbejaanland!� �Jazeker, en ook dat kan ik niet alleen�. Bloso stelde de Dwerg voor om bij hem thuis een maaltijd te gaan genieten en bood hem ook een bed aan om te overnachten. Mongro verzweeg het feit dat hij regelmatig in zijn bed plaste en zeeg toen bewusteloos neer. |
||||||||||||
| Hoofdstuk II Toen Mongro een kleine maand later weer bij bewustzijn kwam merkte hij dat hij zich in een gezellige, sober ingerichte ruimte bevond. Het bed waarin hij lag was een weinig te klein voor zijn mensuur doch hij ondervond hier geen last van. Hij ging rechtop zitten en raakte met zijn baard en wenkbrouwen verstrikt in een vliegenvanger die strategisch boven het bed was opgehangen, hij vloekte luid en trok hem met een korte ruk van zijn gezicht. Hij stond op, rook aan zijn adem en oksels en keek tevreden voor zich uit. toen hij in de richting van de deur strompelde, teneinde het vertrek te verlaten, lette hij op een feestelijk geroezemoes dat van de aanpalende kamer afkomstig was. Tot zijn oprechte verbazing herkende hij het stemtimbre, de vuile praat en de tongval van de feestvierders: �Dwergen!�. Hij stormde naar de deur, die hij in zijn euforie met zijn bijl versplinterde. In al zijn haast verloor hij de controle over het wapen waardoor het uit zijn hand gleed en een Dwerg in de andere kamer vol in het gelaat trof. De andere Dwergen schrikten op en werden stil. Mongro rolde het lijk keurig onder het tapijt, stal zijn portefuille en wenste hem een snel ontbindingsproces toe. Toen richtte hij zich op en sprak zijn rasgenoten aan: �Vrienden, ik zie dat jullie voltallig zijn en hier veilig en wel wisten te arriveren, alleen jammer dat ik nu al per abuis de reservedwerg heb gedood, moge zijn lichaam in vrede rotten onder dit tapijt!�. Bloso, gekneveld in een hoekje, glimlachte bij het zien van zoveel oprecht geluk en blijdschap, toen de Dwergen voor het eerst sinds lange tijd hun koning terugzagen. Het feest kwam in een stroomversnelling en liep geheel uit de hand toen Mongro in vuillakkerij verviel. Het festijn eindigde pas toen de Hobbit zijn hol geheel gesloopt was. Het was ochtend en Bloso werd wakker op enkele meters van de funderingen van zijn ooit zo knusse hol, dat nu vochtig was en stonk. Overal verspreid lagen alcoholge�ntoxiceerde Dwergen hun roes uit te slapen. Hij slaagde erin zich van de touwen te ontdoen, stond op, maar stortte mentaal in: �Mijn hol! Ik kende het al van toen het nog een gat was! "Oh, wee!� hij barstte in snikken uit. |
||||||||||||
| Tot zover de eerste hoofdstukken, wellicht komt er nog een vervolg, al is dat geen wetenschappelijk getoetste uitspraak. | ||||||||||||
| PAGINA EEN PAGINA TWEE PAGINA DRIE PAGINA VIER PAGINA VIJF PAGINA ZES PAGINA ZEVEN ofwel vertrekt u HUISWAARTS |
||||||||||||